Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5784

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
06/940330-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich (samen met medeverdachte) in zeer korte tijd, op één dag, schuldig heeft gemaakt aan een reeks woninginbraken, waarbij veel braakschade is veroorzaakt en waarbij woonkamers, keukens en slaapkamers zijn doorzocht op zoek naar waardevolle spullen. Verdachte heeft deze inbraken alleen verricht uit geldelijk gewin. Voor gedupeerden veroorzaken woninginbraken, naast materiële schade, ook het gevoel van onveiligheid en veel ergernis. Met name woninginbraken vormen een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Verdachte wordt veroordeelt tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 16 maanden. De rechtbank stelt als voorwaarde dat de verdachte zich ambulant laat behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940330-10

Uitspraak d.d.: 25 februari 2011

tegenspraak / dip - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1989],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Grave te Grave,

raadsman: mr. J.P.M. Denissen te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 februari 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres 1]) heeft weggenomen

-een ketting met een ovaal wit/goud steentje/hangertje en/of

-een Mp3 speler, merk Apple, inclusief houder en/of

-een iPod 60GB en/of toebehoren daarvan en/of

-een zilveren zegelring en/of

-manchetknopen in bordeauxrood doosje en/of

-een herenhorloge (merk fossil) en/of

-een of meer (andere) siera(a)d(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

-een iPod 60GB en/of

-een zilveren zegelring en/of

-manchetknopen in bordeauxrood doosje en/of

-een of meer (andere) siera(a)d(en),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

(incident 1)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de

[adres 2]) heeft weggenomen

-een geldbedrag van 100,- euro en/of

-elf (11) playstation 3 spelletjes (dvd's),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

-een geldbedrag van 100,- euro en/of

-elf (11) playstation 3 spelletjes (dvd's)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

(incident 2)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 in de gemeente Nunspeet tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aaan de [adres 3]) heeft weggenomen

-twee trouwringen en/of

-een gouden tientje en/of

-een w(b)arnsteen ketting en/of

-een Ipod touch,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te de gemeente Nunspeet, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

-twee gouden (trouw)ringen en/of

-een gouden tientje en/of

-toebehoren van een Ipod touch

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijer wijs hadden moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

(incident 3)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de

[adres 4]) heeft weggenomen

-een geldbedrag van 70,- euro en/of

-een goud(en)(kleurige) bedelarmband (met drie hoofdjes) en/of

-een (zware) goud(kleurige) ketting en/of

-een goud(en)(kleurige) ring (met inscriptie) en/of

-een goud(en)(kleurige) armband en/of

-een goud(en)(kleurige) enkelband en/of

-twee oorbellen met briljant,

-een of meer andere siera(a)d(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

-een geldbedrag van 70,- euro en/of

-een goud(en)(kleurige) bedelarmband (met drie hoofdjes) en/of

-een (zware) goud(kleurige) ketting en/of

-een goud(en)(kleurige) ring (met inscriptie) en/of

-een goud(en)(kleurige) armband en/of

-een goud(en)(kleurige) enkelband en/of

-twee oorbellen met briljant en/of

-een of meer andere siera(a)d(en),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

(incident 4)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Noordeinde, in de gemeente Oldebroek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan

[adres 5]) heeft weggenomen

-een geldbedrag van 500,- euro en/of

-3 gouden ringen (een damesring met zwarte steen, een gouden damesring met

diamant, een gouden herenzegelring (met initialen dvds)) en/of

-een gouden armband met geel- en witgoud met zirkonia's en/of

-een gouden ketting met gouden bloemhangertje en/of

-twee gouden oorbellen (druppelvorm) en/of

-een of meer andere siera(a)d(en) en/of

-een potje gevuld met klein (munt)geld,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 augustus 2010 te Noordeinde, in de gemeente Oldebroek,

in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

-een geldbedrag van 500,- euro en/of

-3 gouden ringen (een damesring met zwarte steen, een gouden damesring met

diamant, een gouden herenzegelring (met initialen dvds)) en/of

-een gouden armband met geel- en witgoud met zirkonia's en/of

-een gouden ketting met gouden bloemhangertje en/of

-twee gouden oorbellen,

-een of meer andere siera(a)d(en) en/of

-een potje gevuld met klein (munt)geld,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

(incident 6)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 12 augustus 2010 te Utrecht tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat ([kenteken]), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op maandag 16 augustus 2010 tussen 15.00 uur en 17.00 uur, werden op de Noord-West Veluwe een vijftal woninginbraken gemeld, waarbij de modus operandi alsmede het door de daders gebruikte vluchtvoertuig in enkele gevallen op elkaar gelijkende kenmerken vertoonden. Bij de inbraken in Doornspijk, Nunspeet en Noordeinde werden twee daders gezien en een rood/grijze motorscooter. Omstreeks 18.58 uur zag een politieagent een sterk gelijkende motorscooter rijden, met daarop twee personen. Bij de [benzinepomp] sprak de agent deze personen aan en vroeg hen om hun ID-bewijs, waarop zij er vandoor gingen. In de buddyseat van de eerdergenoemde motorscooter werden gestolen goederen aangetroffen, die afkomstig waren van de bovengenoemde woninginbraken. Later zijn de berijders van de motorscooter elders door een verbalisant herkend en vervolgens door de politie aangehouden.2

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat er in alle gevallen aangifte is gedaan, dat medeverdachte [medeverdachte] een bekennende en voor verdachte belastende verklaring heeft afgelegd en dat verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven bij de inbraken aanwezig te zijn geweest. Ook zijn spullen afkomstig van de diefstallen bij verdachte aangetroffen.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat voor het bewijs van verdachtes betrokkenheid enkel de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] voorhanden is. Nu verdachte ontkent, mede gelet op het gegeven dat hij de andere feiten wel bekent, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman van verdachte is gesteld dat de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsman gesteld dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak

De betrokkenheid van verdachte bij het onder 6 ten laste gelegde kan enkel blijken uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]. Nu verdachte ontkent, mede gelet op het gegeven dat hij de andere feiten wel (deels) bekent, kan naar oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Bewijsmiddelen

Feit 1

Door [slachtoffer 1] is aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit zijn woning gelegen aan de [adres 1] in Doornspijk, gemeente Elburg. Hierover is door [slachtoffer 1] het volgende verklaard. Op 16 augustus 2010 werd aangever door de buren op de hoogte gesteld van het feit dat er in zijn woning was ingebroken. Aangever zag in zijn woning dat aan de achterzijde een raam was ingegooid met een baksteen. Uit de woning is een MP3-speler van het merk Apple weggenomen en een ketting met hangertje ovaal/wit goud/steentje.3 Na het aantreffen van diverse goederen en sieraden bij verdachten herkent aangever de iPod 60 GB, een zilveren heren zegelring en manchetknopen in een bordeauxrode doosje als goederen die van hem zijn. Aangever verklaart nog een toebehoren van de iPod te missen en een herenhorloge van het merk Fossil.4 Door [slachtoffer 7]s, de echtgenote van [slachtoffer 1], is verklaard dat diverse bij verdachten aangetroffen sieraden van haar zijn.5

Door medeverdachte [medeverdachte] is verklaard dat hij samen met [verdachte] (verdachte) in de woning aan de [adres 1 te plaats] heeft ingebroken. [medeverdachte] verklaart dat hij aan de achterzijde van de woning met een steen een raam heeft stukgeslagen en dat zij door het gat in het raam naar binnen zijn gegaan. Uit de woning hebben [verdachte] en hij onder meer een horloge van het merk Fossil weggenomen.6

Feit 2

Door [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit haar woning gelegen aan de [adres 2] in Doornspijk, gemeente Elburg. Hierover is door [slachtoffer 2] het volgende verklaard. Op maandag 16 augustus 2010 zag aangeefster dat het raam onder het bovenraampje bij de achterdeur van haar woning open stond. Zij zag dat de hor, het gaas voor het bovenraampje, los in de slaapkamer lag. Het bovenraampje was vernield. Aangeefster heeft samen met haar man alle ruimtes van de woning doorzocht. Zij zag dat de inbrekers in alle kamers van de woning zijn geweest. Twee portemonnees die in de woning lagen waren leeggehaald. In de ene portemonnee zat een bedrag van ongeveer € 80,-- en in de andere ongeveer € 20,--.7 Door aangeefster werd aan de politie ook doorgegeven dat er ook 10 playstation 3 spellen waren gestolen. Deze gestolen spullen werden aangetroffen in de bagageruimte van de motorscooter waarop verdachten reden.8

Door medeverdachte [medeverdachte] is verklaard dat hij samen met [verdachte] in de woning aan de [adres 2 te plaats] heeft ingebroken. Ze zijn de woning ingekomen, doordat zij via een raam een ander raam open hebben gemaakt. [medeverdachte] verklaart dat hij uit de woning playstationspellen heeft weggenomen.9

Feit 3

Door [slachtoffer 3] is aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit haar woning gelegen aan de [adres 3], gemeente Nunspeet. Hierover is door [slachtoffer 3] het volgende verklaard. Op 16 augustus 2010 zag de schoonmoeder van aangeefster dat twee mannen met een helm op de woning aan de achterzijde verlieten. Toen de schoonmoeder bij de woning ging kijken zag zij dat er ingebroken was. De aangeefster zag dat men door het verbreken een bovenlichtje aan de achterzijde toegang had gekregen tot de woning. Uit de woning waren onder meer twee trouwringen, een gouden tientje, een barnsteen ketting, sieraden en een iPod touch weggenomen.10

Door medeverdachte [medeverdachte] is verklaard dat hij samen met [verdachte] heeft ingebroken in een woning aan de [adres 3]. [medeverdachte] heeft een raampje boven de deur open gebroken. Hij is door het raampje geklommen en kwam in de slaapkamer uit. Hij heeft een deur opengemaakt, zodat de verdachte ook naar binnen kon.11

Feit 4

Door [slachtoffer 4] is aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit zijn woning gelegen aan de [adres 4], Doornspijk, gemeente Elburg. Hierover is door [slachtoffer 4] het volgende verklaard. Op 16 augustus 2010 ontdekte de zoon van aangever dat er was ingebroken in de woning. Aangever zag dat men in de woning zo ongeveer alle vertrekken langs is geweest. Hij zag dat van diverse kastjes de laden nog open stonden. Aangever zag dat het raam van het toilet op de begane grond uit het kozijn is verwijderd. Het raam stond tegen de muur van de woning. Uit de woning is geld en een doosje met gouden sieraden weggenomen.

In het doosje zat diverse sieraden, waaronder een gouden bedelarmband met drie hoofdjes, een gouden trouwring met inscriptie, een gouden ketting met smalle/kleine schakels, een zwaardere gouden ketting, een nepgouden enkelbandje en armbandje, twee oorbellen met briljantjes.12 Door de vrouw van aangever worden sieraden, waaronder 2 oorbellen met steentje, twee goudkleurige kettingen, een gouden armbandje met drie beeldjes in de vorm van hoofdjes, een gouden ring met inscriptie en twee gouden kettingen die bij verdachten zijn aangetroffen, herkend als goederen die van haar en aangever zijn.13

Door medeverdachte [medeverdachte] is verklaard dat hij samen met [verdachte] heeft ingebroken in een woning aan [adres 4 te plaats]. [medeverdachte] is via het raampje van het toilet, aan de achterzijde van de woning, de woning ingeklommen. Hij heeft vervolgens een woning of deur voor [verdachte] geopend, zodat [verdachte] naar binnen kon. Uit de woning hebben zij diverse sieraden weggehaald, waaronder een armbandje met drie hoofdjes.14

Feit 5

Door [slachtoffer 5] is aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit haar woning gelegen aan de [adres 5, plaats], gemeente Oldebroek. Hierover is door [slachtoffer 5] het volgende verklaard. Op 16 augustus 2010 zag aangeefster bij de achterdeur van haar woning glas op de grond liggen. Er zat een gat in het raam en er lag een klinker in de bijkeuken. Aangeefster zag dat diverse ruimtes in de woning doorzocht waren. Uit het nachtkastje is een geldbedrag van ongeveer €400,-- a €500,-- weggenomen. Uit de woning zijn ook een gouden damesring met zwarte steen, een gouden damesring met diamant, een gouden armband, een gouden ketting met een gouden bloemhangertje en een gouden herenring, een zegelring, met de initialen DVDS weggenomen.15 Aangeefster en haar man herkennen een aantal goederen en sieraden, die bij verdachten zijn aangetroffen als hun eigendom. Zij herkennen onder meer een gouden kettinkje met hangertje, 2 gouden oorbellen, drie gouden ringen een jampotje met geld als hun eigendom.16

Door medeverdachte [medeverdachte] is verklaard dat hij samen met [verdachte] heeft ingebroken in een woning in Noordeinde. [medeverdachte] is samen met [verdachte] op 16 augustus 2010 op de motorscooter naar Noordeinde gereden. Bij een vrijstaand huis heeft [medeverdachte] een steen door een raam gegooid. Door het gat in de ruit kon [medeverdachte] het raam openen en zijn ze samen de woning binnengegaan. Uit de woning hebben zij geld en sieraden meegenomen.17

Verklaring van verdachte ten aanzien van feiten 1 t/m 5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 16 augustus 2011 onder invloed samen met [medeverdachte] meerdere inbraken heeft gepleegd. De details kan hij zich niet goed meer herinneren, mede omdat hij onder invloed was.

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij samen met [medeverdachte] bij 3 of 4 woninginbraken gepleegd op 16 augustus 2010, betrokken is geweest. Verdachte heeft verklaard dat hij die dag samen met [medeverdachte] op de motorscooter heeft rondgereden. Zij zijn onder meer door Doornspijk en Elburg gereden.18

Over de inbraak in de woning aan de [adres 2] in Doornspijk heeft verdachte het volgende verklaard. Verdachte is samen met [medeverdachte] door een raam de woning naar binnen gegaan. Uit de woning hebben zij diverse playstationspellen meegenomen.19

Over de inbraak in de woning aan de [adres 5 te plaats] heeft verdachte het volgende verklaard. Bij deze woning heeft verdachte of medeverdachte [medeverdachte] heeft een steen door de ruit van een keukenraam gegooid. Samen zijn ze de woning binnen geweest.20

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen

-een ketting met een ovaal wit/goud steentje/hangertje en

-een Mp3 speler, merk Apple, inclusief houder en

-een zilveren zegelring en

-manchetknopen in bordeauxrood doosje en

-een herenhorloge (merk fossil) en

-sieraden,

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

2. primair

hij op 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen

-een geldbedrag van 100,- euro en

-elf (11) playstation 3 spelletjes (dvd's),

toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

3. primair

hij op 16 augustus 2010 in de gemeente Nunspeet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aaan de [adres 3] heeft weggenomen

-twee trouwringen en

-een gouden tientje en

-een barnsteen ketting en/of

-een Ipod touch,

toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

4. primair

hij op 16 augustus 2010 te Doornspijk, in de gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen

-een geldbedrag en

-een gouden bedelarmband met drie hoofdjes en

-een zware gouden ketting en

-een gouden ring met inscriptie en

-een goudkleurige armband en

-een goudkleurige enkelband en

-twee oorbellen met briljant,

-andere sieraden,

toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

5. primair

hij op 16 augustus 2010 te Noordeinde, in de gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 5] heeft weggenomen

- een geldbedrag en

- 3 gouden ringen (een damesring met zwarte steen, een gouden damesring met diamant, een gouden herenzegelring (met initialen dvds)) en

-een gouden ketting met gouden bloemhangertje en

-twee gouden oorbellen druppelvorm en

-andere sieraden en

-een potje gevuld met klein muntgeld,

toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 4 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 5 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van de tijd door verdachte doorgebracht in voorlopige hechtenis, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Tevens heeft zij gevorderd hierbij als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, ook indien dit inhoudt het volgen van een behandeling bij Kade17 of soortgelijke instelling, op te leggen. De officier van justitie heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Hij heeft tijdens de inbraken een spoor van vernieling achtergelaten. Dergelijke feiten zorgen voor gevoelens van onveiligheid en emotionele schade. Ook heeft verdachte reeds een aanzienlijk strafblad en is hij eerder veroordeeld ter zake vermogensdelicten. Ten voordele van verdachte weegt dat hij vrijwillig hulp had gezocht.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie te zwaar is. Hiertoe heeft hij het volgende aangevoerd. Verdachte heeft reeds vanaf het begin duidelijk inzicht getoond in zijn gedrag. Verdachte heeft zelf aangegeven dat hij hulp wil zoeken en had voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten al vrijwillig contact opgenomen met Kade17. Mede gelet op het reclasseringsadvies dient aan verdachte een straf te worden opgelegd waarbij de gevangenisstraf even lang is als de voorlopige hechtenis. Daarnaast dient een werkstraf te worden opgelegd. Deze straf doet recht aan de gevoelens in de maatschappij en maakt dat verdachte zijn reeds ingezette positieve ontwikkelingen kan voortzetten.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich (samen met medeverdachte) in zeer korte tijd, op één dag, schuldig heeft gemaakt aan een reeks woninginbraken, waarbij veel braakschade is veroorzaakt en waarbij woonkamers, keukens en slaapkamers zijn doorzocht op zoek naar waardevolle spullen. Verdachte heeft deze inbraken alleen verricht uit geldelijk gewin. Voor gedupeerden veroorzaken woninginbraken, naast materiële schade, ook het gevoel van onveiligheid en veel ergernis. Met name woninginbraken vormen een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.

De rechtbank heeft ten nadele van verdachte meegewogen dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen voor (soortgelijke) strafbare feiten en daarvoor meermalen is veroordeeld. Daarbij valt op dat verdachte tot voor zijn aanhouding in deze zaak ongeveer 2 jaar vrij was gebleven van justitiecontacten.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte er rekening mee dat verdachte op vrijwillige basis hulp heeft gezocht bij geestelijke gezondheidszorg Kade17. Zorgwekkend tegen deze achtergrond is dan ook de omstandigheid dat verdachte desondanks op een dag zoveel misdrijven heeft gepleegd.

Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden. Teneinde verdachte er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, alsmede ter ondersteuning van een optimale medewerking van verdachte aan de behandeling(en) en begeleiding van de geestelijke gezondheidszorg Kade17, acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, van een enigszins langere duur als door de officier van justitie gevorderd, met de hierna te noemen bijzondere voorwaarden op zijn plaats.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 5], t.a.v. [naam, adres, plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 588,64 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 6, adres, plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 32,96 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 5] in het geheel toegewezen kan worden. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat het mogelijk is om immateriële schade te vorderen bij vermogensdelicten en dat de vordering voldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat, nu verdachte van het onder 6 ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden, de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 5] op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij, gelet op het vonnis in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte], ten aanzien van de vordering immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, bestaande uit € 338,64 materiële schade en € 250,-- immateriële schade. Verdachte is voor dit bedrag naar burgerlijk recht (hoofdelijk) aansprakelijk. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Deze benadeelde partij [slachtoffer 6] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van [slachtoffer 5].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

feit 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 4 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 5 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door Kade17 of soortgelijke instelling;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], t.a.v. [naam, adres, plaats] (bankrek.nr. [nummer]) van een bedrag van € 588,64, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] (voornoemd), een bedrag te betalen van € 588,64 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, Van der Mei en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 februari 2011.

Voetnoten:

1 wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm

opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal met procesnummer

PL0610/2010121155-47, Regio Noord- en Oost Gelderland, District Noordwest Veluwe, Team

Recherche Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 28 september 2010 te Elburg

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina's 4 t/m 27

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], pag. 129-134

4 Proces-verbaal van verhoor, pag. 133-134

5 Proces-verbaal van verhoor, pag. 135-136

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], pag. 149-151

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], pag. 177-178

8 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 186

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], pag. 187-188

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], pag. 199-204

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], pag. 213-215

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4], pag. 222-227

13 Proces-verbaal van verhoor, pag. 230-231

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], pag. 236-237

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5], pag. 289-294

16 Proces-verbaal van verhoor, pag. 295-296

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], pag. 308-310

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pag. 303-304

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pag. 304

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pag. 305-306