Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5675

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
09/1556, 10/223 en 10/224
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2011:BU7033, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 maart 2009 heeft verweerder aan vergunninghouder een reguliere bouwvergunning, als wijziging van een bij besluit van 28 november 2008 verleende bouwvergunning, verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel. Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 februari 2011 heeft de rechtbank de daaartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nrs.: 09/1556, 10/223 en 10/224

Uitspraak in de gedingen tussen:

1. [eiser 1 en eiseres 1]

eiser 1 respectievelijk eiseres 1;

2. [eiser 2]

eiser 2;

3. [eisers 3]

eisers 3

allen te [plaats],

eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2009 heeft verweerder aan [vergunninghouder] (hierna: vergunninghouder) een reguliere bouwvergunning, als wijziging van een bij besluit van 28 november 2008 (nummer: 08/11462) verleende bouwvergunning, verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel, kadastraal bekend gemeente Beekbergen, [kadastraal nummer] en plaatselijk bekend [adres] naast [nummer] (nieuw adres [adres [nummers]]; hierna: het perceel).

Bij besluit van 25 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken ingezonden.

De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 20 januari 2011, waar eiseres 1, mede namens eiser 2 en eisers 3, is verschenen, bijgestaan door mr. ir. J.A.M. van der Lee. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.M. van Wegen.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank stelt vast dat eiser 2 en eisers 3 voor wat betreft de aanvullende gronden van hun beroep hebben aangesloten bij de gronden van eiser en eiseres 1. De rechtbank volgt dan ook niet het betoog van verweerder dat grond bestaat om de beroepen van eiser 2 en eisers 3 niet-ontvankelijk te verklaren omdat hun beroepen niet van gronden zijn voorzien.

Voorts bevinden zich in de dossiers brieven van eiser 2 en eisers 3 waarin zij eiseres 1 machtigen namens hen op te treden in de onderhavige beroepen.

2.2 Vaststaat dat verweerder aan de vergunninghouder bij besluit van 28 november 2008 een reguliere bouwvergunning heeft verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.

2.3 De vergunninghouder heeft vervolgens verzocht om wijziging van voormelde bouwvergunning. De wijzigingen betreffen:

• de afvoer van regenwater door middel van een zaksloot in plaats van infiltratie;

• een verbreding van de uitritten;

• een wijziging in de linkergevel, inhoudende dat er een deur in deze gevel wordt gemaakt;

• het voorzien van een meterkast in iedere bedrijfsunit in het gebouw en

• technische aanpassingen van de noodverlichting, brandmeldinstallaties en brandslanghaspels.

2.4 Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze wijzigingen, zowel op zichzelf beschouwd als afgezet tegen het totale bouwwerk (een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 6.550 m² en een inhoud van 52.980 m³) aan te merken als wijzigingen van ondergeschikte aard met een geringe ruimtelijke uitstraling. De wijzigingen betreffen hoofdzakelijk inpandige veranderingen. Het uiterlijk van het gebouw wordt slechts gewijzigd door plaatsing van een deur in de linkergevel, voor de hoofdmeterkast, die niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. Van een wijziging van de oppervlakte, de inhoud en het materiaalgebruik van het gebouw ten opzichte van het oorspronkelijke bouwplan is geen sprake.

Naar het oordeel van de rechtbank is aldus geen sprake van zodanig ingrijpende wijzigingen dat niet kon worden volstaan met (een aanvraag tot) het wijzigen van de eerder verleende bouwvergunning.

2.4.1 Bij dit oordeel neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Stuwwalrand Parkzone Zuid’ rust op het perceel de bestemming ‘Bedrijventerreinen’. Ingevolge artikel 3.7 van de voorschriften van het bestemmingsplan zijn op gronden met deze bestemming bedrijfsgebouwen toegestaan. De gronden zijn nader aangeduid en liggen gedeeltelijk binnen de aanduiding milieuzone II en gedeeltelijk binnen de aanduiding milieuzone III.

Met de wijzigingen in het bouwplan valt niet aan te nemen dat het bedrijfsgebouw uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet. Zoals staat vermeld in de aanvraagformulieren van 17 juli 2008 en 29 januari 2009, die hebben geleid tot de bouwvergunning van 28 november 2008 respectievelijk 13 maart 2009, zien beide aanvragen op de oprichting van een bedrijfsgebouw. In de omstandigheid dat het gebouw, in het kader van de onderhavige procedure, door partijen wordt aangemerkt als bedrijfsverzamelgebouw en dat is voorzien in de mogelijkheid tot vestiging van meerdere bedrijven in het gebouw, kan geen grond worden gevonden om aan te nemen dat het gebouw in de toekomst mede in strijd met de bestemming zal worden gebruikt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het oorspronkelijke bouwplan ook al voorzag in de – mogelijkheid tot – vestiging van een bedrijfsverzamelgebouw. Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht is zowel in de oorspronkelijke bouwtekeningen als in de bouwtekeningen die ten grondslag liggen aan de onderhavige bouwvergunning voorzien in de vestiging van 7 aparte units in het bedrijfsgebouw, waarin de vestiging van 7 verschillende bedrijven mogelijk is. Aan de omstandigheid dat iedere unit met het wijzigingsplan is voorzien van een meterkast, kan niet die betekenis worden toegekend die eisers daaraan toekennen.

De rechtbank beschikt voorts niet over aanknopingspunten op grond waarvan moet worden aangenomen dat in het bedrijfsgebouw bedrijven worden gevestigd die niet vallen binnen de toegestane milieucategorieën II dan wel III. Voor zover dat het geval zou zijn, staat het eisers vrij verweerder te vragen hiertegen handhavend op te treden.

In dit verband merkt de rechtbank nog op dat uit het bestreden besluit, gelezen in samenhang met het advies van de onafhankelijke bezwarencommissie, voldoende duidelijk blijkt dat verweerder diende te toetsen en ook heeft getoetst aan het bestemmingsplan ‘Stuwwalrand Parkzone Zuid’ en niet aan de 1e herziening daarvan.

2.4.2 Aangezien kon worden volstaan met een wijziging van de eerder verleende bouwvergunning kunnen de beroepsgronden, voor zover die zijn gericht tegen de niet gewijzigde onderdelen van het bedrijfsgebouw en daarmee in feite tegen de bij besluit van 28 november 2008 verleende bouwvergunning, geen doel treffen, reeds omdat dat besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

2.4.3 Aan de omstandigheid dat met het gewijzigde bouwplan tevens wordt voorzien in een verbreding van de uitritten tot de openbare weg kan niet de door eisers gewenste betekenis worden toegekend, reeds nu die werkzaamheden niet bouwvergunningplichtig zijn, maar zijn onderworpen aan een uitwegvergunningplicht. Overigens is uit het verhandelde ter zitting gebleken dat de uitwegvergunning is verleend en dat daartegen bezwaar is gemaakt, waarop nog niet is beslist.

2.5 Eisers hebben betoogd dat verweerder de beslissing op de onderhavige aanvraag had moeten aanhouden, nu de vergunninghouder niet beschikt over de volgens hen vereiste milieuvergunning.

De rechtbank volgt eisers niet in dit betoog, nu niet aannemelijk is gemaakt dat het bouwen tevens is aan te merken als het oprichten of veranderen van een inrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is vereist.

2.6 Eisers hebben voorts betoogd dat onvoldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Voor zover zij hiermee hebben bedoeld te betogen dat het gewijzigde bouwplan in strijd is met de gemeentelijke bouwverordening, verwerpt de rechtbank dit betoog. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat vanwege de wijzigingen in het bouwplan meer parkeerplaatsen zijn vereist dan het aantal van 54 waarin het oorspronkelijke bouwplan reeds voorzag.

2.7 Eisers hebben ten slotte betoogd dat – kort gezegd – het onderhavige bouwplan leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het perceel en tot een toename van de geluidsoverlast en voorts dat het verlenen van de onderhavige bouwvergunning in strijd is met een door verweerder gedane toezegging.

Wat daar verder ook van zij, het limitatieve en imperatieve karakter van – het inmiddels vervallen – artikel 44 van de Woningwet sluit uit dat een bouwvergunning wordt geweigerd op andere gronden dan vermeld in dat artikel. Reeds daarom kunnen die betogen niet leiden tot het door eisers beoogde resultaat.

2.8 De beroepen zijn ongegrond. Voor een veroordeling in proceskosten bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2011.