Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5317

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-02-2011
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
84-071305-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een Apeldoorns sloopbedrijf is veroordeeld tot een geldboete van € 3000,--, waarvan € 750,--. Het bedrijf heeft in strijd met aan een sloopvergunning verbonden voorschriften asbesthoudend vloerzeil uit een zomerhuisje laten verwijderen door niet ter zake deskundige/gecertificeerde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

economische politierechter

parketnummer: 84-071305-10

uitspraak van: 21 februari 2011

tegenspraak/dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

de besloten vennootschap [naam] BV,

gevestigd te [plaats, adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 9 juli 2009,

in de gemeente Apeldoorn,

al dan niet opzettelijk, heeft gesloopt, terwijl daarbij niet werd voldaan aan de op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d en/of g van de Woningwet, immers heeft verdacht toen aldaar uit een zomerhuisje gelegen op percee[perceel te plaats]] in strijd met de (het) voorschrift(en) D.6 en/of D.8 van de door Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn op 30 maart 2009 verleende sloopvergunning (nummer [nummer]), asbesthoudende vloerbedekking (zeil) gesloopt;

verdachte heeft

- bij de verwijdering van die asbesthoudende vloerbedekking (zeil) niet de beste bestaande technieken toegepast om verontreiniging van het milieu met asbest te voorkomen (voorschrift D.6) en/of

- niet voldaan aan de verplichting die asbesthoudende vloerbedekking (zeil) door een deskundig en gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf te laten verwijden en/of af te laten voeren (voorschrift D.8);

(artikel 7b, tweede lid, aanhef en onder d, van de Woningwet)

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Op 9 juli 2009 kwam bij de Arbeidsinspectie een anonieme melding binnen dat er illegaal asbest werd gesaneerd op het adres [perceel te plaats]. Inspecteurs van de Arbeidsinspectie zijn ter plaatse gegaan en hebben geconstateerd2 dat twee personen zonder beschermende maatregelen genomen te hebben bezig waren asbesthoudende vloerbedekking uit een zomerhuisje te verwijderen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Voor de sloop van het zomerhuisje was een sloopvergunning afgegeven. Deze ging vergezeld van een asbestinventarisatierapport. De getuige [getuige A] heeft verklaard dat hij van de verdachte opdracht had gekregen het zomerhuisje voor de sloop gereed te maken, dat wil zeggen te strippen. Getuige [getuige B] heeft verklaard dat [naam 1] hem had meegedeeld dat hij de opdracht om het asbesthoudende zeil uit het zomerhuisje te verwijderen niet hoefde uit te voeren omdat de verdachte voor een andere, goedkopere, oplossing zou kiezen. [naam 2] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat twee mannen bezig waren asbesthoudend zeil uit het zomerhuisje te verwijderen. Verdachte heeft door zo te opereren opzettelijk in strijd met de sloopvergunning gehandeld.

Het gemeentebestuur van Apeldoorn heeft bij besluit van 30 maart 2009 een sloopvergunning3 afgegeven voor de sloop van een woning met bijbehorende opstallen waaronder een zomerhuisje op het adres [perceel te plaats]. In de voorschriften bij de sloopvergunning zijn voorwaarden voor het verwijderen van asbest opgenomen. [naam 1], vertegenwoordiger van de verdachte, heeft ter terechtzitting verklaard dat de opdrachtgever aan de verdachte een sloopvergunning voor het slopen van opstallen op het adres [perceel te plaats] had overgelegd en dat bij de vergunning een asbestinventarisatierapport was gevoegd. Op het moment dat het asbestverwijderingsbedrijf op het perceel bezig was met het saneren van asbesthoudend materiaal uit de hoofdwoning, is [getuige A] bezig gegaan met de voorsloop van het zomerhuisje. Het asbestsaneringsbedrijf zou in eerste instantie ook het asbesthoudende zeil uit het zomerhuisje verwijderen, maar omdat dit te duur was is namens de verdachte tegen het bedrijf gezegd dat de asbestsanering van het zomerhuisje op een later moment zou worden uitgevoerd. [naam 1] heeft verklaard dat hij een week eerder met [getuige A] in zowel de hoofdwoning als het zomerhuisje is geweest. [getuige A] stript altijd de te slopen gebouwen voordat deze door verdachte worden gesloopt en zou ook deze keer de gebouwen voor de sloop verder gereed maken.

Tegenover de verbalisanten heeft [naam 1] verklaard4 dat hij tegen [getuige A] had gezegd dat een asbestsaneringsbedrijf het asbest zou saneren. Getuige [getuige B] heeft verklaard5 dat hij van [naam 1] de opdracht had gekregen om op het adre[perceel te plaats]] gemeente Apeldoorn, asbest te verwijderen. Het betrof onder meer asbesthoudende vloerbedekking uit een zomerhuisje. Op 8 juli 2009 werd hij door [naam 1] gebeld met de mededeling dat het verwijderen van de vloerbedekking te duur was en dat die (vooralsnog) niet door zijn bedrijf verwijderd hoefde te worden. [naam 1] zou een goedkopere oplossing zoeken. Op 9 juli 2009 was hij bezig met het verwijderen van asbest uit de woning. Van zijn medewerker [naam 2] heeft hij gehoord dat die dag twee mannen waren begonnen met het verwijderen van de bewuste vloerbedekking uit het zomerhuisje. Getuige [getuige A] heeft verklaard6 dat hij samen met [naam 1] naar een woning met een garage en een zomerhuisje op het adres [perceel te plaats] was geweest. [naam 1] gaf aan dat hij deze moest strippen om gereed te maken voor de sloop. Strippen hield ook in het weghalen van de vloerbedekking. Hij is er door [naam 1] niet op gewezen dat asbest(houdend materiaal) in het zomerhuisje aanwezig was.

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de verdachte in eerste instantie opdracht had gegeven aan een erkend asbestverwijderingsbedrijf om het asbesthoudende vloerzeil uit het zomerhuisje te verwijderen. Deze opdracht is, schijnbaar in verband met de daaraan verbonden kosten, ingetrokken. Daarna zijn dezelfde werkzaamheden uitgevoerd door niet ter zake deskundige/gecertificeerde personen. Verdachte heeft naar het oordeel van de economische politierechter door het inschakelen van [getuige A] en deze niet in te lichten over het asbesthoudende vloerzeil willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat in strijd met de aan de sloopvergunning verbonden voorschriften zou worden gehandeld.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de economische politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

verdachte op 9 juli 2009 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk heeft gesloopt, terwijl daarbij niet werd voldaan aan de op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d en g, van de Woningwet, immers heeft verdachte toen aldaar uit een zomerhuisje gelegen op percee[perceel te plaats]] in strijd met voorschriften D.6 en D.8 van de door burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn op 30 maart 2009 verleende sloopvergunning (nummer [nummer]) asbesthoudende vloerbedekking (zeil) gesloopt;

verdachte heeft

- bij de verwijdering van die asbesthoudende vloerbedekking (zeil) niet de beste technieken toegepast om verontreiniging van het milieu met asbest te voorkomen (voorschrift D.6) en

- niet voldaan aan de verplichting die asbesthoudende vloerbedekking (zeil) door een deskundig en gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf te laten verwijderen en af te laten voeren (voorschrift D.8).

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de economische politierechter niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete van € 3.000,-. Ter toelichting heeft de officier van justitie aangevoerd dat er ernstige gezondheidsrisico's zijn verbonden aan het niet op de juiste wijze verwijderen van asbesthoudend materiaal, dat er een risico was voor het milieu door het zeil op de onbeschermde bodem te laten liggen en dat deze wijze van verwijdering voor verdachte een economisch voordeel had kunnen opleveren.

De economische politierechter heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De economische politierechter zal aan de verdachte een geldboete opleggen. Ten voordele van de verdachte weegt de economische politierechter mee dat de verdachte nog dezelfde dag het asbesthoudende zeil door een erkend asbestverwijderingsbedrijf heeft laten verwijderen. Om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen zal een deel van de geldboete voorwaardelijk worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen:

- 1,14a, 14b, 14c, 23, 24, 51 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;

- 6 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

De economische politierechter:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 3.000,-;

* bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750,-, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Van Lookeren Campagne, economische politierechter, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

21 februari 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 200901987-1, Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, divisie executieve ondersteuning, team milieu, gesloten en ondertekend op 28 januari 2009.

2 Stamproces-verbaal, vermeld in voetnoot 1, p. 6.

3 Sloopvergunning (nummer [nummer]), p. 85-89.

4 Proces-verbaal van verhoor van [naam 1], p. 25-28.

5 Proces-verbaal van getuige [getuige B], p. 36-40.

6 Proces-verbaal van verhoor van [getuige A], p. 31-33.