Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP2671

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
06/580289-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het ten vervoer aannemen en naar het buitenland brengen van softdrugs en aan cocaïnehandel. De rechtbank veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580289-09

Uitspraak d.d.: 1 februari 2011

Tegenspraak / dip/onip/oip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Somalië) op [1980],

wonende te [plaats],

thans uit andere hoofde gedetineerd in PI Arnhem - De Berg te Arnhem.

Raadsman: mr. E.A.C. Sandberg, advocaat te Vorden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

12 januari, 15 juni, 17 september 2010 en 18 januari 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 18 januari 2011 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 september 2009, te Zutphen en/of in de gemeente Montferland,

en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (in de zin van artikel 1, lid 5 Opiumwet), meerdere kilo's, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van

meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- die hennep met bestemming naar Duitsland ten vervoer aangenomen en/of

- die hennep met bestemming naar Duitsland vervoerd en/of

- (aldus) die hennep naar Duitsland gebracht;

art 3 ahf/ond A Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 4 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 april 2009 tot en met 27 september 2009,

te Zutphen en/of te Vorden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5], in elk geval (telkens)

opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer gebruikershoeveelhe(i)(d)(en)

cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Vanaf oktober 2008 heeft de politie meerdere keren informatie ontvangen van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid en via Meld Misdaad Anoniem over drugshandel in Zutphen.

Zo is medio oktober 2008 informatie binnen gekomen2 bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid inhoudende dat ´[verdachte uit plaats] cocaïne dealt. [verdachte] doet dit voor [medeverdachte A] van [café uit plaats]. De cocaïne is van goede kwaliteit´. De verstrekte informatie kan als betrouwbaar worden aangemerkt.

Op 4 november 2008 is via Meld Misdaad Anoniem een melding3 ontvangen dat de broers [medeverdachte A] en [medeverdachte B] dealen in grote hoeveelheden drugs in Zutphen. De mannen zouden eigenaar zijn van [café], gevestigd [adres 1 te plaats], en [pizzeria 1] dat daarnaast is gelegen. [medeverdachte B] zou zich bezighouden met de hennephandel en [medeverdachte A] met de handel in cocaïne. De mannen zouden zich verplaatsen in een witte Mercedes bus en een grijze Mercedes personenauto.

Eind november 2008 heeft de politie informatie van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid4 ontvangen dat [medeverdachte B] groot is in de cokehandel.

Op 22 februari 2009 is een melding via Meld Misdaad Anoniem ontvangen5 dat Allan [medeverdachte A] een van de grootste drugsjongens is in de omgeving van Zutphen. Hij zou verschillende horecazaken hebben, waaronder [pizzeria 2] [adres 2] en [café], ook aan [adres 1], die hij als dekmantel gebruikt om de drugshandel te verbergen.

Naar aanleiding van onder meer de genoemde meldingen is in overleg met de officier van justitie besloten een strafrechtelijk onderzoek te starten. Daarbij is gebruik gemaakt van bijzondere opsporingsmethoden, waaronder stelselmatige observatie, het plaatsen van peilbakens onder auto's en het tappen van telefoongesprekken. Het onderzoek heeft geleid tot onder meer de aanhouding op 6 oktober 2009 van [verdachte] (verdachte)6.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte C] niet betrouwbaar is nu [medeverdachte C] zich bij de rechter-commissaris heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. Zijn cliënt dient, gelet op het Luca-arrest te worden vrijgesproken nu er geen ander bewijs voorhanden is.

Ook ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hij heeft in dit verband ondermeer aangevoerd dat de medeverdachten onder druk een verklaring hebben afgelegd en dat niet is gebleken dat ten aanzien van de medeverdachten is gehandeld conform de arresten inzake respectievelijk Salduz en Brusco. Nu sprake is van derdenwerking dienen de betreffende verklaringen van het bewijs te worden uitgesloten. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat hoogstens sprake is van het verstrekken van cocaïne over twee periodes van een maand, te weten de maanden mei en september 2009.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Anders dan de raadsman, acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde bewezen en baseert zich daarbij op de volgende bewijsmiddelen.

Verbalisant heeft gerelateerd7 dat op 22 en 23 september 2009 telefoongesprekken zijn afgeluisterd tussen de medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte C], en tussen [medeverdachte A] en verdachte. Daaruit kwam naar voren dat [medeverdachte A] drugs zou leveren aan [medeverdachte C]. Verdachte zou zorgen voor het transport. Verbalisant heeft post gevat nabij de woning van verdachte en heeft gezien dat verdachte aan kwam rijden in een grijze Ford Fiesta met kenteken [kenteken]. Hij parkeerde naast een rode Audi 80. Hij opende de kofferbak van beide auto's. Uit de kofferbak van de Ford Fiesta haalde hij twee volle Big Shoppers. Deze plaatste hij in de kofferbak van de Audi. De Audi is korte tijd later vertrokken. Uit afgeluisterde gesprekken is gebleken dat verdachte naar Duitsland is gereden en de tassen bij [medeverdachte C] heeft afgeleverd.

Uit de vertaalde weergave van tapgesprekken, gevoerd tussen [medeverdachte A] (telefoonnummer [telefoonnummer 2]) en [medeverdachte C] (telefoonnummer [telefoonnummer 1]), komt naar voren dat zij op 22 september 2009 telefonisch contact hebben gehad, waarbij zij spreken over het bij [medeverdachte C] brengen van goederen. [medeverdachte C] vraagt aan [medeverdachte A] of 'morgen goed is'. [medeverdachte A] antwoordt bevestigend8. [medeverdachte C] gaat vervolgens in op de kwaliteit van hetgeen geleverd moet worden. Hij zegt dat hij van het 'gewone' T-shirt alleen wat wil als dat 'van dat andere' is. Hij heeft daar weliswaar niets meer van, maar de mensen willen het niet meer hebben. Hij zal verdachte wel laten zien wat er aan de hand is: het stinkt naar verbrand haar. Onder de microscoop zie je er echter niks aan, aldus [medeverdachte C]. [medeverdachte A] zegt dat hij de planten heeft, hij heeft gezien toen er geknipt werd. Hij weet niet wat er mis is gegaan.

[medeverdachte A] belt kort daarna met verdachte en zegt dat verdachte "zijn telefoon morgenvroeg moet aanhouden"9.

Op 23 september 2009 hebben meerdere telefoongesprekken plaats gevonden tussen [medeverdachte A] en [medeverdachte C], alsmede tussen [medeverdachte A] en verdachte. In chronologische volgorde geplaatst is de weergave van deze gespreken als volgt:

- 10:17:10 uur belt [medeverdachte C] naar [medeverdachte A]10. [medeverdachte A] zegt dat hij op die jongen wacht en dan op weg gaat.

- 11:05:07 uur belt [medeverdachte A] naar [medeverdachte C]11 en zegt dat hij nog op die klootzak zit te wachten. Hij kan goedkoop aan 'die dure' komen en hij wil weten of [medeverdachte C] daar wat mee kan. [medeverdachte C] zegt daarop: "misschien". Hij vraagt of [medeverdachte A] 'die dure, die andere' ook meebrengt.

- 12:22:10 uur belt [medeverdachte C] naar [medeverdachte A]12. [medeverdachte A] zegt dat hij over 20 minuten gaat rijden. [medeverdachte C] geeft aan dat hij een probleem heeft: hij moet naar de tandarts om twee uur. [medeverdachte A] geeft aan dat ze het dan later maken: ze komen als [medeverdachte C] terug is van de tandarts. [medeverdachte C] denkt om drie uur terug te zijn, waarop [medeverdachte A] zegt dat niet hij komt, maar dat die donkere jongen zal komen. [medeverdachte C] informeert dan of hij hem de rest van het geld zal meegeven. [medeverdachte A] antwoordt daarop bevestigend.

- 13.51.31uur belt [medeverdachte A] naar verdachte13. Verdachte zegt: "kom eraan". [medeverdachte A] zegt: "kom naar buiten".

- 15.15.44 uur belt [medeverdachte C] naar [medeverdachte A]14. [medeverdachte A] denkt dat 'hij' er over 40 minuten is. Hij rijdt in een Ford Fiesta, een kleine auto.

- 15.34.07 uur belt [medeverdachte A] naar verdachte15. Hij vraagt waar verdachte is. Verdachte zegt dat hij halverwege is en 20 km van Oberhausen is.

- 15:48:48 uur belt [medeverdachte A] naar [medeverdachte C]16. [medeverdachte A] zegt: "de gewone (regular) zit in de blauwe tas en in de zwarte tas zitten twee zakken in één...dat is de dure. Dan is er eentje... en dat is de goedkoopste. [medeverdachte C] informeert hoeveel de 'goedkopere' kost. [medeverdachte A] antwoordt dat de 'goedkoopste' 1200 is. Hij denkt dat 'hij' met 20 minuten bij [medeverdachte C] is.

- 16.12.18 uur belt [medeverdachte C] naar verdachte17. [medeverdachte A] informeert of 'hij' er is. [medeverdachte C] zegt dat 'hij' al weg is. Vervolgens gaat het gesprek over de levering. [medeverdachte C] is niet tevreden, omdat in één van de tassen die hij heeft ontvangen erg veel 'fucht' zit. [medeverdachte A] zegt dat hij maar even moet kijken wat droog is en wat vochtig en dan maken ze een prijs af.

- 16.29.36 uur belt [medeverdachte C] naar [medeverdachte A]18. [medeverdachte C] is niet tevreden over de kwaliteit. Hij heeft het uitgespreid en er zitten veel steeltjes in en heel erg veel 'growth'. Volgens [medeverdachte C] is dat pulver. Bovendien was de andere bovenin goed, maar onderin niet. Het ruikt wel hetzelfde als wat [medeverdachte A] hem in de auto heeft gegeven, maar het ziet er niet hetzelfde uit. Dat was A-kwaliteit en dit is C- of D-kwaliteit, aldus [medeverdachte C].

Wat betreft de telefoonnummers wordt opgemerkt dat [medeverdachte C] heeft verklaard19 dat hij thans gebruik maakt van een telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 1]. Medeverdachte Van Druten heeft verklaard20 dat hij het telefoonnummer [telefoonnummer 2] van [medeverdachte A] heeft. Volgens de als verdachte gehoorde [naam 1] is het telefoonnummer van verdachte

[telefoonnummer 3]21.

Uit de tapgesprekken kan worden afgeleid dat verdachte in opdracht dan wel op verzoek van [medeverdachte A] op 23 september 2009 drugs naar [medeverdachte C] heeft gebracht. Dit komt ook naar voren uit de verklaring van [medeverdachte C].

[medeverdachte C], woonachtig in [plaats] (Duitsland) aan [adres], heeft verklaard22 dat hij cannabis heeft gekocht van [medeverdachte A]. Hij heeft vanaf april 2009 contact met [medeverdachte A] en hij heeft [medeverdachte A] in een coffeeshop leren kennen23. [medeverdachte A] wilde voor hem wel diverse softdrugs, te weten cannabis en hasj, naar Duitsland brengen. Meestal betrof het cannabis. Hiermee bedoelt hij wiet. Telefonische bestelde hij softdrugs bij [medeverdachte A]. [medeverdachte A] kwam dan één keer per 7 à 10 dagen met de auto naar Duitsland. Ook een persoon die hij, [medeverdachte C], [bijnaam medeverdachte C] noemt, kwam wel eens om hennep te brengen. Op foto's die hem zijn getoond heeft [medeverdachte C] [bijnaam medeverdachte C] [verdachte] (verdachte) en [medeverdachte A] herkend24.

Voor zover verdachte heeft verklaard dat hij niet in Duitsland is geweest op 23 september 2009 overweegt de rechtbank dat verdachte geen alibi heeft en dat hij geen verklaring heeft weten te geven met betrekking tot de telefoontap dat hij 20 minuten van Oberhausen is. De rechtbank acht zijn verklaring om die reden niet geloofwaardig.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte op 23 september 2009 twee tassen van de Ford Fiesta heeft overgeladen in de Audi. In de tussen [medeverdachte A] en [medeverdachte C] getapte gesprekken gaat het eveneens over twee tassen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de hoeveelheid drugs in deze tassen minder heeft bedragen dan 30 gram.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het op 23 september 2009 opzettelijk drugs vervoeren en afleveren in het buitenland. De rechtbank overweegt dat tussen verdachte en [medeverdachte A] en tussen [medeverdachte A] en [medeverdachte C] sprake is van bewuste nauwe en volledige samenwerking. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de verklaring van [medeverdachte C] niet betrouwbaar is nu hij zich bij de rechter-commissaris heeft beroepen op zijn verschoningsrecht, overweegt de rechtbank dat het enkele feit dat [medeverdachte C] zich bij de rechter-commissaris heeft beroepen op zijn verschoningsrecht niet betekent dat de door hem bij de politie afgelegde verklaring niet betrouwbaar kan worden geacht. De verklaring van [medeverdachte C] wordt door meerdere bewijsmiddelen ondersteund. Zo heeft hij over diverse tapgesprekken een, naar het oordeel van de rechtbank, geloofwaardige verklaring afgelegd en heeft hij verdachte herkend op een aan hem getoonde foto. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat niets in de weg staat aan het gebruik voor het bewijs van de verklaring van [medeverdachte C] dat hij verdachte op de foto heeft herkend. De stelling van de raadsman dat aan een dergelijke herkenning geen enkele bewijskracht toekomt, vindt geen steun in het recht. De rechtbank verwerpt de verweren.

De rechtbank acht voor het bewijs ten slotte van belang de verklaring van [medeverdachte A]25 dat de drugs die in de panden [adres 3 te plaats] en [adres 1 te plaats] zijn aangetroffen van hem zijn. De rechtbank overweegt in dit verband dat op 28 september 2009 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in het perceel [adres 3 te plaats]26. Bij de doorzoeking zijn vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen27. De bij de zoeking aangetroffen stoffen zijn getest door middel van de MMC Narcotic Identification Test28. Verbalisant heeft gerelateerd dat zij de stof herkende aan de geur als zijnde hasjiesj. Uit de test van de stof, waarbij gebruik werd gemaakt van het testbuisje ten behoeve van het testen van cannabis, bleek dat de stof kennelijk THC bevatte. [medeverdachte A] heeft verklaard29 dat hij de eigenaar is van de drugs.

Op 28 september 2009 heeft verder een doorzoeking plaatsgevonden in het perceel [adres 1 te plaats] en de daarboven gelegen woning Zutphen30. Uit het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming komt naar voren31 dat daarbij onder meer (vermoedelijk) drugs is aangetroffen. De bij deze zoeking aangetroffen stoffen zijn eveneens getest door middel van de MMC Narcotic Identification Test32. Verbalisant heeft de stoffen herkend als respectievelijk hennep en hasjiesj. Uit de testen van de genoemde materialen, waarbij gebruik werd gemaakt van het testbuisje ten behoeve van het testen van cannabis, bleek dat de stoffen kennelijk THC bevatten. [medeverdachte A] heeft verklaard33 dat hij de eigenaar is van de drugs.

Feit 2

De raadsman heeft aangevoerd dat de medeverdachten onder druk een verklaring hebben afgelegd en dat niet is gebleken dat daarbij is gehandeld conform eisen voortvloeiend uit de arresten inzake respectievelijk Salduz en Brusco. Nu sprake is van derdenwerking dienen de betreffende verklaringen van het bewijs te worden uitgesloten, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich niet heeft uitgelaten over eventuele rechtsgevolgen van de schending van Salduz-normen in de zaken van medeverdachten. Noch uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden noch uit de door de raadsman aangehaalde jurisprudentie dan wel enige andere jurisprudentie volgt dat niet langer zou mogen worden uitgegaan van de zogeheten Schutznorm. De ratio daarvan is daarin gelegen dat de verdachte in beginsel geen beroep toekomt op schending van rechtsnormen, voor zover die normen jegens een ander dan de verdachte zijn geschonden. Anders dan door de raadsman is betoogd, is door het jegens de diverse medeverdachten begane vormverzuim, zou daarvan al sprake zijn, naar het oordeel van de rechtbank geen inbreuk gemaakt op de rechtens te beschermen belangen van de verdachte.

Hieruit volgt dat de door de medeverdachten ten overstaan van verbalisanten afgelegde verklaringen in beginsel kunnen worden gebezigd voor het bewijs. Overigens is niet gebleken dat de medeverdachten op enige wijze onder druk zijn gezet om een verklaring af te leggen. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit als volgt.

[naam 1] heeft verklaard34 dat verdachtes telefoonnummer [telefoonnummer 3] is.

Met dit nummer heeft verdachte met meerdere personen contact gehad. Deze personen zijn vervolgens verhoord in het onderzoek naar het dealen van drugs door verdachte.

Verbalisant heeft gerelateerd35 dat hij met [naam 1] heeft gesproken. [naam 1] verklaarde tegenover hem dat de in de taps genoemde prijzen de prijzen betroffen die hij voor drugs moest betalen. In zijn verklaring wilde hij echter hebben opgenomen dat hij voor flessen drank moest betalen. [naam 1] heeft in dit verband verklaard36 dat hij op 7 september 2009 flessen drank heeft gekregen van verdachte. Hij moest voor vijf flessen € 170 betalen. Verdachte kwam daarvoor naar Warnsveld.

[naam 4] heeft verklaard37 dat hij wel eens cocaïne van verdachte gekocht en dat hij € 50 per zakje moest betalen. Hij kreeg altijd een envelopje met daarin de cocaïne. Hij heeft twee keer contact over cocaïne gehad met verdachte. Eén keer heeft hij het opgehaald. Hij had toen met verdachte afgesproken bij de ABN-bank te Zutphen. De andere keer heeft verdachte twee gram cocaïne gebracht en bij zijn, [naam 4]s woning aan de [adres te plaats], aan zijn vriendin afgegeven. [naam 4] heeft over de op 5 september 2009 getapte gesprekken verklaard dat een afspraak werd gemaakt voor het leveren van cocaïne.

Ook uit hetgeen [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard komt naar voren dat verdachte cocaïne dealde. Zo heeft [naam 2] naar aanleiding van een aan hem voorgehouden tapgesprek van 1 mei 2009 om 20.10 uur verklaard38 dat hij een gesprek had met verdachte. Hij heeft een halve gram cocaïne gekocht van verdachte. Hij kreeg het in een klein envelopje en moest daarvoor € 25 betalen. Hij kent verdachte als dealer van cocaïne.

[naam 3], in Zutphen woonachtig, heeft op 15 oktober 2009 verklaard39 dat hij sinds een jaar cocaïne koopt bij verdachte. Hij moest € 40 per gram betalen en kreeg de cocaïne in zogenaamde sealtjes, ook wel envelopjes genoemd. Hij had wisselend contact met verdachte, soms eens in de twee (de rechtbank begrijpt dit als eens in de twee weken), soms meerdere malen per week. Naar aanleiding van tapgesprekken die hem zijn voorgehouden, heeft [naam 3] verklaard dat hij op 16 mei 2009 om 01.13 uur contact heeft gehad met verdachte omdat hij cocaïne wilde hebben. Ze hebben afgesproken bij het tankstation. Daarnaar gevraagd heeft [naam 3] verklaard dat ze hiermee het eerste tankstation aan de rechterkant bedoelden dat men bij binnenkomst in Vorden tegenkomt. [naam 3] heeft verder verklaard dat hij om 06.52 uur naar verdachte heeft ge-sms't, omdat hij wilde dat verdachte 1 gram cocaïne voor hem zou leggen in zijn, [naam 3]s, brievenbus. Hij zou geld in de brievenbus leggen, dat verdachte eruit kon pakken als hij de cocaïne erin zou leggen. Op 17 mei 2009 wilde hij ook 1 gram.

Volgens [naam 3] belde verdachte hem ook uit zichzelf op met de vraag of hij wat nodig had. [naam 3] heeft verder verklaard dat hij op 23 mei 2009 tussen 19.18 en 20.09 uur gesprekken heeft gevoerd met verdachte. Verdachte wilde wel cocaïne leveren, maar hij wilde niet komen als [naam 3] niet kon betalen. [naam 3] heeft verdachte op 26 mei 2009 om 02.42 uur ook benaderd voor de levering van cocaïne.

Uit de verklaring van Hazenbrink komt naar voren dat verdachte soms meer dan een gebruikershoeveelheid leverde. Hazenbrink heeft verklaard40 dat hij af en toe cocaïne koopt van verdachte. Hij moest € 50 per gram betalen. Als hij meer tegelijk kocht, kreeg hij korting.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 23 september 2009, te Zutphen en/of in de gemeente Montferland, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (in de zin van artikel 1, lid 5 Opiumwet), een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

immers hebben verdachte en/of zijn mededaders

- die hennep met bestemming naar Duitsland ten vervoer aangenomen en

- die hennep met bestemming naar Duitsland vervoerd en

- aldus die hennep naar Duitsland gebracht;

2.

hij in de periode van 1 april 2009 tot en met 27 september 2009, te Zutphen en/of te Vorden en/of elders in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd aan [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en [naam 5], een of meer gebruikershoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De raadsman heeft betoogd dat een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van 44 dagen voldoende recht doet aan de ernst van het (tweede) feit.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee drugsdelicten: (1) het ten vervoer aannemen en naar het buitenland brengen van softdrugs en (2) cocaïnehandel. Hierdoor heeft hij bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Algemeen bekend is dat dergelijke activiteiten plegen te leiden tot nadelige maatschappelijke gevolgen als gezondheidsschade voor gebruikers en sociale overlast. Daarnaast kunnen dergelijke activiteiten leiden tot verstoring van de internationale betrekkingen.

De rechtbank houdt rekening met zijn justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte in 2005 is veroordeeld voor een drugsgerelateerd delict.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling van 27 augustus 2010 bij de politierechter van deze rechtbank.

De rechtbank acht de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij ook acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen:

- 10, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 11 en 13 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Troost, voorzitter, Heenk en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 februari 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0630/09-202833, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 4 november 2009.

2 Proces-verbaal van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid, p.187

3 Mutatie betreffende een melding via het Meldnet, p.189

4 Proces-verbaal terzake CIE-informatie, p.196

5 Mutatie betreffende een MMA-melding, p.190/191

6 Proces-verbaal van aanhouding, p.139

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.272/273

8 Telefoontap van 22 september 2009, 21:06:36 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

9 Telefoontap van 22 september 2009, 21:30:30 uur, p.275

10 Telefoontap van 23 september 2009, 10:17:10 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

11 Telefoontap van 23 september 2009, 11:05:07 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

12 Telefoontap van 23 september 2009, 12:22:10 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

13 Telefoontap van 23 september 2009, 13:51:31 uur, p.288

14 Telefoontap van 23 september 2009, 15:15:44 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

15 Telefoontap van 23 september 2009, 15:34:07 uur, p.293

16 Telefoontap van 23 september 2009, 15:48:48 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

17 Telefoontap van 23 september 2009, 16:12:18 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

18 Telefoontap van 23 september 2009, 16:29:36 uur, aan het proces-verbaal toegevoegd onder XII

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.551

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.410

21 Proces-verbaal van verhoor van de als verdachte gehoorde [naam 1], p.610

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.479

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.546-548

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.555

25 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.61

26 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.312

27 Proces-verbaal, onderzoek drugs Zutphen, p.343/344

28 Proces-verbaal Narcotic Identification Test (hennep), p.805/806

29 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte A], p.61

30 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.320

31 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, ongenummerd (te vinden in het mapje

'Doorzoeking')

32 Proces-verbaal Narcotic Identification Test, p.789/790

33 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte A], p.61

34 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 1], p.610

35 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, p.608

36 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 1], p.612

37 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 4], p.578-580

38 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 2], p.629

39 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 3], p.678-683

40 Proces-verbaal van verhoor van als verdachte gehoorde [naam 5], p.710-711