Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP0621

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-01-2011
Datum publicatie
12-01-2011
Zaaknummer
06/850083-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt een man vrij die ervan werd verdacht als bedrijfsleider van een bloemenwinkel twee stagiaires onzedelijk te hebben betast. Naast de aangiftes is er onvoldoende ondersteunend bewijs waaruit de rechtbank de overtuiging heeft kunnen verkrijgen dan de man de feiten zou hebben begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850083-09

Uitspraak d.d.: 12 januari 2011

Tegenspraak / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1980],

wonende te [adres].

Raadsman: P.H.J.N. Aarnoudse, advocaat te Deventer.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

29 december 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstp(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007

tot en met 30 juni 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, (telkens) ontucht heeft

gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [slachtoffer A], geboren op [1990], immers heeft hij

opzettelijk ontuchtig meermalen, althans eenmaal de bil(len) van die [slachtoffer A]

betast;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober

2007 tot en met 30 juni 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, (telkens) door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het plegen

en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het

knijpen in de bil(len) en/of het slaan op de bil(len) en bestaande dat geweld

of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die

andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit

- het onverhoeds benaderen van die [slachtoffer A] en/of

- het onverhoeds knijpen en/of slaan in/op de bil(len) van die [slachtoffer A] en/of

- de omstandigheid dat verdachte de stagebegeleider van die [slachtoffer A] was

en/of

- aldus misbruik/gebruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen

voortvloeiende overwicht;

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 9 januari 2009 te Gorssel, gemeente Lochem, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit kussen op de mond en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het onverhoeds vastpakken en/of (vervolgens) vasthouden van de arm(en) en/of

rug van die [slachtoffer A] en/of

- het onverhoeds (met kracht) duwen van zijn mond tegen de mond van die

[slachtoffer A];

art 246 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2008 tot en met 8 januari 2009 te Gorssel, gemeente Lochem, en/of elders in

Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer B] heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handeling(en), bestaande uit

- het meermalen, althans eenmaal wrijven over de dijbenen van die

[slachtoffer B] en/of

- het meermalen, althans eenmaal zoenen op de mond van die [slachtoffer B] en/of

- het meermalen, althans eenmaal met zijn geslachtsdeel tegen de billen van

die [slachtoffer B] duwen en/of het maken van zogenoemde "rijdende" bewegingen

en/of

- het meermalen, althans eenmaal betasten van de borsten van die [slachtoffer B]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het onverhoeds benaderen van die [slachtoffer B] en/of

- het (onverhoeds) vastpakken (van de armen) van die [slachtoffer B] en/of

- het (onverhoeds) betasten van de borsten van die [slachtoffer B] en/of

- de omstandigheid dat verdachte de werkgever, althans de stagebegeleider van

die [slachtoffer B] was en/of

- aldus misbruik/gebruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen

voortvloeiende overwicht;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek2

Bij de politie is op 13 januari 2009 een telefonische melding binnengekomen van een docente van de Agrarische School AOC te Twello dat twee leerlingen van de school hadden verteld op hun stageadres onzedelijk betast te zijn door de bedrijfsleider. Er is een afspraak gemaakt met aangeefsters voor een intakegesprek. Verdachte is op de avond van 15 januari 2009, de dag voordat met de aangeefsters gesproken zou worden naar de politie gegaan om te laten weten dat hij van de beschuldigingen op de hoogte was, maar dat deze onterecht waren.

Met de aangeefsters is gesproken, waarna zij aangifte hebben gedaan.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde. Zij is van mening dat de aangiftes en de verklaringen die door aangeefsters bij de rechter-commissaris zijn afgelegd elkaar ondersteunen. Het patroon van door verdachte beweerdelijk verrichte handelingen komt overeen. Deze verklaringen zijn, samen met het overige steunbewijs, voldoende betrouwbaar en overtuigend om te komen tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De verdachte heeft ontkend de ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd. Hij veronderstelt dat de aangiftes uit wraak zijn gedaan omdat een andere stagiaire dan aangeefsters een vaste baan aangeboden heeft gekregen.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefsters niet betrouwbaar zijn. Aangeefster [slachtoffer A] heeft wisselend verklaard over hetgeen haar overkomen zou zijn en wanneer haar dit overkomen zou zijn. Zij had een goed contact met de eigenaar van de bloemenwinkel, maar heeft hem niets gemeld over de handelingen die door verdachte zouden zijn verricht. Op het moment dat een vriendin van haar daar ook stage wilde lopen, heeft zij daar enthousiast op gereageerd, hetgeen niet logisch lijkt indien haar iets vervelends overkomen zou zijn. Verdachte ontkent niet dat hij aangeefster op 9 januari 2009 drie kussen heeft gegeven. Dit is vrijwillig gebeurd.

Aangeefsters hebben tijdens de gesprekken met de stagebegeleidster van school nooit melding gemaakt dat er iets was voorgevallen. Indien daar wel sprake van zou zijn geweest, mocht van de school verwacht worden dat er actie ondernomen zou worden. Ook zijn getuigen gehoord die intensief met verdachte samenwerken, ook in de periode dat aangeefsters stage hebben gelopen. Zij hebben nimmer iets gemerkt aan aangeefsters en verdachte en kunnen zich een dergelijk gedrag van verdachte niet voorstellen.

Beoordeling door de rechtbank

Naast de aangiftes van [slachtoffer A] en [slachtoffer B] is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende ondersteunend bewijs waaruit de rechtbank de overtuiging heeft kunnen verkrijgen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.000,-- ingediend ten aanzien van het onder 1 en 2 ten lastegelegde.

De benadeelde partij zal in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van deze feiten.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering met veroordeling van deze benadeelde partij in de proceskosten door verdachte gemaakt, tot op deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Feraaune, voorzitter, Kleinrensink en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0630/09-201948, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 3 april 2009

2 Pag. 4 en 5 van het hiervoor in voetnoot 1 vermelde proces-verbaal.