Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BU3642

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-11-2010
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
06/950332-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft aan een medeverdachte informatie verstrekt over een grote woning, met mooie spullen erin, waar hij te gast was geweest. Niet lang daarna is de woning overvallen door drie mannen, van wie er twee een bivakmuts droegen en er één een (vuur)wapen had. De bewoners, een echtpaar en hun zestienjarige dochter, werden tijdens de overval gekneveld met tape. Er werd een grote hoeveelheid goederen (voornamelijk juwelen) buit gemaakt. De rechtbank acht verdachte medeplichtig aan deze overval, omdat hij informatie verstrekt heeft waardoor deze woning bij de overvallers, die in de omgeving niet bekend waren, in beeld kwam.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijke strafdeel is in het vonnis opgenomen dat verdachte zich zal laten begeleiden door de reclassering in verband met zijn gedragsproblematiek en cannabisverslaving. Daarnaast is de door aangever gevraagde schadevergoeding toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950332-10

Uitspraak d.d.: 8 november 2010

tegenspraak / dnb

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1988],

wonende te [plaats, adres],

Raadsman: mr. Kant, advocaat te Almelo

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 oktober 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[medeverdachte A] op of omstreeks 04 januari 2010 te [plaats], gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

- een portemonnee (onder meer inhoudende ongeveer 160 Euro en/of 50 USA dollar en/of een (Rabo)bankpas en/of een (Fortis)bankpas en/of een VISA creditcard en/of een KLM creditcard (op naam van [slachtoffer A]) ) en/of

- een mobiele telefoon en/of (een) autosleutel(s) en/of

- een portemonnee (onder meer inhoudende een ID-kaart en/of een (Rabo)bankpas en/of een school ID-kaart en/of een bromfietsrijbewijs (op naam van [slachtoffer B]) )

en/of

(in/uit een kluis in die woning)

- vijf, althans een aantal kentekenbewijzen/bewijs en/of een (reserve)autosleutel en/of een trouwboekje

en/of een of meer andere goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of diens/hun mededader(s) en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachto[slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s)

- gekleed in (een) bivakmuts(en), althans voorzien van camouflerende hoofdbedekking en/of handschoen(en), bij die woning hebben/heeft aangebeld en/of aangeklopt, althans bij een (voor)deur van die woning is/zijn gaan staan en/of

- (een) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en) aan die [slachto[slachtoffer A] heeft/hebben getoond en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer A] heeft/hebben gedwongen de toegang tot die woning te verschaffen, althans die woning is/zijn binnen gedrongen en/of met dat/die/een (vuur)wapen(s), althans met dat/die daarop gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben gezwaaid en/of met die/dat (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) op- en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer A]

en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben gericht en/of tegen die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Liggen" en/of

- die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden (met tape) en/of

- aan die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat ook hun mond(en) werden afgetaped als deze zich niet rustiger zou(den) houden en/of

- op agressieve toon (meermalen) tegen die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Geld "en/of op dwingende toongevraagd: " Waar is de kluis? In dit huis moet een kluis zijn?" en/of

- aan die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat deze minstens 10 minuten moest(en) wachten (voordat deze hulp mocht(en) halen), althans woorden van gelijke aard of strekking

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 januari 2010, althans op (een) tijdstip(pen) in de periode 1 december 2009 tot en met 4 januari 2010 te [plaats], gemeente Bronckhorst, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- inlichtingen aan die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) te verstrekken met betrekking tot een of meer dure en/of interessante goed(eren) die zich in deze woning bevond(en) en/of met betrekking tot de bewo(o)n(st)er(s) van die woning en/of

- een of meer gesprek(ken) te voeren met die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) met betrekking tot het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd misdrijf uitgevoerd kon worden en/of

- met een of meer auto('s) naar die woning toe te rijden en/of aan die [medeverdachte A] en/of aan diens mededader(s) die woning aan te wijzen en/of

- met en/of vanuit een of meer auto('s) die woning te observeren;

ALTHANS, dat

[medeverdachte A] op of omstreeks 04 januari 2010 te Laag-Keppel, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer A] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van

- een portemonnee (onder meer inhoudende ongeveer 160 Euro en/of 50 USA dollar en/of een (Rabo)bankpas en/of een (Fortis)bankpas en/of een VISA creditcard en/of een KLM creditcard (op naam van [slachtoffer A]) ) en/of

- een mobiele telefoon en/of (een) autosleutel(s) en/of

- een portemonnee (onder meer inhoudende een ID-kaart en/of een (Rabo)bankpas en/of een school ID-kaart en/of een bromfietsrijbewijs (op naam van [slachtoffer B]) ) en/of

(in/uit een kluis in die woning)

- vijf, althans een aantal kentekenbewijzen/bewijs en/of een (reserve)autosleutel en/of een trouwboekje

en/of een of meer andere goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s)

- gekleed in (een) bivakmuts(en), althans voorzien van camouflerende hoofdbedekking en/of handschoen(en), bij die woning hebben/heeft aangebeld en/of aangeklopt, althans bij een (voor)deur van die woning is/zijn gaan staan en/of

- (een) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en) aan die [slachto[slachtoffer A] heeft/hebben getoond en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer A] heeft/hebben gedwongen de toegang tot die woning te verschaffen, althans die woning is/zijn binnen gedrongen en/of met dat/die/een (vuur)wapen(s), althans met dat/die daarop gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben gezwaaid en/of met die/dat (vuur)wapen(s)/

voorwerp(en) op- en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben gericht en/of tegen die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Liggen" en/of

- die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden (met tape) en/of

- aan die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat ook hun mond(en) werden afgetaped als deze zich niet rustiger zou(den) houden en/of

- op agressieve toon (meermalen) tegen die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Geld "en/of op dwingende toon gevraagd: " Waar is de kluis? In dit huis moet een kluis zijn?" en/of

- aan die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer B] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat deze minstens 10 minuten moest(en) wachten (voordat deze hulp mocht(en) halen), althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 januari 2010, althans op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 december 2009 tot en met 4 januari 2010 te [plaats], gemeente Bronckhorst, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- inlichtingen aan die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) te verstrekken met betrekking tot een of meer dure en/of interessante goed(eren) die zich in deze woning bevond(en) en/of met betrekking tot de bewo(o)n(st)er(s) van die woning en/of

- een of meer gesprek(ken) te voeren met die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) met betrekking tot het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd misdrijf uitgevoerd kon worden en/of

- met een of meer auto('s) naar die woning toe te rijden en/of aan die [medeverdachte A] en/of aan diens mededader(s) die woning aan te wijzen en/of

- met en/of vanuit een of meer auto('s) die woning te observeren.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte, omdat deze op 23 maart 2010 als getuige door de politie is gehoord, terwijl hij reeds op dat moment als verdachte van de overval werd beschouwd, of dit althans zo gezien mocht worden, gelet op de connecties tussen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte A]. Nu verdachte tijdens dit verhoor ten onrechte niet op zijn rechten als verdachte is gewezen en hij van die rechten dan ook geen gebruik heeft kunnen maken, mag al hetgeen uit deze verklaring is voortgevloeid volgens de raadsman niet tot bewijs dienen. Om die reden dient het openbaar ministerie niet ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van verdachte, aldus de raadsman.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, aangezien in het onderhavige politieonderzoek veel kleine aanwijzingen met elkaar in verband zijn gebracht en zeer veel namen naar boven zijn gekomen voordat verdachte in beeld kwam. Pas na het verhoor van verdachte als getuige en het uitlezen van diens telefoon (overigens met zijn toestemming), bleken er meerdere contacten te zijn met andere verdachten in het dossier, terwijl hij ook de dochter van aangever bleek te kennen. Op basis daarvan is hij uiteindelijk als verdachte aangemerkt. Ten tijde van zijn verhoor op 23 maart 2010 was er te weinig dat in zijn richting wees om hem als verdachte te kunnen of moeten aanmerken.

De rechtbank stelt voorop dat de beantwoording van de vraag of verdachte op 23 maart 2010 (reeds) als verdachte had moeten worden aangemerkt, sterk verweven is met de waardering van de feiten en omstandigheden die op dat moment bekend waren. Meer in het bijzonder is van belang in hoeverre uit deze feiten en omstandigheden toen al een redelijk vermoeden kon bestaan dat de verdachte zich had schuldig gemaakt aan enig strafbaar feit. Nu de raadsman niet heeft aangegeven op grond van welke (andere) feiten en omstandigheden dat vermoeden ten aanzien van verdachte reeds ten tijde van het verhoor op 23 maart 2010 bestond, is de stelling van de raadsman naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verwerpt daarom het verweer en stelt vast dat het openbaar ministerie (ook overigens) ontvankelijk is in de vervolging van verdachte.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Aanleiding tot het onderzoek2 was de telefonische melding van een overval op de woning van de familie [slachtoffer A] aan de [adres] te [plaats] (gemeente Bronckhorst) op 4 januari 2010.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard. De officier heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaringen van verdachte, de aangifte en de diverse bevindingen van de politie. Voorts heeft de officier van justitie betoogd dat verdachte weliswaar heeft verklaard dat hij onder druk is gezet door medeverdachte [medeverdachte A], maar dat deze stelling door hem onvoldoende is onderbouwd, zodat niet aannemelijk is geworden dat hij niet anders kon dan toegeven aan de wensen van [medeverdachte A]. Daarnaast heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte, gezien de kennis die hij over medeverdachte [medeverdachte A] had en gelet op hetgeen hij daar zelf over heeft verklaard, op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat [medeverdachte A] van plan was een strafbaar feit te plegen. De officier van justitie concludeert daaruit dat verdachte (tenminste) voorwaardelijk opzet heeft gehad op de door [medeverdachte A] en zijn mededaders gepleegde overval.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat hij geen inlichtingen zou hebben verschaft met betrekking tot (voor een dief) interessante goederen in de woning van aangever of de bewoners van die woning en hij evenmin gesproken zou hebben over een (geschikt) tijdstip voor uitvoering van de overval. Het aanwijzen van de woning levert in de visie van de raadsman ook geen medeplichtigheid aan die overval op. Immers, een buitenstaander zou bij het zien van deze woning al kunnen zien dat deze een meer dan gemiddelde waarde heeft en dat de zich daarin bevindende goederen waarschijnlijk ook van bovengemiddelde waarde zullen zijn. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat niet uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de woning heeft geobserveerd. Ten slotte heeft de raadsman betoogd dat het voor een veroordeling voor medeplichtigheid vereiste opzet van verdachte op bevordering van het (uiteindelijk) door de medeverdachten gepleegde misdrijf ontbrak.

Beoordeling door de rechtbank

Partiële vrijspraak

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte met [medeverdachte A] en/of een van diens mededaders gesproken heeft over een (geschikt) tijdstip voor uitvoering van de overval. Evenmin is bewezen dat verdachte de woning heeft geobserveerd. Verdachte zal van die onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewijs

Op 4 januari 2010 omstreeks 18.00 uur waren aangever [slachtoffer A], diens echtgenote [slachtoffer C] en hun dochter [slachtoffer B] aanwezig in hun woning aan de [adres] te [plaats], gemeente Bronckhorst. Aangever bevond zich samen met zijn echtgenote in de keuken; hun dochter zat boven op haar kamer.3 Op een gegeven moment werd er op het raam geklopt. Aangevers vrouw, getuige [slachtoffer C], zag dat er een jongeman buiten stond.4

Aangever liep naar de voordeur, opende deze en zag dat er iemand voor hem stond. Deze persoon zei dat hij voor de bevroren leiding kwam. De man werd vergezeld door twee personen die zwarte bivakmutsen droegen. Eén van die twee had een pistool in zijn handen en toonde dat aan aangever. Het wapen leek een soort Browning, een legerwapen.5 Getuige [slachtoffer C] verklaarde later dat het wapen niet extreem groot was, dat het een rechte loop had en 'ribbeltjes' aan de zijkant. Zij kon niet zien of het een echt wapen was, maar het leek er wel op.6 Alle drie de mannen droegen zwarte stoffen handschoenen. Zij drongen zich aan aangever op en dwongen hem achteruit de hal in te lopen, waarbij het pistool continu zichtbaar gedragen werd. De loop van het wapen wees meestal naar de grond, maar er werd ook met het pistool gezwaaid.

In de hal zei een van de personen tegen aangever 'Liggen!' en wees daarbij naar een plek in de hal. Aangever ging daar op zijn knieën zitten, met zijn gezicht in de richting van de drie mannen. Vervolgens werd hem gezegd dat hij de mannen niet aan mocht kijken. De polsen van aangever werden achter zijn rug gekneveld met tape. Een van de kleinere personen ging de keuken in en kwam korte tijd later terug met de vrouw van aangever, die ook in de gang moest gaan zitten. Later werden haar armen en benen vast getapet. Op de vraag of er nog meer personen in de woning aanwezig waren, antwoordde aangevers vrouw ontkennend, maar een van de kleinere personen liep naar boven en kwam even later terug met de dochter van het gezin, [slachtoffer B]. Ook zij werd in de hal neergezet en ook haar handen en voeten werden vast getapet.

Na de komst van [slachtoffer B] werd het wat onrustiger en lawaaiiger in de hal, waarop een van de overvallers dreigde om ook hun monden af te tapen als zij zich niet rustiger zouden houden. Op een gegeven moment zeiden de mannen op luide en dwingende toon: "Geld!" Aangever antwoordde dat er geen geld aanwezig was. De mannen bleven vragen, waarop aangever zei dat ze zijn portemonnee maar moesten pakken, die in de keuken lag. Een van de mannen ging hierop naar de keuken en kwam even later weer terug. Aangever heeft zijn portemonnee daarna niet meer gezien. In de portemonnee zat onder meer 160 euro, ongeveer 50 US dollar, een bankpas van de Rabobank, een pas van de Fortisbank een VISA creditcard en een KLM creditcard, alle op naam van aangever.7 Vervolgens werd er gevraagd om autosleutels. Volgens getuige [slachtoffer C] lagen deze eveneens in de keuken en hebben de overvallers deze ook meegenomen.8

Ook de portemonnee van aangevers dochter, [slachtoffer B], werd weggenomen. Daarin zaten een ID-kaart, een bankpas van de Rabobank, een school ID-kaart en een bromfietsrijbewijs en mogelijk wat kleingeld.9

Nadat de telefoon van aangevers vrouw, die in haar jaszak zat, was overgegaan, vroeg een van de overvallers waar deze was. Vervolgens werd die uit de jaszak gehaald. Daarna was de telefoon verdwenen. Vervolgens werd op dwingende/dreigende wijze gevraagd: "Waar is de kluis, in dit huis moet een kluis zijn?" Aangever zei dat de kluis in de logeerkamer was. Aangever liep met een van de kleinere personen mee daar naartoe en hielp hem desgevraagd ook de sleutel van de kluis te vinden. Daarna moest aangever weer knielen en werden ook zijn enkels aan elkaar getapet. De kleinere persoon ging vervolgens naar de kluis. Daaruit bleken later te zijn weggenomen:

- vijf kentekenbewijzen deel 3 van de personenauto's van aangever en van de scooter van aangevers dochter;

- de reservesleutel van de personenauto, merk Nissan 350 Z van aangever;

- een trouwboekje;

Na enkele minuten kwamen de lange jongen en de kleinere persoon terug, waarbij ze twee sporttassen droegen van ongeveer 50 centimeter lang, die zichtbaar gevuld waren. Er werd extra tape rond de polsen van aangever gedaan, ditmaal een stuk strakker dan de eerste keer. Vervolgens gingen de drie personen weg, waarbij zij tegen zeiden dat zij minstens 10 minuten moesten wachten.10

Op de terechtzitting van 25 oktober 2011 heeft verdachte verklaard dat hij op een avond op bezoek was bij [slachtoffer B] [slachtoffer A], de dochter van aangever, samen met twee andere vrienden. Die avond belde hij met [medeverdachte A], een vroegere vriend. Verdachte en [medeverdachte A] waren beiden aangeschoten. Verdachte vertelde aan [medeverdachte A] dat hij een leuke avond had in een mooi huis, met een 'dikke auto' voor de deur en een jacuzzi.11 Bij de politie verklaarde verdachte dat hij ook had gezegd dat er een 'mooie dikke tv' stond, dat er een sportauto in de schuur stond en dat er een lift was. Verder wist verdachte dat er een kluis aanwezig was in de woning en dat hij dat - naar de rechtbank begrijpt: tijdens het telefoongesprek met [medeverdachte A] -wel gezegd zal hebben.12

Toen verdachte op een dag aan het werk was bij [naam in plaats], zocht [medeverdachte A] verdachte op met de vraag of verdachte wist hoe hij aan geld kon komen. Verdachte wist dat [medeverdachte A] een crimineel verleden had en dat hij vastgezeten had voor ernstige delicten. Hij vermoedde daarom wel dat [medeverdachte A] met deze vraag doelde op iets dat niet mocht, dus op een misdrijf.13 [medeverdachte A] kwam meerdere keren bij verdachte terwijl hij aan het werk was, al dan niet onaangekondigd, en stelde steeds dezelfde vraag: of verdachte iets wist waar [medeverdachte A] geld kon 'halen'. [medeverdachte A] zei dat hij 'alle benodigdheden er wel voor had liggen' en dat hij 'er klaar voor was'.14

Niet lang daarna, op de vrijdag voor kerst 2009, vond er bij McDonald's een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte A], die samen was met twee andere personen, en verdachte (die ook twee vrienden bij zich had). Tegen getuige [getuige], die bij deze ontmoeting aanwezig was, zei verdachte eerder die avond dat hij iemand moest ophalen bij McDonald's. Daarbij noemde hij de naam [medeverdachte A]. Tijdens de rit vroeg verdachte aan getuige [getuige] naar het adres van [slachtoffer B] [slachtoffer A], een meisje dat zij allebei kenden. Verdachte wist wel ongeveer waar zij woonde, maar wilde het exacte adres weten. Later zei verdachte dat [medeverdachte A] daar een overval wilde plegen, of inbreken 'of zo': hij wilde kijken wat er te halen viel. Verder zei verdachte tegen getuige [getuige] dat die zijn mond moest houden, omdat [medeverdachte A] misschien wel een wapen bij zich had en crimineel was.15

Tijdens de ontmoeting bij de McDonald's vroeg [medeverdachte A] aan verdachte of hij (verdachte) iets wist en hem dat aan wilde wijzen, aldus verdachte. Met iets bedoelde [medeverdachte A] "geld". Verdachte zei hem dat hij daar geen zin in had en dat ze nu geld nodig hadden.16

Verdachte heeft verklaard dat hij na de ontmoeting met [medeverdachte A] en diens metgezellen bij McDonald's is weggereden.17 Getuige [getuige] en de andere vriend van verdachte die daar aanwezig was, [naam 1], hadden het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte A] gehoord en wilden dat hij hen eerst naar huis bracht. Hierop zette verdachte eerst [naam 1] af en vervolgens [naam 2], die in [plaats] woont. Vervolgens zei [medeverdachte A]: "We zijn nu toch in [plaats]. Daar was toch het huis waar je laatst was en waar alles zo mooi en groot was?" Verdachte antwoordde dat dit klopte, waarop [medeverdachte A] hem vroeg om hem te vertellen waar het was. Vervolgens reden zij in richting van de woning.18 [medeverdachte A] reed met verdachte mee en de twee personen die bij [medeverdachte A] waren, reden achter hen aan. Ze reden de straat in waar de familie [slachtoffer A] woont en rookten even verderop een sigaret. Toen [medeverdachte A] aan verdachte vroeg of dat het huis was waar hij eerder over had verteld, knikte verdachte 'ja'. Daarop zei [medeverdachte A] dat hij genoeg wist. Verdachte verklaarde verder dat hem gevraagd is of hij wist wanneer de mensen werkten, wanneer ze thuis waren en waar de kluis stond. Op die vragen heeft verdachte geantwoord dat hij dat niet wist maar hij heeft wel verteld hoeveel mensen er in het huis woonden.19

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsman heeft bepleit, is de rechtbank op grond van het bovenstaande van oordeel dat verdachte wel degelijk inlichtingen heeft verschaft met betrekking tot de locatie van de woning van aangever, de voor de overvallers interessante goederen in de woning van aangever en over de bewoners van die woning. Aldus heeft verdachte een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding van deze overval. Immers, [medeverdachte A] was niet in deze omgeving bekend. Verdachte heeft hem door middel van het verstrekken van informatie (de informatie over de "dikke auto", de jacuzzi en de kluis) op het spoor gezet van deze woning en deze uiteindelijk ook aan hem aangewezen. Gezien de verzoeken van [medeverdachte A] om de desbetreffende informatie aan hem te verstrekken en gezien de wetenschap die verdachte van het verleden en de kennelijke bedoelingen van [medeverdachte A] had, is de rechtbank voorts van oordeel dat verdachte wel degelijk opzet heeft gehad op het verschaffen van inlichtingen tot het door [medeverdachte A] te plegen misdrijf.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

[medeverdachte A] op 4 januari 2010 te Laag-Keppel, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen

- een portemonnee, onder meer inhoudende ongeveer 160 Euro en 50 USA dollar en een Rabobankpas en een Fortisbankpas en een VISA creditcard en een KLM creditcard op naam van [slachtoffer A], en

- een mobiele telefoon en autosleutels en

- een portemonnee, onder meer inhoudende een ID-kaart en een Rabobankpas en een school ID-kaart en een bromfietsrijbewijs op naam van [slachtoffer B]

en uit een kluis in die woning

- vijf kentekenbewijzen en een reserveautosleutel en een trouwboekje en

andere goederen toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat die

[medeverdachte A] en diens mededaders

- gekleed in bivakmutsen en handschoenen bij die woning hebben aangeklopt, en

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer A] hebben getoond en vervolgens

- die woning zijn binnengedrongen en met dat vuurwapen, althans met dat daarop gelijkende

voorwerp hebben gezwaaid en hebben geroepen: "Liggen" en

- die [slachtoffer A] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer B] hebben vastgebonden met tape en

- aan die [slachtoffer A] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer B] de woorden hebben toegevoegd dat ook hun monden werden afgetapet als deze zich niet rustiger zouden houden en

- op agressieve toon meermalen tegen die [slachtoffer A] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer B] hebben geroepen/gezegd: "Geld " en op dwingende toon gevraagd: "Waar is de kluis? In dit huis moet een kluis zijn?" en

- aan die [slachtoffer A] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer B] de woorden hebben toegevoegd dat deze minstens 10 minuten moesten wachten (voordat deze hulp mochten halen),

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op tijdstippen in de periode 1 december 2009 tot en met 4 januari 2010 te [plaats], gemeente Bronckhorst, en elders in Nederland opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk

- inlichtingen aan die [medeverdachte A] te verstrekken met betrekking tot een of meer dure en interessante goederen die zich in deze woning bevonden en met betrekking tot de bewoners van die woning en

- met een of meer auto's naar die woning toe te rijden en aan die [medeverdachte A] die woning aan te wijzen.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

medeplichtigheid aan:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Dit onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen te geven door reclasseringsinstelling Tactus, ook als dat inhoudt een meldingsgebod bij die instelling en/of het ondergaan van een behandeling bij Iriszorg (verslavingszorg) of een vergelijkbare instelling.

De raadsman heeft onder verwijzing naar de schuldbewuste houding van zijn cliënt, de geringe aard en het geringe gewicht van de door hem verrichte ondersteunende handelingen, de grote invloed van medeverdachte [medeverdachte A] op verdachte en het reclasseringsadvies dat over verdachte is opgemaakt, bepleit dat hem (uitsluitend) een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting en uit de rapportages van Tactus verslavingszorg d.d. 9 juli 2010 en 26 september 2011 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende overwogen.

De aan verdachte bekende [medeverdachte A] heeft op 4 januari 2010, samen met twee anderen een brute overval gepleegd op een gezin, in hun eigen woning. Daarbij is gedreigd met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, zijn de bewoners gekneveld met tape en is een grote hoeveelheid waardevolle goederen weggenomen. Gedurende de overval hebben de bewoners zeer angstige momenten beleefd, vooral vanwege het daarbij gebruikte wapen. De privacy en het veiligheidsgevoel van aangever en zijn gezinsleden zijn daardoor ernstig aangetast. Zij zijn immers overvallen in hun eigen woning, een omgeving waar zij zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen. Slachtoffers van dergelijke misdrijven kunnen hiervan nog jarenlang de psychisch nadelige gevolgen ondervinden. Aangever, zijn vrouw en zijn dochter voelen zich nu, bijna twee jaar na het delict, nog altijd niet veilig in hun eigen woning, zoals tijdens de uitoefening van het spreekrecht onder woorden is gebracht. Daarnaast brengt een dergelijk misdrijf gevoelens van angst en onrust in de samenleving teweeg en versterkt het reeds heersende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank rekent verdachte zijn handelen zwaar aan. Verdachte heeft immers een essentiële rol gespeeld in de aanloop naar de gepleegde overval, zonder welke bijdrage deze niet zou zijn gepleegd. De rechtbank neemt dit verdachte des te meer kwalijk omdat hij hiermee op grove wijze misbruik heeft gemaakt van de gastvrijheid die de familie [slachtoffer A] hem geboden heeft. Verdachte heeft zich op geen enkele wijze rekenschap gegeven van de gevolgen die deze overval voor de familie had - ook niet toen hij later van de overval hoorde en hij, naar eigen zeggen direct het sterke vermoeden had dat [medeverdachte A] deze gepleegd had. Verdachte heeft weliswaar gesteld op dat moment al gevoelens van spijt te hebben ervaren, maar hij heeft hiernaar op geen enkele wijze gehandeld, door bijvoorbeeld de politie in kennis te stellen van zijn vermoeden. Dit terwijl hij de dochter van de familie kende en zich naar eigen zeggen erg schuldig voelde ten opzichte van haar. Ook uit de houding van verdachte bij de politie en ter terechtzitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank (anders dan de raadsman heeft betoogd) niet dat verdachte zich verantwoordelijk voelt voor het door hem gepleegde delict en de daardoor veroorzaakte materiële en immateriële schade. Immers heeft verdachte uiteenlopende en daarmee niet aannemelijke verklaringen afgelegd over de op hem uitgeoefende druk en de toedracht van het bewezenverklaarde en bagatelliseert hij zijn aandeel in het geheel.

Een en ander klemt temeer omdat de verdachte er -blijkens de verklaring van [getuige]- rekening mee hield dat [medeverdachte A] een wapen had.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop sinds het door verdachte gepleegde feit, waaronder de omstandigheid dat het eindproces-verbaal in juli 2010 al gereed was, en met het feit dat hij niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om ten voordele van verdachte af te wijken van de eis van de officier van justitie.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Gelet op de gedragsproblematiek van verdachte acht de rechtbank het daarnaast noodzakelijk dat hij gedurende de proeftijd verplicht contact zal onderhouden met reclasseringsinstelling Tactus, inclusief een eventuele behandeling in verband met zijn verslaving. Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 13.217,21 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel dient te worden toegewezen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de schade als gevolg van de overval niet aan verdachte kan worden toegerekend, omdat verdachte niet wist wat er zou gaan gebeuren. Verdachte zou als medeplichtige dan ook niet aansprakelijk zijn voor deze schade. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat de vordering onvoldoende onderbouwd is, terwijl het voldoende onderbouwen ervan een te zware belasting van het strafproces zou betekenen, reden waarom hij heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de gestelde schade naar de regels van het civiele recht voldoende aannemelijk is geworden en bovendien in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de door de verdachte overtreden norm (kort gezegd: medeplichtigheid aan een overval) (mede) strekt tot bescherming tegen de door benadeelde partij geleden schade. Voorts is van belang, zoals hiervoor reeds is overwogen, dat verdachte een essentiële rol heeft gespeld bij de voorbereiding van de overval, zonder welke de woning van benadeelde niet zou zijn overvallen en de gevorderde schade daarmee niet geleden zou zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de door benadeelde partij geleden schade tot het gevorderde bedrag. De rechtbank zal de vordering daarom geheel toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 48, 49, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

medeplichtigheid aan:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

* bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Tactus Reclassering te Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt dat verdachte zich ambulant zal laten behandelen bij Iriszorg (verslavingszorg) of een vergelijkbare instelling;

- zich de eerstvolgende dinsdag na zijn invrijheidsstelling tussen 14.00 uur en 16.00 uur zal melden bij Tactus Reclassering te Zutphen en daarna zo frequent als deze instelling dat nodig acht;

- op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], [te plaats], van een bedrag van € 13.217,21 (dertienduizend tweehonderdzeventien euro en eenentwintig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 13.217,21 (dertienduizend tweehonderdzeventien euro en eenentwintig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2010 met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 101 (honderd en één) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Kleinrensink en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Brugman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 november 2011.

mr. Aufderhaar is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij een overig geschrift, aangeduid als (stam)proces-verbaal, nummer 2010-001773, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, team recherche, gesloten (maar niet ondertekend) op 8 juli 2010.

2 Voormeld stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 3, tweede alinea.

3 Aangifte door [slachtoffer A] d.d. 5 januari 2010, p. 110 (onderste helft).

4 Getuigeverklaring [slachtoffer C] d.d. 4 januari 2010, p. 131 (onderste helft).

5 Aangifte door [slachtoffer A] d.d. 5 januari 2010, p. 112 (onderste helft).

6 Getuigeverklaring [slachtoffer C] d.d. 4 januari 2010, p. 132 (eerste alinea).

7 Aangifte door [slachtoffer A] d.d. 5 januari 2010, p. 112 (laatste alinea) t/m 114 (eerste alinea).

8 Verhoor van getuige [slachtoffer C] d.d. 4 januari 2010, p. 134 (derde t/m vijfde regel).

9 Verhoor van getuige [slachtoffer B] d.d. 4 januari 2010, p. 142 (zesde alinea).

10 Aangifte door [slachtoffer A] d.d. 5 januari 2010, p. 114 (tweede alinea) t/m 115 (vijfde alinea).

11 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 oktober 2011.

12 Verhoor van verdachte d.d. 20 april 2010, p. 400 (tweede helft).

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 oktober 2011.

14 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 oktober 2011.

15 Verklaring getuige [getuige] d.d. 23 april 2010, p. 474 (tweede helft) en 476 (vierde alinea).

16 Verklaring van verdachte d.d. 20 april 2010, p. 403 onderaan, p. 404 bovenaan

17 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 oktober 2011.

18 Verhoor van verdachte d.d. 20 april 2010, p. 404 (derde alinea).

19 Verhoor van verdachte d.d. 20 april 2010, p. 404 onderaan.