Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4777

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-11-2010
Datum publicatie
23-11-2010
Zaaknummer
06/850375-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een aantal kinderpornografische afbeeldingen. Bij de productie van dergelijke afbeeldingen worden minderjarigen niet zelden op ernstige wijze wijze misbruikt. Verdachte heeft op geen enkele wijze blijk gegeven zich te realiseren wat de gevolgen zijn voor de kinderen die hiervoor worden misbruikt. Rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850375-09

Uitspraak 19 november 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967 te plaats],

wonende aan de [adres, plaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 6 mei 2009 te Zutphen en/of elders in Nederland, (circa) 21, in ieder geval een aantal, afbeeldingen/multimediafiles (foto's), van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij een persoon is betrokken of schijnbaar is betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

danwel één of meerdere gegevensdragers (te weten (harde schijven van) een

computer (merk Clone PC) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles (foto's),

in bezit heeft gehad,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens)

bestond(en) uit een geheel of een gedeeltelijk ontkle(e)d(e) minderjarige

die op een dusdanige wijze poseert dat haar geslachtsde(e)l(en)

nadrukkelijk in beeld wordt gebracht, welke wijze van poseren kennelijk

bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken; van welke afgebeelde gedraging(en) een selectie bestaat (zie pag. 45 - 46 van het dossier) onder meer bevattende -zakelijk weergegeven- :

1. een foto ([bestandsnaam 1]) van een naakt meisje van 12 à 14 jaar oud

dat poseert met de voorzijde van haar lichaam naar de camera toe gericht;

2. een foto ([bestandsnaam 2].jpg) van een meisje van 13 à 15 jaar oud

dat poseert met haar billen naar de camera gericht;

3. een foto ([bestandsnaam 3].jpg) van het hiervoor onder 2. genoemde

meisje van 13 à 15 jaar oud dat ditmaal naakt en met gespreide benen op een

stoel zit en haar schaamlippen spreidt;

4. een foto ([bestandsnaam 4].jpg) van een meisje van 12 à 14 jaar oud dat

naakt in een kamer staat en poseert met de voorzijde van haar lichaam naar

de camera gericht;

5. een foto ([bestandsnaam 5].jpg) van een een meisje van 8 à 10 jaar

oud dat in dezelfde kamer als het hiervoor onder 4. genoemde meisje

staat en dat naakt poseert met de voorzijde naar de camera gericht;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

De rechtbank acht voor het bewijs van het ten laste gelegde voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 november 2010;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 37;

- het proces-verbaal van kopiëren gegevens, p. 38 en p. 39;

- het proces-verbaal van bevindingen (multimedia), p. 44, p. 45, p. 46.

- het proces-verbaal, p. 54 en p. 55.

Gelet op die feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 6 mei 2009 te Zutphen een aantal afbeeldingen/multimediafiles (foto's), van telkens een seksuele gedraging waarbij een persoon is betrokken of schijnbaar is betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, welke afgebeelde seksuele gedragingen in algemene zin telkens bestonden uit een geheel of een gedeeltelijk ontklede minderjarige

die op een dusdanige wijze poseert dat haar geslachtsdeel nadrukkelijk in beeld wordt gebracht, welke wijze van poseren kennelijk bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken; van welke afgebeelde gedragingen een selectie bestaat onder meer bevattende -zakelijk weergegeven- :

1. een foto ([bestandsnaam 1]) van een naakt meisje van 12 à 14 jaar oud

dat poseert met de voorzijde van haar lichaam naar de camera toe gericht;

2. een foto ([bestandsnaam 2].jpg) van een meisje van 13 à 15 jaar oud

dat poseert met haar billen naar de camera gericht;

3. een foto ([bestandsnaam 3].jpg) van het hiervoor onder 2. genoemde

meisje van 13 à 15 jaar oud dat ditmaal naakt en met gespreide benen op een

stoel zit en haar schaamlippen spreidt;

4. een foto ([bestandsnaam 4].jpg) van een meisje van 12 à 14 jaar oud dat

naakt in een kamer staat en poseert met de voorzijde van haar lichaam naar

de camera gericht;

5. een foto ([bestandsnaam 5].jpg) van een meisje van 8 à 10 jaar

oud dat in dezelfde kamer als het hiervoor onder 4. genoemde meisje

staat en dat naakt poseert met de voorzijde naar de camera gericht;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een aantal kinderpornografische afbeeldingen. Bij de productie van dergelijke afbeeldingen worden minderjarigen niet zelden op ernstige wijze wijze misbruikt. Verdachte heeft op geen enkele wijze blijk gegeven zich te realiseren wat de gevolgen zijn voor de kinderen die hiervoor worden misbruikt. In beginsel rechtvaardigen dergelijke feiten het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Over verdachte is namens Reclassering Nederland een rapportage opgemaakt.2 Daaruit volgt dat de reclassering adviseert om aan verdachte toezicht op te leggen, zodat verdachte in dat kader leert om (seksueel) grensoverschrijdend gedrag te voorkomen, risicosituaties te vermijden of deze adequaat aan te pakken en hij tevens inzicht krijgt in de gevolgen van zijn gedrag. Daarnaast meldt de reclassering dat verdachte ook problemen heeft op psychosociaal gebied als ook dat hij verslavingsgevoelig is. Gelet op die problemen heeft de reclassering daarom voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak voorlopig toezicht opgestart. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit toezicht inmiddels naar behoren verloopt en ook dat hij graag voortzetting van het toezicht zou willen.

Als gezegd zou het bezit van kinderpornografische plaatjes een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kunnen rechtvaardigen. Echter, verdachte heeft een zeer gering aantal (nog geen tien) plaatjes in zijn bezit gehad. Bovendien is verdachte nooit eerder voor dergelijke feiten veroordeeld.3 De rechtbank acht daarom de straf zoals door de officier van justitie is geëist een te zware sanctie. Om toch de ernst van het feit uit te drukken, zal de rechtbank verdachte wel veroordelen tot een gevangenisstraf, maar dan tot een geheel voorwaardelijke. De rechtbank acht het daarbij in het belang van de maatschappij én in het belang van verdachte dat hij, samen met de reclassering, aan zichzelf gaat werken om herhaling van dergelijke feiten in de toekomst te voorkomen. Zij zal daarom aan de voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaren zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat een meldingsgebod inhoudt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

* Bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

* Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet melden bij de reclassering, en hij zich daarna moet blijven melden, zo frequent als de reclassering dit nodig acht;

Aldus gewezen door mrs. Davids, voorzitter, Kleinrensink en Feraaune,

rechters, in tegenwoordigheid van mr. Janssen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 november 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0600/09-205272, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 14 december 2009.

2 Reclasseringsadvies Reclassering Nederland, gedateerd 20 mei 2010, opgemaakt door L. Huls, reclasseringswerker.

3 Uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 23 december 2009.