Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4462

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-10-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
418013 / CV EXPL 10-1815
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter te Groenlo heeft de huurovereenkomst ontbonden tussen Poëziecentrum en de verhuurder, de gemeente Aalten. Binnen vier weken moet het pand worden ontruimd en veroordeelt gedaagde tot het betalen van de huurachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Oost Gelre

Zaaknummer: 418013 / CV EXPL 10-1815

Grosse aan mr. Knoop

Afschrift aan gedaagde

d.d. 26 oktober 2010

vonnis van de kantonrechter d.d. 25 oktober 2010

inzake

het publiekrechtelijk lichaam de gemeente Aalten, waarvan de zetel is gevestigd te Aalten, eisende partij, gemachtigde: mr. S.W. Knoop , advocaat te Zwolle (Postbus 600, 8000 AP),

tegen

[gedaagde], wonende te [plaats, adres], gedaagde partij, schriftelijk procederend.

1. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 juli 2010;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1 In deze zaak zijn de volgende feiten komen vast te staan. Eiseres is als verhuurder met gedaagde als huurder met ingang van 1 september 2009 een huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) aangegaan met betrekking tot een gedeelte van de gebouwde onroerende zaak gelegen aan [adres te plaats, gemeente] (hierna: het gehuurde). De bestemming van het gehuurde is de in- en verkoop van antiquarische en tweedehandsboeken en als studie- en documentatiecentrum voor Nederlands(talig)e poëzie, zodat sprake is van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. De huurprijs bedraagt € 572,75 per maand inclusief voorschot servicekosten en voorschot kosten van energie en water.

Voor 1 september 2009 heeft gedaagde het gehuurde in gebruik gehad van de Stichting Bredevoort Boekenstad. Eiseres heeft van deze stichting door middel van cessie een vordering op gedaagde verkregen wegens een bestaande huurachterstand van € 6.650,83 (hierna: de oude huurachterstand). Het aangaan van een betalingsregeling met gedaagde met betrekking tot de oude achterstand was een voorwaarde voor het aangaan van deze huurovereenkomst. De overeengekomen betalingsregeling is door gedaagde niet nagekomen.

2.2 Eiseres vordert dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

de huurovereenkomst tussen eiseres als verhuurder en gedaagde als huurder betreffende het in de dagvaarding omschreven gedeelte van de onroerende zaak, gelegen aan [adres te plaats], zijnde een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW, zal ontbinden per de datum van het te dezen te wijzen vonnis, althans bij een bij dit vonnis in goede justitie te bepalen andere datum, met veroordeling van gedaagde om deze bedrijfsruimte, met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden en respectievelijk bevindt, binnen een week na de betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als bij dit vonnis in goede justitie te bepalen is, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met het overhandigen van de sleutels aan eiseres in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van eiseres te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden, zulks met een machtiging aan eiseres bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie, op kosten van gedaagde;

gedaagde zal veroordelen om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de huurachterstand van € 11.523,80, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van op hij de waarheid tot aan de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de incassokosten;

gedaagde zal veroordelen in de betaling van € 572,75 voor iedere huurtermijn vanaf 1 september 2010 tot de ontbinding van de huurovereenkomst en eenzelfde bedrag als schadevergoeding voor iedere maand of gedeelte van de maand waarin gedaagde na ontbinding in gebreke zal zijn met een ontruiming.

Eiseres legt, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, aan deze vordering onder meer het volgende ten grondslag. Ondanks herhaalde aanmaningen heeft gedaagde structureel niet aan zijn betalingsverplichtingen voldaan. De huurachterstand is inmiddels zodanig dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst meebrengt. Daarnaast is gedaagde gehouden de huurachterstand te betalen en de huurprijs totdat het gehuurde door hem is ontruimd.

2.3 Gedaagde heeft geconcludeerd dat de vordering van eiseres moet worden afgewezen.

De inhoud van het verweer van gedaagde zal, voor zover van belang, hierna worden weergegeven.

3. De beoordeling

3.1 In de conclusie van dupliek heeft gedaagde verzocht de zaak aan te houden in verband met onderhandelingen. De kantonrechter kan dit verzoek niet honoreren omdat een dergelijk verzoek door beide partijen dient te worden gedaan. Van de kant van eiseres is niet van instemming met een eventuele aanhouding gebleken. Daarom heeft de kantonrechter geen nadere aanhouding toegestaan en vonnis bepaald.

3.2 Gedaagde heeft in de conclusie van antwoord bezwaar gemaakt tegen de wijze van totstandkoming van de huurovereenkomst. De stelling dat hij de opstelling van eiseres als autoritair heeft ervaren heeft echter geen gevolgen voor de beoordeling van de zaak, reeds omdat gedaagde niet concreet heeft aangegeven op welke punten hij als gevolg daarvan in het kader van de huurovereenkomst een meningsverschil met eiseres zou hebben. Voor zover gedaagde zich op het standpunt stelt dat hem in verband met zijn bezwaren het recht toekomt de betaling van de huurpenningen op te schorten totdat een overeenstemming is bereikt, vindt die opvatting geen steun in het recht. Gedaagde heeft het gehuurde in gebruik en zijn tegenprestatie bestaat uit het betalen van de huurprijs. Er zijn met betrekking tot het gehuurde zelf geen zodanige gebreken of tekortkomingen gesteld of gebleken die een zodanig opschorting zou kunnen rechtvaardigen. Ook overigens zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die het door gedaagde niet of niet volledig betalen van de oude huurachterstand dan wel de na 1 september 2009 verschuldigde huur zouden kunnen rechtvaardigen. Uit het voorgaande volgt dat gedaagde ernstig toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op grond van de huurovereenkomst op hem rustende verplichtingen.

3.3 De niet betwiste totale betalingsachterstand bedraagt inmiddels meer dan € 11.500,00, hetgeen ontbinding van de huurovereenkomst evenals ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

3.4 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding per heden, ontruiming tegen een termijn als hierna vermeld, en betaling van de huurprijs zal toewijzen.

Hetzelfde geldt voor de wettelijke rente, omdat deze niet afzonderlijk en gemotiveerd is betwist.

3.5 De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen omdat eiseres niet heeft onderbouwd dan wel toegelicht dat hiervoor meer of andere werkzaamheden van enige omvang zijn verricht dan het sturen van een (of enkele) aanmaning(en) en instrueren van de zaak ter voorbereiding van deze procedure, waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding inhoudt (artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

3.6 De door partijen aangevoerde argumenten die in het voorgaande niet aan de orde zijn gekomen, behoeven geen bespreking, nu deze, in het licht van hetgeen is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

3.7 Gedaagde zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Hetgeen meer of anders is gevorderd, zal worden afgewezen

De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende:

ontbindt per heden de huurovereenkomst tussen eiseres als verhuurder en gedaagde als huurder betreffende het in de dagvaarding omschreven gedeelte van de onroerende zaak, gelegen aan [adres te plaats], zijnde een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW,

veroordeelt gedaagde om deze bedrijfsruimte, met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden en respectievelijk bevindt, binnen vier weken na betekening van dit vonnis, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met het overhandigen van de sleutels aan eiseres in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van eiseres te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden, zulks met een machtiging aan eiseres bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie, op kosten van gedaagde;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de huurachterstand van € 11.523,80, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening en vermeerderd met de incassokosten;

veroordeelt gedaagde in de betaling van € 572,75 voor iedere huurtermijn vanaf 1 september 2010 tot de ontbinding van de huurovereenkomst en eenzelfde bedrag als schadevergoeding voor iedere maand of gedeelte van de maand waarin gedaagde na ontbinding in gebreke zal zijn met een ontruiming.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van eiseres begroot als volgt:

Euro 90,78 wegens explootkosten,

Euro 208,00 wegens griffierecht en

Euro 600,00 wegens gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.J. Heessels en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 25 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.