Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4174

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
116651 KG RK 10-811
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst het verzoek om verschoning af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige verschoningskamer

Rekestnummer: 116651 KG RK 10-811

Beslissing van 16 november 2010 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[rechter],

rechter in deze rechtbank,

strekkende tot het zich mogen verschonen in de procedure bij deze rechtbank bekend onder nummer 11507 KG ZA 10-236 tussen

de besloten vennootschap:

M’Dad BV,

advocaat: mr. W.P.M. Mulder,

tegen

de besloten vennootschappen:

Vrijheid Apeldoorn c.s.,

advocaat: mr. H.J. Smit.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de verschoningsprocedure blijkt uit:

- een fax van mr. H.J. Smit d.d. 29 september 2010;

- een hierop per fax binnengekomen reactie van mr. W.P.M. Mulder d.d. 29 september 2010;

- het verschoningsverzoek d.d. 5 oktober 2010 van [rechter];

Bij de behandeling van het verschoningsverzoek op 2 november 2010 is [rechter] na voorafgaand bericht niet verschenen.

2. Het verschoningsverzoek

2.1. [Rechter] heeft op grond van artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht zich te mogen verschonen van verdere behandeling van de procedure tussen M’Dad en Vrijheid Apeldoorn, bij deze rechtbank bekend onder nummer 11507 KG ZA 10-236. [Rechter] legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag.

2.2. Op 29 september 2010 ontving hij een fax van mr. Smit. In deze fax laat mr. Smit weten dat zijn cliënten, te weten Vrijheid Apeldoorn c.s., een zeer onaangename herinnering bewaren aan de behandeling door [rechter] van een zaak in 2002 en dat zij van mening zijn dat [rechter] destijds (zeer) vooringenomen was.

De rechtbank stelt in dit verband vast dat deze door mr. Smit verstuurde fax niet kan worden gekwalificeerd als wrakingsverzoek. Er wordt geen melding gemaakt van (de schijn van) partijdigheid in de nu door [rechter] behandelde zaak en er wordt in de aan [rechter] gerichte fax voorts expliciet verzocht om vonnis te wijzen in de nu door hem behandelde zaak.

2.3. Door mr. Mulder is op dezelfde datum bij fax gereageerd op de voornoemde fax van mr. Smit. Hierin geeft mr. Mulder aan dat hij het buitengewoon kwalijk acht dat mr. Smit na het sluiten van de behandeling van de zaak de objectiviteit en het oordeelsvermogen van [rechter] ter discussie stelt en daarmee op oneigenlijke wijze de uitkomst van de procedure tracht te beïnvloeden.

2.4. In de hiervoor bedoelde faxen heeft [rechter] aanleiding gevonden een verschoningsverzoek in te dienen. Daarbij heeft hij vermeld dat door een door hem in deze zaak nog te nemen beslissing de schijn van partijdigheid kan worden gewekt nu bij de in het ongelijk gestelde partij het gevoelen kan ontstaan dat de fax van mr. Smit de rechterlijke oordeelsvorming in gunstige of juist ongunstige zin heeft beïnvloed. Onder deze omstandigheden voelt [rechter] zich niet vrij om het dossier verder te behandelen.

3. Beoordeling door de rechtbank

3.1. Ingevolge artikel 40 Rv in verbinding met artikel 36 Rv kan op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden een rechter verzoeken om zich te mogen verschonen. Er dient dan sprake te zijn van feiten en omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven te vrezen dat de rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid van belang is.

3.2. In dit licht dient beoordeeld te worden of de door [rechter] aangevoerde gronden gekwalificeerd kunnen worden als dergelijke feiten of omstandigheden.

3.3. Vooropgesteld dient te worden dat uit het verschoningsverzoek niet blijkt dat [rechter] zelf van mening is dat hij de zaak niet meer onpartijdig verder zou kunnen behandelen. Evenmin is aan het verzoek ten grondslag gelegd dat op dit moment bij partijen in de door hem behandelde zaak sprake is van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid van verzoeker.

3.4. Aan het verschoningsverzoek ligt louter de veronderstelling van verzoeker ten grondslag dat de in het ongelijk gestelde partij, na lezing van het door verzoeker nog te concipiëren vonnis, het gevoel kan hebben dat de inhoud van het vonnis door het faxbericht van mr. Smit beïnvloed zou kunnen zijn.

3.5. Naar het oordeel van de verschoningskamer biedt deze veronderstelling, bezien in het licht van de hiervoor vermelde wettelijke bepalingen, onvoldoende aanknopingspunten voor toewijzing van het verschoningsverzoek. In vrijwel elke zaak kan de in het ongelijk gestelde partij na lezing van het vonnis en ondanks de motivering van dat vonnis, juist en uitsluitend vanwege de onwelgevallige uitkomst menen dat de rechter niet onpartijdig was.

3.6. Voor de door de verschoningskamer te maken beoordeling van het verschoningsverzoek kan echter uitsluitend van belang zijn of op dit moment sprake is van feiten en omstandigheden zoals bedoeld onder 3.1. Die feiten en omstandigheden zijn, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, naar het oordeel van de verschoningskamer gesteld noch gebleken zodat het verzoek dient te worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek om verschoning af;

- bepaalt dat de procedure, bij de rechtbank bekend onder kenmerk: 116651 KG RK

10-811, zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het onderhavige verschoningsverzoek werd ingediend.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.G. de Jong, voorzitter, mrs. C. Kleinrensink en

W.L.F. Prisse, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2010 in aanwezigheid van mr. F.A. Demmers, griffier.