Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4051

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
06/925232-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De economische politierechter veroordeelt de verdachte tot een geldboete van 1750 euro. Een deel van de boete is voorwaardelijke.

Wetsverwijzingen
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JDW 2010/45 met annotatie van Red.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

sector straf

economische politierechter

parketnummer: 06/925232-09

datum uitspraak: 16 november 2010

tegenspraak/dip

VONNIS

in de zaak tegen:

de besloten vennootschap:

[Naam] BV,

gevestigd te [plaats, adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 november 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte op of omstreeks 20 juni 2008, in de gemeente Loppersum, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de EG-verordening nr. 1/2005;

verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben toen aldaar in strijd met

het gestelde in artikel 6, derde lid, van voornoemde verordening (nader

gepreciseerd in bijlage I, Hoofdstuk II en Hoofdstuk VII onder E van genoemde

verordening) pluimvee met een gewicht groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg in

containers vervoerd, terwijl de ruimte waarover die dieren beschikten niet ten

minste 160 vierkante centimeter per kg dier bedroeg;

2.

verdachte op of omstreeks 17 juni 2008, in de gemeente Franekeradeel, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans

alleen, heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de EG-verordening nr.

1/2005;

verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben toen aldaar in strijd met

het gestelde in artikel 6, derde lid, van voornoemde verordening (nader

gepreciseerd in bijlage I, Hoofdstuk II en Hoofdstuk VII onder E van genoemde

verordening) pluimvee met een gewicht groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg in

containers vervoerd, terwijl de ruimte waarover die dieren beschikten niet ten

minste 160 vierkante centimeter per kg dier bedroeg.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Uit de diergeneeskundige verklaringen en het daarop gevolgde onderzoek is gebleken dat de transporten overbeladen waren. De verdachte is als planner van de transporten daarvoor verantwoordelijk.

Namens de verdachte is niet betwist dat van overbelading sprake was.

Bij de AID kwamen op 25 juli 2008 twee meldingen van de VWA binnen, genummerd 5823 en 5825, naar aanleiding waarvan de AID verder onderzoek heeft gedaan.2 Uit melding 5823 en het onderzoek van de AID komt naar voren dat op 20 juni 2008 vanaf een pluimveehouderij in [plaats] met een vrachtwagencombinatie kuikens zijn vervoerd naar een slachterij in [plaats].3 Uit de weegbon van de vrachtwagencombinatie blijkt dat het pluimvee een netto levend gewicht van in totaal 19.000 kg had.4 Vanaf het pluimveebedrijf zijn die dag in totaal 27.092 kuikens aangevoerd5, met een totaal netto levend gewicht van 53.200 kg6: de naar [plaats] vervoerde kuikens hadden een gemiddeld gewicht van 1,963 kg. De beschikbare laadruimte van de vrachtwagencombinatie bedroeg 2.725.632 cm2: 143,45 cm2 per kg lichaamsgewicht.7

Uit melding 5825 en het onderzoek van de AID komt naar voren dat op 17 juni 2008 vanaf een pluimveehouderij in [plaats] met een vrachtwagencombinatie kuikens zijn vervoerd naar een slachterij in [plaats]. De kuikens hadden een netto levend gewicht van 19.100 kg.8 De vanaf het pluimveebedrijf naar [plaats] vervoerde kuikens (40.004 stuks9 in totaal met een netto levend gewicht van 83.820 kg10) hadden een gemiddeld gewicht van 2,095 kg. De beschikbare laadruimte van de vrachtwagencombinatie bedroeg 2.725.632 cm2: 142,70 cm2 per kg lichaamsgewicht.11

Uit het onderzoek is verder naar voren gekomen, wat de verdachte evenmin heeft betwist, dat de chauffeurs in dienst waren van de slachterij, maar in opdracht van de verdachte handelden en dat de verdachte de belading van de vrachtwagens heeft gepland.12

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de economische politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

verdachte op 20 juni 2008 in de gemeente Loppersum tezamen en in vereniging met anderen heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de Verordening (EG) nr. 1/2005;

verdachte en verdachtes mededaders hebben toen aldaar in strijd met het gestelde in artikel 6, derde lid, van deze verordening, nader gepreciseerd in hoofdstuk II en hoofdstuk VII, onder E, van bijlage I, pluimvee met een gewicht groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg in containers vervoerd, terwijl de ruimte waarover die dieren beschikten niet ten minste 160 cm2 per kg dier bedroeg;

2.

verdachte op 17 juni 2008 in de gemeente Franekeradeel tezamen en in vereniging met anderen heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de Verordening (EG) nr. 1/2005;

verdachte en verdachtes mededaders hebben toen aldaar in strijd met het gestelde in artikel 6, derde lid, van deze verordening, nader gepreciseerd in hoofdstuk II en hoofdstuk VII, onder E, van bijlage I, pluimvee met een gewicht groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg in containers vervoerd, terwijl de ruimte waarover die dieren beschikten niet ten minste 160 cm2 per kg dier bedroeg.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de overtredingen:

feit 1 en feit 2 telkens: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon.

Strafbaarheid van de verdachte

Namens verdachte is aangevoerd dat zij alles in het werk stelt om het pluimvee diervriendelijk en volgens de regels te vervoeren. De incidenten waren niet te voorkomen. Verdachte had niet meer en/of andere maatregelen kunnen nemen. Mede gelet op het relatief kleine aantal dode kuikens is het dierwelzijn tijdens het vervoer niet in het geding geweest. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte (nog) betere maatregelen had moeten en kunnen nemen om overbelading te voorkomen. Zo had de verdachte de vangploeg beter kunnen instrueren en/of de chauffeur beter toezicht op het laden kunnen laten uitoefenen.

Door de transporten ruimer te plannen met een grotere marge ten opzichte van de minimum beladingsnorm, en met dus meer ruimte voor de dieren, en door (beter) toezicht op de vangploeg uit te oefenen en te controleren bij het laden van de containers, moet het mogelijk zijn om overbelading te voorkomen. Van afwezigheid van alle schuld is naar het oordeel van de economische politierechter daarom geen sprake.

Verdachte is strafbaar, nu ook verder geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor beide feiten te veroordelen tot telkens een geldboete van € 1.750,-. Bij overtreding van de (minimum) beladingsnorm is het dierwelzijn in het geding. De officier van justitie heeft rekening gehouden met de documentatie van verdachte, de richtlijn voor strafvordering en met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Namens de verdachte is aangevoerd dat zij er alles aan gedaan heeft om overbelading te voorkomen. In het licht van het grote aantal door haar geplande transporten, is er sprake van slechts een incident, waarbij het dierwelzijn niet in het geding is geweest.

De economische politierechter heeft bij bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de omstandigheden van de verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft bij het vervoer van pluimvee in containers met circa tien procent de minimumnorm voor beladingsdichtheid overschreden en in die zin het welzijn van de dieren geschaad. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat er sprake is van eerdere overtredingen van vergelijkbare aard. De economische politierechter zal aan de verdachte dan ook de door de officier van justitie gevorderde geldboetes opleggen.

Het is de economische politierechter gebleken dat verdachtes onderneming erop is gericht om het pluimvee volgens de regels te (laten) vervoeren, wat ook moge blijken uit het feit dat de andere vrachtwagencombinaties van de in de bewezenverklaring bedoelde transporten niet overbeladen waren en dat die transporten, bij een betere verdeling van de kuikens over de vrachtwagens, geheel binnen de beladingsnorm uitgevoerd hadden kunnen worden. De economische politierechter zal daarom een deel van de geldboetes voorwaardelijk opleggen.

Bij de strafoplegging heeft de economische politierechter verder rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 9 van de Regeling dierenvervoer 2007 en artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1/2005.

Beslissing

De economische politierechter:

* verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

(feit 1 en feit 2 telkens) medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon;

* verklaart de verdachte strafbaar;

* veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde tot een geldboete van € 1.750,-;

* bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde tot een geldboete van € 1.750,-;

* bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Van Lookeren Campagne, economische politierechter, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2010.

Voetnoten:

1 Als hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal en de daarbij horende bijlagen, proces-verbaalnummer 52236, opsporingsnummer 58010, Algemene Inspectiedienst, AID West-Nederland, gesloten en ondertekend door verbalisant [verbalisant A] op 2 maart 2009 en door verbalisant [verbalisant B] op 4 maart 2009.

2 Proces-verbaal p. 16

3 Bijlage 1.

4 Bijlage 4.

5 Bijlage 5.

6 Bijlage 4.

7 Bijlage 1

8 Bijlage 11 en bijlage 13

9 Bijlage 12

10 Bijlage 11

11 Bijlage 1

12 Proces-verbaal p. 24 en bijlage 21; proces-verbaal p. 34-37 en bijlage 31.