Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO1762

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-10-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
06-940187-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeel voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in korte tijd meermalen schuldig heeft gemaakt aan bedreiging binnen de relationele sfeer. Verdachte heeft door zijn handelwijze zijn echtgenote onder meer in de huiselijke omgeving, waar zij zich juist veilig zou moeten voelen angst aangejaagd. Niet alleen zijn echtgenote heeft verdachte angst aangejaagd, maar ook zijn dochter en andere familieleden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij bij herhaling en ondanks waarschuwingen vanuit zijn omgeving deze feiten heeft gepleegd. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte zijn echtgenote opnieuw ernstig bedreigd.

De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 35 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Een voorwaardelijke gevangenisstraf legt de rechtbank op teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal de bijzondere voorwaarde worden gekoppeld zoals geformuleerd in het reclasseringsadvies van 24 september 2010. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

De rechtbank veroordeelt verdachte voorts tot betaling van schadevergoeding aan slachtoffer A van een bedrag van € 150,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940187-10

Uitspraak d.d. 26 oktober 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1958],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 oktober 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 mei 2010 tot en met 19 mei 2010 in de gemeente Apeldoorn meermalen, althans eenmaal [slachtoffer A] (vrouw van verdachte) (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Ik maak je kapot" en/of "Je bent aan de beurt" en/of "We zijn getrouwd 'tot de dood ons scheidt'" en/of "Je komt in de vitrinekast te liggen, omdat die kast toch al op een doodskist lijkt" en/of "Neem maar afscheid van je dochter. Ik ga je afmaken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 19 mei 2010 in de gemeente Apeldoorn [slachtoffer A] (vrouw van verdachte) en/of [slachtoffer B] en/of een of meer buurtbewoner(s) van de woning, gelegen op/aan de [adres], in ieder geval een of meer anderen heeft bedreigd / gedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met enig misdrijf

waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, immers heeft verdachte (in die woning) opzettelijk dreigend een (keuken)mes en/of een breekijzer (vast)gepakt en/of een of meer waxinelichtje(s) aangestoken en/of dit/deze waxinelichtje(s) in de nabije omgeving van het gasfornuis geplaatst en/of (daarbij) die ander(en) meermalen,

althans eenmaal dreigend de woorden toegevoegd : "Ik ga de gasleiding doorsnijden en steek de boel in de fik" en/of "Ik laat de boel ontploffen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 juni 2010, althans in of omstreeks de periode van 15 juni 2010 tot en met 16 juni 2010, in de gemeente Apeldoorn, [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] (en/of via [getuige A] en/of [slachtoffer B] en/of [getuige B] en/of [getuige C]) dreigend de woorden toegevoegd:

- dat hij verdachte naar een pistool had gekeken en dat hij [slachtoffer A] daarmee wat aan wilde doen en daarna zichzelf, en/of

- dat hij, verdachte op internet een pistool had gezien met twaalf kogels en dat dit genoeg zou zijn voor beiden, en/of

- "Ik geen leven, zij geen leven", en/of

- "Ik heb er genoeg van, [slachtoffer A] komt niet terug. Als we gaan, gaan we samen", en/of

- "Eerst schiet ik haar af en dan mezelf, dan gaan we samen", en/of

- "Als ik ga, neem ik haar mee", en/of

- "Ik ga je kapot maken",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (parket

(parketnummer 06.940238/10)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Aanleiding van het onderzoek

Op 19 mei 2010, omstreeks 14.00 uur, kwam bij de regionale meldkamer van de regiopolitie Noord- en Oost Gelderland de melding binnen dat op het adres [adres te plaats] er een man door het lint zou gaan en inmiddels zijn inboedel zou hebben vernield. Naar aanleiding van deze melding begaven meerdere politieagenten zich naar de opgegeven locatie. Ter plaatse troffen de politieagenten de inboedel van voormelde woning vernield aan. De vrouw des huizes was op dat moment niet in de woning aanwezig. De man in de woning bleek verdachte te zijn. Twee ter plaatse aangekomen familieleden van verdachte konden vervolgens met toestemming van verdachte in de woning komen en met hem in gesprek gaan.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte is in de delictsperiode door het lint gegaan en is gaan schelden en heeft doodsbedreigingen geuit. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte herinnert zich beperkt wat er is gebeurd. De officier van justitie heeft zijn standpunt ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gebaseerd op de aangifte van de echtgenote van verdachte, [slachtoffer A], de getuigenverklaring van de dochter van verdachte, [getuige A] en de verklaring van verdachte. De officier van justitie heeft van belang geacht dat verdachte het leven niet meer zag zitten en dat hij er een eind aan wilde maken en samen met zijn echtgenote wilde gaan. Dit gegeven is voor de officier van justitie eveneens een bewijsmiddel voor het onder 2 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zijn standpunt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde eveneens gebaseerd op het proces-verbaal van aanhouding van 19 mei 2010, het proces-verbaal van bevindingen van 20 mei 2010 met bijbehorende foto's van de woning en de getuigenverklaring van de broer van aangeefster, [slachtoffer B].

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde bedreiging overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster [slachtoffer A] heeft verklaard dat zij met verdachte aan de [adres te plaats] woont. Volgens haar heeft zij op donderdag 13 mei 2010 tegen verdachte gezegd dat zij er echt over nadacht om te gaan scheiden. Zij hoorde dat verdachte toen zei dat zij dan aan de beurt was. Zij hoorde verdachte nog veel meer dingen zeggen. Verdachte zou haar kapot maken en hij zou haar blijven achtervolgen. Ook zei verdachte dat hij haar dan dood zou maken. De dagen daarna was verdachte nog steeds erg boos. Zo ook op maandag 18 mei 2010. Op die dag is aangeefster met haar vriendin die op bezoek was naar de woning van die vriendin gegaan. Daarna is aangeefster door haar dochter naar de woning van de dochter gebracht. Verdachte heeft aangeefster gebeld en zij heeft hem toen gezegd dat zij niet meer naar huis zou komen. Verdachte begon weer te schreeuwen en bedreigde aangeefster. Hij zou naar de woning van hun dochter komen en aangeefster ophalen. Verdachte zei dat zij maar vast afscheid van haar dochter moest nemen en dat hij haar ging afmaken. Aangeefster vond het heel eng. Verdachte heeft vanaf het moment dat zij is weggegaan elke dag meerdere keren gebeld. Verdachte dreigde haar altijd dood te maken als zij niet snel terug zou komen. Op 19 mei 2010 belde verdachte aangeefster op om te vragen of zij weer naar huis zou komen. Aangeefster hoorde door de telefoon dat verdachte al dingen aan het kapot slaan was. Zij hoorde glasgerinkel. Zij hoorde dat verdachte zei dat zij in de vitrinekast zou komen te liggen, omdat het toch al op een doodskist leek.

Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte haar ontelbare keren heeft bedreigd met de dood. Verdachte zei dat zij waren getrouwd tot de dood hen zou scheiden. Hiermee bedoelde hij volgens aangeefster dat hij haar dood wilde hebben. Zij was ook echt bang dat verdachte haar dood zou maken.3

Getuige [getuige A] heeft bij de politie verklaard dat verdachte vele malen haar moeder woordelijk heeft bedreigd. Zij heeft dit diverse keren gehoord door de telefoon. De bedreigingen bestonden uit de woorden dat hij haar iets zou aandoen. Hiermee bedoelde getuige de mishandelingen. Verdachte dreigde aangeefster ook met de dood. Dat hij aangeefster zou doodmaken en dat hij niet meer voor de gevolgen zou instaan. Verdachte zei dan ook dat hij al eerder een vrouw een mes op de keel had gezet. Verdachte zei tegen getuige dat zij afscheid moest nemen van aangeefster.4

Ten aanzien van deze verklaring van [getuige A] is de rechtbank van oordeel dat deze kan worden meegenomen in de bewijsvoering. Haar verklaring moet immers zien op incidenten die door aangeefster zijn beschreven in de week voorafgaand aan 19 mei 2010, nu uit de verklaring van aangeefster blijkt dat juist in die week de situatie tussen haar en verdachte is geëscaleerd.

De rechtbank leidt uit voormelde aangifte en getuigeverklaring af dat verdachte in de periode van 13 mei 2010 tot en met 19 mei 2010 aangeefster heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde bedreiging overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat naar aanleiding van een melding op 19 mei 2010 meerdere politieagenten naar de woning gelegen aan de [adres te plaats] zijn gegaan. Verbalisant [verbalisant] keek door het raam aan de voorzijde van de woning naar binnen en hij zag verdachte op de trap zitten. Hij zag dat verdachte een groot breekijzer in zijn hand had.5 Twee aanwezige mannelijke familieleden waren naar binnen gegaan om met verdachte te praten. Nadat zij naar buiten kwamen zeiden zij dat verdachte tegen hen had gezegd dat hij met een mes de gasleiding zou doorsnijden en het huis zou laten ontploffen. Verbalisanten zagen vervolgens dat verdachte een mes uit de keukenlade pakte en deze in zijn rechterhand hield. Zij zagen dat hij in zijn andere hand een breekijzer vasthield. Zij hoorden dat hij tegen hen zei: "ik ga de gasleiding doorsnijden en steek de boel in de fik". Zij zagen vervolgens door het keukenraam dat de man een aantal waxinelichtjes aanstak. Zij zagen dat hij deze plaatste op het aanrecht naast het gasfornuis in de keuken.6

Getuige [slachtoffer B] heeft verklaard dat hij op 19 mei 2010 met zijn zoon naar de woning van zijn zus en zwager is gegaan. In de woning van verdachte zag de getuige dat verdachte met een koevoet en een groot mes in zijn hand stond. Hij hoorde dat verdachte zei dat hij geen reden meer had om voor te leven.7 Getuige hoorde verdachte zeggen dat hij de gasslang ging doorsnijden en dat hij de boel zou opblazen. Verdachte had daarbij waxinelichtjes aangedaan.8

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij met een mes de gasleiding niet kon doorsnijden.9 Uit de foto waarop de gasleiding is te zien10 maakt de rechtbank op dat de rubberen gasslang met een mes kan worden doorgesneden, zodat de verklaring van verdachte te dien aanzien niet wordt gevolgd.

Gelet op voormeld proces-verbaal van aanhouding, de getuigenverklaring van [slachtoffer B], de verklaring van verdachte en de foto van de gasleiding, acht de rechtbank bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen ontstaat, bewezen.

Ten aanzien van feit 311

Aanleiding van het onderzoek

Op 16 juni 2010, omstreeks 20.44 uur, werd bij de regionale meldkamer van de politie Noord- en Oost Gelderland een melding gedaan door [slachtoffer A], wonende aan de [adres te plaats], dat verdachte tegen hun dochter heeft gezegd dat hij een pistool ging kopen en dat hij eerst [slachtoffer A] zou doodschieten en dan zichzelf.12

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daarbij heeft hij zich gebaseerd op de deels bekennende verklaring van verdachte, het onderzoek aan de laptop van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer A], [getuige A], [slachtoffer B] en [getuige B] en het proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2010 betreffende het transcript van het telefoongesprek tussen verdachte en zijn echtgenote.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde bedreiging overweegt de rechtbank als volgt.

Op 16 juni 2010 heeft aangeefster aangifte gedaan tegen verdachte. Zij heeft verklaard dat verdachte op 16 juni 2010 aan haar dochter en aan haar broer vertelde dat hij aangeefster ging doodschieten. Verdachte had die dag afscheid genomen van hun dochter en kleindochter. Hij zei dat hij binnenkort een pistool zou kopen om aangeefster dood te schieten. Daarna zou verdachte zichzelf doodschieten, aldus aangeefster.13

Uit het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van het onderzoek van de computer van verdachte14 blijkt dat op 15 juni 2010 diverse websites waren bezocht en waarbij was geraadpleegd op de woorden "wapens" en "pistolen".15

Getuige [getuige A] heeft bij de politie verklaard dat zij op 16 juni 2010 rond 16.00 uur met haar mobiele telefoon een telefoongesprek tussen aangeefster en verdachte heeft opgenomen. Uit het proces-verbaal van bevindingen16 dat is opgemaakt naar aanleiding van de uitwerking van dit telefoongesprek tussen aangeefster en verdachte blijkt dat o.m. het volgende tussen aangeefster ([slachtoffer A]) en verdachte ([verdachte]) is gezegd:

[verdachte] : "ik geen leven jij ook niet. Laten we het zo zeggen dan."

En:

[slachtoffer A] : "kapot gemaakt. Je hebt me kapot gemaakt". Waarop [verdachte]: "dat moet nog komen".17

Getuige [getuige A] heeft bij de politie verklaard dat zij op 16 juni 2010 tussen 14.00 uur en 15.00 uur in de woning van haar opa en oma aan de [adres in plaats] was. Verdachte verbleef op die dag op dit adres. Hij heeft tegen getuige gezegd dat hij op het internet had gekeken naar een pistool. Hij zei dat hij hiermee aangeefster wat aan wilde doen en vervolgens zichzelf. Hij vertelde verder dat hij er eentje had gezien met twaalf kogels en dit zou dan genoeg zijn voor hen beiden.18 Getuige verklaarde verder dat verdachte zei: "ik geen leven, zij ook geen leven".19

Getuige [slachtoffer B] heeft bij de politie verklaard dat verdachte op 16 juni 2010 bij hem op bezoek was. Verdachte zei: "ik heb er genoeg van, [slachtoffer A] komt niet terug. Als we gaan, gaan we samen." Verdachte vertelde getuige dat hij via het internet aan het zoeken was geweest naar een pistool.20 Verdachte heeft meerdere malen tegen getuige gezegd dat hij [slachtoffer A] wilde meenemen.21

Verdachte heeft op 17 juni 2010 bij de politie verklaard dat hij uit het leven wil stappen en dat hij niet wil leven zonder aangeefster. Hij heeft verder verklaard dat hij op het internet is gaan zoeken naar een pistool. Hij heeft tegen zijn dochter, getuige [getuige A], gezegd dat hij niet verder wil leven zonder aangeefster.22 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich het onder 3 ten laste gelegde nog kan herinneren. Hij heeft verklaard dat hij had begrepen dat zijn echtgenote niet meer met hem verder wilde. Dat deed verdachte zeer en hij dacht dat hij dan beter een einde aan zijn leven kon maken. Verdachte heeft ook verklaard dat hij op het internet heeft gezocht naar een wapen.

De rechtbank is gelet op voormelde aangifte, proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, getuigenverklaringen en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van oordeel dat bedreiging met enig misdrijf tegen het leven, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 13 mei 2010 tot en met 19 mei 2010 in de gemeente Apeldoorn meermalen, [slachtoffer A] (vrouw van verdachte) (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd:"Ik maak je dood" en/of "Ik maak je kapot" en/of "Je bent aan de beurt" en/of "We zijn getrouwd 'tot de dood ons scheidt'" en/of "Je komt in de vitrinekast te liggen, omdat die kast toch al op een doodskist lijkt" en/of "Neem maar afscheid van je dochter. Ik ga je afmaken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2.

hij op 19 mei 2010 in de gemeente Apeldoorn [slachtoffer B] in de woning, gelegen op/aan de [adres], heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen ontstaat, immers heeft verdachte in die woning opzettelijk dreigend een (keuken)mes en een breekijzer (vast)gepakt en waxinelichtjes aangestoken en deze waxinelichtjes in de nabije omgeving van het gasfornuis geplaatst en (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd : "Ik ga de gasleiding doorsnijden en steek de boel in de fik" en "Ik laat de boel ontploffen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op 16 juni 2010 in de gemeente Apeldoorn, [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] en via

[getuige A] en [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd:

- dat hij verdachte naar een pistool had gekeken en dat hij [slachtoffer A] daarmee wat aan wilde doen en daarna zichzelf, en/of

- dat hij, verdachte op internet een pistool had gezien met twaalf kogels en dat dit genoeg zou zijn voor beiden, en/of

- "Ik geen leven, zij geen leven", en/of

- "Ik heb er genoeg van, [slachtoffer A] komt niet terug. Als we gaan, gaan we samen", en/of

- "Eerst schiet ik haar af en dan mezelf, dan gaan we samen", en/of

- "Als ik ga, neem ik haar mee", en/of

- "Ik ga je kapot maken",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 en feit 3: telkens: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

meermalen gepleegd;

feit 2: Bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene

veiligheid van personen of goederen ontstaat.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent de persoon van verdachte is onder meer een psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een psychiatrisch Pro Justitia rapport van 7 oktober 2010 van A.K. Boksem, psychiater te Zutphen. In dit rapport wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

Er is sprake van een aanpassingsstoornis met een stoornis in emotie en gedrag, grotendeels in remissie, en kortdurend middelenmisbruik, zonder dat er sprake is van afhankelijkheid. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Betrokkene heeft een duidelijk beneden gemiddelde intelligentie en functioneert op zwakbegaafd zo niet zwakzinnig niveau. In de persoonlijkheid is sprake van borderlinepersoonlijkheidstrekken. Deze stoornissen en beperkingen waren onverminderd aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt de eerste feiten, het vernielen van het huisraad en het dreigen de gasleiding door te snijden, sterk verminderd aan betrokkene toe te rekenen. Wat betreft de overige feiten wordt geadviseerd dit verminderd aan betrokkene toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 35 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan aanwijzingen en voorschriften van de reclassering ook als dat inhoudt een ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling. De officier van justitie heeft aangegeven, dat het niet nodig is dat verdachte thans een aanvullende detentie moet ondergaan. Hij heeft voorts rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid voor de feiten 1 en 3 en met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid voor feit 2.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte zich in korte tijd meermalen schuldig heeft gemaakt aan bedreiging binnen de relationele sfeer. Verdachte heeft door zijn handelwijze zijn echtgenote onder meer in de huiselijke omgeving, waar zij zich juist veilig zou moeten voelen angst aangejaagd. Niet alleen zijn echtgenote heeft verdachte angst aangejaagd, maar ook zijn dochter en andere familieleden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij bij herhaling en ondanks waarschuwingen vanuit zijn omgeving deze feiten heeft gepleegd. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte zijn echtgenote opnieuw ernstig bedreigd.

De rechtbank heeft voorts ten voordele van verdachte meegewogen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het eerder vermelde rapport van de psychiater, waarin wordt aangegeven dat verdachte verminderd dan wel sterk verminderd toerekeningsvatbaar is.

Door de psychiater is in haar rapport voorts naar voren gebracht dat het beperkte overzicht en inzicht van betrokkene vanuit zijn intelligentieniveau factoren zijn die van belang zijn voor de kans op recidive. De spanning en stress kunnen hierdoor snel oplopen en betrokkene heeft een beperkt besef van de gevolgen van zijn handelen. Ook is zijn zelfredzaamheid en draagkracht hierdoor beperkt. Daarnaast is de persoonlijkheidsstructuur van belang. Betrokkene is hierdoor kwetsbaar voor verlating en zijn impulscontrole is beperkt. Bij spanning is hij geneigd impulsief over te gaan tot handelen waar hij de consequenties onvoldoende van beseft, met mogelijk schade gevolgen voor zichzelf en anderen. Ter vermindering van spanning grijpt betrokkene hierbij, tenminste in de periode van het bewezenverklaarde, naar alcohol en medicatie, terwijl deze zijn controle juist verder verkleinen.

Het beperkte sociale steunsysteem en de beperkte zelfredzaamheid van betrokkene zijn belangrijke factoren die hierbij in ogenschouw dienen te worden genomen. Aangezien betrokkene daarnaast geen vaste daginvulling heeft, heeft hij veel tijd om te malen en te piekeren, waardoor hij juist het overzicht nog meer verliest. Hierdoor loopt hij eerder tegen zijn eigen beperkingen op, wanneer er geen externe steun en begeleiding is en wellicht de belangrijkste figuur in zijn leven, namelijk zijn vrouw, dreigt weg te vallen. Daarnaast is de etiologie van de omschreven problematiek nog niet volledig zeker. Mogelijk komen hieruit nog andere factoren naar voren die in ogenschouw genomen moeten worden.

Een steunend en begeleidend contact wat betreft het omgaan met en bespreken van problemen en tegenslagen is van belang. Daarnaast kan er in behandeling, eventueel in de vorm van medicatie, gewerkt worden aan het vergroten van zijn impulscontrole en draagkracht. Het lijkt echter met name van belang dat door steun, structuur en behandeling voorkomen wordt dat betrokkene opnieuw in een situatie komt waarin de spanning zo hoog op kan lopen. Het is noodzakelijk om vooralsnog goed zicht te houden op betrokkene om te kunnen signaleren wanneer er mogelijk een nieuwe ontsporing optreedt, zodat tijdig kan worden ingegrepen. Geadviseerd wordt dit traject in het kader van een voorwaardelijk strafdeel onder begeleiding van de reclassering te laten plaatsvinden en dat de begeleiding vanuit de forensische polikliniek van Kairos wordt voortgezet.

Omtrent de persoon van verdachte is een psychologisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een psychologisch Pro Justitia rapport van 4 oktober 2010 van drs. B.Y. van Toorn, GZ-psycholoog. Door de psycholoog is naar voren gebracht dat de kans op recidive hoog is. Het is immers nog steeds niet duidelijk waarom betrokkene zich op deze manier heeft gedragen. Hij is nog steeds dwangmatig met aangeefster bezig. Hij hoopt sterk dat het weer goed zal komen tussen hen en hij zou willen dat het contactverbod wordt opgeheven. De verwachting is dat hij, zodra het contactverbod wordt opgeheven, weer bij haar op de stoep zal staan. Er is niets wezenlijks veranderd aan de situatie. Hierdoor wordt volgens de psycholoog de kans op een hernieuwde escalatie fors verhoogd.

Door de reclassering is op 24 september 2010 een reclasseringsadvies uitgebracht. Hierin wordt naar voren gebracht dat de kans op herhaling hooggemiddeld wordt ingeschat vanwege de obsessie van betrokkene op herstel van zijn relatie en het onvermogen om daarmee om te kunnen gaan. Daarnaast is hij verminderd leerbaar vanwege zijn leerachterstand en stugge denktrant. Betrokkene stelt zich echter wel meewerkend op, hij komt alle afspraken bij de reclassering en Kairos tijdens zijn schorsingstoezicht na. Daarnaast ontvangt betrokkene veel steun vanuit zijn dochter, die bemiddelt tussen haar ouders. Betrokkene is inmiddels gekalmeerd na de schok van de relatiebreuk en hij houdt zich rustig. Hij is echter nog geobsedeerd met het herstel van de relatie met zijn vrouw. Als dit niet gaat zoals hij het wil dan is de kans aanwezig dat hij zich agressief gaat uiten. Geadviseerd wordt een meldingsgebod en een verplichting om zich te laten behandelen bij forensische polikliniek Kairos te Apeldoorn.

Alles overwegende komt de rechtbank tot een strafoplegging conform de eis van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 35 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Een voorwaardelijke gevangenisstraf legt de rechtbank op teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal de bijzondere voorwaarde worden gekoppeld zoals geformuleerd in het reclasseringsadvies van 24 september 2010. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 350,-, immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde. Voorts heeft zij zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 400,- , immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Daartoe heeft hij aangevoerd dat als er sprake is van een onrechtmatige daad actie de onrechtmatige daad de verdachte moet kunnen worden toegerekend (art.6:162 derde lid BW). Nu verdachte ten tijde van het ten laste gelegde gelet op de deskundigenrapportage verminderd toerekeningsvatbaar is te achten, is de onrechtmatige daad verdachte niet toe te rekenen, aldus de raadsman.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer A] als gevolg van het ten laste gelegde bewezen verklaarde handelen onder 1 en 3 schade heeft. De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog dat de vorderingen dienen te worden afgewezen, nu de civielrechtelijke toerekening/aansprakelijkheid een andere is dan de strafrechtelijke.

De rechtbank zal ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 50, - vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2010. Voor het onder 3 ten laste gelegde zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2010. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade.

De benadeelde partij zal voor de meer gevorderde immateriële schade in haar vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van de vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel overweegt de rechtbank als volgt.

De officier van justitie heeft in beide gevallen gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank acht geen termen aanwezig voor oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, nu het de (financiële) verhouding tussen verdachte en de benadeelde partij als (ex-)echtgenoten betreft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

feit 1 en feit 3: telkens: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

meermalen gepleegd;

feit 2: Bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene

veiligheid van personen of goederen ontstaat.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 (honderd) dagen;

- bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 35 (vijfendertig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Hiertoe dient verdachte zich binnen veertien dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis te melden bij de reclassering, Houtwal 16d te Zutphen. Hierna dient hij zich te blijven melden zo frequent als zij nodig acht. Verdachte dient verder mee te werken aan begeleiding/behandeling door forensische psychiatrische polikliniek Kairos te Apeldoorn;

- geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer A], [adres, plaats] (rekeningnummer [nummer] van een bedrag van € 150,00, alsmede de wettelijke rente over € 50,00 vanaf

19 mei 2010 (feit 1) en over € 100,00 vanaf 16 juni 2010 (feit 3) en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

- heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Davids, voorzitter, Van der Hooft en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL062B 2010072346-7, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, team Apeldoorn-Zuid, gesloten en ondertekend op 21 mei 2010.

2 Stamproces-verbaal, p. 4.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p. 35.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 42.

5 Proces-verbaal van aanhouding, p. 12.

6 Proces-verbaal van aanhouding, p. 13.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 38.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 39.

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 32

10 Fotoblad, p. 51, behorende bij het proces-verbaal van bevindingen, p. 44.

11 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL062B 2010088054-14, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, team Apeldoorn-Zuid, gesloten en ondertekend op 17 juni 2010.

12 Stamproces-verbaal, p. 6.

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p. 43.

14 Proces-verbaal met bijlagen van de regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, divisie recherche, team forensische opsporing, digitale recherche, opgemaakt door [naam], brigadier van politie van de Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland en werkzaam als digitaal rechercheur bij het team forensische opsporing op 16 juli 2010.

15 Proces-verbaal vermeld onder voetnoot 13, p. 2.

16 Proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2010, p. 1 tot en met 8.

17 Proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2010, p. 7.

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 45.

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 46.

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 50.

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 51.

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 33.