Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO0529

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
06/460422-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte A en medeverdachte B veroordeeld terzake het medeplegen van diefstal met bedreiging met geweld en afpersing tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachten volgden met de auto casinobezoekers en gaven met een lichtkrant een stopteken, alsof zij van de politie waren. Vervolgens beroofden ze de slachtoffers. Verdachte B is veroordeeld tot onder andere een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Zie LJN BO0528 voor uitspraak verdachte A. Zie LJN BN4848 en BN4844 voor de tussenvonnissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460422-09

Uitspraak d.d.: 15 oktober 2010

tegenspraak/dip/oip/oip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [1987 op plaats] (Turkije),

wonende te [plaats, adres].

Raadsvrouw: mr. Kiliç-Sahin, advocaat te Lent

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 maart 2010, 21 mei 2010, 10 augustus 2010 en 1 oktober 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 24 november 2009 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

geldbedrag, groot 350 euro, althans enig geldbedrag en/of autosleutels (van

een Ford Escort) en/of een handtas (met daarin een portemonnee en/of een ING

bankpas en/of een credit-card van Piet Zoomers en/of een bos sleutels en/of

twee, althans één of meer mobiele telefoon(s) van het merk Nokia), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft/hebben opengetrokken

en/of tegen die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] schreeuwde(n)/zei(den): "Geld, alles" en/of

- (vervolgens) in die auto is/zijn gaan zitten en/of die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] een mes

heeft/hebben getoond en/of (daarbij) die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] de woorden: "Geld.

alles, ik wil alles" heeft/hebben toegevoegd en/of

- met een mes de/een autogordel van die [slachtoffer B] heeft/hebben doorgesneden,

althans heeft/hebben gepoogd die autogordel door te snijden

en/of

hij

op of omstreeks 24 november 2009 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft gedwongen

tot de afgifte van een geldbedrag, groot 350 euro, althans enig geldbedrag

en/of autosleutels (van een Ford Escort) en/of een handtas (met daarin een

portemonnee en/of een ING bankpas en/of een credit-card van Piet Zoomers en/of

een bos sleutels en/of twee, althans één of meer mobiele telefoon(s) van het

merk Nokia), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft/hebben opengetrokken

en/of tegen die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] schreeuwde(n)/zei(den): "Geld, alles" en/of

- (vervolgens) in die auto is/zijn gaan zitten en/of die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] een mes

heeft/hebben getoond en/of (daarbij) die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] de woorden: "Geld.

alles, ik wil alles" heeft/hebben toegevoegd en/of

- met een mes de/een autogordel van die [slachtoffer B] heeft/hebben doorgesneden,

althans heeft/hebben gepoogd die autogordel door te snijden;

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 14 november 2009 te Huissen, gemeente Lingewaard,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een handtas

(met daarin een geldbedrag van 1.200 euro en/of een rijbewijs en/of (drie)

bankpas(sen) en/of een of meer klantenpas(sen) en/of een mobiele telefoon), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer C], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer C] heeft/hebben opengetrokken en/of

- die [slachtoffer C] meermalen (met kracht) met een zaklamp, althans enig voorwerp,

in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- voornoemde handtas (met inhoud) (snel en onverhoeds) uit die auto

heeft/hebben gegrist/gepakt;

en/of

hij

op of omstreeks 14 november 2009 te Huissen, gemeente Lingewaard,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de

afgifte van een handtas (met daarin een geldbedrag van 1.200 euro en/of een

rijbewijs en/of (drie) bankpas(sen) en/of een of meer klantenpas(sen) en/of

een mobiele telefoon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer C] heeft/hebben opengetrokken en/of

- die [slachtoffer C] meermalen (met kracht) met een zaklamp, althans enig voorwerp,

in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- voornoemde handtas (snel en onverhoeds) uit die auto heeft/hebben

gegrist/gepakt;

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op of omstreeks 13 november 2009 te Arnhem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

sleutelbos met daaraan (onder meer)(een) autosleutel(s) (van een Mazda) en/of

een portemonnee (met daarin een geldbedrag van 7 euro en/of een bankpas en/of

een rijbewijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer D], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer D] heeft/hebben opengetrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer D] een mes heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) dat

mes op/tegen de keel van die [slachtoffer D] heeft/hebben gezet/gehouden en/of

- (daarbij) die [slachtoffer D] de woorden: "Geld, geld, snel, snel" heeft/hebben

toegevoegd;

en/of

hij

op of omstreeks 13 november 2009 te Arnhem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer D] heeft gedwongen tot de

afgifte van een sleutelbos met daaraan (onder meer)(een) autosleutel(s) (van

een Mazda) en/of een portemonnee (met daarin een geldbedrag van 7 euro en/of

een bankpas en/of een rijbewijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- de portier(en) van de auto van die [slachtoffer D] heeft/hebben opengetrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer D] een mes heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) dat

mes op/tegen de keel van die [slachtoffer D] heeft/hebben gezet/gehouden en/of

- (daarbij) die [slachtoffer D] de woorden: "Geld, geld, snel, snel" heeft/hebben

toegevoegd;

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 24 november 2009 omstreeks 4.15 uur kwam een melding binnen bij de politie van de heer [slachtoffer A].2 [slachtoffer A] heeft verklaard dat hij met onder andere zijn ex-vrouw op bezoek was geweest bij het casino in Nijmegen en dat er onderweg -in Apeldoorn- achter hem een auto reed die knipperde met verlichting. [slachtoffer A] zag in de spiegel in rode letters het woord "stop". Hierop stopte [slachtoffer A] en zijn hij en zijn ex-vrouw bestolen.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft namens verdachte vrijspraak bepleit van de onder 1 ten laste gelegde afpersing. Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft zij integrale vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich hierbij op:

- de aangifte van [slachtoffer A] en diens aanvullende verklaringen;3

- de getuigenverklaring van [slachtoffer B];4

- het aantreffen van gestolen goederen in de auto welke verdachte bij zich had toen hij is aangehouden;5

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 augustus 2010 en

1 oktober 2010.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van diefstal met bedreiging met geweld, nu verdachte en zijn mededader de handtas en de autosleutels zélf hebben weggenomen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat sprake is van afpersing, nu verdachten aangever tot afgifte van een geldbedrag hebben gedwongen en het geld is afgegeven.

Het verweer van de raadsvrouw dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor geweldhandelingen die mogelijk door zijn mededader zouden zijn verricht, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Nu verdachte dit feit tezamen en vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd, is niet van belang welke persoon het geweld heeft uitgeoefend, omdat alle daders daarvoor aansprakelijk zijn.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde: vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, nu de overeenkomsten in modus operandi onvoldoende zijn om tot een bewezenverklaring te komen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 24 november 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels (van

een Ford Escort) en een handtas met daarin een portemonnee en een ING bankpas en een credit-card van Piet Zoomers en een bos sleutels en twee mobiele telefoons van het merk Nokia, toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- de portieren van de auto van die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft/hebben opengetrokken en

tegen die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] schreeuwden: "Geld, alles" en

- vervolgens in die auto is/zijn gaan zitten en die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] een mes heeft/hebben getoond en daarbij die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] de woorden: "Geld. Alles. Ik wil alles" heeft/hebben toegevoegd en

- heeft/hebben gepoogd die autogordel door te snijden

en

hij op 24 november 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, groot 350 euro, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- de portieren van de auto van die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] heeft/hebben opengetrokken en

tegen die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] schreeuwden: "Geld, alles" en

- vervolgens in die auto is/zijn gaan zitten en die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] een mes heeft/hebben getoond en daarbij die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] de woorden: "Geld. Alles. Ik wil alles" heeft/hebben toegevoegd en

- heeft/hebben gepoogd die autogordel door te snijden.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1: diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk gevorderd met een proeftijd van twee jaar met reclasseringstoezicht.

2. De raadsvrouw heeft bepleit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Daarnaast kan een forse voorwaardelijke straf worden opgelegd.

3. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte betrokken is geweest bij een overval die midden in de nacht op straat plaats vond. Verdachte heeft daartoe een plan uitgedacht, daarvoor middelen aangeschaft, zijn slachtoffers uitgekozen en hen gedurende enige tijd achtervolgd in zijn auto, alvorens de overval te plegen. Er is sprake van een weloverwogen, niet impulsieve actie. Daarbij hebben verdachte en zijn mededader zich tegenover de slachtoffers voorgedaan als politie om hen te doen stoppen en te kunnen benaderen. Door deze misleiding is het vertrouwen van de slachtoffers ernstig geschaad. De overval moet voor hen een beangstigende ervaring zijn geweest, te meer nu één van de verdachten in de auto bij de slachtoffers is gaan zitten met een mes in de hand en met dat mes heeft getracht de autogordel door te snijden. Deze ervaring en het gevoel niet meer veilig te zijn in de nachtelijke uren op de openbare weg kan, naar de ervaring leert, het leven van de slachtoffers langdurig beïnvloeden. Het is bekend dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. De overval heeft daarnaast ook maatschappelijk voor gevoelens van onveiligheid gezorgd.

4. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte.

5. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 26 januari 2010, waaruit blijkt dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat. Geadviseerd wordt een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met een meldingsgebod, een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte A] en het zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

6. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij de rechtbank aansluiting heeft gezocht met eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken. De rechtbank komt om die reden en aangezien zij verdachte van zowel feit 2 als feit 3 vrij spreekt tot een lagere straf dan geëist door de officier van justitie. Voorts zal de rechtbank verplicht reclasseringstoezicht en een meldingsgebod als bijzondere voorwaarden opleggen. De rechtbank acht het opleggen van een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte A] gelet op het onderliggende feitencomplex niet wenselijk en noodzakelijk.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 1.858,00 gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat vordering tot een bedrag van

€ 500,00 immateriële schade kan worden toegewezen. Voor het overige dient te vordering niet-ontvankelijk verklaard te worden, nu de vordering op dat punt onvoldoende is onderbouwd.

De raadsvrouw heeft niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit, nu verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

In beslag genomen voorwerpen

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de na te noemen rechthebbenden.

- Geld € 60,00 aan [slachtoffer B];

- Geld € 110,00 aan [slachtoffer A].

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan:

- Wapen, mes (dolk);

- Handlamp (grijze kop en grijze afsluitdop);

- Handschoenen (latex);

- Messenger beeldscherm (doos inclusief lichtkrant).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24, 27, 33, 33a, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- meldingsgebod: veroordeelde zal zich binnen 2 dagen volgend op zijn voorwaardelijke invrijheidstelling zich melden bij de Stichting Reclassering Nederland te Arnhem;

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Wapen, mes (dolk);

- Handlamp (grijze kop en grijze afsluitdop);

- Handschoenen (latex);

- Messenger beeldscherm (doos inclusief lichtkrant);

* gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van

€ 60,00 aan [slachtoffer B];

* gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van

€ 110,00 aan [slachtoffer A];

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer C] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Van Valderen en Davids, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2010 te 13.30 uur.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer2009095402, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op

14 februari 2010.

2 Stam proces-verbaal (pagina 9).

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 103-107) en proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer A] (pagina 108-112).

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pagina 112-114).

5 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming (ongenummerd), proces-verbaal van aanhouding (pagina 27-31), proces-verbaal betreffende inbeslagneming lichtkrant en latex handschoenen (pagina 129), proces-verbaal betreffende inbeslagneming afstandsbediening lichtkrant en twee simkaarten (pagina 131),