Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO0042

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
111285 / HA ZA 10-968
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AGOVV gebonden aan door commercieel directeur gesloten overeenkomsten met betrekking tot levering computerapparatuur. Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Verwerping verweer AGOVV dat computerapparatuur geleverd zou worden in ruil voor sponsorschap (met gesloten beurzen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 111285 / HA ZA 10-968

Vonnis van 13 oktober 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURO COMPUTER GROEP B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.J. Brugge te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGOVV APELDOORN B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.A. Robbers te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna ECG en AGOVV genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 6 september 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 23 september 2008 hebben partijen met elkaar een sponsorovereenkomst gesloten (productie 1 conclusie van antwoord). In deze overeenkomst is – voor zover relevant – het volgende bepaald:

“(…)

1. Het volledige bedrag voor de sponsoring bedraagt € 6050,--, excl. BTW per jaar, ingaande 26 september 2008 en lopende tot en met 25 september 2009. Dit bedrag wordt in dit eerste jaar volledig verrekend met levering en installatie van een wireless internetverbinding in de businesslounge. (…) Indien partij A. [ ECG; rb.] niet uiterlijk 3 maanden voor expiratiedatum opzegt, dan wordt deze overeenkomst automatisch voor 1 jaar verlengd. (…)”

2.2. Bij e-mailbericht van 6 juni 2009 heeft [naam A] ECG (hierna: [naam A]) aan

[naam B] van AGOVV bericht (productie 8 bij akte):

“(…) In navolging van de email van 6 mei j.l. en ons gesprek zeg ik heden toch de sponsorovereenkomst op per ingaande van 26 september 2009. (…)

E.e.a. heeft alles te maken met de kredietcrisis die zijn weerga niet kent.

Mocht in september de markt herstellende zijn dan zal ik mij melden om een gewijzigd sponsorcontract aan te gaan dan wel eventueel aan te passen maar nu kan ik daar nog geen zinnig woord over zeggen.”

2.3. Bij e-mailbericht van 6 oktober 2009 heeft [naam C], commercieel directeur van AGOVV (hierna: [naam C]) aan [naam A] bericht (productie 9 bij akte):

“(…) Ben net door jou sponsorcontract gegaan en wil met je rond de tafel aangaande het komende seizoen(en) wat met elkaar gaan doen, als je beter bent en tijd hebt laat me dan weten wanneer je kunt dan plannen we een afspraak. (…)”

2.4. Op 23 november 2009 heeft [naam A] een e-mailbericht gestuurd naar [naam C] (productie 3 bij conclusie van antwoord), waarin wordt bericht:

“(…) Hierbij bijgaand de offerte mbt de vervanging van het serverpark alsmede werkstations met bijbehorende software en benodigde hardware (…).”

2.5. Bij e-mailbericht van 24 november 2009, 15:04 uur, heeft [naam C] aan [naam A] de volgende reactie gestuurd (productie 3 bij conclusie van antwoord):

“(…) Prachtige aanbieding en ik ga je deze week een voorstel sturen hoe we dit voor beide partijen het beste kunnen inkleden. (…)”

2.6. Bij e-mailbericht van 24 november 2009, 16:47 uur, heeft [naam C] aan [naam A] in concept een ‘co + board sponsor overeenkomst’ gestuurd (productie 5 bij conclusie van antwoord). Deze overeenkomst bevat onder meer de volgende bepalingen:

“(…)

1. Het volledige bedrag voor de sponsoring bedraagt € 10500.00,--, excl. BTW per jaar, ingaande 1 oktober 2009 en lopende tot en met 30 september 2011.

Deze overeenkomst is onlosmakend verbonden aan uw offerte met Ref.nr.TJS/1001.

(…) Zoals besproken zult u een factuur sturen voor de geleverde materialen en/of diensten, verspreid over 3 jaar. (…)”

2.7. Bij e-mailbericht van 14 december 2009, 12:18 uur, heeft [naam C] aan [naam A] in concept een ‘co + board sponsor overeenkomst’ gestuurd (productie 16 bij akte), waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“(…)

1. Het volledige bedrag voor de sponsoring bedraagt € 5.400,--, excl. BTW per jaar, ingaande 1 oktober 2009 en lopende tot en met 30 september 2011. (…)

Deze overeenkomst is onlosmakend verbonden aan uw offerte met Ref.nr.TJS/1001.

Zoals besproken zult u een factuur sturen voor de geleverde materialen en/of diensten, verspreid over 3 jaar. (…)”

2.8. Bij faxbericht van 14 december 2009, 15.44 uur, heeft ECG aan AGOVV een ‘co + board sponsor overeenkomst’ gestuurd (productie 7 bij akte overleggen producties), waarin onder meer de volgende bepalingen zijn opgenomen:

“(…)

1. Het volledige bedrag voor de sponsoring bedraagt € 5.400,--, excl. BTW per jaar, ingaande 1 oktober 2009 en lopende tot en met 30 september 2011. (…)

Deze overeenkomst is onlosmakend verbonden aan uw offerte met Ref.nr. TJS/1002 d.d.

30 november 2009.

Zoals besproken zult u een factuur sturen voor de geleverde materialen en/of diensten, die door AGOVV binnen 30 dagen na faktuurdatum zal worden voldaan. AGOVV zal EURO COMPUTER GROEP BV faktureren voor de afgesproken sponsor bedragen die binnen

30 dagen na faktuurdatum zullen worden voldaan. (…)”

Deze overeenkomst kent een dagtekening van 8 december 2009. Bij de namen van [naam A] en [naam C] zijn handtekeningen geplaatst.

2.9. Bij faxbericht van 14 december 2009, 15:45 uur heeft ECG aan AGOVV een offerte d.d. 30 november 2009 met betrekking tot levering van computerapparatuur toegestuurd (productie 1 bij akte overleggen producties). In deze offerte is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“(…)

Betreft offerteaanvraag

Referentie TJS/1002

(…)

In navolging van het persoonlijk onderhoud met One Solution [naam D] en het telefonisch onderhoud d.d. heden doen wij u onderstaand onze aanbieding toekomen. (…)

Kondities

Prijzen: Genoemde prijzen zijn strikt netto/netto stukprijzen, exclusief BTW. (…)

Betaling: Binnen 30 dagen na factuurdatum (…)”

2.10. Op 20 december 2009, 21 december 2009, 23 december 2009, 24 december 2009 en 28 december 2009 heeft ECG facturen gestuurd aan AGOVV (productie 2 bij akte overleggen producties), waarin een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum wordt genoemd.

2.11. Bij e-mailbericht van 30 december 2009 heeft [naam C] aan [naam A] geschreven (productie 17 bij akte):

“(…) Ben even verbaasd over alle facturen die binnenkomen we hebben wat vragen en kan jij mij even bellen. (…)”

2.12. Bij e-mailbericht van 21 januari 2010 heeft [naam A] aan [naam C] geschreven (productie 15 bij akte):

“In navolging van het persoonlijk onderhoud van 19 januari j.l. waarin je te kennen gaf dat er in zijn totaliteit geen geld is om de geleverde goederen te kunnen voldoen, heb ik het een en ander nagekeken en opgevraagd maar zie geen leasing oplossingen voor het reeds geleverde, de sponsoring voor de komende 2 jaar zijnde € 12.852,00 is door ons al betaald en het openstaand bedrag staat nog open. (…)”

2.13. Met verlof van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Zutphen van 10 februari 2010 tot een beloop van € 47.457,00 is op 12 en 15 februari 2010 beslag gelegd op de tegoeden van AGOVV onder de KNVB.

3. De vordering in conventie

3.1. ECG vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, AGOVV zal veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ECG te betalen een bedrag van

€ 30.079,63 (incl. BTW), te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van

€ 1.158,00, de wettelijke handelsrente te rekenen vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag der algehele voldoening, de kosten van het leggen van de conservatoire beslagen, bestaande uit het vastrecht en salaris advocaat, alsmede de explootkosten,

met veroordeling van AGOVV in de kosten van de procedure.

3.2. Aan deze vorderingen heeft ECG tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag gelegd.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten met betrekking tot het leveren van hardware en software door ECG aan AGOVV. AGOVV heeft de offerte hiertoe voor akkoord getekend. De overeengekomen computerapparatuur is geleverd en AGOVV is tevreden met de levering. De facturen, met een totaalbedrag van € 36.505,63 incl. BTW, zijn evenwel onbetaald gebleven.

Naast voornoemde overeenkomst hebben partijen een sponsorovereenkomst gesloten, ingaande 1 oktober 2009, ingevolge waarvan ECG gedurende twee jaar € 6.426,00 (incl. BTW) per jaar aan AGOVV zal betalen.

Het openstaande bedrag dient derhalve verminderd te worden met het bedrag dat ECG gedurende het eerste jaar aan AGOVV verschuldigd is.

Gelet op de financiële positie van AGOVV en omdat zij zich tegenover ECG heeft uitgelaten dat betaling van de facturen zal uitblijven, heeft ECG conservatoire maatregelen moeten treffen en buitengerechtelijke incassokosten moeten maken.

Ten slotte is AGOVV wettelijke handelsrente verschuldigd.

4. Het verweer in conventie

4.1. AGOVV concludeert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ECG niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen althans de vorderingen zal afwijzen, althans subsidiair de uitvoerbaarheid bij voorraad zal onthouden en ECG zal veroordelen in de werkelijke proceskosten, met bepaling dat over deze kosten de wettelijke rente verschuldigd is indien deze niet binnen zeven dagen na het vonnis zijn voldaan.

4.2. AGOVV voert de navolgende verweren aan.

AGOVV is niet gehouden de facturen van ECG te voldoen, omdat partijen een sponsor-/barterovereenkomst hebben gesloten, waarbij – met gesloten beurzen – ECG computerapparatuur zou leveren en daarvoor drie jaar lang co-sponsorschap terugkreeg. Afgesproken is dat over en weer facturen zouden worden gestuurd, maar dat betaling van deze facturen niet zou plaatsvinden. Deze overeenkomst is mondeling gesloten.

AGOVV is daarentegen niet bekend met de offerte van 30 november 2009 en de sponsorovereenkomst van 8 december 2009. De handtekeningen en parafen op deze documenten zijn niet afkomstig van [naam C] en zo dit al het geval zou zijn, [naam C] was onbevoegd om AGOVV te vertegenwoordigen.

Subsidiair voert AGOVV aan dat ECG in drie termijnen zou factureren, waardoor zij hooguit aanspraak kan maken op een derde van de vordering. Dit verminderd met het overeengekomen sponsorbedrag (€ 10.500,00 per jaar, subsidiair € 6.050,00, uiterst subsidiair € 5.400,00 per jaar).

ECG heeft in elk geval bij de weergave van de feiten artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geschonden door de feiten noch juist noch volledig te stellen.

Voorts betwist AGOVV dat zij wettelijke handelsrente verschuldigd is, nu er in casu geen sprake is van een handelsovereenkomst. Het betreft geen overeenkomst om baat. Bovendien is geen sprake van verzuim, omdat ECG AGOVV niet in gebreke heeft gesteld. AGOVV heeft zelfs de facturen niet ontvangen.

AGOVV betwist eveneens de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag. ECG is onnodig een gerechtelijke procedure gestart.

Ten slotte maakt AGOVV bezwaar tegen een uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis, omdat de appelrechter anders over een zaak kan denken en er sprake is van restitutierisico.

5. De vordering in reconventie

5.1. AGOVV vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het door ECG op 12 en 15 februari 2010 gelegde beslag op de tegoeden van AGOVV onder de KNVB zal opheffen, althans ECG zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, het beslag zal opheffen, onder verbeurte van een dwangsom van

€ 5.000,00 per dag dat ECG met deze verplichting in gebreke blijft,

met veroordeling van ECG in de werkelijke proceskosten, met bepaling dat over deze kosten de wettelijke rente verschuldigd is indien deze niet binnen zeven dagen na het vonnis zijn voldaan.

5.2. Aan deze vorderingen heeft AGOVV tegen de achtergrond van de vaststaande feiten en in aanvulling op hetgeen in conventie is aangevoerd, de navolgende stellingen ten grondslag gelegd.

Het in conventie gestelde brengt mee dat het beslag ten onrechte is gelegd. Bovendien staat het gelegde beslag niet in verhouding tot de vordering die ECG stelt te hebben.

6. Het verweer in reconventie

6.1. ECG concludeert tot afwijzing van de vordering en voert de navolgende verweren aan.

Het conservatoir beslag is terecht gelegd en het bedrag (€ 47.457,00) is in verhouding met de vordering van ECG.

Subsidiair verzoekt ECG de termijn waarbinnen het beslag dient te worden opgeheven te verlengen en de gevorderde dwangsom van € 5.000,00 per dag te beperken tot een substantieel lager bedrag. De werkelijke proceskosten zijn, bij gebreke van onderbouwing, niet verschuldigd.

7. De beoordeling

in conventie

Tot stand gekomen overeenkomsten

7.1. Partijen zijn primair verdeeld over de vraag of de door ECG aan AGOVV geleverde computerapparatuur en -diensten door middel van sponsoring zou worden voldaan.

Kern van het verweer van AGOVV is dat zij niet gehouden is om de facturen van ECG te voldoen, omdat partijen – mondeling – een sponsorovereenkomst hebben gesloten, die ertoe strekt dat ECG computerapparatuur en -diensten zou leveren aan AGOVV in ruil voor drie jaar lang co-sponsorschap (met gesloten beurzen).

7.2. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Nu AGOVV zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat tussen partijen een sponsorovereenkomst tot stand is gekomen als in rechtsoverweging 7.1. omschreven, rust ingevolge artikel 150 Rv op haar de last hiertoe voldoende feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen.

7.3. AGOVV heeft gesteld dat zij bij e-mailbericht van 24 november 2009 in concept een co- plus boardsponsorovereenkomst heeft toegestuurd, waarin is bepaald dat ECG aan AGOVV gedurende drie jaar een sponsorbedrag van € 10.500,00 per jaar verschuldigd is. ECG heeft mondeling ingestemd met dit aanbod, aldus AGOVV.

ECG heeft dit laatste gemotiveerd betwist.

7.4. De stelling van AGOVV wordt verworpen, omdat deze feitelijke grondslag mist. Uit de tekst van de in rechtsoverweging 2.6. geciteerde concept-overeenkomst blijkt weliswaar dat het jaarlijks door ECG te betalen sponsorbedrag € 10.500,00 bedraagt, maar dat de looptijd van het contract niet drie, maar twee jaar bedraagt. Niet gesteld of anderszins gebleken is dat AGOVV op een ander moment haar gestelde aanbod heeft gedaan.

Uit de tekst van de in rechtsoverweging 2.7. geciteerde concept-co- + board sponsorovereenkomst, die AGOVV op 14 december 2009 zelf aan ECG heeft gemaild, is een jaarlijks sponsorbedrag van € 5.400,00 genoemd met een looptijd van twee jaar.

Aldus heeft AGOVV haar stelling dat zij ECG een sponsorcontract heeft aangeboden met een looptijd van 3 jaar, waarbij ECG jaarlijks € 10.500,00 zou betalen, onvoldoende onderbouwd. Van een overeenkomst kan vervolgens in het geheel geen sprake zijn.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat [naam C] bij de comparitie van partijen heeft verklaard dat er geen overeenstemming met ECG is bereikt over het door AGOVV gestelde aanbod.

7.5. Voor zover AGOVV bedoelt te stellen dat zij niet een in geld uitgedrukt sponsorbedrag met ECG is overeengekomen, maar een bedrag dat qua waarde correspondeert met de waarde van de te leveren computerapparatuur en -diensten, is ook deze stelling met onvoldoende feiten en omstandigheden onderbouwd.

Volgens AGOVV heeft zij ECG bij de besprekingen over de vervanging van de computerapparatuur laten weten geen cent te hebben om uit te geven, maar ECG heeft betwist dat zij ten tijde van de bespreking over de sponsoring en levering van computerapparatuur op de hoogte was van de slechte financiële positie van AGOVV.

Voorts blijkt volgens AGOVV de juistheid van haar stelling dat de levering van de computerapparatuur werd vergoed door middel van een sponsorcontract van gelijke waarde uit de omstandigheid dat aan ECG een parkeerkaart voor het PP1-terrein en 4 VIP-kaarten is verstrekt. Dit zijn gunsten die behoren bij een co-sponsorschap-contract zoals in 2.6. weergegeven, aldus AGOVV. Gegeven de waarde van de computerapparatuur kwam ECG volgens AGOVV voor drie jaar in aanmerking voor zo’n contract.

Deze stelling strookt niet met het door AGOVV gedane aanbod dat zij aan deze stelling ten grondslag legt en weergegeven in rechtsoverweging 2.6., waarbij het sponsorbedrag is geconcretiseerd tot tweemaal € 10.500,-, terwijl de waarde van de te leveren computerapparatuur en –diensten beduidend hoger was, volgens de stelling van AGOVV rond de € 30.000,-.

Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom ECG zou willen instemmen met een door AGOVV gedaan aanbod waarbij de geneugten van de sponsoring in een waarde uitgedrukt aanzienlijk beperkter waren dan de door haar te plegen investering.

Dat aan ECG de vermelde parkeerkaart en VIP-kaarten zijn verstrekt, doet aan het vorenstaande niet af. Bovendien brengt AGOVV zelf naar voren dat speciaal voor ECG een maatwerkpakket is samengesteld, zodat ook in zoverre de verstrekking van bedoelde kaarten geen onderbouwing vormt van de door AGOVV ingenomen stelling.

AGOVV beroept zich ten slotte op een interview met ECG in een periodiek van AGOVV, waarin ECG zelf te kennen heeft gegeven dat zij gratis apparatuur heeft geplaatst bij AGOVV. Deze stelling mist feitelijke grondslag. AGOVV heeft ter comparitie van partijen erkend dat deze tekst weliswaar in het concept van bedoeld interview heeft gestaan, maar niet in de definitieve, gepubliceerde tekst. In de definitieve tekst is de term ‘gratis’ nu juist vervallen.

7.6. Het voorgaande leidt ertoe dat AGOVV er niet in is geslaagd om voldoende gemotiveerd te stellen dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten waarbij ECG computerapparatuur en -diensten zou leveren aan AGOVV in ruil voor sponsorschap (met gesloten beurzen). Aan het bewijsaanbod van AGOVV zal derhalve worden voorbij gegaan.

7.7. Vervolgens ligt de vraag voor of de door ECG gestelde overeenkomsten tot stand zijn gekomen, te weten een koopovereenkomst met betrekking tot de levering van de computerapparatuur en een sponsorovereenkomst van 8 december 2009, waarbij ECG AGOVV gedurende twee jaar voor een bedrag van € 5.400,00 excl. BTW sponsort.

7.8. ECG heeft gesteld dat beide overeenkomsten op 14 december 2009 tot stand zijn gekomen, nadat de offerte van 30 november 2009 respectievelijk de sponsorovereenkomst van 8 december 2009 door beide partijen is ondertekend.

AGOVV stelt niet bekend te zijn met de inhoud van de overeenkomsten, betwist dat de handtekeningen en de parafen op deze documenten afkomstig zijn van [naam C] en zo dit al het geval zou zijn, [naam C] onbevoegd was AGOVV te vertegenwoordigen.

7.9. Het meest verstrekkende verweer van AGOVV is dat zij niet bekend is met de inhoud van de door ECG gestelde overeenkomsten en dat de handtekeningen en parafen niet afkomstig zijn van [naam C].

Dit verweer wordt verworpen. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [naam C] verklaard dat de handtekening onder de offerte van 30 november 2009 zijn handtekening is. Gesteld noch gebleken is dat deze handtekening is vervalst.

Dit betekent dat de stelling van AGOVV dat de offerte van 30 november 2009 bij haar niet bekend is en niet door [naam C] is ondertekend, feitelijke grondslag mist.

Ten aanzien van de sponsorovereenkomst van 8 december 2009 heeft [naam C] ter comparitie verklaard dat de handtekening op pagina 3 eveneens van hem afkomstig is. Ook hiervoor geldt dat de stelling dat deze sponsorovereenkomst niet de handtekening van [naam C] bevat, feitelijke grondslag mist. AGOVV betwist dat de parafen op pagina 1 en 2 door [naam C] zijn geplaatst. Kennelijk betwist AGOVV daarmee de inhoud van pagina 1 en 2 van de overeenkomst. Bij de comparitie is evenwel uit de administratieve gegevens van het faxbericht gebleken dat alle pagina’s van de sponsorovereenkomst op 14 december 2009, om 14:52 uur (p. 1 en 2) en 14:53 uur (p. 3) – derhalve in een zeer kort tijdsbestek – door AGOVV naar ECG zijn gefaxt, waarna deze om 15:44 uur door ECG naar AGOVV zijn gefaxt. Nu al deze pagina’s aldus afkomstig waren van (de fax van) AGOVV valt zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet in te zien dat ECG (een deel van) deze pagina’s verwisseld zou kunnen hebben pagina’s met een andere tekst.

De algemene stelling van AGOVV dat door ECG in het geding gebrachte e-mailberichten en faxberichten in ieder geval, voor zover zij zijn ‘ingekomen’ bij AGOVV niet bij de heren [naam E] en [naam C] bekend zijn, wordt – gelet op het hiervoor overwogene – als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.

Gezien het vorenstaande heeft in rechte te gelden dat zowel de offerte als de sponsorovereenkomst als vermeld in rechtsoverweging 2.8. bij [naam C] bekend waren en door hem zijn ondertekend.

7.10. Vervolgens is de vraag aan de orde of AGOVV al dan niet gebonden is door de vertegenwoordigingshandeling van [naam C].

7.11. Ingevolge artikel 2:240 lid 2 BW komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vennootschap toe aan iedere bestuurder. Wanneer sprake is van onbevoegde vertegenwoordiging kan de vertegenwoordigde vennootschap desondanks gebonden worden aan de rechtshandeling indien sprake is van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Dat is het geval wanneer de derde (in dit geval ECG) gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening door de vertegenwoordigde (in dit geval AGOVV) aan de vertegenwoordiger (in dit geval [naam C]) op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen een zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (HR 19 februari 2010, NJ 2010, 115).

7.12. Niet in geschil is dat AGOVV een bestuurder heeft, te weten [naam E]. Hij is alleen/zelfstandig bevoegd AGOVV te vertegenwoordigen. Dit betekent dat [naam C] niet bevoegd was namens AGOVV overeenkomsten te sluiten.

7.13. ECG stelt dat er in elk geval sprake is van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, nu [naam C] commercieel directeur is van AGOVV en zij uit de correspondentie tussen partijen en de gesprekken die tussen hen hebben plaatsgevonden, mocht afleiden dat [naam C] bevoegd was om overeenkomsten aan te gaan en dat [naam E] akkoord was met de inhoud hiervan.

AGOVV voert aan dat het bij ECG bekend was dat alleen [naam E] bevoegd was om AGOVV te vertegenwoordigen, nu het [naam E] was die de sponsorovereenkomst van 2008 heeft ondertekend.

7.14. Niet in geschil is dat de tussen partijen gesloten sponsorovereenkomst uit 2008 namens AGOVV is ondertekend door [naam E] en dat onderhavige overeenkomsten niet door [naam E] zijn ondertekend.

Bij de comparitie van partijen is namens AGOVV verklaard dat [naam C] op 1 oktober 2009 bij AGOVV in dienst is getreden als commercieel directeur en dat hij in die hoedanigheid contact heeft opgenomen met ECG teneinde de mogelijkheid van uitbreiding van het sponsorcontract te onderzoeken. Niet gesteld of anderszins gebleken is dat [naam C] hierbij het voorbehoud van toestemming van [naam E] heeft gemaakt. Voorts is alle (overgelegde) correspondentie over de levering van computerapparatuur en het sponsorcontract namens AGOVV door deze commercieel directeur gevoerd. Op grond van deze feiten en omstandigheden die, naar het oordeel van de rechtbank voor risico van AGOVV komen, mocht ECG naar verkeersopvattingen erop vertrouwen dat commercieel directeur [naam C] bevoegd was AGOVV te vertegenwoordigen.

Het verweer van AGOVV dat zij niet gebonden is aan de door ECG gestelde overeenkomsten, wordt derhalve verworpen.

7.15. Ook het subsidiaire verweer van AGOVV dat de vordering voor slechts een derde deel kan worden toegewezen, nu ECG in drie termijnen zou factureren, wordt verworpen.

In de in rechtsoverweging 2.7. geciteerde concept-sponsorovereenkomst, die [naam C] op 14 december 2009, 12:18 uur, aan ECG heeft gemaild, is weliswaar bepaald dat ECG een factuur zal sturen voor de geleverde materialen en/of diensten, verspreid over drie jaar, maar in de definitieve, door [naam C] ondertekende sponsorovereenkomst (rechtsoverweging 2.8.) is geregeld dat ECG een factuur zal sturen voor de geleverde materialen en/of diensten, die door AGOVV binnen 30 dagen na factuurdatum zal worden voldaan. Daarnaast is in de door [naam C] ondertekende offerte van 30 november 2009 bepaald dat betaling van de facturen binnen 30 dagen na factuurdatum zal plaatsvinden.

Het meer subsidiair gevoerde verweer dat de vordering dient te worden verminderd met het overeengekomen sponsorcontract van € 10.500,00 per jaar (althans subsidiair € 6.050,00, althans uiterst subsidiair € 5.400,00 per jaar) kan, gelet op de hiervoor gegeven beslissing, onbesproken blijven.

7.16. Het verweer dat ECG bij de weergave van de feiten artikel 21 Rv geschonden heeft, wordt verworpen. Dat AGOVV de gestelde feiten en omstandigheden betwist, doet er niet aan af dat ECG voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld en dat die feiten en omstandigheden voor een deel in deze procedure zijn komen vast te staan. Uit het vorenstaande volgt dat die gebleken feiten en omstandigheden de (grondslag van de) vordering kunnen dragen.

7.17. Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering voor wat betreft de hoofdsom zal worden toegewezen.

Wettelijke handelsrente

7.18. AGOVV voert voorts aan dat zij geen wettelijke handelsrente verschuldigd is, omdat er geen sprake is van een handelsovereenkomst en zij niet in verzuim was nu zij de facturen van ECG niet heeft ontvangen.

7.19. Het verweer wordt verworpen.

De tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst kan als een handelsovereenkomst worden gekwalificeerd, nu het een overeenkomst tussen professionals betreft, strekkende tot levering van goederen of diensten tegen betaling.

Daarnaast was AGOVV in verzuim, omdat de door partijen overeengekomen fatale betalingstermijn (30 dagen na factuurdatum) was verstreken. Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De betwisting van de ontvangst van de facturen mist feitelijke grondslag. Uit de e-mail die [naam C] op 30 december 2009 aan [naam A] heeft gestuurd (rechtsoverweging 2.11.) alsmede het e-mailbericht van 21 januari 2010 van [naam A] aan [naam C] (rechtsoverweging 2.12.) volgt dat AGOVV de facturen wel degelijk heeft ontvangen.

Buitengerechtelijke incassokosten

7.20. ECG heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. AGOVV heeft de verschuldigdheid hiervan betwist. Uitgangspunt is dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. ECG heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten wordt daarom afgewezen.

Proceskosten en beslagkosten

7.21. ECG vordert AGOVV te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op:

- explootkosten € 434,86

- vast recht 103,00

- salaris advocaat 579,00 (1 x rekest x € 579,00)

Totaal € 1.116,86.

7.22. AGOVV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ECG worden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- vast recht 582,00

- salaris advocaat 1.447,50 (2,5 punt × tarief € 579,00)

Totaal € 2.103,39.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

AGOVV heeft haar belang bij afwijzing van de vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad onder meer onderbouwd met de stelling dat sprake is van een restitutierisico gegeven de financiële toestand van ECG. Nu AGOVV heeft nagelaten haar stelling op dit punt te concretiseren, wordt deze als onvoldoende onderbouwd ter zijde gelegd.

De enkele omstandigheid dat de appelrechter mogelijk anders zal oordelen, staat aan toewijzing van de vordering onder uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet in de weg.

in reconventie

7.23. De vordering tot opheffing van het beslag zal worden afgewezen. Het beslag is gelet op hetgeen in conventie is beslist, terecht gelegd en voorts is geen sprake van een wanverhouding tussen het bedrag waartoe AGOVV veroordeeld is te betalen en het bedrag waarvoor conservatoir beslag is gelegd.

7.24. AGOVV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ECG worden begroot op salaris advocaat € 289,50 (1 punt × factor 0,5 × tarief € 579,00).

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. veroordeelt AGOVV om aan ECG te betalen een bedrag van € 30.079,63, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag telkens vanaf 30 dagen na de respectievelijke factuurdata van 20, 21, 23, 24 en 28 december 2009 tot de dag van volledige betaling;

8.2. veroordeelt AGOVV in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.116,86;

8.3. veroordeelt AGOVV in de proceskosten, aan de zijde van ECG tot op heden begroot op € 2.103,39;

8.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

8.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

8.6. wijst de vordering af,

8.7. veroordeelt AGOVV in de proceskosten, aan de zijde van ECG tot op heden begroot op € 289,50.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Vos en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2010.