Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN9600

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-10-2010
Datum publicatie
06-10-2010
Zaaknummer
06/950002-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor een diefstal in vereniging met geweld en twee diefstallen in vereniging. De rechtbank legt hem een voorwaardelijke gevangnisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van 2 jaren op alsmede een werkstraf van 240 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950002-10

Uitspraak d.d.: 6 oktober 2010

tegenspraak / dip / onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1986],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. R.W.A. Offermans, advocaat te Zeewolde.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 mei 2010 en 22 september 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 januari 2010, te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

twee, althans één, tas(sen) (met inhoud, waaronder een mobiele telefoon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- (hard) op die [slachtoffer A] is afgerend en/of

-(vervolgens) een hek dat die [slachtoffer A] vasthad in tegengestelde richting heeft opengeduwd en/of die [slachtoffer A] heeft geduwd (waardoor die [slachtoffer A] is gevallen) en/of

-(vervolgens) aan een (zwarte) schoudertas (die onder die [slachtoffer A] lag) heeft getrokken en/of die tas heeft gepakt, en/of

-(vervolgens) (meerdere malen) heeft geroepen: "Give me your bag bitch or I kill you!";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 06 januari 2010 tot en met 26 januari 2010 te Ermelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee, althans één, tas(sen) (met inhoud, waaronder een mobiele telefoon), althans een mobiele telefoon (merk Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die tas(sen), althans mobiele telefoon wist(en), althans redelijkerwijs

had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 09 januari 2010 te Zeewolde

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand van [bedrijf] heeft weggenomen

een hoeveelheid beddengoed (één of meerdere kussen(s), (een) dekbed(den), (een) hoeslaken(s), (een) dekbedovertrek(ken)) en/of een klamboe en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of de heer [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 14 november 2009 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (van [drukkerij]) heeft weggenomen

twee, althans één geldkistje(s) (met inhoud, te weten (in totaal) 12.999,-- euro), in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [drukkerij] en/of [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of

geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit

Aanleiding van het onderzoek1

Aanleiding voor het onderzoek was de aangifte door [slachtoffer A], waarin zij zegt dat zij op 6 januari 2010 slachtoffer is geworden van een diefstal met geweld. Aangeefster wilde het horecagedeelte van sporthal/zwembad [zwembad te plaats], waar zij het horecagedeelte runt, afsluiten, toen zij werd overvallen door een manspersoon. Ze werd geduwd en hoorde meermalen 'Give me your bag bitch, or I kill you'. De manspersoon heeft een schoudertas en een klein oranje tasje van het slachtoffer afgepakt en is gevlucht. In een van de tassen zat onder andere een mobiele telefoon van het slachtoffer.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard op basis van de aangifte van [slachtoffer A], de bekennende verklaring van verdachte [verdachte] en de verklaring van zijn partner [partner van verdachte].

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich met betrekking tot de bewezenverklaring zal refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de aangifte van [slachtoffer A]2, de bekennende verklaring van verdachte3 en de verklaring van zijn partner [partner van verdachte]4 tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair aan verdachte verweten feit kan worden gekomen.

Verdachte heeft verklaard5 dat hij in de nacht van 5 op 6 januari 2010 samen met [medeverdachte A] naar Ermelo is gereden. Ze gingen op pad met de gele Caddy van verdachte om ergens te gaan inbreken. Toen ze langs [zwembad] reden, is de auto geparkeerd en hebben ze naar binnen gekeken. Medeverdachte [medeverdachte A] zei tegen verdachte dat hij de auto moest gaan wegzetten. Verdachte heeft de auto in een woonwijk geparkeerd en is teruggelopen naar [zwembad]. Op dat moment hoorde hij geschreeuw en is hij teruggerend naar de auto. In de auto heeft verdachte [medeverdachte A] gebeld. [medeverdachte A] zei dat verdachte hem moest ophalen bij het kampje waar [medeverdachte A]s oom woont in Ermelo. Daar kwam [medeverdachte A] naar verdachte en [medeverdachte A] droeg een tas met spullen, met daarin onder meer portemonnees en een witte telefoon. [medeverdachte A] vertelde dat hij de tas had weggepakt van - waarschijnlijk - een vrouw bij [zwembad]. Verdachte heeft geld en een witte telefoon uit de tas gehaald. De rest heeft hij onderweg naar huis, terwijl [medeverdachte A] de auto bestuurde, uit het raam gegooid. Eenmaal thuis is verdachte gaan slapen. De volgende dag heeft hij alles aan zijn partner [partner van verdachte] verteld en heeft hij haar de witte telefoon gegeven.

[partner van verdachte] heeft verklaard6 dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte A] naar Ermelo waren geweest. Ze had dit gehoord van verdachte. [medeverdachte A] zou een vrouw hebben geslagen en geduwd. De volgende dag heeft [partner van verdachte] de telefoon, die op tafel lag, gepakt. Verdachte zei dat [partner van verdachte] die mocht hebben. Het betrof een witte Samsung.

De rechtbank overweegt dat de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal tezamen en in vereniging is gepleegd. Uit het vorenstaande volgt dat sprake is geweest van een gezamenlijk plan om gekwalificeerde diefstal te plegen. Aannemelijk is dat verdachte weliswaar de auto aan het wegzetten was toen [medeverdachte A] de diefstal pleegde, maar dat verdachte zich niet heeft gedistantieerd nadat [medeverdachte A] verdachte op de hoogte had gebracht van wat er gebeurd was. Integendeel; hij heeft een actieve rol gehad in de verdeling van de buit terwijl hij [medeverdachte A] meenam, weg van de plaats van de overval. Onder die omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van medeplegen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit

Aanleiding voor het onderzoek7

Aanleiding voor het onderzoek was de aangifte van [slachtoffer C], dat in zijn bedrijf [bedrijf] in Zeewolde tussen 8 januari 2010 en 9 januari 2010 was ingebroken. Aangever trof op 9 januari 2010 in het bedrijf een grote ravage aan. Er was onder andere een kast met dekbedovertrekken grotendeels leeggehaald en er was geld weggenomen uit de kassa. De lichtkoepel op het dak van het bedrijf stond open en het systeemplafond lag gedeeltelijk kapot op de grond.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte van [slachtoffer C], de bekennende verklaring van verdachte, de verklaring van zijn partner [partner van verdachte] en de blackboxgegevens.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich met betrekking tot de bewezenverklaring zal refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de aangifte van [slachtoffer C]8 en de bekennende verklaring van verdachte9 tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van het aan verdachte verweten feit.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit

Aanleiding van het onderzoek10

Aanleiding voor het onderzoek was de aangifte namens [drukkerij] op 14 november 2009. Er werd een ruit vernield waarna een kast werd opengebroken waaruit twee geldkistjes werden weggenomen met een inhoud van € 12.999,00 en € 800,00.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard op basis van de aangifte van Bottenberg, de verklaring van [medeverdachte A], de verklaring van [medeverdachte B] zoals afgelegd bij de politie en de blackboxgegevens.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat er voldoende wettig bewijs tegen verdachte is maar dat de overtuiging ontbreekt. Er zijn alternatieve scenario's mogelijk, waardoor de rechtbank de overtuiging dat verdachte dit feit heeft gepleegd niet kan bekomen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de aangifte van [slachtoffer D]11, de bij de politie afgelegde verklaring van [medeverdachte B]12, de blackbox-gegevens13 en de verklaring van [medeverdachte A]14 tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.

Bottenberg heeft op 14 november 2009 aangifte gedaan van een inbraak op deze dag. Op 14 november 2009 was een ruit met een steen ingegooid in zijn bedrijf in Harderwijk. Medeverdachte [medeverdachte B] heeft bij de politie verklaard dat hij in november 2009 samen met verdachte op pad is geweest. Met op pad gaan bedoelt hij inbreken of zoiets. [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij met verdachte in de auto van diens werk naar het industrieterrein reed. Verdachte zei dat hij ergens geld ging pakken. [medeverdachte B] liep mee tot het hoekje en verdachte liep door; dat hadden zij zo afgesproken. Zij hadden afgesproken dat [medeverdachte B] de auto mee zou nemen, mocht er iets gebeuren. Verdachte zou bellen als er iets mis zou gaan.Verdachte is naar een gebouw gelopen en heeft ingebroken. [medeverdachte B] hoorde glasgerinkel. Verdachte kwam terug met een tasje. [medeverdachte B] heeft € 100,-- gekregen van verdachte omdat hij mee was geweest. In de omstandigheid dat [medeverdachte B] ter terechtzitting van 22 september 2010 heeft verklaard zich nauwelijks meer iets te kunnen herinneren van het gebeurde, ziet de rechtbank geen aanleiding om [medeverdachte B] niet aan de door hem ten overstaan van de politie afgelegde verklaring te houden.

Uit de verklaring van verdachte [medeverdachte A]15 komt naar voren dat verdachte hem heeft verteld dat hij heeft ingebroken bij een drukkerij op het industrieterrein in Harderwijk. Hij heeft een ruit ingegooid en geld gestolen. [bijnaam] (bijnaam van [medeverdachte B]) stond daarbij op de uitkijk. [verdachte] wist waar het geld lag omdat hij bij de drukkerij de geboortekaartjes van zijn zoon had laten drukken. Uit de blackbox-gegevens blijkt dat de Volkswagen Caddy van verdachte in de buurt was van [drukkerij] op het moment dat er volgens de aangifte werd ingebroken.

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen voldoende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 06 januari 2010, te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

twee tassen met inhoud, waaronder een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte:

- hard op die [slachtoffer A] is afgerend en

- vervolgens een hek dat die [slachtoffer A] vasthad in tegengestelde richting heeft opengeduwd en die [slachtoffer A] heeft geduwd waardoor die [slachtoffer A] is gevallen en

- vervolgens aan een zwarte schoudertas die onder die [slachtoffer A] lag heeft getrokken en die tas heeft gepakt, en

- vervolgens meerdere malen heeft geroepen: "Give me your bag bitch or I kill you!";

2.

hij op 09 januari 2010 te Zeewolde tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand van [bedrijf] heeft weggenomen een hoeveelheid beddengoed (meerdere kussens, dekbedden, hoeslakens, dekbedovertrekken) en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [bedrijf] en/of de heer [slachtoffer C], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

3.

hij op 14 november 2009 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand van [drukkerij] heeft weggenomen

enige geldbedragen, toebehorende aan [drukkerij] en/of [slachtoffer D], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

Feit 2 en 3 (telkens):

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het alle drie zeer kwalijke feiten zijn. Dergelijke feiten veroorzaken aanzienlijke schade, met name psychische schade, bij slachtoffers. Daarnaast acht de officier van justitie het gemak waarmee door verdachte wordt gesproken over het plegen van inbraken zeer kwalijk. Voorts heeft de officier van justitie rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waarop vooral geweldsdelicten staan, maar ook enkele vermogensdelicten.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte op de goede weg is. Verdachte is bezig met het aflossen van schulden. Verdachte erkent zijn fouten en is het met de officier van justitie eens dat het zware feiten betreft. Gelet op de openheid van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden is een voorwaardelijke straf op zijn plaats. Indien de rechtbank ruimte ziet voor een werkstraf, is verdachte bereid deze uit te voeren.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in korte tijd schuldig heeft gemaakt aan meerdere vermogensdelicten; dit zijn kwalijke en vervelende feiten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten.

Anderzijds houdt de rechtbank ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn voornemen om zijn leven te beteren.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling van de politierechter te Zutphen d.d. 12 april 2010, zoals deze blijkt uit het algemeen documentatieregister ten name van verdachte.

Al het voorgaande in aanmerking nemend, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op het verleden van verdachte en de conclusies uit het rapport van de reclassering16, zal de rechtbank aan verdachte de bijzondere voorwaarde opleggen, namelijk dat hij zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften hem door of vanwege de reclassering te geven. Daarbij legt de rechtbank verdachte op een werkstraf van 240 uur.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.074,29 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit. Deze vordering is op 24 augustus 2010 ontvangen bij Slachtofferhulp Nederland.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering niet is ingediend voor het requisitoir van de Officier van Justitie, overeenkomstig artikel 51b lid 2 Wetboek van Strafvordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 47, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1 primair, 2 en 3 heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

Feit 2 en 3 (telkens):

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

* een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die werkstraf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Heenk, voorzitter, Kleinrensink en Troost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2010.

mr. Kleinrensink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2010002482, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 5 mei 2010.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], p. 324-328

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 128-130

4 Proces-verbaal van verhoor [partner van verdachte], p. 61-65

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 126-130

6 Proces-verbaal van verhoor [partner van verdachte], pag. 61-65

7 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2010002482, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 5 mei 2010.

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], p. 501-502

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 138-141

10 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer * , Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district *, gesloten en ondertekend op *.

11 Proces-verbaal van aangifte, p.600-601

12 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], p. 319-320

13 Blackbox-gegevens van 14/11/2009 00:00 tot 15/11/2009 00:00, p. 618-620

14 Proces verbaal van verhoor [medeverdachte A], p. 297

15 Verhoor [medeverdachte A], pag. 297

16 Reclasseringsadvies d.d. 30-3-2010