Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN7222

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
16-09-2010
Zaaknummer
110299 - HA ZA 10-822
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Stormschade aan silo? Stellingen niet voldoende onderbouwd.

Uit het gemotiveerde rapport van de zijde van de verzekeraar blijkt dat de schade nit veroorzaakt kan zijn door het verzekerd voorval (storm). Eiser kon daarom niet volstaan met een verwijzing naar de nauwelijks gemotiveerde en niet goed verifieerbare conclusies in de rapportages van zijn kant

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 110299 / HA ZA 10-822

Vonnis van 30 juni 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. Y.B. Boendermaker te Almere,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Esseling te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Achmea genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 april 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 16 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is eigenaar van een mestsilo aan de [adres te plaats]. [eiser] heeft voor (onder meer) deze silo een verzekeringsovereenkomst gesloten met Achmea, de Agrarische BedrijfsPolis (hierna: de verzekering).

2.2. In de verzekeringsvoorwaarden van de verzekering is onder meer het volgende te lezen (productie 2 bij dagvaarding):

“(…)

2.1 Begripsomschrijvingen

(…)

Storm Een windsnelheid van meer dan 14 meter per seconde.

(…)

3. schade-oorzaken voor gebouwen en roerende zaken

In het dekkingsoverzicht op het polisblad is aangegeven welke objecten of risico’s tegen de in dit hoofdstuk genoemde oorzaken zijn verzekerd.

(…)

B. Storm

Verzekerd is schade door:

A storm;

(…)

9.1.2 Gebouwen, roerende zaken en bedrijfsschade

De omvang van de schade wordt vastgesteld door een door Avéro Achmea aangewezen expert, tenzij regeling door twee experts wordt overeengekomen.

(…)”

2.3. [eiser] heeft op 2 februari 2009 geconstateerd dat de silo onbeschadigd was. Op 7 maart 2009 heeft [eiser] geconstateerd dat aan de bovenzijde van de silo forse schade was ontstaan. De bovenzijde van de silo is aan één kant vervormd.

2.4. [eiser] heeft de schade op 13 maart 2009 gemeld aan Achmea. Achmea heeft de heer G.D. Klaassen aangewezen als schade-expert.

2.5. Bij brief van 21 april 2009 heeft [naam] Bouw BV (hierna te noemen: [naam] Bouw) aan [eiser] geschreven (productie 7 bij dagvaarding): “(…) Naar aanleiding van ons bezoek d.d. 03-04-2009, betreffende uw staalgeëmailleerde J.O.Z. silo van 1988 met een diameter van 20.55 meter en een wandhoogte van 4.35 meter, verhoogd op 26-04-1995 tot een hoogte van 5.80 meter.

De silo is aan de achterzijde zwaar beschadigd.

Volgens mijn oordeel is dit te wijten aan een plotselinge winddruk, en niet aan sneeuwdruk of wateraccumulatie.

De verstevigingshoeklijnen aan de binnenzijde en buitenzijde van de silo, gemonteerd op de bovenzijde van de silorand, zijn in zeer goede staat.

Indien sneeuwval de oorzaak zou zijn, was het hoeklijn op meerdere plaatsen door het dak beschadigd. Dit is niet het geval.

Het leveren en aanbrengen van onderstaande is begroot op € 56.500,- exclusief 19% B.T.W. (…)”

2.6. Bij brief van 24 mei 2009 heeft Achmea aan [eiser] geschreven (productie 4 bij dagvaarding): “(…) Wij hebben een expert ingeschakeld om de schade op te nemen en deze is van mening dat de constructie stevig genoeg moet zijn om tegen storm bestand te zijn. Uit het rapport van een constructeur die de constructie heeft beproefd middels een computermodel blijkt dat de schade niet het gevolg kan zijn van storm.

De constructie vermoedelijk beschadigd door een oplopende belasting door hemelwater. Uit metingen blijkt dat in dat geval de constructie wél zou vervormen.

De polisvoorwaarden dekken echter geen schade door ophoping van regenwater. Hiervoor volgt dus geen vergoeding. (…)”.

2.7. Bij brief van 4 juni 2009 (productie 6 bij dagvaarding) heeft Grontmij/Stoel Partners, onderdeel van Grontmij Nederland BV (hierna te noemen: Stoel Partners) aan Achmea geschreven:

“(…) Op maandag 11 mei jl. hebben wij om 14:00 een bezoek gebracht aan de [adres te plaats] en diverse foto’s gemaakt van de beschadigde silo. Tijdens een gesprek met [eiser] heeft hij ons een kopie van een offerte van [naam] Bouw B.V. gegeven waar het volgende in staat: ‘De silo is aan de achterzijde zwaar beschadigd.

Volgens mijn oordeel is dit te wijten aan een plotselinge winddruk en niet aan sneeuwdruk of wateraccumulatie.’

Wij hebben mondeling toestemming van de heer [eiser] ontvangen de gegevens van de beschadigde mestsilo bij de maker van de silo, JOZ mestafvoersystemen, op te vragen. Op 14 mei jl. hebben wij de gegevens van de silo bij JOZ opgevraagd welke op 26 mei jl. volledig zijn verstrekt.

Controleberekeningen

Wij hebben diverse controleberekeningen uitgevoerd met behulp van een 3d rekenprogramma. Daaruit is al vrij snel duidelijk geworden dat de constructie niet kan zijn beschadigd door een continue windbelasting noch door een windstoot. Bij een windstoot van 16m/s, het maximum voor de periode tussen 2 februari jl. en 7 maart jl., vervormt de silo maximaal 6,6 mm (zie bijlage C). Dit is een acceptabele vervorming. De u.c.-waarden blijven ook ver beneden de maximum toegestane waarde van 1,00 (zie bijlage D) hetgeen betekent dat hierdoor nimmer een blijvende vervorming kan zijn ontstaan.

Verder is gekeken naar de gevolgen van een verticale belasting op het tentzeil. Bij een belasting van vijftig kilogram op het tentzeil vlak bij de rand ontstaat een hoge, blijvende vervorming van de silowand (zie bijlage E). In bijlage F is duidelijk te zien dat bij een dergelijke belasting de u.c.-waarden ver boven de toegestane waarde van 1,00 uitstijgen en dat een dergelijke belasting dus een blijvende vervorming kan veroorzaken.

(…)

Mogelijke oorzaken

Uit de 3d-berekeningen is verder duidelijk geworden dat het waargenomen schadepatroon kan ontstaan bij een plaatselijke of ongelijkmatige horizontale belasting op de bovenste rand van de silowand. Er is een aantal situaties denkbaar waarbij een dergelijke horizontale belasting kan optreden.

1. De rand is direct belast door bijvoorbeeld een manoeuvrerende kraan of landbouwmachine (in de nabijheid van de silo’s zijn zware bouwmaterialen aangetroffen) waardoor de bovenrand is vervormd

2. Het tentzeil is rondom niet gelijkmatig of te strak c.q. onvoldoende aangespannen geweest. Hierdoor kan een initiële vervorming zijn ontstaan waardoor het tentzeil is gaan doorhangen en bij regenval vervolgens wateraccumulatie is opgetreden

3. Het tentzeil is verticaal belast door personen (wellicht baldadige jeugd?) waardoor eveneens een initiële vervorming kan zijn ontstaan met daardoor kans op wateraccumulatie (als 2.).

Door deze vervorming kan het tentdoek gaan doorhangen en kan neerslag hier gaan accumuleren waardoor de silo uiteindelijk zal bezwijken. Daarvoor is in de periode voorafgaand aan de ontdekking aan de schade voldoende neerslag gevallen.

Verder is op een van de foto’s ter plaatse van de schade een duidelijk verkleuring op het tentdoek te zien welke waarschijnlijk het gevolg is van water wat voor langere tijd op het tentzeil heeft gestaan.

Conclusie

Wateraccumulatie is naar onze mening de meest voor de hand liggende oorzaak. (…)”.

2.8. De schade-expert van Achmea heeft op 17 juni 2009 aan Achmea gerapporteerd (productie 1 van de zijde van Achmea): “(…) Eigen bevindingen

In de periode van 2 februari tot 16 maart heb ik op 9 maart een maximale windstoot kunnen vinden in weerstation Lelystad van 15 meter per seconde. Uurgemiddelde windsnelheden van meer dan 14 meter per seconde ben ik niet tegen gekomen. In eerste instantie hebben wij de leverancier gevraagd zijn oordeel te geven over de mogelijke oorzaak en de herstelkosten. Volgens deze zou wind de oorzaak zijn en voor het herstel werd de hoofdprijs toegekend. Ik heb vervolgens in overleg met u alsnog een constructeur ingeschakeld (…)

Verklaringen van derden

Uit het rapport van de constructeur blijkt dat storm de oorzaak niet kan zijn en dat de meest waarschijnlijke oorzaak wateraccumulatie op het dek moet zijn. De constructeur gaan uit van een windstoot van 16 m/s die hij ook als maximum in de door verzekerde aangegeven periode heeft kunnen vinden. Volgens de constructeur zal een dergelijke schade door wind pas kunnen ontstaan bij ongeveer 10x die maximum gemeten windsnelheid, dus 160 m/s. Dergelijke windsnelheden komen in Nederland nooit voor. (…)

Op basis van het rapport van de constructeur lijkt mij een afwijzing op zijn plaats. Schadevaststelling heeft daarom niet plaats gevonden, ook om geen valse verwachtingen bij verzekerde te wekken. (…)”.

2.9. Bij e-mail bericht van 11 augustus 2009 (productie 8 bij dagvaarding) heeft JOZ BV (hierna te noemen: JOZ) aan [eiser] geschreven: “(…) Naar aanleiding van ons telefonische contact stuur ik u hierbij het schade rapport toe. (…)

Naar ons inzien is de schade aan de silo te wijten aan een (ruk)wind. Er zijn geen aanwijzingen te benoemen waarom dit door evt. regenval in het dak zou kunnen gebeuren. Tijdens ons bezoek is geconstateerd dat de gemonteerde hoeklijnen nog in een goede conditie verkeerde. (…)”.

2.10. Uit informatie van het KNMI blijkt, dat op 10 februari 2009 in Lelystad een maximale windstoot gemeten is van 16 meter per seconde.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I voor recht zal verklaren dat de schade die [eiser] heeft gelegen aan de mestsilo het gevolg is van een storm in de periode tussen 2 februari 2009 en 7 maart 2009,

II voor recht zal verklaren dat de tussen [eiser] en Achmea gesloten verzekeringsovereenkomst polisdekking biedt voor de volledige schade die [eiser] geleden heeft als gevolg van deze storm,

III Achmea zal veroordelen tot vergoeding van de schade die [eiser] geleden heeft als gevolg van de storm, welk bedrag dient te worden begroot aan de hand van een nader op te vragen offerte,

IV Achmea zal veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over het bedrag aan schadevergoeding vanaf 24 mei 2009, althans 2 juli 2009, althans 17 september 2009, althans 26 januari 2010, althans enige datum, tot de dag der voldoening,

V Achmea zal veroordelen tot betaling van € 1.788,- aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover,

VI Achmea zal veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.

3.2. [eiser] legt hieraan ten grondslag dat uit de rapportages van [naam] Bouw en JOZ blijkt dat de silo beschadigd is door storm. Er is sprake van een verzekerd voorval, zodat Achmea gehouden is de geleden schade aan [eiser] te vergoeden. Ten onrechte heeft Achmea de twee rapporten van gezaghebbende bedrijven op het gebied van mestsilo’s terzijde geschoven en een rapport laten opmaken door een bedrijf dat niet specifiek op het gebied van mestsilo’s deskundig is.

Uit de offerte van [naam] Bouw volgt dat de te verwachten reparatiesom € 67.235,- inclusief BTW zal zijn. [eiser] heeft ook buitengerechtelijke kosten gemaakt, onder meer door het inschakelen van een juridisch adviseur, waarvoor een vergoeding conform het rapport Voor-Werk II van € 1.788,- past.

3.3. Achmea voert verweer en concludeert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten alsmede in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen 14 dagen nadat het vonnis is gewezen worden voldaan.

Met name betwist Achmea dat sprake is van een verzekerd voorval. De schade kan niet door storm veroorzaakt zijn. Het causaal verband tussen een op 10 februari 2009 gemeten windsnelheid en de schade is niet onderbouwd. Ook voert Achmea verweer tegen de gestelde hoogte van de schade en overige vorderingen. Voor een eventuele schadevergoeding is geen plaats, maar indien tot vergoeding overgegaan zou moeten worden, dient de begroting van de schade plaats te vinden op de in de overeenkomst voorziene wijze en met aftrek van het eigen risico.

4. De beoordeling

4.1. Centraal staat de vraag of de schade aan de silo is veroorzaakt door een oorzaak waarvoor de door [eiser] bij Achmea afgesloten verzekering dekking biedt. [eiser] stelt dat dit het geval is. Gelet op het bepaalde in artikel 150 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) is het aan [eiser] deze stelling te onderbouwen en, zo nodig, te bewijzen.

4.2. Partijen zijn het er over eens dat ‘storm’ in dit geval de enige mogelijke schadeoorzaak is die onder de verzekering valt.

[eiser] stelt dat de schade aan de silo is veroorzaakt door storm. In de periode van 2 februari 2009 tot 7 maart 2009 is op10 februari 2009 in Lelystad een maximale windstoot gemeten van 16 meter per seconde. Er is dus sprake geweest van een storm in de zin van de verzekeringsvoorwaarden Ter onderbouwing van die stelling wijst [eiser] op de rapporten van [naam] Bouw en JOZ, die beiden concluderen dat de schade door storm/rukwind is veroorzaakt en het gegeven dat volgens het KNMI op 10 februari 2009 in Lelystad een windsnelheid van meer dan 14 m/s gemeten is.

4.3. Achmea betwist de stellingen van [eiser] gemotiveerd met het rapport van Stoel Partners. Volgens de metingen van deze deskundige is een windsnelheid van 16 m/s onvoldoende om aan de silo de aanwezige schade te veroorzaken. Hiervoor zou een voor Nederland ongekende windkracht nodig zijn van ca 160m/s.

4.4. De door [eiser] genoemde rapportages concluderen inderdaad tot schade, veroorzaakt door storm/rukwind, maar in de rapportages is niet aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de rapporteurs tot hun conclusie komen. De conclusies zijn daarmee niet goed verifieerbaar. Ook is niet voldoende inzichtelijk of andere mogelijke oorzaken zijn onderzocht en, zo ja, waarom deze zijn verworpen. Alleen sneeuwval wordt door [naam] Bouw enigszins gemotiveerd verworpen, voor het verwerpen van wateraccumulatie als mogelijke oorzaak wordt geen onderbouwing gegeven. JOZ merkt slechts op dat er geen aanwijzingen zijn voor schade door regenval.

4.5. Dit is anders in de rapportage van Stoel Partners. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt om welke - met berekeningen onderbouwde - redenen een windkracht van 16 meter per seconde niet geleid kan hebben tot de geconstateerde schade. Ook wordt gemotiveerd en met berekeningen en foto’s onderbouwd, aangegeven dat sprake moet zijn geweest van een doorhangend tentzeil waarin regenwater is verzameld en dat dit heeft geleid tot een druk waaraan de silo geen weerstand kon bieden. Stoel Partners is daarbij - naar door [eiser] ook ter comparitie is erkend - uitgegaan van de gegevens die zij van JOZ, de bouwer van de silo, heeft ontvangen.

Gelet op de inhoud van dit - aan [eiser] bekende en door hem overgelegde – rapport had [eiser] niet kunnen volstaan met de verwijzing naar de beide door hem overgelegde rapporten. Deze bieden, ook in onderling verband gelezen, onvoldoende aanknopingspunten om de bevindingen en conclusies van het rapport van Stoel Partners te weerleggen. Voor nadere onderbouwing en bewijslevering is thans geen plaats meer.

4.6. Overigens kan, zelfs indien van de rapportages van [naam] Bouw en JOZ zou moeten worden uitgegaan, daaruit niet worden afgeleid dat sprake is van causaal verband tussen de windstoot van 10 februari 2009 en de geconstateerde schade. De enkele aanwezigheid van een windstoot met een kracht die door de verzekering als ‘storm’ wordt aangemerkt is nog niet voldoende om aan te nemen dat die storm ook de schade veroorzaakt heeft.

4.7. Het voorgaande leidt er toe dat de vordering van [eiser] niet kan worden toegewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Achmea worden begroot op:

- vast recht € 263,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.167,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Achmea tot op heden begroot op € 1.167,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na heden tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [eiser] in de nakosten aan de zijde van Achmea begroot op een bedrag van € 131,00 ter zake van salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na heden tot de dag van volledige betaling

en

veroordeelt [eiser] voorwaardelijk, voor het geval [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan de in dit vonnis uitgesproken veroordeling voldoet en indien betekening plaatsvindt en noodzakelijk is, in de kosten van betekening, tot op heden begroot op € 68,00 voor salaris van de advocaat en de kosten van het betekeningsexploot, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na de betekening tot de dag van volledige betaling,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.