Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN4989

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
06/0810092-02 (verlenging terbeschikkingstelling)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS. De rechtbank oordeelt dat zij nog nader dient te worden voorgelicht en acht het noodzakelijk dat het hoofd behandeling van de kliniek waar veroordeelde zit op zitting gehoord wordt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Parketnummer: 06/0810092-02 (verlenging terbeschikkingstelling)

Op 16 juli 2010 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering d.d.

16 juli 2010 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar van:

[veroordeelde],

geboren te [plaats, 1983],

thans verblijvende bij FPC Oldenkotte, locatie Rekken,

hierna te noemen: betrokkene.

De vordering is behandeld in het openbaar gehouden onderzoek door de raadkamer van deze rechtbank op 11 augustus 2010. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Heropening onderzoek

Ter terechtzitting heeft de raadsman gesteld dat hij mevrouw Kuipers onvoldoende deskundig acht, nu zij niet uit eigen wetenschap kan verklaren aangezien zij geen direct contact heeft met betrokkene. Daarnaast acht hij haar onvoldoende deskundig nu zij ter terechtzitting heeft verklaard dat zij sinds een jaar en drie maanden is afgestudeerd. Voorts heeft hij de rapporten van Van Asselt (psycholoog) en Gerritsen (psychiater) ter discussie gesteld, nu beiden één bezoek aan betrokkene hebben gebracht en daar hun oordeel op hebben gebaseerd.

De raadsman heeft primair schorsing van het onderzoek gevorderd, teneinde de reclassering te laten rapporteren in het kader van een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Subsidiair heeft hij aangevoerd betrokkene op te laten nemen bij het Pieter Baan Centrum om aan de hand van een actueel rapport te beoordelen of een voorwaardelijke beëindiging mogelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsman gesteld dat door een extern deskundige, te weten mw Corinne de Ruiter een risicotaxatie opgemaakt dient te worden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de psycholoog als de psychiater vanuit hun jarenlange werkervaring rapporteren. Ter terechtzitting heeft Kuipers namens de kliniek een samenvatting gegeven van (de status van) de behandeling van betrokkene en heeft zij verklaard voorheen de behandelcoördinator van betrokkene te zijn geweest. Van Asselt, Gerritsen en het hoofd behandeling van Oldenkotte hebben overeenstemming bereikt en hebben geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Uit het rapport van Van Asselt blijkt dat hij een eigen afweging heeft gemaakt, maar wel tot hetzelfde oordeel komt als Gerritsen en de kliniek. De officier van justitie ziet geen reden de reclassering te laten rapporteren danwel betrokkene op te laten nemen in het Pieter Baan Centrum. Evenmin betwist de officier van justitie de deskundigheid van Kuipers. Hij heeft geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

De rechtbank overweegt als volgt

Onder de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. In het oog springt allereerst dat psychiater Gerritsen in zijn rapport melding maakt van een voorzichtig positieve en progressieve behandellijn. De scherpste kantjes van de persoonlijkheidsstoornis van betrokkene lijken milder te worden. Betrokkene maakt de indruk meer probleembesef te hebben ontwikkeld (hij erkent dat hij problemen heeft en kan aangeven welke problemen dat zijn). Hij lijkt meer open te staan voor feedback van anderen en reageert daarop minder gekwetst en gekrenkt, aldus psychiater Gerritsen die vervolgt, dat betrokkene tijdens het onderzoek op een echte manier heeft laten zien emotioneel geraakt te zijn als het gaat om het delict in kwestie. De psycholoog Van Asselt evenwel heeft daaromtrent volledig gezwegen. Daarbij komt dat het verhandelde ter zitting bij de rechtbank ook vragen heeft doen rijzen met betrekking tot de specifieke deskundigheid van mevrouw Kuipers in de onderhavige zaak. Het gaat daarbij niet alleen om het voor eenieder duidelijk voor het voetlicht brengen van de blijkbaar verschillende zienswijzen van psychiater en psycholoog en de kijk van de kliniek daarop, maar ook om een heldere analyse van het tussen de kliniek en betrokkene al langer bestaande verschil van mening omtrent verlofmogelijkheden. Betrokkene en de kliniek staan op dat punt lijnrecht tegenover elkaar. De kliniek is van mening dat men niet kan beginnen met het aanvragen van verloven, zolang met betrokkene geen vertrouwensrelatie is opgebouwd, terwijl betrokkene van mening is dat hij niet verder kan met de behandeling, zolang hij geen begeleid verlof heeft. Betrokkene acht zich inmiddels voldoende toegerust om met begeleid dan wel onbegeleid verlof te gaan. De kwestie van de verloven verkeert overigens al langere tijd in een impasse. De kliniek heeft, naar mevrouw Kuipers ter zitting verklaarde, thans besloten tot ruiling met een andere kliniek, wat tot gevolg zal hebben dat eventuele verloven verder op de lange baan zullen worden geschoven. Betrokkene stelt nog altijd vertrouwen te hebben in de kliniek en heeft zich ter zitting zeer gemotiveerd getoond om de behandeling aldaar voort te zetten.

Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, brengt de rechtbank tot het oordeel dat zij nog nader dient te worden voorgelicht, alvorens zij haar eindoordeel kan vellen. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de heer Panjer (hoofd behandeling) ter terechtzitting wordt opgeroepen en ter terechtzitting als deskundige verschijnt.omdat hij het meest nauw betrokken is bij de behandeling van de ter beschikking gestelde.

De rechtbank beslist daarom als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek;

- schorst te dien einde het verdere onderzoek voor ten hoogste twee maanden;

- beveelt de oproeping van betrokkene en zijn raadsman tegen de nader te bepalen terechtzitting;

- beveelt de oproeping van R. Panjer, hoofd behandeling, werkzaam bij FPC Oldenkotte.

Deze beslissing is gegeven door mr. Van Valderen, voorzitter, mrs. Heenk en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2010.