Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3544

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
06/460298-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is schuldig bevonden aan poging doodslag op een agente, maar gelet op de persoonlijkheid van verdachte alsmede de omstandigheden waaronder het feit is begaan, is de rechtbank van oordeel dat geen straf of maatregel dient te worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460298-09

Uitspraak d.d.: 11 augustus 2010

verstek / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Somalië) op [1980],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

28 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 01 augustus 2009 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer], hoofdagente van

politie in de politieregio Noord- en Oost Gelderland, van het leven te

beroven, met dat opzet met kracht met een ijzeren pijp/staaf, althans met een

stomp/hard voorwerp heeft geslagen in de richting van het hoofd van die

[slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 01 augustus 2009 te Apeldoorn aan [slachtoffer],

hoofdagente van politie in de politieregio Noord- en Oost Gelderland en

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening,

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een fractuur

van de (linker) onderarm, door deze opzettelijk met kracht met een ijzeren

pijp/staaf, althans met een stomp/hard voorwerp, op/tegen die onderarm te

slaan;

artikel 304 ahf en onder 2 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 01 augustus 2009 te Apeldoorn te Apeldoorn, opzettelijk

mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer], hoofdagente van politie

in de politieregio Noord- en Oost Gelderland, gedurende en/of terzake van de

rechtmatige uitoefening van haar bediening, met kracht met een ijzeren

pijp/staaf, althans met een stomp/hard voorwerp, heeft geslagen op/tegen haar

onderarm, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 1 augustus 2009 kwam bij politie Apeldoorn het verzoek binnen om ter ondersteuning van Bureau Jeugdzorg naar de hoofdvestiging van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) aan de Loolaan in Apeldoorn te gaan.2 In een dependance van het COA, te weten aan de

[adres] te Apeldoorn woont het gezin van verdachte.3 Het gezin bestaat uit een vader, moeder (verdachte) en acht kinderen. [baby verdachte], een meisje van destijds vijf weken oud, had het syndroom van Down en een ernstige hartafwijking.4

Op 1 augustus 2009 is [baby verdachte] uit het Lucasziekenhuis te Apeldoorn zonder overleg met arts of verplegend personeel opgehaald door haar ouders. Volgens de informatie waarover de politie en Bureau Jeugdzorg beschikten had het kind buiten het ziekenhuis geen levenskans en moest zij binnenkort een hartoperatie ondergaan.5

In de woning werd verdachte aangetroffen met [baby verdachte] in haar armen. Daarnaast bevonden zich meerdere kinderen in de woning. Tijdens het gesprek met de ouders kwamen eveneens twee medewerkers van Bureau Jeugdzorg ter plaatse. De ouders verklaarden dat zij [baby verdachte] uit het ziekenhuis hadden gehaald omdat zij geen vertrouwen hadden in de goede bedoelingen van het personeel van het ziekenhuis.6

Tijdens een handgemeen dat daarop ontstond is [baby verdachte] door medewerkers van Bureau Jeugdzorg meegenomen. Voordat verbalisant [slachtoffer] de woning kon verlaten is zij door de verdachte met een ijzeren pijp geslagen. Toen zij ter afwering van haar hoofd haar arm ophief, is die pijp op haar arm gekomen en is die arm gebroken.

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

B. Standpunt van de verdachte / de verdediging

Nu verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en haar raadsvrouw niet uitdrukkelijk gemachtigd is om haar ter terechtzitting te verdedigen, is door of namens verdachte ter terechtzitting geen standpunt ingenomen. Bij de politie heeft verdachte bekend agente [slachtoffer] met een voorwerp te hebben geslagen en [slachtoffer] op haar arm te hebben geraakt.

C. Beoordeling door de rechtbank

Uit de bevindingen van ter plaatse zijnde verbalisanten blijkt dat, toen verdachte doorkreeg dat haar kind weggenomen zou worden naar een voor haar geheimgehouden plaats, zij het kind stevig vastpakte.7 Verbalisant [verbalisant A] hield de man van verdachte in bedwang. Verbalisant [slachtoffer] had veel moeite om het kind uit de armen van verdachte los te maken.8 De andere tot het gezin behorende kinderen gingen zich ermee bemoeien; zij waren gewapend met stokken en mesjes. Door hard aan [slachtoffer] en de medewerkers van Jeugdzorg te trekken en te duwen, probeerden zij te voorkomen dat hun zusje werd meegenomen.9

Omdat de situatie uit de hand liep heeft [slachtoffer], door gebruik te maken van de noodknop op haar portofoon andere collega's gealarmeerd.

De baby is tegen de wil van de ouders door de medewerkers van Bureau Jeugdzorg meegenomen.

Verdachte is enige tijd buiten bewust zijn geweest.10 Er was ambulancepersoneel ter plaatse dat de toestand van verdachte onderzocht heeft. Nadat geconstateerd werd dat zij niets mankeerde vertrokken zij. Verbalisanten [slachtoffer] en [verbalisant A] wilden als laatste het pand verlaten.11 Verdachte stond voor de kamerdeur en belette hen het weggaan. Ze wilden via de slaapvertrekken de woning verlaten. Verdachte liep achter [slachtoffer] aan. [slachtoffer] voelde dat verdachte aan haar holster trok en haar pistool vastpakte.12 Toen [slachtoffer] haar wegduwde liet verdachte weer los.

[slachtoffer] zag daarna dat verdachte een stalen staaf in haar handen had. Zij hield deze staaf omhoog (bovenhands) en sloeg met kracht in de richting van het hoofd van [slachtoffer].13 Uit een reflex en om te voorkomen dat zij met de staaf tegen haar hoofd zou worden geslagen, hief [slachtoffer] haar linkeronderarm op. Vervolgens kwam de klap met de staaf tegen haar linkerpols, die, naar later bleek, gebroken was.14

Even later kwam verdachte met een stalen kinderfietsje op [slachtoffer] af, kennelijk met de bedoeling om haar daarmee te slaan. Als reactie daarop heeft [slachtoffer] pepperspray gebruikt teneinde verdachte van zich af te houden.

Verdachte heeft bij de politie verklaard zij haar kind stevig tegen zich aan hield, zodat ze haar kind bij zich kon houden.15 De mensen die in hun woning waren probeerden [baby verdachte] van haar af te pakken. Haar man werd door de politie tegengehouden. Ze was daar ondersteboven van en raakte bewusteloos.16

Later heeft verdachte een stok van de grond gepakt en met die stok heeft ze op de arm van de agente geslagen.17 Verdachte heeft verklaard dat zij met haar linkeroog niets ziet en dat haar rechteroog slecht is en ze daar maar een beetje mee ziet. Ze heeft dus niet goed gezien wat voor stok het was of van wat voor materiaal de stok was.18

[slachtoffer] heeft tegen verbalisant [verbalisant B] gezegd dat zij door verdachte met een holle ijzeren staaf van ongeveer 30 centimeter lang en 2 à 3 centimeter dik is geslagen.19

Uit een geneeskundige verklaring d.d. 18 augustus 2009 blijkt dat het letsel van [slachtoffer] op

1 augustus 2009 door een arts is onderzocht en dat daarbij is gebleken dat [slachtoffer] de ellepijp van haar linkerarm heeft gebroken.20

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank is van oordeel dat verdachte in de richting van het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen. Daarbij heeft zij bewust de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] aanvaard, hetgeen ertoe leidt dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood had.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 01 augustus 2009 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer], hoofdagente van politie in de politieregio Noord- en Oost Gelderland, van het leven te beroven, met dat opzet met kracht met een ijzeren pijp/staaf heeft geslagen in de richting van het hoofd van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent de persoon van verdachte zijn een psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van 4 juni 2010 van prof. dr. J.J. Baneke (psycholoog) en een rapport van 7 juni 2010 van G. Schuthof (psychiater). De beide onderzoeken zijn niet volledig geweest vanwege het feit dat verdachte zowel in het psychiatrisch onderzoek als in het psychologisch onderzoek niet is verschenen op de geplande afrondende gesprekken. De rapporteurs vermelden dat zij vermoedelijk met haar gezin uit Nederland is vertrokken.

In het rapport van Baneke wordt het volgende vermeld:

"Er zijn geen aanwijzingen voor psychische stoornissen, wel is er veel ongenoegen en passief verzet. Meer specifiek onderzoek naar psychopathologie was niet meer mogelijk door betrokkenes vertrek. Aannemelijk is dat de buitengewoon stressvolle omstandigheden een belangrijke rol hebben gespeeld bij haar gedrag."

In het rapport van Schuthof wordt het volgende vermeld:

"Uit het psychiatrisch onderzoek, de biografie en de diverse stukken is geen psychiatrische stoornis in engere zin gebleken. De situatie aangaande het delict is een wat extreme samenloop van omstandigheden waarin meest waarschijnlijk forse emotionele kortsluitingreactie is ontstaan met allereerst een flauwvallen en later een paniekreactie na het niet meer aantreffen van haar baby, waarin alle opgedane frustratie gebald tot uiting is gekomen."

Zowel door de psycholoog als door de psychiater zijn geen conclusies getrokken ten aanzien van de (mate van) (on)toerekingsvatbaar van verdachte.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 18 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, gevorderd.

2. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

3. De verdachte heeft gepoogd verbalisante [slachtoffer] van het leven te beroven door haar met een ijzeren staaf richting het hoofd te slaan. Doordat [slachtoffer] met haar arm de staaf afwendde, is geen ernstig letsel opgetreden, hetgeen dus niet aan verdachte is te danken. De lichamelijke integriteit van [slachtoffer] is geschonden.

4. Verdachte heeft een blanco strafblad.

5. Uit het reclasseringsadvies d.d. 26 maart 2010 blijkt dat de kans op recidive als laag wordt ingeschat. Ook blijkt uit dit rapport dat het dochtertje [baby verdachte] van verdachte op 14 maart 2010 is overleden. Zij is een natuurlijke dood gestorven. De reclassering heeft geadviseerd de zaak voorwaardelijk te seponeren.

6. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de rapporten van de psycholoog en psychiater (zoals hiervoor genoemd), waaruit blijkt dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ten laste gelegde.

7. Uit de brief van de gezinsvoogd B. Brandau van Nidos jeugdbescherming voor vluchtelingen d.d. 24 november 2009 blijkt dat verdachte en haar man goed voor hun kinderen zorgden. De ouders voelden zich bedreigd omdat zij niet begrepen wat er met [baby verdachte] ging gebeuren. Zij spraken onvoldoende Nederlands om te kunnen volgen wat er gebeurde, maar ook vanuit hun angst en paniek begrepen ze niet wat Bureau Jeugdzorg met hun dochter van plan was en waarom zij als ouders daarbij niet betrokken mochten worden. De voogd heeft de ouders leren kennen als kritische, maar zeer toegewijde ouders die ondanks hun stressvolle situatie in staat zijn om hun kinderen een gevoel van basisveiligheid te geven.

8. De rechtbank begrijpt enerzijds dat het gedrag van de verdachte voor de optredende politieambtenaren en medewerkers van Bureau Jeugdzorg bedreigend en zeer gevaarlijk is geweest, maar de rechtbank kijkt aanmerkelijk anders aan tegen het strafwaardige van verdachte en haar gedrag dan de officier van justitie. De officier van justitie heeft zelf in zijn requisitoir gesteld dat de emotie van een moeder die wordt geconfronteerd met derden die haar kind letterlijk uit handen nemen een primaire en ook een existentiële emotie is. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Het is alleszins begrijpelijk als een moeder door het lint gaat als autoriteiten binnentreden en een doodzieke baby van slechts enkele weken oud uit haar armen nemen en willen brengen naar een voor die moeder geheime locatie, hoezeer ook het optreden van die autoriteiten goedbedoeld is en door een rechterlijke beslissing wordt gedekt. Ook wordt er rekening mee gehouden dat de verdachte zelf heeft gezegd dat haar optreden niet specifiek tegen mevrouw [slachtoffer] gericht is geweest, integendeel: zij voelt zich juist uitermate goed behandeld door mevrouw [slachtoffer].

9. Gelet op de hiervoor uitvoerig besproken persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de gezinssituatie van verdachte, de medische toestand van [baby verdachte] ten tijde van het ten laste gelegde en (inmiddels) haar overlijden, alsmede de omstandigheden waaronder het feit is begaan, te weten dat het kind tegen de wil van de ouders is weggenomen en verdachte enige tijd buiten bewustzijn is geweest, maken naar het oordeel van de rechtbank dat een andere reactie past dan door de officier van justitie geëist.

Vordering tot schadevergoeding

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en gesteld dat zij ten gevolge van hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, immateriële schade heeft geleden ten bedrage van € 850,--, waarvan zij vergoeding vordert

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering gevorderd.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de door het slachtoffer als gevolg van het bewezenverklaarde handelen naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 850,--. De verdachte is voor die schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: poging tot doodslag;

* verklaart verdachte strafbaar;

* bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] (giro [nummer]) van een bedrag van € 850,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 850,--, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 17 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Troost en Boerwinkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009068520-30, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 5 oktober 2009.

2 Stam proces-verbaal (pagina 6).

3 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 45).

4 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 45).

5 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 45).

6 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 46).

7 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 46).

8 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 46).

9 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 46).

10 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 47).

11 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 48).

12 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 49).

13 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 48).

14 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 48).

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 70).

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 70).

17 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 76).

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 75-76).

19 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 39).

20 Geneeskundige verklaring (pagina 41).