Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3234

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
06/940142-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast legt de rechtbank hem een verplicht reclasseringscontact op. Zie uitspraak LJN BN3228 voor (mede)verdachte A.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940142-10

Uitspraak d.d.: 4 augustus 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats, 1968],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Zwolle.

Raadsvrouw: mr. M.E. van der Zouw, advocaat te Haarlem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 21 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]

- (hardhandig) vastgepakt en/of meegetrokken en/of geduwd en/of (vervolgens)

- bevolen om in een auto te stappen en/of op de achterbank van die/een auto te gaan en/of te blijven zitten en/of

- (meermalen) gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen, althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd, en/of

- tegen diens wil in die/een auto ( weggevoerd vanaf de [straat] en/of de Bruggestraat te Harderwijk en/of) vervoerd naar het [straat] te Ermelo en/of naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of Garderen (gemeente Barneveld) en/of

- bevolen om in die/een auto te blijven zitten en/of

- (meermalen) gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en/of dat een voorbeeld werd gesteld , althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd, en/of

- bevolen diens kleding en/of sieraden uit/af te doen en/of (daarbij)

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam geslagen en/of gestompt en/of

- bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en/of

- bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en/of

met een (klauw)hamer, althans met een hard en/of zwaar voorwerp in de hand op die [slachtoffer] is/zijn toe gelopen en/of die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en/of een (vuur)wapen,althans een daarop gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

opzettelijk dreigend die [slachtoffer]

- (hardhandig) vastgepakt en/of meegetrokken en/of geduwd en/of (vervolgens)

- bevolen om in een auto te stappen en/of op de achterbank van die/een auto te gaan en/of te blijven zitten en/of

- (meermalen) gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen, althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd, en/of

- tegen diens wil in die/een auto ( weggevoerd vanaf de [straat] en/of de Bruggestraat te Harderwijk en/of) vervoerd naar het [straat] te Ermelo en/of naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of Garderen (gemeente Barneveld) en/of

- bevolen om in die/een auto te blijven zitten en/of

- (meermalen) gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en/of dat een voorbeeld werd gesteld, althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd, en/of

- bevolen diens kleding en/of sieraden uit/af te doen en/of (daarbij)

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam geslagen en/of gestompt en/of

- bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en/of

- bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en/of

met een (klauw)hamer, althans met een hard en/of zwaar voorwerp in de hand op die [slachtoffer] is/zijn toe gelopen en/of die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en/of een (vuur)wapen,althans een daarop gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer]

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer]

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt,

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een (leren)(motor)jack (merk: Jack Longhorn, kleuren: zwart, rood en wit) en/of

- een (zwart) T-shirt (merk: Jack en Jones) en/of

- een (spijker) broek (merk: Diesel) en/of

- een paar (witte) schoenen (merk: Swiss) en/of

- een paar (zwarte) sokken en/of

- een (bruine) broeksriem

althans kleding, en/of

- een paar oorbellen (van glas) en/of

- een (stalen) piercing en/of

- een (zilveren) (zegel)ring,

althans (een) siera(a)d(en), en/of

- (een) sleutel(s) en/of

- een bankpas (ABN- Amro) en/of

- een zorgverzekeringspas (Agis) en/of

- een paspoort en/of

- ongeveer 7,70 Euro/een geldbedrag en/of

- een mobiele telefoon (merk: Nokia type: 1661) en/of

- een pakje shag (merk: Javaanse jongens) en/of

- een aansteker en/of

- een fietssleutel en/of

- een zonnebril (merk: Vonnzipper),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]

- (hardhandig) heeft/hebben vastgepakt en/of meegetrokken en/of geduwd en/of (vervolgens)

- heeft/hebben bevolen om in een auto te stappen en/of op de achterbank van die/een auto te gaan en/of te blijven zitten en/of

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen, althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd en/of

- tegen diens wil in die/een auto (heeft/hebben weggevoerd vanaf de [straat] en/of de Bruggestraat te Harderwijk en/of) heeft/hebben vervoerd naar het [straat] te Ermelo en/of naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en/of Garderen (gemeente Barneveld) en/of

- heeft/hebben bevolen om in die/een auto te blijven zitten en/of

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en/of dat een voorbeeld werd gesteld , althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd en/of

- heeft/hebben bevolen diens kleding en/of sieraden en/of schoenen uit/af te doen en/of (daarbij)

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een (leren)(motor)jack (merk: Jack Longhorn, kleuren: zwart, rood en wit) en/of

- een (zwart) T-shirt (merk: Jack en Jones) en/of

- een (spijker) broek (merk: Diesel) en/of

- een paar (witte) schoenen (merk: Swiss) en/of

- een paar (zwarte) sokken en/of

- een (bruine) broeksriem

althans kleding, en/of

- een paar oorbellen (van glas) en/of

- een (stalen) piercing en/of

- een (zilveren) (zegel)ring,

althans (een) siera(a)d(en), en/of

- (een) sleutel(s) en/of

- een bankpas (ABN- Amro) en/of

- een zorgverzekeringspas (Agis) en/of

- een paspoort en/of

- ongeveer 7,70 Euro/een geldbedrag en/of

- een mobiele telefoon (merk: Nokia type: 1661) en/of

- een pakje shag (merk: Javaanse jongens) en/of

- een aansteker en/of

- een fietssleutel en/of

- een zonnebril (merk: Vonnzipper),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]

- (hardhandig) heeft/hebben vastgepakt en/of meegetrokken en/of geduwd en/of (vervolgens)

- heeft/hebben bevolen om in een auto te stappen en/of op de achterbank van die/een auto te gaan en/of te blijven zitten en/of

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen, althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- tegen diens wil in die/een auto ( heeft/hebben weggevoerd vanaf de [straat] en/of de Bruggestraat te Harderwijk en/of) heeft/hebben vervoerd naar het [straat] te Ermelo en/of naar een bosperceel in de omgeving van Uddel(gemeente Apeldoorn) en/of in de richting van Uddel(gemeente Apeldoorn) en/of Garderen (gemeente Barneveld) en/of

- heeft/hebben bevolen om in die/een auto te blijven zitten en/of

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en/of dat een voorbeeld werd gesteld , althans aan die [slachtoffer] woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd en/of

- heeft/hebben bevolen diens kleding en/of sieraden en/of schoenen uit/af te doen en/of (daarbij)

- (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- heeft/hebben bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en/of

- heeft/hebben bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en/of

met een (klauw)hamer, althans met een hard en/of zwaar voorwerp in de hand op die [slachtoffer]

is/zijn toe gelopen en/of die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en/of een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen van categorie III onder 1 , te weten een pistool (type Browning FN -Herstal, model 1910/22, kaliber 7.65 mm) en/of munitie van categorie III onder 1, te weten 9 (voor dit wapen geschikte, scherpe) patronen (7.65 mm), voorhanden heeft gehad.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

1. Op 13 april 2010 omstreeks 16.05 uur kwam er bij de politie de melding binnen dat er bij café [naam], gevestigd [straat]es] te Harderwijk, een persoon genaamd [voornaam slachtoffer] met geweld in een auto was gesleurd. Ter plaatse trof de politie drie personen aan die verklaarden dat [v[voornaam slachtoffer] [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) was aangesproken door [verdachte B] (hierna: verdachte) en een andere man. [slachtoffer] zou vervolgens door deze twee mannen met geweld het café zijn uitgesleurd en vervolgens zijn meegenomen in een auto.2 Rond 17.30 uur belde de eigenaar van café [naam] naar de politie met de mededeling dat de twee mannen in het café zaten. Vervolgens zijn verdachte en medeverdachte [verdachte A] in het café aangehouden.3

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft allereerst geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 cumulatief ten laste gelegde, te weten het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving, het medeplegen van de bedreigingen en het medeplegen van de poging tot zware mishandeling. Tussen verdachte en zijn medeverdachte was sprake van een bewuste en nauwe samenwerking en zij moeten over en weer verantwoordelijk gehouden worden voor alle gedragingen die hebben plaatsgevonden.

Ook het onder 2 primair en 3 ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat aangever [slachtoffer] vrijwillig bij verdachte en zijn medeverdachte in de auto is gestapt en aangever toen ze bij de woning van medeverdachte [verdachte B] niet is uitgestapt. Hierbij is verwezen naar een uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 17 juli 2009 (LJN: BJ2933) en een arrest van het gerechtshof te Arnhem van 28 april 2009 (LJN: BI2543).

Voorts is vrijspraak bepleit voor de onder 1 ten laste gelegde bedreigingen. Daartoe is allereerst aangevoerd dat de dwang zoals genoemd onder het eerste gedachtestreepje niet bewezen kan worden verklaard en bovendien alleen het duwen/meetrekken niet voldoende is voor een bewezenverklaring van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De overige in de tenlastelegging genoemde uitingen en bedreigingen zijn alleen gebaseerd op de aangifte en worden niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Hoewel verdachte en zijn medeverdachte hebben verklaard dat zij [slachtoffer] hebben bevolen zich uit te kleden, is dit geen bedreiging die valt onder 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling is eveneens vrijspraak bepleit, nu de verklaring van aangever [slachtoffer] het enige bewijsmiddel is en deze verklaring niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund en zelfs ongeloofwaardig is, nu er geen letsel is waargenomen. Voor zover onder 1 meer cumulatief de eenvoudige mishandeling is ten laste gelegd, kan deze bewezen worden verklaard, nu verdachte erkent dat hij [slachtoffer] een klap heeft gegeven. Voor een bewezenverklaring van dit feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Opgemerkt wordt dat enkel het slaan tegen het gezicht van aangever wordt erkend en niet het trappen en/of stompen tegen het lichaam terwijl aangever op de grond lag.

Ook ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde is vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat verdachte en zijn medeverdachte niet het oogmerk hadden zich wederrechtelijk te bevoordelen noch het oogmerk hadden zich de spullen van aangever wederrechtelijk toe te eigenen. De kleding en spullen van aangever waren bedoeld als onderpand en zou aangever terugkrijgen als hij het geleende geldbedrag terug zou betalen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben verklaard dat zij aangever gedwongen hebben om zijn kleding uit te trekken, maar de dwang bestond uit het maken van opmerkingen en het geven van een klap en het trekken aan een oor, maar niet uit de feitelijke geweldshandelingen zoals deze zijn opgesomd in de tenlastelegging. De vraag is of er objectief dusdanig geweld is gebruikt dan wel is gedreigd met geweld dat juridisch sprake is van een afpersing c.q. een diefstal met geweld, nu bijna alle in de tenlastelegging genoemde geweldshandelingen door verdachte en zijn medeverdachte worden ontkend. Het geweld dat buiten de auto is uitgeoefend is bovendien uitgeoefend nadat aangever zich reeds had uitgekleed.

Tot slot is ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde aangegeven dat de verdediging zich ten aanzien van een bewezenverklaring refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de tenlastelegging uit van de volgende feiten en omstandigheden.

5. Op 13 april 2010 heeft Hendrik [slachtoffer] aangifte gedaan.4 Hij heeft daarbij verklaard dat hij op 13 april 2010 samen met [getuige A] en [getuige B] in café [naam] te Harderwijk was.5 Op een gegeven moment kwamen verdachte en zijn medeverdachte in het café. Zij pakten [slachtoffer] vast en zeiden dat hij in de auto moest stappen. Verdachte en zijn medeverdachte probeerden [slachtoffer] in de auto te krijgen, maar laatstgenoemde wilde niet. Onder dwang is [slachtoffer] uiteindelijk in de auto gestapt.6

6. De politie heeft de camerabeelden die gemaakt zijn in het café bekeken. De politie ziet op deze beelden dat twee mannen het café inliepen en direct de persoon in een hoek dreven. De twee mannen gebaarden dat [slachtoffer] mee naar buiten moest gaan. Ze grepen [slachtoffer] bij de armen en namen hem mee naar buiten.7

7. Het voorgaande wordt bevestigd door diverse getuigen.

Getuige [getuige A] heeft verklaard dat hij op 13 april 2010 omstreeks 16.00 uur samen met [slachtoffer] en [getuige B] bij café [naam] was. Hij zag op een gegeven moment een donkerblauwe Volkswagen Golf aan komen rijden, waaruit twee mannen stapten die naar [slachtoffer] schreeuwden "Meekomen, in de auto stappen." Getuige [getuige A] zag dat [slachtoffer] het café binnen ging en dat de twee mannen ook het café binnen liepen. Hij zag dat de twee mannen [slachtoffer] bij zijn kraag grepen en in de auto sleurden. Getuige [getuige A] heeft voorts verklaard dat hij zag dat [slachtoffer] duidelijk niet mee wilde en dat hij hem dit hoorde zeggen. Eén van de twee mannen heette [verdachte B] en de andere heette [voornaam verdachte A]. De bijnaam van [slachtoffer] is "dokter".8

Ook de barkeeper van café [naam], [naam], heeft verklaard dat twee jongens op "dokter" toeliepen en zeiden dat hij mee moest komen.9 Getuige [naam] heeft aangegeven dat hij aan het gezicht van "dokter" zag dat hij bang was voor die jongens en dat hij zag dat één van de jongens hem vastpakte. "Dokter" werd aan zijn hoofd meegenomen naar buiten. "Dokter" stribbelde in eerste instantie tegen.10

Getuige [getuige C] was die dag eveneens in het café aanwezig. Hij heeft verklaard dat hij verdachte en medeverdachte [verdachte A] zag binnenkomen. Laatstgenoemde liep meteen op [slachtoffer] af, keek wild uit zijn ogen en was opgefokt. Getuige [getuige C] hoorde verdachte zeggen dat [slachtoffer] mee moest komen in de auto, waarop [slachtoffer] zei dat hij niet mee wilde. Getuige [getuige C] zag dat verdachte [slachtoffer] bij de keel greep en hem naar buiten sleurde. Hij zag voorts dat [slachtoffer] tegenstribbelde.11 [slachtoffer] werd door verdachte en zijn medeverdachte naar buiten geduwd.12

Getuige [getuige D] heeft ook verklaard dat hij zag dat [slachtoffer] door één van de twee mannen werd vastgepakt en naar buiten werd geholpen.13

Getuige [getuige B] heeft tegenover de politie verklaard dat [slachtoffer] het café binnenliep en dat verdachte en medeverdachte [verdachte A] hem achterna gingen. [getuige B] zag dat [slachtoffer] door hen bij de keel naar buiten werd geduwd en hard in de auto werd geduwd.14

8. Getuige [getuige E] liep door de [straat] te Harderwijk op het moment dat [slachtoffer] in de auto werd geduwd. Getuige [getuige E] zag drie mannen voor het café staan en één van de mannen schreeuwde: "Kankerlijer, je weet best waar dit over gaat!". Hij zag dat de man die dit schreeuwde een andere man bij zijn kraag of nek vasthield.15 Laatstgenoemde keek erg angstig en overdonderd en de getuige zag aan diens gezichtsuitdrukking dat hij er geen plezier in had om met de twee mannen mee te gaan. De man nam zelf in de auto plaats, maar getuige [getuige E] zag aan zijn gezicht dat hij dit met tegenzin deed. De bestuurder van de auto draaide zich steeds om naar achteren en zat tegen de man achter in de auto te schreeuwen.16

De politie heeft de camerabeelden uit de binnenstad van Harderwijk bekeken en zag op die beelden dat een blauwe Volkswagen Golf bij de ingang van café [naam] aan de [straat] te Harderwijk stopte. Twee personen stapten uit de auto en liepen het café in. Twee minuten later liepen ze het café weer uit en tussen deze twee personen liep een derde persoon. De twee personen hadden de derde vast.17 Vervolgens stapten ze alle drie in de auto.18

9. Verdachte en medeverdachte [verdachte A] hebben bij de politie verklaard dat zij op

13 april 2010 omstreeks 16.00 uur in de auto zaten en bij café [naam] [slachtoffer] zagen staan. Medeverdachte [verdachte A] wilde [slachtoffer] spreken, omdat hij nog geld van [slachtoffer] kreeg.19 Medeverdachte [verdachte A] is uit de auto gestapt. [slachtoffer] liep op dat moment het café binnen en medeverdachte [verdachte A] is achter hem aan gegaan.20 Medeverdachte [verdachte A] vroeg [slachtoffer] of hij mee wilde gaan, maar [slachtoffer] wilde dat niet.21 Verdachte is enig moment later ook het café binnen gegaan.22 Hij hoorde [slachtoffer] zeggen: "Donder op, ik ga niet mee", waarop verdachte tegen hem zei: "Je gaat wel mee." Verdachte ging met zijn arm om de schouder van [slachtoffer] heen en wilde hem naar buiten duwen.23 Verdachte had [slachtoffer] beet aan zijn kleding, ter hoogte dan wel in de buurt van zijn borst24 en heeft hem richting de deur geduwd dan wel getrokken25. [slachtoffer] stapte in de auto.26 Verdachte stapte ook in de auto en nam plaats achter het stuur. Medeverdachte [verdachte A] ging naast hem zitten.27 Medeverdachte [verdachte A] heeft verklaard dat hij zich kan voorstellen dat [slachtoffer] zich gedwongen voelde om mee naar buiten te gaan.28

10. Aangever [slachtoffer] heeft ook verklaard dat verdachte de bestuurder was van de auto en dat medeverdachte [verdachte A] naast hem zat. Voorts heeft hij verklaard dat zij vanaf café [naam] allereerst naar de woning van verdachte reden.29 Onderweg naar diens huis aan de [straat] te Harderwijk bedreigde verdachte [slachtoffer] meerdere malen. Hij zei dat hij de hersens van [slachtoffer] in zou slaan.30 Verdachte ging zijn woning aan de [straat] binnen.31 [slachtoffer] moest in de auto blijven zitten en medeverdachte [verdachte A] bleef bij hem.32 Aangezien het een driedeursauto was, kon [slachtoffer] niet zo maar uitstappen. Toen verdachte naar de auto terugkwam, had hij een klauwhamer in zijn hand.33

11. Medeverdachte [verdachte A] heeft bij de politie eveneens verklaard dat zij naar de woning van verdachte reden en dat laatstgenoemde zijn woning in ging. Medeverdachte [verdachte A] bleef in de tussentijd met [slachtoffer] in de auto zitten. Medeverdachte [verdachte A] zei toen tegen [slachtoffer] dat hij nog wel aan de beurt kwam en dat hij hem terug wilde pakken omdat hij - medeverdachte [verdachte A] - voor lul stond bij andere mensen.34 Medeverdachte [verdachte A] heeft niet gezien dat verdachte iets in zijn hand had toen hij uit de woning kwam, maar zag wel dat verdachte iets in de buurt van de handrem legde toen hij de auto weer instapte.35

12. [slachtoffer] heeft verklaard dat ze vanaf de [straat] in Harderwijk vervolgens met zijn drieën over de Betonweg richting Uddel reden en vervolgens in de richting van Garderen.36 Onderweg had verdachte aangever [slachtoffer] meermalen bedreigd. Hij zei dat [slachtoffer] de lul was en hij had het ook weer over "dat voorbeeld" stellen. [slachtoffer] heeft daarnaast verklaard dat verdachte hem een klap met zijn vuist, vol in het gezicht gaf. [slachtoffer] voelde hierdoor pijn. Ook van medeverdachte [verdachte A] kreeg hij een klap. Verdachte en medeverdachte [verdachte A] zeiden tegen hem dat hij zich niet moest aanstellen, want dit was nog niets.37

13. Medeverdachte [verdachte A] heeft verklaard dat verdachte onderweg op [slachtoffer] schold en iets zei in de trant van: "Jij komt ook nog aan de beurt."38 Voorts maakte verdachte meerdere keren met zijn rechterarm een slaande beweging naar achteren. Medeverdachte [verdachte A] zag niet dat [slachtoffer] geraakt werd, maar hoorde [slachtoffer] "au" roepen.39 Verdachte heeft bevestigd dat hij onderweg - richting Apeldoorn - met zijn rechterhand naar achter, in de richting van [slachtoffer], sloeg en hem daarbij op zijn gezicht raakte.40

14. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat hij onderweg zijn kleding uit moest doen, hetgeen hij deed. Tevens moest hij zijn sieraden afdoen, te weten een piercing, oorbellen en een zilveren zegelring.41 Dit wordt bevestigd door verdachte42 en medeverdachte [verdachte A] 43. Zij hebben voorts verklaard dat [slachtoffer] ook zijn piercing en oorbellen uit moest doen.44 Tegen [slachtoffer] werd gezegd dat hij zijn kleren en spullen terug kon krijgen als hij het geld betaalde.45

15. Vervolgens reden ze - op aanwijzigen van medeverdachte [verdachte A]46 - een zandpad in.47 [slachtoffer] heeft voorts aangegeven dat hij uit de auto moest stappen, toen ze op het zandpad stilstonden. Hij moest zijn T-shirt en boxershort uittrekken. Terwijl hij zijn T-shirt uittrok, kreeg hij een klap in zijn gezicht, hetgeen ook weer pijn bij hem deed. Verdachte liep op dat moment om de auto heen en medeverdachte [verdachte A] stond voor hem, zodat medeverdachte [verdachte A] hem die klap moet hebben gegeven, aldus [slachtoffer]. Toen [slachtoffer] geheel ontkleed was, zag hij dat alle kleding in de auto werd gelegd. Verdachte kwam op hem toe lopen en had de klauwhamer in zijn hand. Toen verdachte vlak voor [slachtoffer] was, trapte verdachte hem volop in zijn gezicht, waardoor [slachtoffer] een stekende pijn aan zijn neus voelde. Verdachte heeft voorts met de hamer gedreigd. Laatstgenoemde vroeg aan medeverdachte [verdachte A] of [slachtoffer] nog meer klappen moest hebben. Verdachte kwam op [slachtoffer] teruglopen. [slachtoffer] zag dat verdachte uit zijn jaszak een vuurwapen haalde en op [slachtoffer] richtte. Hij zei daarbij: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."48

16. Verdachte en medeverdachte [verdachte A] hebben hierover bij de politie verklaard dat zij alsmede [slachtoffer] bij het zandpad uit de auto zijn gestapt.49 [slachtoffer] had op dat moment zijn sokken, boxershort en T-shirt nog aan. Medeverdachte [verdachte A] zei dat [slachtoffer] zijn sokken en T-shirt uit moest doen.50 Voorts deed [slachtoffer] zijn boxershort uit. De kleding van [slachtoffer] lag in de auto.51 Medeverdachte [verdachte A] pakte [slachtoffer] bij zijn oor met de bedoeling om hem te laten voelen dat hij goed in zijn oren moest knopen dat hij de afspraak niet moest vergeten.52 Medeverdachte [verdachte A] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] op de grond ging zitten.53

Verdachte pakte een hamer, waarmee hij [slachtoffer] bang wilde maken.54 [slachtoffer] was op dat moment naakt en lag op de grond.55 Verdachte had de hamer in zijn handen.56 Medeverdachte [verdachte A] heeft verklaard dat hij niet kon zien wat [verdachte B] in zijn handen had.57 Hij dacht dat het een soort knuppeltje was. 58 Medeverdachte [verdachte A] hoorde [slachtoffer] "nee, nee" roepen.59 Medeverdachte [verdachte A] zag voorts dat verdachte [slachtoffer] een schop gaf terwijl laatstgenoemde op de grond lag.60 Het was een low-kick.61

Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer] heeft bedreigd. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij geprobeerd heeft [slachtoffer] te trappen. Het vuurwapen dat verdachte in zijn jaszak had, viel eruit toen hij bij [slachtoffer] stond.62

17. Verdachte en medeverdachte [verdachte A] stapten vervolgens in de auto.63 Verdachte en medeverdachte [verdachte A] reden weg, waarbij zij tegen [slachtoffer] zeiden dat hij zijn spullen terug kon krijgen als [slachtoffer] netjes zou betalen.64 De kleding en alles wat daarin zat is meegenomen.65 De boxershort is aan [slachtoffer] teruggegeven.66Verdachte en zijn medeverdachte lieten [slachtoffer] achter in alleen zijn onderbroek.67 De volgende spullen zijn door verdachte en medeverdachte [verdachte A] meegenomen:

- lederen motorjack van zwart, rood en wit leer;

- zwart T-shirt (merk: Jack en Jones);

- Diesel spijkerbroek;

- witte schoenen;

- zwarte sokken;

- riem (bruin);

- hartvormige oorbellen;

- piercing van staal;

- zilveren zegelring;

- sleutels;

- bankpas van ABN;

- Agis pas van de zorgverzekering;

- paspoort;

- 7,50 euro;

- Nokia telefoon;

- pakje shag;

- aansteker;

- fietssleutel;

- zonnebril (merk: Vonnzipper).

18. Op 14 april 2010 werd op aanwijzingen van verdachte in de schuur bij het perceel [adres] te Harderwijk een wapen aangetroffen. Het was een Browning FM 7.65.68

Het pistool, merk FN-Herstal, model 1910/22 kaliber .765 mm is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, eerste lid categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

19. Verdachte heeft aangeven dat het in de schuur aangetroffen wapen van hem is en dat het een echt vuurwapen is.69

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

20. In aanvulling op het voorgaande overweegt de rechtbank ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidberoving nog als volgt.

Door verdachte is allereerst naar voren gebracht dat aangever [slachtoffer] vrijwillig in de auto is gestapt en met hem en medeverdachte [verdachte A] is meegegaan. De rechtbank is dienaangaande van oordeel dat gelet op hetgeen onder overweging 5 tot en met 9 is weergegeven, evident is dat [slachtoffer] geenszins vrijwillig in de auto is gestapt. Meerdere getuigen hebben - naast [slachtoffer] zelf - verklaard dat laatstgenoemde werd vastgepakt en richting de auto werd geduwd. De auto waarin [slachtoffer] zat was een driedeursauto. [slachtoffer] zat achterin de auto. De stelling dat [slachtoffer] de mogelijkheid had weg te gaan op het moment dat de auto bij het huis van verdachte stopte, wordt dan ook niet gevolgd al was het alleen maar dat het voor [slachtoffer] na hetgeen daarvóór gebeurd was geen reële optie was om vanaf de achterbank uit de auto te vluchten. Naar het oordeel van de rechtbank is evident dat de autorit voor [slachtoffer] geen vrijwillig karakter had en dat sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het verweer dat [slachtoffer] vrijwillig in de auto is gestapt, wordt dan ook verworpen.

21. De rechtbank is voorts van oordeel dat op grond van voormelde aangifte, de getuigenverklaringen, alsmede de verklaring van verdachte en zijn medeverdachte bij de politie, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat sprake is van medeplegen van de onder 1 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank gaat er - evenals de officier van justitie en de verdediging - vanuit dat geen sprake was van een vooropgezet plan om [slachtoffer] mee te nemen, maar dat zij [slachtoffer] bij toeval bij café [naam] zagen staan. Op het moment echter dat verdachte en medeverdachte [verdachte A] café [naam] binnengaan om [slachtoffer] mee de auto in te nemen, is sprake van een nauwe, bewuste en volledige samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte. Zij hebben [slachtoffer] samen mee de auto in genomen en zij zijn samen met [slachtoffer] weggereden. Onderweg is [slachtoffer] bedreigd en mishandeld. Voorts moest [slachtoffer] zich in opdracht van verdachte en zijn medeverdachte uitkleden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte verantwoordelijk zijn voor elkaars handelingen, ook al zijn deze niet vooraf besproken. Zij hebben zich op geen enkel moment van elkaars handelingen gedistantieerd. Daaronder valt naar het oordeel van de rechtbank ook de door verdachte geuite bedreigingen met de hamer en het vuurwapen. De rechtbank acht medeverdachte [verdachte A] eveneens verantwoordelijk voor deze bedreigingen. Laatstgenoemde had er in redelijkheid van uit mogen gaan dat verdachte tenminste één wapen bij zich had. Medeverdachte [verdachte A] heeft gezien dat verdachte zijn woning inging en toen hij terugkwam, iets in de auto neerlegde. Medeverdachte [verdachte A] heeft er voorts rekening mee moeten houden dat verdachte dit wapen zou gebruiken. Het vorenstaande geldt evenzo voor de door verdachte gegeven trap tegen het hoofd van [slachtoffer]. In dit verband wordt nog overwogen dat deze schop heeft plaatsgevonden in een reeks van handelingen die verdachte samen met zijn medeverdachte heeft begaan. Om die reden rekent de rechtbank deze door verdachte uitgedeelde schop ook medeverdachte [verdachte A] aan.

Tot slot overweegt de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachte samen weg zijn gereden en verdachte alleen hebben achtergelaten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving.

22. Ook de onder 1 ten laste gelegde bedreigingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Zij verwijst ten aanzien van de feitelijke handelingen en de tussen verdachte en zijn medeverdachte bestaande nauwe en bewuste samenwerking naar hetgeen onder overweging 21 reeds is overwogen.

23. Voorts overweegt de rechtbank ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling als volgt. Gelet op de aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer] tegen het hoofd heeft getrapt, terwijl laatstgenoemde op de grond lag. De rechtbank is van oordeel dat deze handelwijze naar haar uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht was op zware mishandeling dat het niet anders kan dan dat de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust is aanvaard. De rechtbank houdt ook medeverdachte [verdachte A] verantwoordelijk voor deze schop tegen het hoofd. Daartoe wordt overwogen dat deze schop heeft plaatsgevonden in een reeks van handelingen die verdachte samen met zijn medeverdachte heeft begaan. Medeverdachte [verdachte A] had er dan ook rekening mee moeten houden dat verdachte mogelijk fysiek geweld zou gebruiken tegen [slachtoffer]. Gelet op het vorenoverwogene is er naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van medeplegen van een poging tot zware mishandeling.

Overwegingen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

24. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is - kort samengevat - aangevoerd dat bij verdachte geen sprake was van oogmerk op wederrechtelijke bevoordeling dan wel toe-eigening.

25. De rechtbank is allereerst van oordeel dat de goederen van [slachtoffer] zijn weggenomen door verdachte en zijn medeverdachte op het moment dat zij met de auto wegreden van [slachtoffer] en laatstgenoemde alleen achterlieten. In de auto lagen de spullen van [slachtoffer]. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet hierop geen sprake van afgifte van de goederen, maar van wegneming van de goederen. Om die reden dient verdachte van de onder 2 primair ten laste gelegde afpersing te worden vrijgesproken.

26. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Toe-eigenen veronderstelt niet noodzakelijk het in bezit houden. Het zich tijdelijk de heerschappij over het goed verschaffen kan onder omstandigheden ook oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening opleveren. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in dit geval sprake. Verdachte en zijn medeverdachte hebben tegen [slachtoffer] gezegd dat hij zijn spullen eerst terug zou krijgen indien hij hen het geleende geldbedrag zou betalen. Zij hadden naar het oordeel van de rechtbank derhalve - tot het moment dat [slachtoffer] zou betalen - het oogmerk om de spullen van [slachtoffer] onder zich te houden. Op het moment dat zij met de auto met daarin de spullen van [slachtoffer] wegreden, hebben zij deze spullen aan de heerschappij van [slachtoffer] onttrokken en daarover als heer en meester beschikt.

De rechtbank overweegt voorts dat de in de tenlastelegging genoemde geweldshandelingen dan wel bedreigingen hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het daadwerkelijke wegnemen van de goederen. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of zijn mededader opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]

- (hardhandig) vastgepakt en meegetrokken en geduwd en vervolgens

- bevolen om in een auto te stappen en op de achterbank van die auto te gaan en te blijven zitten en

- (meermalen) gezegd dat hij en zijn mededader de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen en

- tegen diens wil in die auto (weggevoerd vanaf de [straat] te Harderwijk) en vervoerd naar het [straat] te Ermelo en naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en

- bevolen om in die auto te blijven zitten en

- (meermalen) gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en dat een voorbeeld werd gesteld en

- bevolen diens kleding en sieraden uit/af te doen en (daarbij)

- in diens gezicht geslagen en/of gestompt en

- bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en

- bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en

- met een (klauw)hamer in de hand op die [slachtoffer] is/zijn toe gelopen en

- die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en

- een (vuur)wapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en daarbij tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

EN

hij op 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend die [slachtoffer]

- (hardhandig) vastgepakt en meegetrokken en geduwd en (vervolgens)

- bevolen om in een auto te stappen en op de achterbank van die auto te gaan en te blijven zitten en

- (meermalen) gezegd dat hij en/of zijn mededader de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen en

- tegen diens wil in die auto (weggevoerd vanaf de [straat] te Harderwijk en) vervoerd naar het [straat] te Ermelo en naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en

- bevolen om in die auto te blijven zitten en

- (meermalen) gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en dat een voorbeeld werd gesteld en

- bevolen diens kleding en sieraden uit/af te doen en daarbij

- in diens gezicht geslagen en/of gestompt en

- bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en

- bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en

- met een (klauw)hamer in de hand op die [slachtoffer] is/zijn toe gelopen en die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en

- een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

EN

hij op 13 april 2010 in de Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer]

- (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. (subsidiair)

hij op 13 april 2010 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een (leren)(motor)jack (merk: Jack Longhorn, kleuren: zwart, rood en wit) en

- een (zwart) T-shirt (merk: Jack en Jones) en

- een (spijker) broek (merk: Diesel) en

- een paar (witte) schoenen (merk: Swiss) en

- een paar (zwarte) sokken en

- een (bruine) broeksriem

en

- een paar oorbellen (van glas) en

- een (stalen) piercing en

- een (zilveren) (zegel)ring

en

- (een) sleutel(s) en

- een bankpas (ABN- Amro) en

- een zorgverzekeringspas (Agis) en

- een paspoort en

- ongeveer 7,70 Euro/een geldbedrag en

- een mobiele telefoon (merk: Nokia type: 1661) en

- een pakje shag (merk: Javaanse jongens) en

- een aansteker en

- een fietssleutel en

- een zonnebril (merk: Vonnzipper),

toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en/of zijn mededader die [slachtoffer]

- (hardhandig) heeft/hebben vastgepakt en meegetrokken en geduwd en vervolgens

- heeft/hebben bevolen om in een auto te stappen en op de achterbank van die auto te gaan en te blijven zitten en

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat hij en/of zijn mededader de hersens van die [slachtoffer] zou(den) inslaan om een voorbeeld te stellen en

- tegen diens wil in die auto (heeft/hebben weggevoerd vanaf de [straat] te Harderwijk en) heeft/hebben vervoerd naar het [straat] te Ermelo en naar een bosperceel in de omgeving van Uddel (gemeente Apeldoorn) en in de richting van Uddel (gemeente Apeldoorn) en

- heeft/hebben bevolen om in die auto te blijven zitten en

- (meermalen) heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer] de lul was en dat een voorbeeld werd gesteld en

- heeft/hebben bevolen diens kleding en sieraden en schoenen uit/af te doen en (daarbij)

- (meermalen) in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en

- heeft/hebben bevolen om (slechts gekleed in onderbroek en T-shirt) uit die auto te stappen en

- heeft/hebben bevolen om zich geheel/verder te ontkleden en

- met een (klauw)hamer in de hand op die [slachtoffer] is/zijn toe gelopen en

- die [slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag) in diens gezicht heeft/hebben getrapt en

- een (vuur)wapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Als je naar de politie gaat, overleef je het niet."

3.

hij op 13 april 2010 in de gemeente(n) Harderwijk en/of Ermelo en/of Apeldoorn en/of Barneveld, een wapen van categorie III onder 1, te weten een pistool (type Browning FN -Herstal, model 1910/22, kaliber 7.65 mm) en munitie van categorie III onder 1, te weten 9 (voor dit wapen geschikte, scherpe) patronen (7.65 mm), voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden; en medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling; en medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Feit 2 subsidiair: diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 1/2 (drieënhalf) jaar, waarvan een 1/2 (half) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft hij gevorderd aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde te koppelen dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften hem te geven door en namens de reclassering, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan een Cova-training.

2. Door en namens de verdediging is ten aanzien van een eventueel op te leggen straf aangevoerd dat - indien alle feiten bewezen worden verklaard - sprake is van een voortgezette handeling en er feitelijk sprake is van één wilsbesluit. Naar de mening van de verdediging heeft aangever de feiten uitvergroot, waarmee rekening moet worden gehouden bij de straftoemeting. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het feit dat meerdere getuigen verklaren dat aangever zelf in het drugsmilieu zit en volgens verdachte een randfiguur is die een zwervend bestaan leidt, hetgeen zijn waarneming kan hebben beïnvloed. Bepleit is aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met eventueel daarnaast een voorwaardelijke straf gelet op het advies van de reclassering.

3. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich samen met zijn mededader schuldig heeft gemaakt aan het van zijn vrijheid beroven en beroofd houden van [voornaam slachtoffer] [slachtoffer]. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij voornoemde [slachtoffer] mishandeld en ernstige bedreigingen in diens richting geuit, waarbij onder meer een hamer en een vuurwapen zijn gebruikt. Daarnaast acht de rechtbank het kwalijk dat [slachtoffer] tegen het hoofd is geschopt. De omstandigheid dat [slachtoffer] hierdoor geen letsel heeft opgelopen is geenszins aan verdachte en zijn mededader te danken. Tot slot hebben verdachte en zijn mededader de kleding van het slachtoffer weggenomen en hebben zij laatstgenoemde in zijn boxershort naar huis laten lopen. De rechtbank acht deze handelswijze vernederend voor het slachtoffer.

Verdachte heeft hierdoor samen met zijn mededader een grote inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat verdachte en/of zijn mededader - zoals zij stellen - nog geld tegoed hadden van het slachtoffer, rechtvaardigt het handelen van verdachte op geen enkele wijze. Tevens heeft hij door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het in de Nederlandse rechtsorde heersende verbod van eigenrichting.

5. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat verdachte - zij het niet recentelijk - eerder veroordeeld is voor overtreding van de Wet wapens en munitie en een bedreiging.

6. Daarnaast heeft de rechtbank in ogenschouw genomen het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 15 juni 2010, waarin onder meer het volgende is vermeld.

Volgens de reclassering hebben verdachte en zijn medeverdachte een negatieve invloed op elkaar gehad. Als hij zich onrechtvaardig behandeld voelt, wordt verdachte driftig. Hij heeft voldoende probleembesef, maar kiest niet altijd de adequate oplossing voor zijn problemen. Verdachte heeft spijt van hetgeen hij gedaan heeft, maar schuift de schuld ook nog gedeeltelijk van zich af. Verdachte wil hulp bij zaken zoals werk en huisvesting. Er zijn enige mogelijkheden voor gedragsbeïnvloeding. Volgens de reclassering is hij leerbaar. Het recidiverisico wordt als hoog gemiddeld ingeschat. Om de kans op recidive te verminderen is het van belang dat verdachte zijn problemen op een adequate manier leert oplossen. Om die reden wordt geadviseerd aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij de bijzondere voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan een Cova-training.

7. Door GZ-psycholoog drs. M. Pyrek is een psychologisch consult uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van persoonlijkheidsproblematiek bij verdachte. Daaruit komt naar voren dat verdachte over de ten laste gelegde feiten een andere visie heeft, waarmee hij waarschijnlijk de werkelijkheid wil vervormen. Hij bagatelliseert de strafbare feiten door aan te geven dat het overtrokken wordt. De feiten worden op een impulsieve wijze uitgevoerd en er vinden bij verdachte geen morele overwegingen plaats. Zijn geweten lijkt lacunair te zijn. Hij heeft een eigen rechtvaardigheidsbeleving. Hij kan impulsief en agressief handelen wanneer zijn rechtsgevoel wordt aangetast.

Er is sprake van een antisociale dynamiek en -persoonstrekken. Een antisociale persoonlijkheidsstoornis kan ontkend noch bevestigd worden. Verdachte is zich weliswaar bewust van de problemen die hij veroorzaakt, maar heeft een gering zelfinzicht. Zijn copinggedrag lijkt gebaseerd te zijn op antisociale cognities en handelingen. Zijn motivatie voor begeleiding door de reclassering en werkelijke probleembeleving zijn bij hem moeilijk op waarde en betekenis in te schatten. Recidive wordt niet uitgesloten. Het zal voor verdachte een zware opgave worden om aan de voorwaarden van een verplicht reclasseringscontact te voldoen. Drs. Pyrek acht het noodzakelijk dat hij deelneemt aan een Cova-training.

8. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur met een deel voorwaardelijk passend en geboden is. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht bij het vonnis van heden in de strafzaak van medeverdachte [verdachte A] (parketnummer: 06/940143-10). De straf van verdachte is hoger dan die van zijn medeverdachte, nu verdachte degene is geweest die het slachtoffer tegen diens hoofd heeft geschopt en het vuurwapen en de klauwhamer heeft gebruikt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 47, 55, 91, 282, 285, 302, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden; en medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling; en medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Feit 2 diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld

(subsidiair): tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook indien dit inhoudt dat veroordeelde zal deelnemen aan een Cova-training;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 augustus 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2010-053123, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord West Veluwe, gesloten en ondertekend op 27 mei 2008.

2 Proces-verbaal van bevindingen (p.89)

3 Proces-verbaal van bevindingen (p.92)

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.79-83)

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.80)

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

7 Proces-verbaal van bevindingen (p.90)

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.128)

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] (p.132-133)

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] (p.133)

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p.135)

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p.136)

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.147-148)

14 Proces-verbaal van bevindingen (p.91)

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (p.150)

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (p.151)

17 Proces-verbaal van bevindingen (p.94)

18 Proces-verbaal van bevindingen (p.95)

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.179)

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160)

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.179)

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160)

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.179)

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.187) en proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160)

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160)

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

27 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.160) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.179)

29 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

30 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

31 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

32 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

33 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

34 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

35 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180 en 187)

36 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

37 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

38 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

39 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

40 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

41 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

42 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

43 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

44 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

45 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

46 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

47 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161), proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180) en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

48 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.81)

49 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180)

50 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.180-181)

51 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

52 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

53 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

54 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

55 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

56 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

57 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

58 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.187)

59 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

60 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181 en p.196)

61 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.196)

62 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.171)

63 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

64 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.82) en proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161 en 171) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

65 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (p.181)

66 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161)

67 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.82) en proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.161 en 171)

68 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres] Harderwijk (p.58)

69 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte B] (p.163)