Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3225

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
06/940144-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 7 maanden voorrwaardelijk met daarnaast de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact voor een afpersing gepleegd in Winterswijk . Daarnaast moet hij de door het slachtoffer geleden schade vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940144-10

Uitspraak d.d.: 4 augustus 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1990],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de PI Flevoland, HvB Almere Binnen.

Raadsman: mr. J. Zeegers, advocaat te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 21 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 maart 2010 te Winterswijk, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weeninkpad, althans een openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ca 30 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- een bivakmuts heeft opgezet, en/of

- achter die (fietsende) [slachtoffer] aan is gerend, en/of

- (vervolgens) de fiets van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of afgeremd, en/of

- die [slachtoffer] (aldus) tot stilstand heeft gedwongen, en/of

- een- of meermalen tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "ik wil je geld hebben", althans woorden van gelijke strekking en/of

- die [slachtoffer] (daarbij) (met) een mes heeft bedreigd/getoond, althans opzettelijk zichtbaar voor die [slachtoffer] aanwezig heeft gehad, en/of

en/of

hij op of omstreeks 20 maart 2010 te Winterswijk, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weeninkpad, althans een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ca 30 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan de mededader aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een bivakmuts heeft opgezet, en/of

- achter die (fietsende) [slachtoffer] aan is gerend, en/of

- (vervolgens) de fiets van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of afgeremd, en/of

- die [slachtoffer] (aldus) tot stilstand heeft gedwongen, en/of

- een- of meermalen tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "ik wil je geld hebben", althans woorden van gelijke strekking en/of

- die [slachtoffer] (daarbij) (met) een mes heeft bedreigd/getoond, althans opzettelijk zichtbaar voor die [slachtoffer] aanwezig heeft gehad, en/of

- (nadat die [slachtoffer] een geldbedrag uit zijn portemonnee had gehaald) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "zie je wel, je hebt wel geld", althans woorden van gelijke strekking, en/of

- een geldbedrag uit de hand(en) van die [slachtoffer] heeft gegrist/getrokken.

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

1. Op 20 maart 2010 omstreeks 02.30 uur kreeg de politie de opdracht te gaan naar de Singelweg te Winterswijk, alwaar een persoon zou zijn overvallen. Ter plaatse trof de politie [slachtoffer] aan, die verklaarde dat hij zojuist op het Weeninkpad was overvallen. Hij verklaarde voorts dat hij onder bedreiging van een mes enkele bankbiljetten uit zijn portemonnee had gehaald, die hem vervolgens door de dader uit zijn hand werden gerukt. Hij verklaarde hiervan aangifte te willen doen.2

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde, te weten de diefstal met geweld dan wel met bedreiging met geweld.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. De raadsman heeft naar voren gebracht dat voor het ten laste gelegde voldoende bewijs voorhanden is en dat hij zich ten aanzien van de kwalificatie van het feit refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, waarbij zij zich baseert op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [slachtoffer]3; en

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie4, welke verklaring hij ter terechtzitting van 21 juli 2010 heeft bevestigd.

5. In aanvulling op het voorgaande overweegt de rechtbank dat zij het feitencomplex kwalificeert als een afpersing. Aangever [slachtoffer] heeft onder bedreiging met een mes zijn portemonnee tevoorschijn gehaald en daaruit een aantal bankbiljetten genomen. Aangever [slachtoffer] liet twee bankbiljetten op de grond vallen, waarvan verdachte er één heeft opgeraapt. Verdachte heeft het overige geld aangenomen dan wel uit de handen van aangever [slachtoffer] gegrist. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze handelwijze aangemerkt worden als de afgifte van een geldbedrag zoals strafbaar gesteld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.

6. Voor zover door verdachte nog naar voren is gebracht dat hij het ten laste gelegde onder dwang dan wel drang van een derde heeft gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 20 maart 2010 te Winterswijk op of aan de openbare weg, het Weeninkpad, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte,

- een bivakmuts heeft opgezet en

- achter die fietsende [slachtoffer] aan is gerend en

- vervolgens de fiets van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en afgeremd en

- die [slachtoffer] (aldus) tot stilstand heeft gedwongen en

- meermalen tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "ik wil je geld hebben", en

- die [slachtoffer] (daarbij) (met) een mes heeft bedreigd/getoond.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

7. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft hij gevorderd aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde te koppelen dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften hem te geven door of namens de reclassering, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan de Agressie Regulatie Training en de Korte Leefstijlstraining.

8. Door en namens verdachte is naar voren gebracht dat verdachte de volle verantwoordelijkheid neemt voor het strafbare feit en dat hij graag verder wil met zijn leven. Bepleit is aan verdachte een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van in totaal 12 (twaalf) maanden op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte thans in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verzocht is het overige deel voorwaardelijk op te leggen en daaraan de bijzondere voorwaarde te koppelen zoals door de reclassering is geadviseerd.

9. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

10. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een nachtelijke straatroof op een willekeurig uitgekozen slachtoffer. Verdachte heeft het gevoel van veiligheid van het slachtoffer in ernstige mate aangetast. Dat de gedragingen voor het slachtoffer nadelige psychische gevolgen hebben gehad en nog altijd hebben, is gebleken uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke verklaring van het slachtoffer. Straatroven veroorzaken ook in de maatschappij in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin, zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Op een dergelijk feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

11. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting blijk heeft gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien. Voorts heeft hij zijn spijt betuigd in de richting van het slachtoffer.

12. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor een bedreiging en een vermogensdelict.

13. De rechtbank houdt tevens rekening met het over verdachte opgemaakte rapport van de reclassering van 15 juli 2010, waarin onder meer - voor zover relevant - het volgende is vermeld.

De reclassering vindt het zorgelijk dat verdachte vanwege zijn middelengebruik niet meer in staat was om adequaat op de situatie te reageren. Hij geeft aan dat hij geregeld zowel drank als drugs gebruikt. Zijn middelengebruik in onderhavige zaak is een criminogene factor en daarom een aandachtspunt. Verdachte heeft moeite zijn impulsen te beheersen. Hij is erg ongeduldig en hij erkent zijn opvliegende karakter. Hij heeft aangegeven hier graag hulp voor te ontvangen. Hij staat open voor begeleiding. Gezien het hooggemiddelde recidiverisico en de beschreven problematiek acht de reclassering een gedragsverandering noodzakelijk ter voorkoming van recidive. Geadviseerd wordt aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften hem te geven door en namens de reclassering, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan de Agressie Regulatie Training en de Korte Leefstijltraining.

14. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur, waarvan een deel voorwaardelijk, passend en geboden is. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan dit voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde koppelen, zoals door de reclassering is geadviseerd en door de officier van justitie is geëist. De duur van de op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie geëist gelet op het geringe strafblad van verdachte en de door de rechtbank noodzakelijk geachte snelle behandeling van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

15. De benadeelde partij [slachtoffer], wonende aan de [adres] (bankrekeningnummer: [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 808,32 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

16. De officier van justitie heeft geconcludeerd de vordering tot schadevergoeding tot het gevorderde bedrag toe te wijzen.

17. Door de raadsman is bepleit het gevorderde bedrag wegens geleden immateriële schade te matigen tot € 500,-. De overige kosten kunnen volgens hem worden toegewezen tot de gevorderde bedragen.

18. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de door de verdediging gedane verwijzing naar andere zaken in de Smartengeldgids waarbij lagere vergoedingen voor geleden immateriële schade zijn toegekend, onvoldoende aanknopingspunten biedt om in het onderhavige geval het bedrag voor geleden immateriële schade te matigen, reden waarom de rechtbank de vordering tot het gevraagde bedrag zal toewijzen. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam onderbouwd.

Schadevergoedingsmaatregel

19. Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: afpersing

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan de Agressie Regulatie Training en de Korte Leefstijltraining;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer], wonende aan de [adres] (bankrekeningnummer: [nummer]) van een bedrag van € 808,32, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2010 met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 808,32, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 augustus 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0646 2010039462-15, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, team Winterswijk, gesloten en ondertekend op 14 april 2010.

2 Proces-verbaal bevindingen (p.38)

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.40-43)

4 Processen-verbaal van verhoor van verdachte (p.63-64 en 66)