Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3066

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
03-08-2010
Zaaknummer
06/485003-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

Hij heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en verduistering, aan het witwassen van geld en aan het onjuiste aangifte doen van omzetbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/485003-09

Uitspraak d.d.: 3 augustus 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats, datum],

wonende te 7[postcode, plaats, adres],

raadsman: mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juli 2010.

De tenlastelegging

Nadat ter terechtzitting de dagvaarding is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 31 juli 2007 in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen in

Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, terwijl hij gebruik heeft gemaakt van zijn

positie als werknemer bij [bedrijf X] en/of het in hem gestelde vertrouwen en/of de

goede reputatie die hij genoot, [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5], met wie verdachte een

zakelijke en/of vriendschappelijke en/of privéband had, en/of [bedrijf A]., heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal

200.000 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- gezegd dat [bedrijf X] het bedrijf [naam bedrijf - verdachte], overnametraject project [naam gelieerd bedrijf - verdachte] (hierna:

naam bedrijf - verdachte}), zou gaan overnemen en/of

- gezegd dat hij en/of het management van [bedrijf X] in de gelegenheid werd gesteld

om door de aankoop van aandelen privé te participeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat zijn vrienden en/of anderen dan verdachte in [naam bedrijf - verdachte] mochten

participeren en/of

- gezegd dat de verwachting was dat [naam bedrijf - verdachte] zeer winstgevend zou worden en/of

gezegd dat er met de investering hoge/grote rendementen te behalen waren en/of

gezegd dat van dit project kon worden geprofiteerd als er geld zou worden

gestort en/of

- gevraagd om via verdachte of diens onderneming [naam consultancy verdachte] te

participeren in [naam bedrjif - verdachte] en/of voorgesteld om te investeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat hij en/of anderen ook zouden participeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat de minimuminleg 50.000 euro zou bedragen en/of

- een presentatie genaamd "Strategic Cooperation between [naam bedrijf -verdachte] and

Retail/[bedrijf X].com" verstrekt en/of

- nadat [naam 2] haar bedenkingen over deelname aan de participatie in

[naam bedrijf -verdachte]met verdachte had besproken, die [naam 2] heeft gerustgesteld en/of

- een overeenkomst/bevestiging heeft opgesteld waarin de participatie is

vastgelegd, en waarin is verzocht het geld over te maken op de bankrekening

van [naam consultancy verdachte].,

waardoor die [naam 1] en/of [bedrijf A]. en/of [naam 2] en/of

[naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] werden bewogen tot bovenomschreven

afgifte

EN/OF

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2007

tot en met 31 juli 2007, in de gemeente Lochem, in ieder geval in Nederland,

opzettelijk een geldbedrag van in totaal 200.000 euro, althans een hoeveelheid

geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] en/of [bedrijf A]. en/of [naam 2] en/of [naam 3]

en/of [naam 4] en/of [naam 5], in elk geval aan een ander dan

verdachte, welke hoeveelheid geld verdachte anders dan door misdrijf onder

zich had, namelijk ter investering van de door [naam 1] en/of [bedrijf A] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] gestorte

geldbedragen in [naam bedrijf - verdachte] via zijn onderneming [naam consultancy verdachte],

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(zaaksdossier 1)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007

tot en met 30 september 2007, in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen

in Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te

bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, mede gebruik makend van zijn positie als

werknemer bij [bedrijf X] en/of het vertrouwen en/of de goede reputatie die hij

genoot, [naam 4] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8], met wie verdachte een zakelijke en/of vriendschappelijke en/of

privéband had, en/of [bedrijf B]., heeft bewogen tot de afgifte van

een geldbedrag van in totaal 180.000 euro, althans een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid:

- gezegd dat hij [bedrijf X]-aandelen mocht kopen met een korting van 25% en/of

gezegd dat hij de mogelijkheid had gekregen [bedrijf X]-aandelen te kopen tegen een

gereduceerd tarief en/of gezegd dat hij 5588 [bedrijf X]-aandelen kon kopen en/of

- gezegd dat hij een deel van zijn eigen geld in andere projecten had

gestoken, maar dat hij als directeur zijn werkgever toch wilde laten zien

bereid te zijn persoonlijk in zijn werkgever te investeren en/of

- gevraagd en/of aangeboden om via hem en/of zijn onderneming [naam consultancy verdachte]. te participeren in het [bedrijf X]-aandelenplan en/of gevraagd om voor 50.000

euro in [bedrijf X]-aandelen te investeren en/of

- een overeenkomst/bevestiging heeft opgesteld waarin de participatie is

vastgelegd,

waardoor die [naam 4] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [bedrijf B] en/of [naam 8] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaaksdossier 3)

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008

tot en met 30 november 2008 in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen

in Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te

bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [naam 6] en/of [naam 9] en/of [naam 10]

en/of [naam 11], en/of [naam 12] en/of [naam 13] en/of

[naam 7] en/of [naam 14] en/of [naam 15] en/of

[naam 4], met wie verdachte een zakelijke en/of vriendschappelijke en/of

privéband had en/of [bedrijf C] en/of [bedrijf D] en/of [bedrijf B] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 620.000

euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- informatie verstrekt over de mogelijkheden om te investeren in het

[naam project China]-project waarin verdachtes onderneming [naam consultancy verdachte] investeerde

en/of

- geadviseerd om geld op een goede manier te beleggen en/of

- gevraagd om via verdachte en/of diens onderneming [naam consultancy verdachte] te

participeren in het project [naam project China] en/of gevraagd om te

investeren in een retailbedrijf in China/[naam project China] en/of

gevraagd geld in te leggen om in China bedrijven en/of retailformules op te

kopen en met winst te verkopen en/of

- een presentatie genaamd "[naam project China] Presentation" overgelegd

en/of

- gezegd dat het [naam project China]-project een goed lopend project betrof en/of gezegd dat

er met de investering een hoog rendement te behalen was en/of gezegd dat hij

het [naam project China]-project al verkocht had en dat de investering veel rendement zou

opleveren en/of

- gezegd dat hij en/of andere personen en/of instanties ook zouden

participeren in het [naam project China]-project en/of

- een overeenkomst heeft overgelegd waarin de participatie is vastgelegd,

waardoor die [naam 6] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11], en/of

[naam 12] en/of [naam 13] en/of [naam 7] en/of [naam 14] en/of

[naam 15] en/of [naam 4] en/of [bedrijf C] en/of [bedrijf D] en/of [bedrijf B] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008

tot en met 30 november 2008, in de gemeente Lochem, in ieder geval in

Nederland, opzettelijk een geldbedrag van in totaal 620.000 euro, althans een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam 6] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of [bedrijf C] en/of [naam 11] en/of [bedrijf D] en/of [naam 13] en/of [naam 12]

en/of [naam 7] en/of [bedrijf B]. en/of [naam 14] en/of

[naam 15] en/of [naam 4], in elk geval aan een ander dan verdachte,

welke goederen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, namelijk ter

investering van de door of namens die [naam 6] en/of [naam 9] en/of [naam 10]

en/of [bedrijf C] en/of [naam 11] en/of [bedrijf D] en/of [naam 13] en/of [naam 12] en/of [naam 7] en/of [bedrijf B]. en/of

[naam 14] en/of [naam 15] en/of [naam 4] gestorte geldbedragen in het

[naam project China]-project via zijn onderneming [naam consultancy verdachte] wederrechtelijk zich

heeft toegeëigend;

(zaaksdossier 2)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 18 maart 2009, in

de gemeente Lochem, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een

gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte

- in de periode van 1 januari 2007 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van

privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en

bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een voorwerp, te weten

een geldbedrag van in totaal 200.000 euro, althans een hoeveelheid geld

afkomstig van investeerders in het project [naam bedrijf - verdachte] verworven en/of voorhanden

gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die

hoeveelheid geld, althans dat voorwerp;

- in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van

privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en

bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een voorwerp, te weten

een geldbedrag van in totaal 180.000 euro, althans een hoeveelheid geld

afkomstig van investeerders in [bedrijf X]-aandelen verworven en/of voorhanden gehad

en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die hoeveelheid

geld, althans dat voorwerp;

- in de periode van 1 januari 2008 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van

privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en

bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een voorwerp, te weten

een geldbedrag van in totaal 620.000 euro, althans een hoeveelheid geld

afkomstig van investeerders in het [naam project China]-project verworven en/of voorhanden

gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die

hoeveelheid geld, althans dat voorwerp,

terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit het misdrijf/de misdrijven;

(Zaaksdossiers 1, 2, 3)

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

[naam consultancy verdachte] op of omstreeks 10 november 2008 in de gemeente Lochem

en/of in de gemeente Winterswijk en/of in de gemeente Apeldoorn en/of elders

in Nederland, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor

de omzetbelasting over de maand september 2008, onjuist en/of onvolledig heeft

gedaan, immers heeft [naam consultancy verdachte] opzettelijk op het bij de

Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst digitaal ingeleverde

aangiftebiljet omzetbelasting over genoemde maand een te laag belastbaar

bedrag, althans een onjuist bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit

ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk

bovenomschreven strafbaar feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan

welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs[voetnoot 1]

Aanleiding van het onderzoek

Op 8 juni 2009 werd een opsporingsonderzoek gestart naar verdachte, terzake van onder meer oplichting, verduistering en witwassen.

In totaal zijn er tegen verdachte vijftien aangiftes gedaan van oplichting, dan wel verduistering. Uit deze aangiftes komt naar voren dat de aangevers diverse geldbedragen hebben geïnvesteerd in een drietal projecten. Deze projecten betroffen de participatie in de overname van [naam bedrijf - verdachte] door [bedrijf X], het kopen van aandelen [bedrijf X] en investeren in [naam project China] ([naam project China]). De aangevers zijn door verdachte benaderd om, via diens rechtspersoon [naam consultancy verdachte], geld te investeren in een of meerdere van voornoemde projecten. De benadeelden hebben hun inleg ook overgemaakt op de bankrekening van deze BV. [voetnoot 2]

Door verdachte is op 18 maart 2009 een brief verstuurd naar de gedupeerden van het [naam project China]-project. In deze brief deelt verdachte hen mee dat hij geld heeft aangetrokken, maar dat het project uiteindelijk een luchtbel bleek te zijn die is geklapt. [voetnoot 3]

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd. Verdachte wist vanaf het begin dat [bedrijf X] geen regeling tot participatie van directieleden kende, waardoor hij wist dat hij en derden niet zouden kunnen investeren in het project [naam bedrijf - verdachte]. Verdachte heeft in weerwil van deze wetenschap de participanten voorgespiegeld dat zij via zijn BV konden participeren. Verdachte heeft de participanten door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot afgifte van geld. Dat verdachte niet de intentie had het geld te investeren blijkt tevens uit het feit dat hij de gelden direct na ontvangst heeft aangewend voor privé gebruik. Daarnaast vloeit uit de bewijsmiddelen tevens voort dat verdachte vanaf april 2007 zonder meer wist dat de overname van [naam bedrijf - verdachte] door [bedrijf X] niet door ging. Desondanks heeft verdachte in juli 2007 [naam 2] en [naam 3] nog overgehaald te investeren in het project.

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van onder meer de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte heeft aangegeven de mogelijkheid tot participatie in [bedrijf X]-aandelen verzonnen te hebben om geld los te peuteren. Door de door verdachte aangewende kunstgrepen en verdichtsels en het in hem gestelde vertrouwen zijn de aangevers bewogen tot de afgifte van geldbedragen.

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd. Verdachte had ten tijde van het ten laste gelegde financiële problemen. Gelet hierop kan het [naam project China]-project, waarvoor volgens de opgave van verdachte 7,5 miljoen eigen geld benodigd was, niet als serieus worden bestempeld. Daarnaast wist verdachte ook dat hij de gelden van de participanten in [naam bedrijf - verdachte] en de [bedrijf X] aandelen nooit zou kunnen terug betalen. Van aanvang af is er dan ook sprake geweest van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling van zichzelf. Verdachte heeft de aangevers, in het besef dat zij benadeeld zouden worden, door ten minste een van de in de tenlastelegging genoemde middelen bewogen tot afgifte van het geld.

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van onder meer de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte heeft de uit misdrijf verkregen gelden voorhanden gehad en gebruikt. Gelet op de periode van meer dan twee jaar en de frequentie is het witwassen geworden tot levensstijl van [verdachte]. Derhalve kan wettig en overtuigend bewezen worden dat hij van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van onder meer de bekennende verklaring van verdachte en het onderzoek van de belastingdienst.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is door en namens verdachte gesteld dat bewezen kan worden dat er ten aanzien van [naam 2] en [naam 3] sprake is van oplichting. Ten aanzien van de voor juni 2007 aangetrokken gelden kan enkel verduistering wettig en overtuigend bewezen worden, omdat verdachte toen nog serieus voornemens was om te investeren in [naam bedrijf - verdachte] en daarvoor gelden aan te trekken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is door en namens verdachte gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, met uitzondering van oplichting van [bedrijf A]. Hiertoe is aangevoerd dat [naam 7] in privé heeft geïnvesteerd en niet in zijn hoedanigheid van directeur van [bedrijf A].

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde is door en namens verdachte gesteld dat oplichting cq. verduistering van [naam 7] en [naam 11] niet bewezen kan worden, omdat hun BV’s de benadeelde partijen zijn. Daarnaast is gesteld dat oplichting bewezen kan worden, met uitzondering van de oplichting van [naam 6], [bedrijf D], [bedrijf A], [naam 15] en [naam 4]. Ten aanzien van laatstgenoemde (rechts)personen kan enkel verduistering wettig en overtuigend bewezen worden. Hiertoe is aangevoerd dat het [naam project China]-project tot eind juli 2008 serieus was en verdachte de door hem verkregen gelden ook daadwerkelijk wilde investeren in dit project.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde is door en namens verdachte gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Wel dient bij het onder het eerste en laatste gedachtestreepje “een hoeveelheid geld” bewezen worden verklaard, nu er voor de projecten wel kosten zijn gemaakt die op het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag in mindering komen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde is door en namens verdachte gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde voorhanden de redengevende feiten en omstandigheden die blijken uit de navolgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- proces-verbaal aangifte van [naam 2]; [voetnoot 4]

- proces-verbaal aangifte van [naam 1]; [voetnoot 5]

- proces-verbaal aangifte van [naam 4]; [voetnoot 6]

- proces-verbaal verhoor van [naam 5]; [voetnoot 7]

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat verdachte tot eind april 2007 de intentie heeft gehad daadwerkelijk met de op rekening van [naam consultancy verdachte] overgemaakte gelden te participeren in (de overname van) [naam bedrijf - verdachte]. Derhalve kan, anders dan ten aanzien van [naam 2] en [naam 3], ten aanzien van de overigens in de tenlastelegging onder primair genoemde [naam 4], E.M. [naam 5], [naam 1] en [bedrijf A] niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het oogmerk heeft gehad deze personen en rechtspersoon op te lichten. Dat verdachte deze gelden – vervolgens en vrij snel nadat hij daarover de beschikking had gekregen – heeft gebruikt voor privédoeleinden doet aan dit oordeel niet af, nu enkel uit dit feit niet het voorbedoelde oogmerk kan blijken. Met betrekking tot [naam 1] overweegt de rechtbank tevens dat deze ten aanzien van het ten laste gelegde heeft gehandeld vanuit zijn hoedanigheid van directeur van [bedrijf A]. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van de voornoemde partijen dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde. Ten aanzien van [naam 1] zal de rechtbank verdachte eveneens vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde.

Feit 2

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 2 ten laste gelegde voorhanden de redengevende feiten en omstandigheden die blijken uit de navolgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- proces-verbaal aangifte van [naam 4]; [voetnoot 8

- proces-verbaal aangifte van [naam 6]; [voetnoot 9]

- proces-verbaal aangifte van [naam 7]; [voetnoot 10]

- proces-verbaal aangifte van [naam 8]; [voetnoot 11]

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de oplichting ten aanzien van [bedrijf A] nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat [naam 7] in privé heeft deelgenomen aan het project en niet via zijn vennootschap [bedrijf A].

Feit 3

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde voorhanden de redengevende feiten en omstandigheden die blijken uit de navolgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- proces-verbaal aangifte van [naam 6]; [voetnoot 12]

- proces-verbaal aangifte van [naam 9]; [voetnoot 13]

- proces-verbaal aangifte van [naam 10]; [voetnoot 14]

- proces-verbaal aangifte van [naam 11]; [voetnoot 15]

- proces-verbaal aangifte van [naam 13]; [voetnoot 16]

- proces-verbaal aangifte van [naam 12]; [voetnoot 17]

- proces-verbaal aangifte van [naam 7]; [voetnoot 18]

- proces-verbaal aangifte van [naam 14]; [voetnoot 19]

- proces-verbaal aangifte van [naam 15]; [voetnoot 20]

- proces-verbaal aangifte van [naam 4]; [voetnoot 21]

De rechtbank is van oordeel dat grond van de bewijsmiddelen moet worden aangenomen dat verdachte vanaf juli 2008 benadeelden heeft bewogen tot afgifte van gelden ten behoeve van het [naam project China]-project, in de wetenschap dat dit project niet levensvatbaar was en tot een einde was gekomen. Niet volledig kan worden uitgesloten dat verdachte tot juli 2008 benadeelden heeft bewogen tot afgifte van geld met de werkelijke intentie deze gelden te investeren in het [naam project China]-project. Dat verdachte deze gelden – vervolgens en vrij snel nadat hij daarover de beschikking heeft gekregen – heeft gebruikt voor privédoeleinden doet aan dit oordeel niet af, nu enkel uit dit feit niet het voorbedoelde oogmerk kan blijken. Derhalve kan, gelet op het moment van daadwerkelijke inleg van gelden ten aanzien van de in de tenlastelegging onder primair genoemde [naam 6], [naam 7], [bedrijf A], [naam 15] en [naam 4], niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het oogmerk heeft gehad voornoemde personen en rechtspersonen op te lichten. Hetzelfde geldt ten aanzien van [bedrijf D] met betrekking tot het in april 2008 ter beschikking stellen van € 5000,= op de rekening van [naam consultancy verdachte]. Ten aanzien van [naam 10] en [naam 7] overweegt de rechtbank tevens dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat zij niet in privé hebben deelgenomen, doch louter hebben opgetreden als vertegenwoordiger van (hun rechtspersoon) [bedrijf C], respectievelijk [bedrijf A]. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van de genoemde partijen met inachtneming van het voorgaande dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

Feit 4

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 4 ten laste gelegde voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- proces-verbaal verhoor van [naam 16]; [voetnoot 22]

- proces-verbaal verhoor van [naam 11]; voetnoot 23]

Feit 5

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 5 ten laste gelegde voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- proces-verbaal belastingdienst; [voetnoot 24]

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2007 in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, terwijl hij gebruik heeft gemaakt van zijn positie als werknemer bij [bedrijf X] en/of het in hem gestelde vertrouwen en/of de goede reputatie die hij genoot, [naam 2] en [naam 3], met wie verdachte een vriendschappelijke en/of privéband had, heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- gezegd dat [bedrijf X] het bedrijf [naam bedrijf - verdachte], overnametraject project [project naam bedrijf - verdachte] (hierna: [naam bedrijf - verdachte]), zou gaan overnemen en

- gezegd dat hij en/of het management van [bedrijf X] in de gelegenheid werd gesteld om door de aankoop van aandelen privé te participeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat zijn vrienden en/of anderen dan verdachte in [naam bedrijf - verdachte] mochten participeren en/of

- gezegd dat de verwachting was dat [naam bedrijf - verdachte] zeer winstgevend zou worden en/of gezegd dat er met de investering hoge/grote rendementen te behalen waren en/of gezegd dat van dit project kon worden geprofiteerd als er geld zou worden gestort en/of

- gevraagd om via verdachte of diens onderneming [naam consultancy verdachte] te participeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of voorgesteld om te investeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat hij en/of anderen ook zouden participeren in [naam bedrijf - verdachte] en/of

- gezegd dat de minimuminleg 50.000 euro zou bedragen en/of

- een presentatie genaamd "Strategic Cooperation between [naam bedrijf - verdachte] and Retail/[bedrijf X].com" verstrekt en/of

- nadat [naam 2] haar bedenkingen over deelname aan de participatie in [naam bedrijf - verdachte] met verdachte had besproken, die [naam 2] heeft gerustgesteld en/of

- een overeenkomst/bevestiging heeft opgesteld waarin de participatie is vastgelegd, en waarin is verzocht het geld over te maken op de bankrekening van [naam consultancy verdachte],

waardoor die [naam 2] en [naam 3] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte

EN

hij in de periode van 1 maart 2007 tot en met 31 juli 2007, in de gemeente Lochem, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid geld toebehorende aan [bedrijf A]. en [naam 4] en[naam 5], welke hoeveelheid geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, namelijk ter investering van de door [bedrijf A] en [naam 4] en [naam 5] gestorte geldbedragen in [naam bedrijf - verdachte] via zijn onderneming [naam consultancy verdachte], wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 30 september 2007, in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, mede gebruik makend van zijn positie als werknemer bij [bedrijf X] en/of het vertrouwen en/of de goede reputatie die hij genoot, [naam 4] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8], met wie verdachte een zakelijke en/of vriendschappelijke en/of privéband had, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 180.000 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- gezegd dat hij [bedrijf X]-aandelen mocht kopen met een korting van 25% en/of gezegd dat hij de mogelijkheid had gekregen [bedrijf X]-aandelen te kopen tegen een gereduceerd tarief en/of gezegd dat hij 5588 [bedrijf X]-aandelen kon kopen en/of

- gezegd dat hij een deel van zijn eigen geld in andere projecten had gestoken, maar dat hij als directeur zijn werkgever toch wilde laten zien bereid te zijn persoonlijk in zijn werkgever te investeren en/of

- gevraagd en/of aangeboden om via zijn onderneming [naam consultancy verdachte] te participeren in het [bedrijf X]-aandelenplan en/of gevraagd om voor 50.000 euro in [bedrijf X]-aandelen te investeren en/of

- een overeenkomst/bevestiging heeft opgesteld waarin de participatie is vastgelegd,

waardoor die [naam 4] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 november 2008 in de gemeente Lochem en/of een of meer plaatsen in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 9] en [naam 11] en [naam 12] en [naam 13] en [naam 14], met wie verdachte een zakelijke en/of vriendschappelijke en/of privéband had en [bedrijf C] en/of [bedrijf D] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- informatie verstrekt over de mogelijkheden om te investeren in het [naam project China]-project waarin verdachtes onderneming [naam consultancy verdachte] investeerde en/of

- geadviseerd om geld op een goede manier te beleggen en/of

- gevraagd om via verdachte en/of diens onderneming [naam consultancy verdachte] te participeren in het project [naam project China] en/of gevraagd om te investeren in een retailbedrijf in China/[naam project China] en/of gevraagd geld in te leggen om in China bedrijven en/of retailformules op te kopen en met winst te verkopen en/of

- een presentatie genaamd "[naam project China] Presentation" overgelegd en/of

- gezegd dat het [naam project China]-project een goed lopend project betrof en/of gezegd dat er met de investering een hoog rendement te behalen was en/of gezegd dat hij het [naam project China]-project al verkocht had en dat de investering veel rendement zou opleveren en/of

- gezegd dat hij en/of andere personen en/of instanties ook zouden participeren in het [naam project China]-project en/of

- een overeenkomst overgelegd waarin de participatie is vastgelegd,

waardoor die [naam 9] en [naam 11] en [naam 12] en [naam 13] en [naam 14] en [bedrijf C] en /of [bedrijf D] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 november 2008, in de gemeente Lochem, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid geld, toebehorende aan

[naam 6] en [bedrijf D] en [bedrijf B]. en [naam 15] en [naam 4], welke goederen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, namelijk ter

investering van de door die [naam 6] en [bedrijf D] en [bedrijf B]. en [naam 15] en [naam 4] gestorte geldbedragen in het [naam project China]-project via zijn onderneming [naam consultancy verdachte] wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 18 maart 2009, in de gemeente Lochem, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte

- in de periode van 1 januari 2007 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een hoeveelheid geld afkomstig van investeerders in het project [naam bedrijf - verdachte] verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die hoeveelheid geld;

- in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 180.000 euro, afkomstig van investeerders in [bedrijf X]-aandelen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die hoeveelheid geld;

- in de periode van 1 januari 2008 tot en met 18 maart 2009 ten behoeve van privébestedingen, te weten aanschaf en bekostiging van luxegoederen en bekostiging instandhouding van zijn luxe levensstijl, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld afkomstig van investeerders in het [naam project China]-project verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt van die hoeveelheid geld,

terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit misdrijven;

5.

[naam consultancy verdachte] op 10 november 2008 in de gemeente Lochem, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over de maand september 2008, heeft gedaan, immers heeft [naam consultancy verdachte] opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst digitaal ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemde maand een te laag belastbaar bedrag, althans een onjuist bedrag, aan belasting opgegeven, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte leiding heeft gegeven.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1: oplichting, meermalen gepleegd en verduistering, meermalen gepleegd;

feit 2: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: oplichting, meermalen gepleegd en verduistering, meermalen gepleegd;

feit 4: van het plegen van witwassen een gewoonte maken, meermalen gepleegd;

feit 5: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft heel berekenend gehandeld. Pas op het moment dat hij met de rug tegen de muur stond is hij gaan bekennen. Verdachte heeft de gedupeerden meedogenloos opgelicht en enkelen van hen lange tijd met valse berichten aan het lijntje gehouden. Verdachte heeft door middel van deze valse berichten en mededelingen zijn sporen zo lang mogelijk verborgen willen houden om met zijn oplichtingen door te kunnen gaan. De meewerkende houding van verdachte is enkel een berekenende. Rekening houdend met de omvang van de oplichting, het geschonden vertrouwen en de uitgekookte wijze waarop verdachte te werk is gegaan, is enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Dit temeer nu er sprake is van eerdere veroordelingen ter zake van soortgelijke feiten.

De raadsman heeft gesteld dat er, alle omstandigheden in aanmerking nemend, volstaan kan worden met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hiertoe is door en namens verdachte onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft volledige medewerking aan het onderzoek verleend. Hij heeft zich, reeds voor de eerste aangiften, zelf gemeld bij het Fraude Meldpunt. Ook heeft hij ten behoeve van het politieonderzoek zijn bekennende verklaring volledig op papier gezet. Daarnaast heeft verdachte zelf al zijn benadeelden op de hoogte gesteld van de door hem gepleegde feiten en hierin volledige openheid van zaken gegeven. Hierbij heeft verdachte ook zijn excuses aan de benadeelden aangeboden.

Tevens is door de verdediging aangevoerd dat deze strafzaak voor verdachte grote gevolgen heeft gehad. Verdachte is gescheiden en zijn kinderen wonen thans bij zijn ex-vrouw. Ook is verdachte zijn status, zijn baan op topniveau, vele van zijn vrienden en al zijn bezittingen kwijt geraakt. Tevens zal verdachte in de toekomst ook nog de, met name financiële, gevolgen van de strafzaak ervaren. Ook dient er bij de strafoplegging rekening te worden gehouden met de negatieve publiciteit waaraan verdachte is blootgesteld en de in vergelijkbare strafzaken opgelegde straffen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige vormen van oplichting en verduistering. Hij heeft vrienden en bekenden op een geraffineerde wijze benadeeld en hen grote hoeveelheden geld afhandig gemaakt. De rechtbank rekent het de verdachte zeer zwaar aan dat hij hierbij – zeer – ernstig misbruik heeft gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen.

Het door misdrijf verkregen geld heeft verdachte vervolgens gebruikt om zijn eigen financiële problemen op te lossen. Verdachte heeft de grote sommen geld, totaal ongeveer één miljoen euro, geheel afkomstig van vrienden en bekenden, enkel en alleen besteed aan het handhaven van een voor hem en zijn gezin veel te hoge levensstandaard, en het onderhouden van buitenechtelijke relaties.

Uit het omtrent verdachte opgemaakte psychiatrische rapport blijkt dat verdachte weinig empathie richting de slachtoffers toont. Verdachte is vooral egocentrisch gericht. Hij laat de morele betekenis van het plegen van oplichting buiten beschouwing en ziet vooral de schande voor hemzelf. [voetnoot 25] Mede gelet op zijn houding ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet impulsief, doch berekenend en doordacht heeft gehandeld en onvoldoende inzicht heeft welke gevolgen, naast enkel de financiële gevolgen, zijn gedragingen hebben veroorzaakt.

Verdachte heeft zich met zijn handelen in totaal een bedrag van zo’n één miljoen euro wederrechtelijk toegeëigend, hetgeen begrijpelijkerwijs tot publieke verontwaardiging heeft geleid. De – negatieve – publiciteit die verdachte heeft ervaren ziet de rechtbank, mede vanwege zijn toenmalige maatschappelijke positie, als een logisch gevolg van zijn eigen handelen. Hoewel het uitkomen van de oplichting en verduistering ook voor verdachte zowel in financiële als in relationele zin, gevolgen heeft gehad is dit aan zijn eigen handelen te wijten.

Anderzijds weegt de rechtbank bij de bepaling van de straf ten voordele van verdachte mee dat hij alle betrokkenen zelf heeft geïnformeerd over de door hem gepleegde misdrijven. Verdachte heeft volledig meegewerkt aan het (strafrechtelijke) onderzoek en hierbij inzicht gegeven in zijn handelwijze. Wel houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte deze openheid van zaken pas heeft gegeven, nadat hij geen uitweg meer zag uit de door hem veroorzaakte situatie.

Feit is dat het hier gaat om bijzonder ernstige strafbare feiten, waarbij verdachte jarenlang keer op keer misbruik heeft gemaakt van zijn het in hem gestelde vertrouwen en waarbij vrienden en bekenden fors zijn benadeeld. Het voorgaande afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend en geboden. De aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, zoals hiervoor overwogen, rechtvaardigen deze geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 51, 57, 91, 321, 326, 420bis en 420 ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 1: oplichting, meermalen gepleegd en verduistering, meermalen gepleegd;

feit 2: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: oplichting, meermalen gepleegd en verduistering, meermalen gepleegd;

feit 4: van het plegen van witwassen een gewoonte maken, meermalen gepleegd;

feit 5: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging;

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Aldus gewezen door mr. Van de Wetering, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Boerwinkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 augustus 2010.

Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij relaas proces-verbaal, onderzoek Ferrari [04BRF09001], nummer AH15, gesloten en ondertekend op 26 oktober 2009.

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina 10 011

3 Brief van 18 maart 2009, dossierpagina 10 015 t/m 10 018

4 Proces-verbaal van aangifte van [naam 2], dossierpagina’s 01 020 t/m 01 024

5 Proces-verbaal van aangifte van [naam 1], dossierpagina’s 01 015 t/m 01 019

6 Proces-verbaal van aangifte van [naam 4], dossierpagina’s 01 025 t/m 01 029

7 Proces-verbaal van verhoor van [naam 5], dossierpagina’s 01 107 t/m 01 110

8 Proces-verbaal van aangifte van [naam 4], dossierpagina’s 03 017 t/m 03 021

9 Proces-verbaal van aangifte van [naam 6], dossierpagina’s 03 049 t/m 03 053

10 Proces-verbaal van aangifte van [naam 7], dossierpagina’s 03 055 t/m 03 060

11 Proces-verbaal van aangifte van [naam 8], dossierpagina’s 03 079 t/m 03 083

12 Proces-verbaal van aangifte van [naam 7], dossierpagina’s 02 017 t/m 02 021

13 Proces-verbaal van aangifte van [naam 9], dossierpagina’s 02 024 t/m 02 027

14 Proces-verbaal van aangifte van [naam 10], dossierpagina’s 02 044 t/m 02 046

15 Proces-verbaal van aangifte van [naam 11], dossierpagina’s 02 061 t/m 064

16 Proces-verbaal van aangifte van [naam 13], dossierpagina’s 02 078 t/m 02 080

17 Proces-verbaal van aangifte van [naam 12], dossierpagina’s 02 084 t/m 02 089

18 Proces-verbaal van aangifte van [naam 7], dossierpagina’s 02 092 t/m 02 098

19 Proces-verbaal van aangifte van [naam 14] dossierpagina’s 02 110 t/m 02 116

20 Proces-verbaal van aangifte van [naam 15], dossierpagina’s 02 131 t/m 02 134

21 Proces-verbaal van aangifte van [naam 4], dossierpagina’s 02 153 t/m 02 157

22 Proces-verbaal van verhoor van [naam 16] dossierpagina’s 10 033 t/m 10 046

23 Proces-verbaal van verhoor van [naam 11], dossierpagina’s 02 070 t/m 02 076

24 Proces-verbaal belastingdienst, dossierpagina’s 05 001 t/m 05 019

25 Psychiatrisch onderzoek d.d. 16 juni 2010, opgesteld door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater