Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN2514

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
06/950173-10 en 23/001883/06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet wettig bewezig dan verdachte heeft feit heeft bekend en spreekt hem vrij. Voorts wijs de rechtbank de vordering tot herroeping VI af. Zie uitspraak LJN BN2511 voor verdachte A.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950173-10 en 23/001883/06

Uitspraak d.d.: 27 juli 2010

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats] (Marokko) op [1976],

wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. B. Yesilgöz, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

13 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2010 t/m 27 januari 2010 te

Ruurlo, in de gemeente Berkelland, en/of te Wehl en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

een groot contant geldbedrag (Euro 48.350,-) en/of goederen, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

bedrijfsleider [slachtoffer B] en/of werknemer [slachtoffer C] en/of één of meer

(andere) in/bij het bedrijf aanwezige werknemer(s),

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- op 26 januari 2010 telefonisch contact heeft/hebben opgenomen met de

bedrijfsleider (de heer [slachtoffer B]) van [slachtoffer A] en zich

toen heeft/hebben voorgedaan als ene [valse naam] uit Doetinchem en toen een

partij (van elf ton) (zogenoemd handgepeld)(rood) koper heeft/hebben

aangeboden en/of toen met die bedrijfsleider is/zijn overeengekomen dat die

partij koper de volgende dag bij het bedrijf zou worden gebracht en/of dat er

dan een (groot) contant geldbedrag (van Euro 48.350,-), voor dat koper zou

worden betaald en/of

- op 27 januari 2010 zich met/in een auto (een groenkleurige Opel Astra)

heeft/hebben begegeven naar het [slachtoffer A] te Ruurlo

en/of aldaar met (een) bivakmuts(en) over zijn/hun hoofd(en) is/zijn

uitgestapt, althans zich met (een) bivakmuts(en) over zijn/hun hoofd(en)

op en nabij (het terrein van) het recyclingsbedrijf heeft/hebben begeven en/of

(een) autoband(en) van (een) voor dat bedrijf geparkeerde auto's

heeft/hebben laten leeglopen en/of

- (toen aangever [slachtoffer C] naar buiten kwam en/of op de verdachte(n) en/of

voornoemde auto afliep en/of afrende) met eerder genoemde auto (recht) (en met

hoge snelheid) op die [slachtoffer C] is/zijn afgereden en/of (met hoge snelheid) met

die auto is/zijn gevlucht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Art 312 lid 1 en lid 2 sub 2 Wetboek van Strafrecht

Art 45 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2010 tot en met 27 januari 2010

te Ruurlo, in de gemeente Berkelland, en/of te Wehl en/of elders in de

Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld bedrijfsleider [slachtoffer B] en/of werknemer [slachtoffer C]

en/of (een) (andere) werknemer(s) van [slachtoffer A] te dwingen tot

de afgifte van een groot contant geldbedrag (Euro 48.350,-) en/of van

goederen, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- op 26 januari 2010 telefonisch contact heeft/hebben opgenomen met de

bedrijfsleider (de heer [slachtoffer B]) van [slachtoffer A] en zich

toen heeft/hebben voorgedaan als ene [valse naam] uit Doetinchem en toen een

partij (van elf ton) (zogenoemd handgepeld)(rood) koper heeft/hebben

aangeboden en/of toen met die bedrijfsleider is/zijn overeengekomen dat die

partij koper de volgende dag bij het bedrijf zou worden gebracht en/of dat er

dan een (groot) contant geldbedrag (van Euro 48.350,-) voor dat koper zou

worden betaald en/of

- op 27 januari 2010 zich met/in een auto (een groenkleurige Opel Astra)

heeft/hebben begegeven naar het [slachtoffer A] te Ruurlo

en/of aldaar met (een) bivakmuts(en) over zijn/hun hoofd(en) is/zijn

uitgestapt, althans zich met (een) bivakmuts(en) over zijn/hun hoofd(en)

op en nabij (het terrein van) het recyclingsbedrijf heeft/hebben begeven en/of

(een) autoband(en) van (een) voor dat bedrijf geparkeerde auto's

heeft/hebben laten leeglopen en/of

- (toen aangever [slachtoffer C] naar buiten kwam en/of op de verdachte(n) en/of

voornoemde auto afliep en/of afrende) met eerder genoemde auto (recht) (en met

hoge snelheid) op die [slachtoffer C] is/zijn afgereden en/of (met hoge snelheid) met

die auto is/zijn gevlucht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Art 317 lid 1 en lid 3 jo. 312 lid 2 sub 2 Wetboek van Strafrecht

Art 45 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in een mogelijke bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd.

B. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, nu er diverse scenario's denkbaar zijn om de aanwezigheid van de gevonden sporen te verklaren.

C. Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk geworden arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 16 februari 2009 (parketnummer 23/001883/06) is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 4 maanden, waarvan de tenuitvoerlegging met ingang van 13 juni 2006 is gestart. De datum van voorwaardelijke invrijheidsstelling is 24 december 2009.

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De schriftelijke vordering van de officier van justitie d.d. 23 april 2010 strekt ertoe dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling zal worden herroepen voor een periode van 892 dagen, nu verdachte een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd.

B. Standpunt van de verdediging

Door en namens veroordeelde is, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de vordering dient te worden afgewezen, nu hij dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 06/950173-10 ten laste gelegde feit. Er zijn dan ook geen gronden om de vordering toe te wijzen. Subsidiair is verzocht de vordering af te wijzen en -indien een veroordeling volgt ten aanzien van parketnummer 06/950173-10- aldaar een langere voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

C. Beoordeling door de rechtbank

Nu veroordeelde is vrijgesproken van hetgeen hem onder parketnummer 06/950173-10 is ten laste gelegd, dient te vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling te worden afgewezen.

Toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 15, 15i en 15j van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.

Aldus gewezen door mrs. Aufderhaar, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2010.