Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN2507

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
06/850305-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uur en 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk voor het medeplegen van wederechtelijke vrijheidsberoving van twee personen. Zie uitspraak LJN BN2499 voor verdachte B. Uitspraak in de zaak van verdachte A was op 4 november 2009, LJN BK2024.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850305-10

Uitspraak d.d.: 27 juli 2010

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats, 1983],

verblijvende te [adres].

Raadsman: mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

13 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 december 2008 te Ermelo en/of te Harderwijk en/of

(elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of

een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk

-die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] medegedeeld dat ze aangehouden waren en mee moesten

naar het bureau en/of

-die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] handboeien omgedaan/geboeid en/of

-die [slachtoffer A] geslagen/gestompt met een wapenstok/knuppel en/of

-die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] vastgepakt en/of meegenomen in een auto en/of die

[slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] vastgehouden in die/een auto;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

Op 12 december 2008 is medeverdachte [verdachte A] tezamen met onder andere verdachte naar een vakantiepark in Ermelo gereden. Daar wonen [slachtoffer A] en [slachtoffer B]. [verdachte A] verkeerde in de veronderstelling dat [slachtoffer A] de loverboy van [slachtoffer B] was en ging met zijn team, waar verdachte deel van uit maakte, ter plaatse. [slachtoffer A] en [slachtoffer B] werden geboeid en weggevoerd met de auto naar een rustigere plek.2

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

D. Beoordeling door de rechtbank

Op 2 januari 2009 hebben [slachtoffer A] en [slachtoffer B] aangifte gedaan van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Aangever [slachtoffer A] verklaart onder meer dat hij op vrijdag 12 december 2008 samen met zijn vriendin [slachtoffer B] in hun woning op een vakantiepark in Ermelo was.3 Omstreeks 15.45 uur werd er door twee mannen -een Turk en een Marokkaan- aangebeld en één van de mannen vroeg aan aangever of hij [slachtoffer A] was.4 Zij zeiden dat zij van een arrestatieteam waren en dat [slachtoffer A] mee moest komen naar het bureau.5 In de woning stond [slachtoffer B] en haar werd gevraagd of zij [slachtoffer B] was. Ook [slachtoffer B] werd gesommeerd om mee te gaan naar het bureau. De Turk zei dat [slachtoffer A] zich moest omdraaien en handboeien omkreeg. Er werd getracht bij [slachtoffer A] handboeien om te doen, maar hij vertrouwde het niet en ging door het lint.6

De Turk pakte hem daarna ruw beet en hij werd tegen de slaapkamerdeur aangeduwd. Hij kreeg de boeien om. [slachtoffer B] werd ook geboeid.7 [slachtoffer A] ging door het lint.8 Hij beukte de twee manen van zich af. De Marokkaan kwam onder de kapstok terecht en de Turk duwde hij tegen de tegenovergestelde muur aan. De Marokkaan pakte een wapenstok en sloeg hem twee of drie keer hard in zijn nek.9 De Turk begeleidde [slachtoffer A] naar buiten.

Toen [slachtoffer B] zich kon ontdoen van de handboeien is zij de woning uitgerend en rende één van de mannen achter haar aan en pakte haar vast. De linkerpols van [slachtoffer B] werd gedraaid en op haar rug gelegd.10 Zij werd opgedragen mee te komen met de man. [slachtoffer A] heeft verklaard dat dit de Marokkaan was.11

Op een gegeven moment voelde [slachtoffer A] dat een hand over zijn mond werd gelegd en dat een derde persoon tegen hem zei dat hij rustig moest zijn. [slachtoffer A] werd naar de auto gebracht en ook [slachtoffer B] werd door één van de mannen in de auto gezet.12 In de auto werden de handboeien bij [slachtoffer B] weer omgedaan. Ze was bang dat ze vermoord zouden worden.13

In de auto zag [slachtoffer A] een koffer met daar bovenop een zwarte baret. De drie mannen zaten ook in de auto en de Marokkaan hield heel dreigend de wapenstok omhoog en zei dat [slachtoffer A] zijn mond moest houden. Dit kwam op [slachtoffer A] intimiderend over. De Turk zat naast de bestuurder. Vervolgens werden ze naar Harderwijk gereden.

De derde persoon -de bestuurder- stelde zich voor als [verdachte A].14 Hij vertelde dat hij door meerdere instanties was gestuurd en dat hij van een instantie van de bescherming van de rechten van het kind was. [verdachte A] vertelde voorts dat hij een eigen bedrijf had onder de naam "[naam bedrijf]", waarop hij zijn pasje/kaartje toonde.15 In Harderwijk stopte de auto en [verdachte A] bleef met [slachtoffer A] en [slachtoffer B] achter en de andere twee mannen stapten uit de auto. [verdachte A] vertelde dat beiden uit hun woning waren gehaald omdat [slachtoffer A] ervan verdacht werd een loverboy te zijn en er voor [slachtoffer B] een acute dreiging was.16 Na het gesprek werden [slachtoffer A] en [slachtoffer B] weer naar huis gebracht.17

Er zijn door de mannen geen woordelijke bedreigingen geuit, maar de hele sfeer was wel erg bedreigend, zeker door het gebruik van de handboeien.18

Getuige [getuige A] heeft verklaard dat hij op een voor hem onbekende datum in december 2008 nabij zijn vakantiewoning te Ermelo een persoon roepen "Laat me los, laat me los" en liep richting de auto. Voordat hij bij de auto was, werd hij tegen gehouden door een man. De man zei: "Ga terug mijnheer, ga terug". De man zei dat op een bevelende manier. De man haalde een soort pasje uit een zak.19

Hij zag dat [slachtoffer B] en [slachtoffer A] in een auto werden geduwd en dat drie andere personen in de auto gingen zitten. Hierna zag hij dat de auto met een enorme snelheid wegreed.20 Hij heeft drie mannen gezien, maar het zou heel goed kunnen dat er meer mannen bij zijn geweest. Hij vond de mannen optreden als of ze daarin getraind waren. Ze kwamen professioneel op hem over.21

Medeverdachte [verdachte A] heeft verklaard dat hij een interventieteam heeft opgericht om op te treden voor de slachtoffers van levensbedreigende situaties. Zijn werkzaamheden zijn volgens verdachte bekend bij de officier van justitie in Twente, mr. Damen, en bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie (hierna: CIE) aldaar.22 In juni 2008 is verdachte benaderd door de Stichting "Stop Loverboys nu.nl", omdat er problemen waren tussen [slachtoffer B] en [slachtoffer A].23 Na onderzoek kwam verdachte tot de conclusie dat [slachtoffer A] de loverboy van [slachtoffer B] was. Verdachte is op 12 december 2008 met zijn team naar Ermelo is gereden, naar het recreatiepark aan de [adres].24 Daar wonen [slachtoffer B] en [slachtoffer A]. Er zaten twee teamleden bij hem in de auto (Zwarte Chrysler Voyager). Achter hem reed een zwarte Fiat met twee andere teamleden.25

Buiten de woning van aangevers heeft [verdachte A] -naar zijn eigen verklaring- een sniper met een paintballgeweer met lange loop neergezet die zicht had op de voormelde woning. De twee mannen die bij verdachte in de auto zaten kregen van [verdachte A] de opdracht om naar de voordeur van de woning te lopen.26 [verdachte A] was de leider van het team.27 De mannen die naar het huisje gingen waren in burger gekleed.28

Op een gegeven moment zag [verdachte A] dat [slachtoffer B] de woning uitrende. De twee mannen hadden [slachtoffer A] vast en [verdachte A] is naar [slachtoffer A] gelopen en zei hem dat hij mee moest komen, waarop [verdachte A] [slachtoffer A] diens linkerarm op zijn rug vasthield en diens hoofd met zijn rechterhand vastpakte. [slachtoffer A] en [slachtoffer B] werden geboeid en in de auto gezet. [verdachte A] weet niet wie van hen [slachtoffer A] de handboeien om heeft gedaan.29 Omdat praten niet mogelijk was, is [verdachte A] overgegaan tot burgerarrest.30 [verdachte A] reed naar Harderwijk en onderweg begreep hij dat hij een zware vergissing had begaan omdat [slachtoffer A] geen loverboy was. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer A] en [slachtoffer B] naar huis gebracht.31

Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 december 2008 met [verdachte A], [naam A], [naam B] en verdachte op het vakantiepark in Ermelo was.32 's Ochtends waren ze bij [verdachte A] thuis en kregen ze een briefing. In Ermelo gingen [verdachte B] en verdachte naar de deur van de woning. Dat deden zij omdat zij meer vertrouwen zouden uitstralen dan [verdachte A]. Die is namelijk groot en breed en dat schrikt af. Het was de bedoeling om [slachtoffer B] mee naar buiten te krijgen en als dat niet lukte zou [verdachte A] komen. [verdachte B] toonde zijn pasje van [naam bedrijf] en zei dat hij met [slachtoffer A] wilde praten.33 [slachtoffer A] reageerde wild en begon te drukken en te slaan. Hij wilde dat ze weggingen. [slachtoffer B] was ondertussen in de deuropening komen staan. Ze rende weg en verdachte ging achter haar aan. [verdachte B] is bij de jongen gebleven. [verdachte C] en [slachtoffer B] liepen terug naar het huisje. [verdachte A] had [slachtoffer A] vast en hield zijn gezicht vast. Toen [verdachte C] kwam teruglopen met [slachtoffer B], was [slachtoffer A] geboeid.34

De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 12 december 2008 te Ermelo en te Harderwijk,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk [slachtoffer A] en [slachtoffer B] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders opzettelijk wederrechtelijk

-die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] medegedeeld dat ze aangehouden waren en mee moesten

naar het bureau en

-die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] handboeien omgedaan/geboeid en

-die [slachtoffer A] geslagen/gestompt met een wapenstok/knuppel en

-die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] vastgepakt en meegenomen in een auto en die

[slachtoffer A] en [slachtoffer B] vastgehouden in die auto.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis.

2. Door en namens verdachte is gesteld dat de strafeis van de officier van justitie een redelijk afgewogen eis is.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer A] en [slachtoffer B]. Daarbij is ook geweld gebruikt door verdachte en medeverdachte. [slachtoffer A] en [slachtoffer B] wisten niet waarom zij werden meegenomen en pas in Harderwijk heeft [verdachte A] duidelijkheid verschaft over zijn motieven voor de vrijheidsberoving. Tot die tijd is het voor de slachtoffers uitermate beangstigend en bedreigend geweest.

Verdachte heeft hiermee een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en de ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan langdurig psychische gevolgen plegen te ondervinden.

5. De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder terzake soortgelijke feiten is veroordeeld.

6. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Voorts acht de rechtbank een werkstraf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 57 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0624/08-416264, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, recherche Noord West Veluwe, gesloten en ondertekend op 10 mei 2009.

2 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 111-112) en verklaring verdachte ter terechtzitting.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 151).

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 150).

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 150).

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 152) en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 152).

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 152).

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 151).

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 152) en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 152).

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 42).

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 151).

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 151).

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 43).

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 152).

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 153) en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 44).

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 154).

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 155) en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 46).

18 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer A] (pagina 162).

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 55-56).

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 56).

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 57).

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 111).

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 111).

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 111).

25 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 111).

26 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 117).

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 117).

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 118).

29 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 118).

30 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 112).

31 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte A] (pagina 118-119).

32 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte C] (pagina 130).

33 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte C] (pagina 132).

34 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte C] (pagina 133).