Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1967

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
06/460531-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poolse man veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk voor poging doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460531-08

Uitspraak d.d.: 21 juli 2010

tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Polen) op [1979],

wonende te [plaats] (Polen), [adres],

verblijvende [adres],

raadsman: mr. Kleerekoper, advocaat te Hoenderloo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 oktober 2008 te gemeente Putten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 26 oktober 2008 te gemeente Putten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug heeft gestoken en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Een groep Poolse werknemers woont aan de [adres]. Eén van de bewoonsters, [naam], heeft een relatie met verdachte gehad. Deze relatie is beëindigd en zij kreeg vervolgens een relatie met het slachtoffer [slachtoffer]. De twee mannen hebben hier onderling woorden over gekregen en dit heeft geleid tot mishandeling van verdachte en op 26 oktober 2008 en het steken met een mes door verdachte in de rug van het slachtoffer [slachtoffer] terwijl [slachtoffer] lag te slapen. Bij [slachtoffer] werd door de forensisch geneeskundige een 1.5 cm grote steekwond naast de wervelkolom, ter hoogte van de onderkant van het rechter schouderblad geconstateerd.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het feit bewezen kan worden verklaard op grond van de verklaring van verdachte ter zitting dat hij [slachtoffer] heeft gestoken, stukken in het dossier, de verklaring van verdachte die hij bij de politie heeft afgelegd en de verklaring van [naam]. De officier van justitie is verder van mening dat verdachte wel degelijk wist dat [slachtoffer] in die kamer aanwezig was, waarom zou hij anders naar die kamer gaan met het mes.

Verdachte heeft [slachtoffer] in zijn rug gestoken met een mes toen [slachtoffer] op zijn buik lag te slapen. Gezien de verwondingen moet dit wel een mes met een punt zijn geweest. Als je iemand op die manier steekt aanvaard je de kans dat je iemand doodsteekt.

Daarbij neemt de officier van justitie ook in ogenschouw dat verdachte heeft verklaard dat hij niet wist waar hij het slachtoffer heeft gestoken omdat het slachtoffer onder een deken lag. Verdachte kon niet weten dat [slachtoffer] een dik vest aanhad en daardoor heeft hij bewust het risico genomen dat de steekwond veel ernstiger en dieper had kunnen zijn.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft namens verdachte aangevoerd dat niet bewijsbaar is dat verdachte het opzet had om [slachtoffer] van het leven te beroven. Uit de stukken blijkt niet in hoeverre het steken door verdachte ooit tot het overlijden [slachtoffer] had kunnen leiden. Bij de eerste steek is het mes kromgebogen; alle verdere pogingen zijn ondeugdelijk. Het is gebleven bij een poging omdat geen zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Hoe het verder is gegaan is niet relevant nu er geen voorwerp meer voorhanden was om verdere steken toe te brengen. Hooguit het subsidiair tenlastegelegde kan worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 26 oktober 2008 in Putten [slachtoffer] één keer heeft gestoken. Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij lag te slapen en door het geschreeuw van zijn vriendin wakker werd. Hij voelde iets aan zijn rug. Hij zag verdachte staan met een keukenmes van 25 centimeter met een scherpe punt in zijn handen.2

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat er bij onderzoek van [slachtoffer] op 26 oktober 2008 letsel is waargenomen. Er was een steekwond in de rug, onder het rechterschouderblad vlakbij de ruggewervel.3 [naam] heeft verklaard dat zij wakker werd toen verdachte de slaapkamer binnenkwam waar zij en [slachtoffer] lagen te slapen. Verdachte had een mes dat hij boven zijn hoofd vasthield. Hij liep in de richting van haar vriend, die op zijn buik lag te slapen en stak hem vervolgens in de rug. [slachtoffer] droeg tijdens het slapen een dik vest. [naam] zag dat het mes krom was na de eerste steek.4

Door de raadsman is het verweer gevoerd dat verdachte niet het opzet had om [slachtoffer] van het leven te beroven nu hij één keer heeft gestoken, dit geen ernstige verwonding heeft veroorzaakt en na deze steek het mes krom was en dus geen deugdelijk middel meer om daarmee iemand van het leven te beroven.

De rechtbank is van oordeel dat de aard van de gebeurtenissen en voornoemde bewijsmiddelen, redelijkerwijs geen andere conclusie toelaten dan dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij [slachtoffer] van het leven zou beroven. Verdachte heeft [slachtoffer] met een mes met een scherpe punt in de rug gestoken. Het feit dat [slachtoffer] geen ernstige verwondingen heeft opgelopen, het mes na de eerste steek is kromgebogen en [slachtoffer] een dik vest aanhad doet daar niet aan af.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 26 oktober 2008 te gemeente Putten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met een mes in de rug heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport uitgebracht. Ten tijde van het plegen van het delict verkeerde verdachte in een situatie waarin hij weinig sociale steun ervoer, waarin hij zich bedreigd voelde en waarin hij mogelijke gevoelens van boosheid en agressie afweerde hetgeen spanning zal hebben opgeroepen. Verdachte stond sterk onder druk. Vanwege zijn beperkte sociale vaardigheden miste hij sociale steun. Zijn probleemoplossend vermogen schoot te kort. Mogelijk was er sprake van onbalans tussen de psychische draagkracht en draaglast. Verdachte wordt ten aanzien van het tenlastegelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar verklaard.5

De rechtbank kan zich met deze conclusie van de deskundige verenigen en zij neemt die conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte volledig uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar.

Ter toelichting op zijn eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat hij bij zijn eis rekening heeft gehouden met de conclusie van het rapport van de deskundige. Verder heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat verdachte in de week voorafgaande aan het steekincident door het slachtoffer verschillende keren is mishandeld, maar dat verschoont verdachte niet van wat hij heeft gedaan. Een dergelijke reactie had net zo goed tot de dood van het slachtoffer kunnen leiden.

De raadsman heeft bepleit een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat verdachte in de week voorafgaande aan het steekincident verschillende keren is mishandeld door het slachtoffer. De verwondingen die verdachte hierbij heeft opgelopen duiden op een stevige mishandeling in die week. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat in de strafmaat door moet klinken het feit dat het slachtoffer geen ernstige verwondingen heeft opgelopen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig geweldsdelict. Het slachtoffer heeft een steekwond in zijn rug. De gevolgen hadden veel ernstiger kunnen zijn als het slachtoffer niet zo'n dik vest aan had gehad. Het gaat om een ernstig geweldsdelict dat een voor de rechtsorde schokkend karakter draagt en dat leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte in de week voorafgaande aan de steekpartij verschillende keren is mishandeld door het slachtoffer en hij blijkens het uittreksel uit het documentatieregister niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Daarnaast houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met zijn hiervoor vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Poging tot doodslag

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Aldus gewezen door mrs. Boerwinkel, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 juli 2010.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/08-208842, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-West Veluwe, gesloten en ondertekend op 23 november 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], pag. 23-24.

3 Geneeskundige verklaring, arts Jurriaans van 26 oktober 2008, pag. 29.

4 Proces-verdbaal van verhoor van [naam], pag. 63 en 64.

5 Psychologisch rapport dd.15 januari 2009 van mevrouw drs. S. Labrijn.