Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1697

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
06/940105-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarigen veroordeeld voor medeplegen poging tot afpersing bij cafetaria in Hierden.

Verdachte is veroordeeld tot 193 dagen jeugddetentie, waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Dit betekent dat de onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk is aan de duur die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft verbleven. De voorwaardelijke jeugddetentie is 6 maanden, met bijzondere voorwaarden. Daarnaast moet de benadeelde partij € 1000,- worden betaald. Verdachte is hoofdelijk aansprakelijk. Zie ook BN1741

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige Jeugdstrafkamer

Parketnummer: 06/940105-10

Uitspraak d.d.: 20 juli 2010

Tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats in 1993],

wonende te [adres],

Raadsvrouw: mr. A.J. Verweij, advocaat te Ermelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 6 juli 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 maart 2010 te Hierden, gemeente Harderwijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), hebbende hij, verdachte, en/of een van zijn mededader(s) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [slachtoffer] gericht en/of aan die [slachtoffer] getoond en/of daarbij (hard) gezegd/geroepen "Geld geld ik moet geld" en/of gezegd dat die [slachtoffer] het geld in een tas moest doen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

1. Op vrijdag 5 maart 2010, omstreeks 20.23 uur, kreeg de politie een melding dat een gewapende overval was gepleegd op [naam bedrijf], gevestigd aan de [adres]. Hierbij zou gebruik zijn gemaakt van mogelijk een luchtdrukpistool. De daders zouden zijn weggereden op een scooter.

De eigenaar van de cafetaria heeft aangifte gedaan en het kenteken van het voertuig doorgegeven. Bij navraag bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek het kenteken te zijn afgegeven voor een bromfiets van het merk Yamaha. Het kenteken stond op naam van verdachte.

Op 14 maart 2010 heeft de werkgever van verdachte, [getuige 2], zich bij de politie gemeld, omdat verdachte de overval tegenover hem had bekend. Hierop is hij diezelfde dag aangehouden. De vader van verdachte heeft op 18 maart 2010 bij de politie als eerste over de betrokkenheid van medeverdachte [medeverdachte] verklaard. Medeverdachte [medeverdachte] is vervolgens op 22 maart 2010 aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

2. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Verdachte heeft het aan hem ten laste gelegde bekend, zowel bij de politie als ter terechtzitting.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich hierbij op redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende van bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer]2;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1]3;

- de processen-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2]4;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3]5;

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]6;

- de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie7, welke hij ter terechtzitting heeft bevestigd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 05 maart 2010 te Hierden, gemeente Harderwijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer] en/of [naam bedrijf], hebbende hij, verdachte of zijn mededader een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] gericht en aan die [slachtoffer] getoond en daarbij (hard) gezegd/geroepen "Geld geld ik moet geld" en gezegd dat die [slachtoffer] het geld in een tas moest doen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: Medeplegen van poging tot afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

5. Omtrent de persoon van verdachte is een psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een psychiatrisch Pro Justitia rapport van 17 mei 2010 van P.M. Boeting, kinder- en jeugdpsychiater. In dit rapport wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

Er is bij betrokkene sprake van een ziekelijke stoornis in de zin van een autismespectrumstoornis van het type PDD-NOS, van ADHD van het gecombineerde type en van cannabismisbruik. Aangezien de gediagnosticeerde stoornissen reeds in de vroege jeugd ontstaan zijn en te allen tijde aanwezig zijn, was hiervan ook sprake ten tijde van het plegen van de hem tenlastegelegde zaken.

Voor zover bewezen geacht heeft betrokkene gehandeld vanuit zijn beperkingen en zijn deze in sterke mater van invloed geweest. Hij heeft een gebrekkige zicht op sociale interacties en is niet goed in staat vanuit de ander te denken en met de ander mee te voelen. Hij raakt snel overprikkeld en overspoeld door onoverzichtelijke situaties. Hij heeft informatieverwerkingsproblemen, kan niet flexibel denken, heeft een beperkte blik op de wereld en hij kan zijn gedrag niet overzien. Hij is niet goed in staat emotioneel betekenisvol verband te leggen en heeft geen inzicht in eigen beperkingen. Hij kan op grond van bovenstaande overwegingen beschouwd worden als verminderd toerekeningsvatbaar.

6. De rechtbank neemt deze conclusie over.

7. Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

8. De officier van justitie heeft gevorderd een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft verbleven. Daarnaast heeft hij gevorderd een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde van verplicht jeugdreclasseringscontact en dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt deelname aan behandeling door Tactus, behandeling bij Karakter in de vorm van intensieve psychiatrische gezinsbehandeling, psychoeducatie en farmacotherapeutische behandeling. Ten slotte heeft hij een werkstraf gevorderd voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Hierbij heeft hij rekening gehouden dat verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten, hij verminderd toerekeningsvatbaar is en een blanco strafblad heeft.

9. De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de onhandigheid en de weinig overtuigende wijze waarop een en ander heeft plaatsgevonden, met de (persoonlijke) omstandigheden, de gediagnosticeerde stoornissen bij verdachte, diens leeftijd en de conclusie uit het psychiatrisch onderzoek dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde verminderd toerekeningsvatbaar was. Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht de gegeven adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering te volgen.

10. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

11. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte met zijn mededader gewapend met een op een schietwapen gelijkend voorwerp de cafetaria is binnen gegaan en de eigenaar heeft bedreigd en heeft gepoogd hem te dwingen tot afgifte van geld. Voorts waren de echtgenote van [slachtoffer] en hun 2 kinderen in de zaak aanwezig en was de zoon van vijf jaar getuige van de bedreiging door verdachte en zijn mededader. Bekend is dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Dat de gedragingen voor de slachtoffers nadelige psychische gevolgen hebben gehad en nog altijd hebben, is gebleken uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke verklaring van het slachtoffer. Daarnaast brengt een dergelijke overval ook maatschappelijke gevoelens van onveiligheid en onrust mee.

Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Gelet op de ernst van het strafbare feit is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de tijd dat verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft verbleven, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht, passend is.

12. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het eerder vermelde rapport van de kinder- en jeugdpsychiater, waarin wordt aangegeven dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

13. Door de psychiater is in zijn rapport voorts naar voren gebracht dat gelet op de zorgelijke ontwikkeling en de kans op recidive een gedegen en stevig, op maat toegesneden, behandeltraject nodig is dat zich richt op de onderliggende autismespectrumstoornis, de ADHD en de verslavingsgevoeligheid en de beperkingen en gedragsproblemen die hieruit voortvloeien in zijn dagelijkse functioneren. Hierbij zou in eerste instantie gedacht kunnen worden aan een poliklinisch jeugdpsychiatrische behandeltraject met ondersteuning vanuit Tactus verslavingszorg en gezinsbehandeling in de vorm van Intensieve Psychiatrische gezinsbehandeling (hierna: IPG). Psychoeducatie, te weten uitleg over zijn ontwikkelingsstoornis PDD-NOS en ADHD en hoe hiermee om te leren gaan, dient een belangrijk onderdeel te zijn van zijn behandeling, evenals het versterken van regulerende en sociale vaardigheden. Ook farmacotherapeutische behandeling gericht op het stabiliseren van de kernsymptomen van ADHD en het verbeteren van regulatie en integratie zou waardevol kunnen zijn. Gelet op het vorenstaande adviseert Boeting een deels voorwaardelijke detentie en een verplicht jeugdreclasseringscontact, waarbij verdachte zich te houden heeft aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt deelname aan het volgen van het vermelde behandelprogramma bij Karakter, Stichting Kinder- en jeugdpsychiatrie te Apeldoorn of GGNet te Apeldoorn of een hiermee vergelijkbare behandeling.

14. Door de Raad voor de Kinderbescherming is op 18 juni 2010 een rapport omtrent verdachte uitgebracht. Hierin wordt naar voren gebracht dat er bij verdachte risico's zijn voor de verdere ontwikkeling. De Raad ziet het belang van behandeling en een voorwaardelijke straf. De Raad ziet echter af van het advies van de psychiater om verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Gelet op het feit dat verdachte al in hechtenis heeft gezeten, een first offender is en behandeling ingezet gaat worden, is de Raad van mening dat het opleggen van een geheel voorwaardelijke jeugddetentie pedagogisch gezien de meest wenselijk strafrechtelijke reactie is. De jeugdreclassering kan als stok achter de deur dienen en de regiefunctie in handen nemen Verdachte moet zich als bijzondere voorwaarde houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt meewerken aan een poliklinische jeugdpsychiatrisch behandeltraject met ondersteuning vanuit Tactus verslavingszorg en/of gezinsbehandeling in de vorm van IPG.

15. Door de jeugdreclassering is op 29 juni 2010 een rapport omtrent verdachte opgemaakt. Hierin wordt naar voren gebracht dat alle hulp kan worden ingezet die verdachte en zijn ouders nodig hebben. Het is van groot belang dat de ouders worden ondersteund in het opvoeden van verdachte, zodat zij thuis meer sturing kunnen geven aan verdachte. Zolang de hulpverlening nog in de kinderschoenen staat is de kans op recidive aanwezig en is het zaak om verdachte goed te volgen. Zowel verdachte als zijn ouders zijn het komende jaar intensief met hulpverleningstrajecten bezig. Verdachte maakt daarnaast ook nog de overstap naar het R.O.C., waar hij een tweejarige opleiding Horeca niveau 2 gaat volgen. Deze overstap van een gestructureerde school naar een opleiding waar er veel meer van de leerling zelf wordt verwacht en de organisatie minder strak is, zal ook de nodige begeleiding vergen. De jeugdreclassering pleit ervoor om verdachte geen werkstraf naast de behandelingen op te leggen, gelet op de problematiek en het feit dat de behandelingen door verdachte als zwaar worden ervaren. De jeugdreclassering adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie, gezien de problematiek van verdachte en de noodzaak van een stok achter de deur, met daarnaast een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt deelname aan behandeling door Tactus, behandeling bij Karakter in de vorm van intensieve psychiatrische gezinsbehandeling, psycho-educatie en farmacotherapeutische behandeling.

16. De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.

Verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen. De deskundigen hebben echter aangegeven, dat het recidiverisico hoog is als verdachte geen behandeling in een gedwongen kader zal ondergaan. Verdachte heeft zich bereid verklaard de behandelingen te zullen volgen en af te ronden. De ouders van verdachte tonen zich gemotiveerd deel te nemen aan een behandeling in de vorm van intensieve psychiatrische gezinsbehandeling.

17. De rechtbank zal verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 6 maanden en een werkstraf voor de duur van twintig uren opleggen. De rechtbank legt verder bij de voorwaardelijke jeugddetentie de bijzondere voorwaarden op zoals geformuleerd in voormelde rapporten. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren. De rechtbank zal verdachte een hogere straf opleggen dan de medeverdachte zal worden opgelegd. Dat is gelegen in de weging van het aandeel van verdachte, afgezet tegen het aandeel van zijn medeverdachte [medeverdachte]. Het aandeel van verdachte in het geheel is immers anders en forser geweest. Het gasalarmpistool en de bromfiets waren van verdachte en hij heeft een bril aan medeverdachte gegeven om die tijdens de overval te dragen. Ook heeft hij de medeverdachte een tas gegeven waar het geld in kon worden gedaan. Verdachte was degene die de overval had bedacht vanwege geldproblemen. De bedoeling was dat [medeverdachte] alleen de bromfiets zou besturen en verdachte zou rondrijden in Harderwijk, omdat [medeverdachte] bekend was in Harderwijk. Verdachte zou alleen de cafetaria binnengaan, maar hij heeft [medeverdachte] overgehaald om mee naar binnen te gaan. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de medeverdachte 48 dagen langer in voorarrest heeft verbleven dan verdachte. Ten voordele van verdachte is rekening gehouden met de omstandigheid dat hij als bijzondere voorwaarde een zwaar behandeltraject zal moeten ondergaan. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

In beslag genomen voorwerpen

18. Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een tas van het merk Björn Borg, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is voorbereid en/of begaan.

Vordering tot schadevergoeding

19. De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.650,-, als immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

20. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering dient te worden gematigd. Zij heeft daartoe aangevoerd, dat de benadeelde partij in het schade-onderbouwingsformulier heeft aangegeven, dat hij zich later realiseerde dat verdachte ook echt had kunnen schieten. Dit is in strijd met de constatering van de benadeelde partij ten tijde van het incident, waarbij hij direct zag dat het geen echt vuurwapen betrof.

21. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het ten laste gelegde bewezen verklaarde handelen schade heeft. De benadeelde partij heeft het gevorderde bedrag gebaseerd op een vonnis van deze rechtbank in 2004, vermeld in de ANWB Smartengeldgids 2009 onder nummer 1346. De rechtbank constateert dat geen sprake is van vergelijkbare gevallen, nu de zaak in 2004 een winkelierster betreft die onder bedreiging met een vuurwapen en woorden als "geef me je geld, anders schiet ik je dood" is overvallen in de winkel. Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat hij dacht dat het geen vuurwapen maar een luchtdrukpistool was. Bovendien is in onderhavige zaak niet gebleken dat verdachte of de medeverdachte de benadeelde partij met de dood hebben bedreigd. De rechtbank is echter van oordeel dat de benadeelde partij een bedrag aan schadevergoeding kan worden toegewezen, gelet op de specifieke omstandigheden van dit geval, zoals de aanwezigheid van het jonge kind van de benadeelde partij bij het incident. De vordering zal tot een bedrag van € 1.000,- worden toegewezen. Voor zover de benadeelde partij meer of anders vordert, dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Verdachte is -naar burgerlijk recht- hoofdelijk aansprakelijk voor de schade ontstaan als gevolg van het bewezen verklaarde.

Schadevergoedingsmaatregel

22. De officier van justitie heeft verzocht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege te laten, omdat verdachte door het betalen van de vordering zijn goede wil kan laten zien. Hij heeft hierbij aangegeven, dat verdachte zijn eigen verantwoordelijkheid in dezen kan nemen.

23. De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffer. Aan doel en strekking van deze maatregel ligt de gedachte ten grondslag het slachtoffer de inning van het aan hem verschuldigde uit handen te nemen. De rechtbank wil geenszins op voorhand het voornemen van de verdachte om de vordering te betalen in twijfel trekken, maar het belang van het slachtoffer om zijn schade vergoed te krijgen acht de rechtbank groter dan het belang van verdachte om zijn goede wil te tonen.

Wel zal bij de oplegging van de schadevergoedingmaatregel rekening worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte het delict niet alleen heeft gepleegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 27, 33, 33a, 36f, 45, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

Medeplegen van poging tot afpersing

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 193 (honderddrieënnegentig) dagen;

- bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 180 (honderdtachtig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en

voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de

jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt:

- meewerken aan een poliklinische jeugdpsychiatrische behandeltraject bij Stichting

Kinder- en Jeugdpsychiatrie Karakter te Apeldoorn in de vorm van intensieve

psychiatrische gezinsbehandeling, psycho-educatie en farmacotherapeutische

behandeling met ondersteuning vanuit Tactus verslavingszorg;

- verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven tas, te weten: een klein zwart schoudertasje met zwarte draagriem, merk Björn Borg;

- geeft genoemde jeugdreclasseringsinstellingen opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 20 (twintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen;

- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], van een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2010, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, een bedrag te betalen van € 1.000,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 10 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

- bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

- verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

- heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Roelvink , voorzitter, tevens plaatsvervangend kinderrechter, Davids en Steenhuisen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 juli 2010.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/2010032030-42, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team recherche Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 19 april 2010.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 39-42.

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p. 48-51.

4 Processen-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 54-57 en p. 57 en 58.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p. 61-65.

6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], p. 139-144.

7 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, p. 129-131 en p. 134 en 135.