Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1193

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
06/850021-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarig kind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850021-10

Uitspraak d.d. 14 juli 2010

Tegenspraak / dip 9 juni 2010

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1957],

wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. Jolink, advocaat te Harderwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 december 1991

tot 20 mei 1996 te Hattem, in ieder geval (telkens) in Nederland,

met [slachtoffer], geboortedatum [1984], (zijnde de

dochter van verdachte) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt (telkens),

handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer], te weten meermalen, althans eenmaal

- het brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina, in ieder geval

tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]; en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina, in ieder geval tussen en/of tegen

de schaamlippen van die [slachtoffer]; en/of

- het likken in (tussen de schaamlippen) en/of over de vagina van die [slachtoffer]; en/of

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer]; en/of

- het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis; en/of

- het trachten die [slachtoffer] te tongzoenen;

art 244 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 januari 1989

tot en met 25 december 1997 te Hattem, in ieder geval in Nederland (telkens),

ontucht heeft gepleegd met zijn destijds minderjarige dochter [slachtoffer], geboren op [1984], waarbij die ontucht heeft bestaan uit meermalen, althans eenmaal

- het brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina, in ieder geval

tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]; en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina, in ieder geval tussen en/of tegen

de schaamlippen van die [slachtoffer]; en/of

- het likken in (tussen de schaamlippen) en/of over de vagina van die [slachtoffer]; en/of

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer]; en/of

- het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis; en/of

- het trachten die [slachtoffer] te tongzoenen;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Zowel de ontucht als het seksueel binnendringen kan op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend worden bewezen. Het door verdachte tussen de schaamlippen van [slachtoffer] brengen van zijn vinger of de tong levert seksueel binnendringen op.

B. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het seksueel binnendringen bepleit. Verdachte heeft erkend dat hij ontuchtige handelingen met zijn dochter heeft gepleegd, doch heeft ontkend dat hij zijn dochter seksueel is binnengedrongen. Dit geldt voor het ten laste gelegde brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina van zijn dochter, het likken in (tussen de schaamlippen) en/of over haar vagina en het brengen van zijn penis in haar vagina of tussen haar schaamlippen. Voor het seksueel binnendringen bestaat derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

C. Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer], geboren op [1984], heeft verklaard, dat verdachte haar sexueel heeft misbruikt.2 Het misbruik vond plaats in het ouderlijk huis aan de [adres] te Hattem, in de periode van mei 1988 tot januari 1998.3 Het misbruik is gestopt toen [slachtoffer] voor het eerst menstrueerde.4

[slachtoffer] heeft verklaard dat het misbruik onder meer uit het volgende bestond. Verdachte heeft haar meermalen bij het douchen opgetild en op zijn penis laten zakken.5 Zij voelde dat verdachte zijn penis tegen haar vagina zette.6 Verdachte kroop vaak 's avonds bij haar in bed en pleegde dan seksuele handelingen met haar. Verdachte ging dan achter haar zitten en zette zijn penis tegen haar vagina.7 Verdachte heeft haar ook gevingerd. Verdachte maakte dan zijn vinger nat en stak deze in haar vagina.8 [slachtoffer] kroop soms in het ouderlijk bed en lag dan tussen haar moeder en verdachte in. Eenmaal is het gebeurd dat zij dan de penis van verdachte moest vasthouden.9 Verdachte pakte haar hand en bracht haar hand naar zijn, verdachtes, stijve penis. Verdachte hield haar hand vast en maakte op- en neergaande bewegingen. Eenmaal heeft verdachte getracht om [slachtoffer] een tongzoen te geven.10 Dat is niet gelukt. Hieraan voorafgaand heeft verdachte haar borsten gezoend.11 Verder heeft [slachtoffer] nog verklaard dat verdachte met zijn tong tussen haar benen zat; meer kon zij zich hier niet van herinneren.12

Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer] seksueel heeft misbruikt. Het misbruik bestond onder meer uit het volgende. Meerdere malen heeft verdachte haar tijdens het douchen opgetild en op zijn penis laten zakken.13 's Avonds, wanneer [slachtoffer] naar bed was, ging verdachte naar haar slaapkamer toe. Daar streelde hij haar lichaam, waaronder haar borsten. Negen van de tien keer stopte hij, de andere keer ging hij door.14 . Hij is dan met zijn vinger(s) tussen haar schaamlippen doorgegaan. Het kan zijn dat hij zijn vinger vochtig heeft gemaakt met speeksel.15 Hij bewoog zijn vingers heen en weer tussen haar schaamlippen.16 Toen [slachtoffer] wat jonger was, heeft hij haar vulva en borsten gestreeld, gezoend en gelikt.17 Onder vulva verstaat verdachte het gedeelte van het vrouwenlichaam vlak boven de vagina, waar bij volwassen vrouwen schaamhaar groeit. Eenmaal heeft verdachte zijn penis laten vasthouden door [slachtoffer], toen hij samen met haar in bed lag. Vervolgens moest ze een aftrekkende beweging maken. Hij hield de hand, waarmee zij zijn penis vasthield, vast en bewoog die hand op en neer. Ook heeft verdachte eenmaal geprobeerd om haar te tongzoenen. Omdat [slachtoffer] niet wilde, is het bij een poging gebleven.18 De laatste keer dat verdachte zijn dochter misbruikte, zat zij in haar hoogslaper op handen en knieën. Verdachte zat op zijn knieën achter haar en zette zijn penis tegen haar vagina.19

Ter terechtzitting heeft verdachte zijn bekennende verklaring herhaald.

De rechtbank stelt aan de hand van het vorenstaande vast dat verdachte gedurende langere tijd ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn dochter, onder meer bestaande uit het betasten van haar borsten, het brengen van zijn vinger(s) tussen haar schaamlippen, het brengen van zijn penis tegen haar schaamlippen, het door haar laten betasten van zijn penis en het trachten haar te tongzoenen. Het ten laste gelegde likken in (tussen de schaamlippen) en/of over de vagina van [slachtoffer] kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, nu verdachte dit ontkent en [slachtoffer] zich hier weinig van kan herinneren.

Hoewel verdachte heeft betwist dat hij [slachtoffer] heeft gepenetreerd, heeft hij erkend dat hij met zijn vinger(s) tussen haar schaamlippen heeft bewogen. Deze handeling levert seksueel binnendringen in de zin van artikel 244 Wetboek van Strafrecht op. De overige ontuchtige handelingen leveren geen seksueel binnendringen op. De handelingen die aan het vingeren vooraf zijn gegaan, het vingeren hebben gevolgd of ermee zijn gepaard gegaan leveren handelingen die mede bestaan uit seksueel binnendringen op.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 1991 tot 20 mei 1996 te Hattem, met [slachtoffer], geboortedatum [1984], zijnde de

dochter van verdachte die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt telkens,

handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer], te weten

- het brengen van één of meer van zijn vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer]

en

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 1989 tot en met 25 december 1997 te Hattem, telkens, ontucht heeft gepleegd met zijn destijds minderjarige dochter [slachtoffer], geboren op [1984], waarbij die ontucht heeft bestaan uit

- het brengen van één of meer van zijn vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis tegen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis en/of

- het trachten die [slachtoffer] te tongzoenen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

De bewezen verklaarde handelingen die zowel onder het (mede) seksueel binnendringen van het lichaam als onder het plegen van ontucht met zijn minderjarig kind vallen, zijn enkel gekwalificeerd als het (mede) seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en de behandelverplichting zoals genoemd in het reclasseringsadvies van 28 mei 2010. De officier van justitie heeft bij de onderbouwing van haar vordering aangevoerd dat verdachte vaak en gedurende een lange periode zijn dochter heeft misbruikt. Dergelijk misbruik heeft doorgaans bijzonder negatieve gevolgen voor het slachtoffer, zodat een lange gevangenisstraf op zijn plaats is. Als de feiten niet zo lang geleden gepleegd waren en verdachte niet al in een vroeg stadium openheid had gegeven over het misbruik, was een nog veel langere gevangenisstraf geëist.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hier niet op zijn plaats is. Verdachte heeft een blanco strafblad en heeft getoond te beseffen wat hij heeft aangericht. Verder is verdachte lange tijd geleden uit zichzelf gestopt met de ontucht en heeft hij in zijn directe omgeving openheid gegeven. Hier heeft [slachtoffer] veel aan gehad. Verdachte is al gestraft; zijn dochter wil geen contact meer met hem en de ontucht is de directe oorzaak van zijn echtscheiding geweest. Verder dient rekening gehouden te worden met de omstandigheid dat verdachte een baan heeft en vrijwillig een behandeling volgt bij De Tender in Deventer.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De reclassering heeft ten behoeve van de terechtzitting een reclasseringsadvies opgesteld.20 In dit reclasseringsadvies is vermeld dat seksueel grensoverschrijdend gedrag als een "rode draad" door het leven van verdachte lijkt te lopen. Hierbij wordt gerefereerd aan het proces-verbaal waarin verklaringen zijn opgenomen waaruit zou blijken dat verdachte in het verleden ook zijn toen minderjarige schoonzus heeft misbruikt. Verdachte heeft dit overigens ter terechtzitting erkend. In het reclasseringsadvies is verder vermeld dat verdachte op grote lijnen onderkent dat er op het gebied van sexueel grensoverschrijdend gedrag richting vrouwen een probleem bestaat, maar in het geheel geen inzicht lijkt te hebben in de achterliggende motieven of patronen. Ook lijkt het probleembesef vooralsnog met name voort te komen uit de huidige gevolgen. Er bestaat volgens de reclassering zorg over de kans op recidive. De reclassering adviseert daarom om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting. Dit laatste houdt in dat verdachte verplicht wordt om mee te werken aan een forensisch poliklinisch behandeltraject door een door de reclassering aan te wijzen behandelinstelling.

Gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de lange periode waarin deze feiten zijn gepleegd, acht de rechtbank een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. Het voorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf dient om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, maar ook om de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde af te dwingen Aangezien er sprake lijkt te zijn van een patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag acht de rechtbank het namelijk van belang dat verdachte de behandeling volgt zoals wordt geadviseerd door de reclassering, zodat zij reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde als na te melden zal stellen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 55, 57, 244 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

* met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

* bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot tien (10) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt:

* een meldingsgebod;

* een behandelverplichting, inhoudende het meewerken aan een forensisch poliklinisch behandeltraject door een door de reclassering aan te wijzen behandelinstelling;

een en ander zoals beschreven in het reclasseringsadvies van 28 mei 2010;

* geeft de reclassering opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schippers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009030049-19, van de Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team recherche Noordwest Veluwe, gedateerd 14 december 2009.

2 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina's 26, 27.

3 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 27.

4 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 33.

5 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina's 30 en 31.

6 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina's 30 en 31.

7 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina's 30 en 31.

8 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina's 32 en 33.

9 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 33.

10 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 33.

11 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 33.

12 Aangifte [slachtoffer] , dossierpagina 33.

13 Verklaring verdachte, dossierpagina 84

14 Verklaring verdachte, dossierpagina 84

15 Verklaring verdachte, dossierpagina 85, 86

16 Verklaring verdachte, dossierpagina's 91 en 92

17 Verklaring verdachte, dossierpagina 86

18 Verklaring verdachte, dossierpagina 91

19 Verklaring verdachte, dossierpagina's 86 en 87

20 Reclasseringsadvies d.d. 28 mei 2010