Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1021

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
13-07-2010
Zaaknummer
06/950111-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden. Hij krijgt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en hij krijgt een werkstraf oor de duur van 180 uur opgelegd. Uitspraak medeverdachte onder LJN BN1013

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950111-10

Uitspraak d.d.: 13 juli 2010

Tegenspraak / dip, oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats] (Syrië) op [1988],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. V. Kraal, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 mei 2010 en 29 juni 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting van 29 juni 2010 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 21 december 2009 te Didam, gemeente Montferland en/of Zevenaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]

- meermalen, althans eenmaal met een mes bedreigd en/of

- meermalen, althans eenmaal op/tegen het lichaam geschopt/getrapt en/of

- meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen/gestompt en/of

- (vervolgens) (met kracht) vastgepakt en/of in een auto geduwd/getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal (in de auto) met een vuurwapen bedreigd

- meermalen, althans eenmaal bedreigd door die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: "Beken, anders maak ik je dood" en/of "Deze ga ik allemaal op jou schieten als je niet toegeeft", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

1. Op maandag 21 december 2009 omstreeks 22.13 uur kwam bij de politie de melding binnen dat in Didam in de Rozenstraat een man door een aantal andere mannen in elkaar geslagen werd. Met de melder van dit incident werd vervolgens door de politie telefonisch contact opgenomen. De melder was [getuige A], die desgevraagd verklaarde dat hij op de parkeerplaats van de Albert Heijn de hem bekende [slachtoffer] in gezelschap van een aantal buitenlandse mannen had zien staan. Vervolgens zag hij dat [slachtoffer] door de mannen tegen het hoofd werd geslagen en dat ze hem een auto in probeerden te trekken.2

Op 22 december 2009 omstreeks 04.15 uur werd [slachtoffer] door de politie in Didam aangetroffen. [slachtoffer] was niet in het gezelschap van anderen.3 Op 8 februari 2010 is verdachte aangehouden in zijn ouderlijke woning.

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde, met uitzondering van de bedreiging met het mes en het vuurwapen.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit. Daartoe is - kort samengevat - aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen, maar wellicht van medeplichtigheid. Dit laatste is echter niet ten laste gelegd, maar wordt overigens ook door de verdediging betwist. Verdachte heeft het slachtoffer geslagen, maar niet om hem in de auto te krijgen. Voorts is naar voren gebracht dat - voor zover wel bewezen wordt verklaard dat sprake is van medeplegen - er geen gebruik is gemaakt van de in de tenlastelegging genoemde wapens, zodat verdachte van die onderdelen moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.

5. Getuige [getuige A] zag op 21 december 2009 tussen 22.00 en 22.15 uur de hem bekende [slachtoffer] op het parkeerterrein bij de Albert Heijn in Didam staan. Hij zag voorts ongeveer tien mannen bij [slachtoffer] staan die hem vervolgens vastpakten en hem opzettelijk en met kracht op zijn hoofd sloegen. Dit gebeurde meerdere malen achter elkaar.4 Voorts hoorde hij [slachtoffer] "help" roepen. Getuige [getuige A] wilde [slachtoffer] helpen, maar twee jongens kwamen hem tegemoet lopen, waarvan er één met luide stem tegen [getuige A] zei dat hij weg moest gaan.5 Getuige [getuige B] was die avond samen met voornoemde [getuige A]. Hij zag dat mannen [slachtoffer] vastpakten en hij hoorde [slachtoffer] "help" roepen. [getuige B] heeft verklaard dat [slachtoffer] echt heel erg hard schreeuwde en dat [getuige B] begreep dat [slachtoffer] echt hulp nodig had.6

6. Getuige [getuige C] (woonachtig aan de Rozenstraat te Didam) hoorde de avond van

21 december 2009 een hoop geschreeuw op straat. Toen hij naar buiten keek, zag hij een groep Turks uitziende mannen staan en hij hoorde dat deze groep met één persoon ruzie had. Deze ene man werd door meerdere van die andere mannen geslagen en ze probeerden die man in een auto te drukken. [getuige C] zag dat ze de jongen vastpakten en zijn hoofd naar beneden drukten om hem zo achter in de auto te kunnen drukken. Ook werd de jongen daarbij door die andere mannen op zijn hoofd geslagen. [getuige C] zag dat de jongen zich daartegen verzette en dat het die mannen niet lukte om hem in de auto te krijgen. Hij zag dat de jongen wegliep. De jongen werd echter omringd en vastgepakt.7

Getuige [getuige D] (bij getuige [getuige C] die avond in diens woning aanwezig) heeft verklaard dat zij zag dat een jongen werd geduwd en vastgepakt. Ook werd de jongen een paar keer op zijn hoofd geslagen.8 Voorts zag zij dat ze de jongen, terwijl ze hem in de auto werkten, een paar keer op het hoofd sloegen. Ze duwden hem toen in de auto.9 Twee personen sloegen de jongen. Nadat de jongen in de auto was geduwd, stapten deze twee personen ook achter in de auto.10 Een oudere man op een afstand stond te kijken hoe het ging.11

7. Op 23 december 2009 heeft [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) aangifte gedaan, waarbij hij - zakelijk weergeven en kort samengevat - het volgende heeft verklaard. Op 21 december 2009 was hij omstreeks 21.30 uur op weg naar huis. Hij liep

ter hoogte van de Albert Heijn aan de [adres in plaats] toen hij gebeld werd door [naam 1]. Laatstgenoemde zei dat hij met [slachtoffer] wilde praten. Ze spraken af bij de Albert Heijn.12 Enige tijd later zag [slachtoffer] de broer van [naam 2] (fonetisch) staan en voorts zag hij op de hoeken van de parkeerplaats auto's staan. De broer van [naam 2] kwam op [slachtoffer] aflopen en zei tegen laatstgenoemde dat hij met hem wilde praten en dat hij in de auto moest stappen. [slachtoffer] gaf aan dat hij dat niet wilde. Vervolgens zag [slachtoffer] vier of vijf personen uit een auto stappen. Deze personen kwamen op hem aflopen. [slachtoffer] moest instappen van de broer van [naam 2]. Hij wilde dat niet en hij voelde dat hij door meerdere personen werd geslagen en getrapt. [slachtoffer] wilde vluchten en riep om hulp. Het lukte hem echter niet om weg te komen. Hij werd meegetrokken en kreeg meerdere klappen op zijn hoofd. Hij werd vastgepakt en met geweld in een Volkswagen Bora geduwd.13 Vervolgens stapten er nog drie mensen in de auto. Met de auto zijn ze van Didam in de richting van Zevenaar gereden. Tijdens de autorit werd hem duidelijk waarom hij was meegenomen. De mannen beschuldigden hem ervan dat hij een inbreker was en dat hij bij medeverdachte [medeverdachte A] had ingebroken. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij meerdere malen heeft aangegeven dat hij er niets mee te maken had. De mannen bleven hem echter bedreigen, slaan en beledigen. De man naast [slachtoffer] heeft hem tijdens de rit meerdere malen vuistslagen in en op het gelaat gegeven. Ook de passagier voorin de auto zei dat [slachtoffer] de inbraak had gepleegd en dat hij het moest toegeven.14 Vervolgens reden ze naar de parkeerplaats achter de woning van medeverdachte [medeverdachte A], alwaar wel tien mensen stonden te wachten.15 Een aantal Nederlandse mensen keek in de auto en sprak met medeverdachte [medeverdachte A]. Laatstgenoemde kwam vervolgens naar [slachtoffer] toe en zei tegen hem dat hij uit kon stappen, omdat hij niet degene was die in zijn woning had ingebroken.16

8. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat twee dagen ná de inbraak in de woning van hem en zijn familie met [slachtoffer] was afgesproken bij de Albert Heijn te Didam. De vader van verdachte [medeverdachte A] - tevens medeverdachte - zou hem daar ontmoeten. Verdachte reed die dag ook naar de Albert Heijn en zag daar zijn vader staan met enkele Russische mannen. Verdachte zag dat [slachtoffer] op een gegeven moment aan kwam lopen en heeft hem aangesproken. [slachtoffer] wilde niet met verdachte praten en wilde wegrennen. De vader van verdachte schreeuwde toen dat [slachtoffer] moest blijven staan. Verdachte belette [slachtoffer] weg te rennen. Verdachte pakte hem bij de armen en ook de Russen pakten hem vast. Toen zij [slachtoffer] hadden vastgepakt, wilden zij hem in de auto van de vader van verdachte duwen. Hij wilde echter niet instappen.17 Hem is meerdere keren gezegd dat hij mee moest.18 Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] klappen kreeg. Hij heeft aangegeven dat ook hij met zijn vuist met kracht enkele klappen heeft uitgedeeld op de buik van [slachtoffer]. Dit deed hij met opzet, omdat hij wilde dat [slachtoffer] in de auto stapte. Nadat laatstgenoemde in de auto was gestapt, is verdachte naar huis gereden, alwaar zijn vader, de Russen en [slachtoffer] 15 minuten later ook aankwamen. [slachtoffer] zat achter in de auto met aan beide kanten een Rus.19

9. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft bij de politie verklaard dat [slachtoffer] die avond bij hem in de auto is gestapt en dat zij vervolgens naar de woning van de familie [verdachten] in Zevenaar zijn gereden alwaar [slachtoffer] aan de buren is getoond.20

10. Getuige [getuige E] (de buurman van verdachte en medeverdachte [medeverdachte A]) verklaart dat verdachte samen met zijn broer [naam 3] (fonetisch) een foto op een laptop liet zien en vroeg of de jongen op de foto leek op één van de vier jongens die [getuige E] bij de woning had gezien ten tijde van de inbraak.21 [getuige E] zei dat de jongen op de foto er wel wat op leek. Vervolgens belde verdachte een keer 's avonds aan bij de woning van [getuige E]. Hij zei dat ze iemand zouden ophalen en later even langs zouden komen. Verdachte vroeg [getuige E] of laatstgenoemde dan wilde kijken of dat de jongen was die hem bekend voorkwam. Verdachte is vervolgens weggegaan en ongeveer tien minuten later stond hij met de auto achter de woning van [getuige E].22 Het portier van de bijrijderskant werd opengedaan en [getuige E] werd gevraagd om in de auto te kijken. Aangezien hij weinig kon zien, werd het achterportier geopend. [getuige E] had het idee dat dit niet de bedoeling was en het portier werd weer dichtgetrokken. [getuige E] zag even later via het geopende achterportier dat er vijf mensen in de auto zaten. Medeverdachte [medeverdachte A] reed. Er zaten drie mensen achterin en de persoon die [getuige E] moest herkennen zat in het midden. Deze jongen werd gevraagd om uit te stappen, maar verdachte zei dat die jongen liever niet wilde uitstappen. [getuige E] zag dat de jongen niet blij keek. De jongen is op een gegeven moment toch uitgestapt en [getuige E] zag een lichte paniek in zijn ogen.23 De getuige geeft aan dat medeverdachte [medeverdachte A] de touwtjes in handen had tijdens de situatie bij de auto en dat verdachte dingen vertaalde.

Ook getuige [getuige F] werd die avond gevraagd om in de auto kijken teneinde te zien of de jongen in de auto degene was die mogelijk met de inbraak in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte A] te maken had.24 [getuige F] heeft aangegeven dat verdachte en diens broer eerder die dag reeds een foto aan hem hadden laten zien met de vraag of [getuige F] de jongen op de foto herkende van de inbraak. ´s Avonds zag [getuige F] onder meer verdachte en diens vader buiten bij een auto staan. Achter in de auto zaten drie mannen.25 [getuige F] herkende geen van de drie mannen als degene die mogelijk bij de inbraak betrokken was.26 De vriendin van getuige [getuige F], [getuige G], heeft de verklaring van [getuige F] bevestigd en verklaard dat zij zag dat de jongen wat "boos" keek. Voorts verklaart zij dat de jongen geen moment alleen in de auto heeft gezeten en dat er steeds iemand bij hem was.27

11. Nadat [slachtoffer] ter herkenning aan de buren was getoond, is de vader van verdachte met [slachtoffer] en de Russen achterin weer weggereden.28 Ook medeverdachte [medeverdachte A] heeft aangegeven dat ze de snelweg opgereden zijn teneinde met [slachtoffer] te kunnen praten. Hij is richting Zwolle gereden en toen weer terug naar Zevenaar.29

12. [slachtoffer] heeft hier over verklaard dat hij in de richting van Didam wilde lopen toen medeverdachte [medeverdachte A] tegen hem had gezegd dat de buren hem niet herkende als degene die ingebroken had, het volgend. Medeverdachte [medeverdachte A] zei tegen Hamoeda Mahmoud hij hem thuis zou brengen. Dat wilde [slachtoffer] niet, maar hij werd vastgepakt door medeverdachte [medeverdachte A]. De broer van [naam 2] ging er zich ook weer mee bemoeien. [slachtoffer] werd in een andere auto geduwd en links en rechts van hem gingen weer dezelfde personen zitten. De bestuurder was medeverdachte [medeverdachte A]. Toen ze weer reden zei medeverdachte [medeverdachte A] dat hij [slachtoffer] drie kwartier zou geven om te bekennen. [slachtoffer] geeft aan dat zij op een gegeven moment langs Zwolle30 reden en even later weer richting Zevenaar31 gingen. Medeverdachte [medeverdachte A] zei dat ze naar zijn woning zouden gaan, hetgeen [slachtoffer] niet wilde.32 In de woning van de familie [verdachten] is hij vijftien minuten geweest. Vervolgens heeft medeverdachte [medeverdachte A], [slachtoffer] afgezet in Didam.33

13. Verdachte heeft aangegeven dat bij elkaar drie tot vier uren voorbij zijn gegaan tussen het tijdstip waarop [slachtoffer] bij de Albert Heijn in Didam werd aangetroffen en het tijdstip waarop zij vervolgens weer bij de woning in Zevenaar waren.34

14. Op 22 december 2009 te 04.15 uur ziet de politie [slachtoffer] lopen en hebben hem meegenomen naar het politiebureau. Aldaar toonde [slachtoffer] zijn achterhoofd, waar verbalisanten een bult zagen zitten. [slachtoffer] verklaarde dat hij daar was geslagen en dat hij pijn in zijn onderrug had.35

Overweging van de rechtbank

15. De rechtbank is van oordeel dat op grond van voormelde aangifte, de getuigenverklaringen, alsmede de verklaring van verdachte bij de politie, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat sprake is van medeplegen van de ten laste gelegde vrijheidsberoving. Daartoe wordt allereerst overwogen dat verdachte op de parkeerplaats bij de Albert Heijn geweld tegen [slachtoffer] heeft gebruikt teneinde hem in de auto te krijgen. Verdachte heeft op aanwijzingen van zijn vader belet dat [slachtoffer] wegrende door laatstgenoemde bij de armen te pakken. Ook de aanwezige Russen hebben [slachtoffer] vervolgens vastgepakt. Verdachte wist dat [slachtoffer] niet mee wilde. Nadien is medeverdachte [medeverdachte A] met [slachtoffer] naar de woning van verdachte en zijn medeverdachte gereden, alwaar [slachtoffer] aan de door verdachte verwittigde buren werd getoond. Ook hierbij was verdachte aanwezig en heeft hij een actieve rol gespeeld. [slachtoffer] kon op dat moment niet weg en moest enige minuten later weer achter in de auto stappen, waarna links en rechts van hem wederom een man ging zitten. De rechtbank acht verdachte mede verantwoordelijk voor het daarna verder voortduren van de vrijheidsberoving, ook al is verdachte niet degene geweest die met [slachtoffer] in de auto is gaan rondrijden in de richting van Zwolle en weer terug naar Zevenaar.

Gelet op het voorgaande, was er tussen verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte A], alsook tussen verdachte en de betrokken Russen sprake van een nauwe, volledige en bewuste samenwerking.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 21 december 2009 te Didam, gemeente Montferland en/of Zevenaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]

- meermalen op/tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen/gestompt en

- vervolgens met kracht vastgepakt en in een auto geduwd/getrokken.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Strafbaarheid van de verdachte

16. Naar de persoon van verdachte is psychologisch onderzoek verricht, waarvan het resultaat is neergelegd in een rapport van 16 april 2010, opgemaakt door

prof. dr. J.J. Baneke (klinisch en forensisch psycholoog). Hierin is onder meer - voor zover relevant - het volgende vermeld.

Bij verdachte is geen sprake van een ziekelijke stoornis in engere zin, maar wel van een identiteitsprobleem, van een voor zijn leeftijd nog te grote afhankelijkheid van zijn ouders (met name zijn vader), die ook bepaald is door zijn culturele achtergrond en de sterke gemeenschapscultuur die daarin een rol speelt. Bij verdachte is sprake van passief-agressieve trekken, waardoor agressie en boosheid erg worden ingehouden en meestal slechts op indirecte wijze geuit worden. Hij is sterk bepaald door het gezag van zijn vader. In de regel is hij erg conformistisch, gezagsgetrouw en zal hij zich aan de wet houden. Maar zijn vader staat in zekere zin boven de wet of wordt ervaren als representant van een hogere wet. Hij lijkt nog wat kinderlijk in de manier waarop hij omgaat met geboden en verboden en laat zich daarin vermoedelijk nog teveel bepalen door vader. Zijn uitval jegens aangever lijkt een uiting van opgekropte spanning en boosheid te zijn, die hij niet meer onder controle kon houden. Voor het overige lijkt hij zijn vaders opdrachten en/of verwachtingen gevolgd te hebben, ook waar hij mogelijk meer zelfstandig heeft geopereerd, zoals bij het navragen wie aangever was en diens foto op internet opzoeken. Dat neemt niet weg dat hij had kunnen weten dat het buiten de politie om eigen rechter spelen niet geoorloofd was. Geconcludeerd wordt dat verdachte ten tijde van het laste gelegde enigszins dan wel licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Met deze conclusie kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

17. Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

18. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proef tijd van twee jaar. Aan dit voorwaardelijk strafdeel heeft zij gevorderd de bijzondere voorwaarde te koppelen dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan een ambulante behandeling bij Kairos. Daarnaast is een werkstraf voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis geëist.

19. De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van een eventuele strafoplegging naar voren gebracht dat rekening moet worden gehouden met de ernst van het delict en de geringe rol van verdachte daarbij. Er was in het onderhavige geval geen sprake van een professionele ontvoering. Daarnaast moet in aanmerking worden genomen dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde enigszins dan wel licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Voorts is aangegeven dat verdachte zich kan vinden in de door de officier van justitie geëiste bijzondere voorwaarde. Gelet op het voorgaande is bepleit aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met voormelde bijzondere voorwaarde en voor het overige te volstaan met een werkstraf.

20. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

21. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het van zijn vrijheid beroven en beroofd houden van [slachtoffer]. Hij heeft hiermee samen met zijn mededaders een grote inbreuk gemaakt op diens geestelijke en lichamelijke integriteit. Dat verdachte en zijn mededaders dachten dat het slachtoffer mogelijk bij hen in de woning had ingebroken, rechtvaardigt het handelen van verdachte op geen enkele wijze. Door zijn handelen heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de in de Nederlandse rechtsorde heersende norm van verbod van eigenrichting.

22. De rechtbank neemt in het voordeel van verdachte in aanmerking dat hij blijkens zijn justitiële documentatie niet eerder is veroordeeld.

23. Voorts neemt de rechtbank het over verdachte onder 16 genoemde psychologische rapport in ogenschouw. In aanvulling op hetgeen onder 16 is vermeld, neemt de rechtbank uit dit rapport nog het volgende in aanmerking. De combinatie van de enigszins gestagneerde identiteitsontwikkeling, de thuissituatie en grote afhankelijkheid van de familie, waarbij er mogelijk enige druk is vanuit de cultuur en familie om buiten de officiële autoriteiten om eigen rechter te spelen, te kunnen functioneren, kan risico's met zich brengen. Aan de andere kant lijken verdachte en zijn familie wel geleerd te hebben van deze ervaringen en neigen zij ook tot aangepast maatschappelijk gedrag. Gunstig is dat verdachte niet eerder met de politie in aanraking is geweest (behalve voor een verkeersovertreding) en in zijn opleiding, werk en relatie een keurige weg bewandelt. De kans op recidive lijkt daardoor beperkt. Geadviseerd wordt om verdachte binnen het kader van een (deels) voorwaardelijke straf een reclasseringstoezicht op te leggen met als bijzondere voorwaarde een behandeling of begeleiding bij Kairos of een soortgelijke instelling. Het doel van een dergelijke behandeling is het verbeteren van de agressieregulatie, het leren omgaan met negatieve emoties en het stimuleren van de identiteitsontwikkeling.

24. Tevens neemt de rechtbank in aanmerking met het over verdachte opgemaakte reclasseringrapport van 8 maart 2010 waarin - voor zover relevant - het volgende is vermeld. Verdachte heeft gehandeld uit loyaliteit met zijn familie, maar is achteraf geschrokken van de verstrekkende gevolgen van zijn optreden. Zijn spijt lijkt meer betrekking te hebben op de gevolgen van zijn handelen dan empathie naar het slachtoffer. Hij staat desondanks open voor mogelijke interventies/begeleiding. Door de reclassering wordt het recidiverisico als laag ingeschat.

25. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is met daaraan gekoppeld de door de officier van justitie geëiste bijzondere voorwaarde. Zij acht een deels voorwaardelijke straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Daarnaast acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste werkstraf passend en geboden.

Vordering tot schadevergoeding

26. De benadeelde partij [slachtoffer], wonende aan de [adres, plaats] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 5.300,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder tenlastegelegde.

27. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.000,- hoofdelijk toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft hij gevorderd de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

28. Door en namens verdachte is ten aanzien van toewijzing van de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

29. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht - hoofdelijk - aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de hoogte van de vordering echter matigen. De rechtbank acht een bedrag van € 1.500,- redelijk en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

30. Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 47 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 265 (tweehonderdvijfenzestig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook indien dit inhoudt dat hij zich zal laten behandelen en/of begeleiden door Kairos of een soortgelijke instelling;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf

niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de

duur van 90 (negentig) dagen;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer], wonende aan de [adres, plaats], van een bedrag van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2009 en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2009, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 30 (dertig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Troost en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2010.

Mr. Van der Mei is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640/2009110090-94, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, Team Recherche gesloten en ondertekend op 15 april 2010 (p.5-60).

2 Zie noot 1 (p.9)

3 Zie noot 1 (p.11)

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.240)

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.240)

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (p.245)

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p.251)

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.256)

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.257)

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.258)

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.258)

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.205)

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.206)

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.207)

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.208)

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.209)

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.330)

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.331)

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.332)

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (p.306)

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (p.266)

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (p.266)

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (p.267)

24 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F] (p.271-273)

25 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F] (p.272)

26 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F] (p.273)

27 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige G] (p.276)

28 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.332) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (p.307)

29 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (p.307)

30 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.210)

31 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.211)

32 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.211)

33 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.211)

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.332)

35 Proces-verbaal bevindingen (p.195)