Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1008

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
08/2125 en 09/11
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

09/11

Beroep van Vereniging Tegengas met betrekking tot de drank- en horecavergunning voor het horecabedrijf aan de Elzerdijk te Eefde is niet-ontvankelijk omdat de betreffende vergunning is vervallen.

08/2125

Beroep van Vereniging Tegengas met betrekking tot bouwvergunning voor het plaatsen van een omheining rond de toren en het renoveren van het terras aan de Elzerdijk te Eefde is ongegrond. Renovatie van de terrasoverkapping voldoet aan de in artikel 45 van de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied 1987” opgenomen calamiteitenregeling. Het hekwerk is niet in strijd met de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied 1987”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nrs.: 08/2125 en 09/11

Uitspraak in het geding tussen:

Vereniging Tegengas

te Joppe,

eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lochem

verweerder.

[derde partij]

te Lievelde

derde-partij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2008 heeft verweerder aan de derde-partij vergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf op het perceel [adres] te Eefde.

Bij besluit van 25 april 2008 heeft verweerder aan de derde-partij een reguliere bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een omheining rond de toren en het renoveren van het terras op het perceel [adres] te Eefde.

Bij brief 29 april 2008, ingekomen ter gemeentesecretarie op 6 mei 2008, heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 maart 2008.

Bij brief van 6 juni 2008 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 april 2008.

Bij besluit van 20 oktober 2008 heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

Namens eiseres heeft mr. F.F. Scheffer, (thans) advocaat te Deventer, beroep ingesteld.

Voor zover het beroep is gericht tegen (het in stand laten van) de drank- en horecavergunning is dit geregistreerd onder reg.nr. 09/11. Voor zover het beroep is gericht tegen (het in stand laten van) de bouwvergunning is dit geregistreerd onder reg.nr. 08/2125.

Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken en verweerschriften ingezonden.

De beroepen zijn behandeld ter zitting van 24 maart 2010, waar eiseres is vertegenwoordigd door mw. M.T.T. Bolt en A. Ploeg, bijgestaan door mr. Scheffer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mw. mr. T.A.J. Wallaard. Verder is [derde partij] als derde-partij in de zaak 08/2125 verschenen.

2. Overwegingen

08/2125 en 09/11

2.1. Ten aanzien van de vraag of eiseres terecht ontvankelijk is verklaard in haar bezwaren overweegt de rechtbank het volgende.

2.2. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstelling en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen en collectief belang in het bijzonder behartigt.

2.3. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de statuten van eiseres heeft de vereniging ten doel:

a. de bevordering van rust en stilte in en rond het gebied van de Gorsselse hei;

b. instandhouding van het woon- en leefklimaat op en rond de Gorsselse hei voor mens, dier

en plant.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de statuten tracht eiseres dit doel te bereiken door:

a. het houden van bijeenkomsten;

b. het voeren van acties;

c. het uitgeven van persberichten;

d. het mede zorgdragen voor handhaving van de bestaande vergunningen van Karting Eefde;

e. het aanwenden van alle wettigen middelen om verruiming van de vergunningen

betreffende Karting Eefde;

f. het deelnemen aan het overleg met gemeente Gorssel, provincie Gelderland en andere

partijen;

g. het uitgeven van een nieuwsbrief;

h. alle andere wettigen middelen die aan het doel kunnen bijdragen.

2.4. De rechtbank is gezien voormelde doelstellingen en feitelijke werkzaamheden van oordeel dat eiseres door de primaire besluiten van 11 maart 2008 en 25 april 2008 rechtstreeks wordt getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt. Eiseres is derhalve belanghebbende in de zin van de Awb. Verweerder heeft eiseres dan ook terecht ontvangen in haar bezwaar.

09/11

2.5. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of eiseres nog belang heeft bij een beoordeling van haar beroep voor zover dat is gericht tegen de bij het bestreden besluit in stand gelaten drank- en horecavergunning.

2.6. Op grond van artikel 33, aanhef en onder c, van de Drank- en Horecawet vervalt de vergunning wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

2.7. Bij besluit van 20 februari 2009 heeft verweerder aan [naam]k op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning verleend voor de locatie [adres] te Eefde. Bij brief van 20 februari 2009 heeft verweerder de derde-partij medegedeeld dat de bij besluit van 11 maart 2008 aan hem verleende vergunning op grond van artikel 33, aanhef en onder c, van de Drank- en Horecawet is vervallen.

2.8. Het vorenstaande brengt met zich dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar beroep voor zover die ziet op de drank- en horecavergunning. De door eiseres aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen niet tot een ander oordeel leiden.

2.9. Het beroep geregistreerd onder reg.nr. 09/11 is daarom niet-ontvankelijk.

08/2125

2.10. Ten aanzien van de vraag of verweerder terecht een bouwvergunning voor het renoveren van het terras – door middel van het plaatsen van een nieuwe terrasoverkapping bij een horecagelegenheid – en de omheining rond de toren heeft verleend overweegt de rechtbank het volgende.

2.11. Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet, voor zover thans van belang, moet een bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

2.12. Op het in geding zijnde perceel is het bestemmingsplan “Buitengebied 1987” van kracht. Blijkens de plankaart behorende bij dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming “terrein voor actieve recreatie, Kartingsport (Ks)”.

Ingevolge artikel 15 van de planvoorschriften is de grond met deze bestemming bestemd voor de (buiten)sportbeoefening in de bestemmingscategorie Kartingsport.

Ingevolge artikel 15, derde lid, van de planvoorschriften is uitsluitend de volgende bebouwing toegestaan:

(…)

b in de bestemmingscategorie Ks: sportgebouwen met een totaal maximum bebouwde

oppervlakte van 200 m2, een maximale hoogte van 9 m en een maximale goothoogte van

4,5 m.

(…)

i in de bestemmingscategorie Ks: een dienstwoning met een maximale hoogte van 9 m en

een maximale goothoogte van 6,5 m; alsmede in alle bestemmingscategorieën andere

bouwwerken, waaronder omheiningen met maximale hoogte van 4 m.

2.13. Vaststaat en geen punt van geschil is dat de terrasoverkapping ten behoeve van een horecagelegenheid in strijd is met voornoemde bebouwingsvoorschriften.

2.14. Ingevolge artikel 45, eerste lid, van de planvoorschriften mag een bouwwerk, dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestond, krachtens een vóór dat tijdstip verleende bouwvergunning in uitvoering was of kon worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde bouwvergunning en dat afwijkt van dit plan, gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd, met dien verstande, dat:

het bouwwerk naar zijn aard (meer) in overeenstemming wordt gebracht met het plan, dan wel blijft binnen de categorie waartoe het behoort (onder categorie wordt verstaan: burgerwoningen, agrarische bebouwing, bedrijfsbebouwing en bijzondere bebouwing) en geen andere afwijkingen van het plan ontstaan.

Ingevolge het tweede lid mag een bouwwerk dat afwijkt van het plan, na een calamiteit, geheel worden vernieuwd, met inachtneming van het in lid 1 bepaalde, mits de bouwvergunning binnen 1 jaar na de calamiteit is aangevraagd en het bouwwerk, indien mogelijk, zodanig wordt gesitueerd dat de vóór de calamiteit bestaande afwijkingen ten aanzien van de bebouwingsgrens aan de wegzijde worden opgeheven.

2.15. Niet in geschil is dat de (destijds) bestaande terrasoverkapping, die naar ter zitting is onbetwist verklaard met een bouwvergunning was gerealiseerd, op 25 november 2005 is ingestort.

2.16. Eiseres heeft betoogd dat er geen sprake is geweest van een calamiteit. Volgens eiseres is er op 25 november 2005 in Eefde maar weinig sneeuw gevallen en is de overkapping te niet gegaan door slecht onderhoud.

2.16.1. De rechtbank overweegt dat het als een feit van algemene bekendheid mag worden beschouwd dat op 25 november 2005 in Nederland sprake is geweest van tamelijk extreem winterweer, waarbij vooral in het oosten van het land veel sneeuw is gevallen. Verweerder heeft gelet daarop mogen aannemen dat, zoals de derde-partij heeft aangegeven, de overkapping door de hevige sneeuwval en derhalve door een calamiteit teniet is gegaan.

Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de overkapping in een slechte staat van onderhoud verkeerde. Er is geen reden tot twijfel aan de verklaring van de derde-partij ter zitting dat de overkapping wel goed was onderhouden, maar niet zwaar genoeg was uitgevoerd voor de hoeveelheid sneeuw die op 25 november 2005 is gevallen.

2.17. Eiseres heeft voorts betoogd dat de bouwvergunning voor de overkapping niet binnen een jaar na 25 november 2005 is aangevraagd.

2.17.1. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat wel degelijk voldaan is aan voorwaarde van artikel 45, tweede lid, van de planvoorschriften dat de bouwvergunning binnen 1 jaar na de calamiteit is aangevraagd. Ter toelichting heeft verweerder ter zitting verklaard, dat op 4 juli 2006 en 18 oktober 2006 aanvragen om bouwvergunning zijn ingediend die identiek waren aan de thans in geding zijnde bouwaanvraag, zij het dat die eerdere bouwaanvragen behalve op het plaatsen van een omheining rond de toren en het renoveren van het terras tevens zagen op het plaatsen van lichtmasten. De aanvragen uit 2006 zijn – in overleg met derde-partij – aangehouden vanwege het van toepassing zijnde reconstructieplan op het betreffende perceel. In overleg met en op advies van verweerder heeft de derde-partij op 27 april 2007 een nieuwe aanvraag ingediend die alleen ziet op het plaatsen van een omheining rond de toren en het renoveren van het terras. Die aanvraag heeft geleid tot het primaire besluit in de onderhavige procedure van 25 april 2008. Bij besluit van dezelfde datum heeft verweerder afwijzend beslist op de aanvragen om bouwvergunning uit 2006, volgens verweerder omdat geen bouwvergunning kon worden verleend voor de lichtmasten. Hiertegen heeft eiseres geen bezwaar gemaakt.

2.17.2. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder, gelet op bovengenoemde omstandigheden – die door eiseres niet zijn bestreden – redelijkerwijs worden gevolgd in zijn standpunt dat is voldaan aan de voornoemde voorwaarde van artikel 45, tweede lid, van de planvoorschriften.

2.18. Eiseres heeft verder betoogd dat bij de nieuwe terrasoverkapping sprake is van een gebouw, terwijl bij de oude overkapping sprake was van een bouwwerk geen gebouw zijnde en dat de nieuwe terrasoverkapping daarom op grond van artikel 45 van de planvoorschriften niet kon worden vergund. Daartoe is aangevoerd dat de nieuwe overkapping is voorzien van glaswanden, waar bij de oude overkapping slechts sprake was van tussen de steunpalen van het dak van het bouwwerk gespannen zeilen die, anders dan de huidige glaswanden, geen bouwkundige eenheid uitmaakt van het bouwwerk. Daar komt volgens eiseres bij dat het oppervlak van de nieuwe overkapping groter is dan dat van de oude en ook om die reden niet kan worden vergund.

2.18.1. De rechtbank overweegt allereerst dat de stelling van verweerder dat deze grond in beroep niet meer kan worden aangevoerd omdat de grond niet ook in bezwaar is aangevoerd niet kan worden gevolgd. Artikel 6:13 van de Awb staat aan het in beroep alsnog aanvoeren van deze grond niet in de weg en ook overigens is er geen aanleiding om verweerder te volgen. Van strijd met de goede procesorde is geen sprake.

2.18.2. De rechtbank overweegt vervolgens dat zij geen grond ziet voor het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat ook bij de oude overkapping reeds sprake was van een gebouw. Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet en de planvoorschriften wordt onder gebouw verstaan: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. In artikel 1, tweede lid, van de planvoorschriften is bepaald dat onder bouwwerk wordt verstaan: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Naar het oordeel van de rechtbank was de oude overkapping een constructie van enige omvang van een ander materiaal, welke direct of indirect steun vindt in of op de grond. Niet gebleken is voorts dat het oppervlak van de nieuwe overkapping groter is dan dat van de oude, zoals eisers heeft gesteld.

2.19. De rechtbank komt tot de slotsom dat, anders dan eiseres heeft betoogd, verweerder terecht heeft aangenomen dat de terrasoverkapping op grond van artikel 45 van de planvoorschriften kon worden vergund.

2.20. Eiseres heeft ten slotte betoogd dat (ook) de omheining rond de toren niet kon worden vergund. Ingevolge artikel 15, derde lid, onder i, van de planvoorschriften zijn op het in geding zijnde perceel andere bouwwerken, waaronder terreinomheiningen met een hoogte van 4 m toegestaan en volgens eiseres is het hekwerk om de toren geen terreinomheining.

2.20.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich echter terecht op het standpunt gesteld dat het hekwerk kan worden gerekend tot de ‘andere bouwwerken’ en dat de ‘terreinomheining’, genoemd in artikel 15, derde lid, onder i, van de planvoorschriften, slechts een voorbeeld is van zodanige bouwwerken.

2.20.2. Daargelaten dat deze stelling door eiseres eerst ter zitting naar voren is gebracht, kan eiseres evenmin worden gevolgd in haar stelling dat het hekwerk in strijd is met de bestemming “Kartingsport”. Naar ter zitting is toegelicht staat de toren waar het hekwerk omheen is geplaatst ten dienste aan de kartbaan. Boven op de toren kunnen aanwijzingen worden gegeven aan de karters. Het hek om de toren is voor de veiligheid aangebracht.

2.21. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder de bouwvergunning voor de terrasoverkapping en de omheining rond de toren terecht heeft verleend. Het beroep geregistreerd onder reg.nr. 08/2125 is daarom ongegrond.

08/2125 en 09/11

2.22. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep geregistreerd onder reg.nr. 09/11 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep geregistreerd onder reg.nr. 08/2125 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J.P. Lambooij. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2010.