Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0984

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
06/940005-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan pogingen tot diefstal met geweld en afpersing dan wel voorbereiding daarvan en verboden wapenbezit. De feiten werden gepleegd door twee of meer personen. De verweren dat sprake was van vrijwillige terugtred worden verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan een fors deel voorwaardelijk en tot een werkstraf.

Dit is één van de verdachten in de megazaak ‘Zeepkruid’. In dit proces stonden twaalf verdachten terecht voor hun betrokkenheid bij meerdere gewapende overvallen, inbraken en afpersingen in de Achterhoek, Liemers en Apeldoorn in het najaar van 2009. BN0931, BN0956, BN0905, BN0955, BN0974, BN0984, BN0980, BN0898, BN0944, BN0917, BN0910, BN0913.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940005-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2010

tegenspraak / dip/oip/onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte K],

geboren te [plaats in 1991],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. J.M. Snellink, advocaat te Eibergen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 maart, 29 april, 15 juni en 28 juni 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 29 april 2010 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij (A) op of omstreeks 30 november 2009 en/of (B) op of omstreeks 2 december

2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of in de gemeente Zevenaar en/of elders

in Nederland,

(telkens) ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( gelegen

aan de [adres 3] te Groessen) weg te nemen geld en/of (een)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E],

althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) ,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die (familie) [slachtoffer E], althans tegen die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde

woning,

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk (telkens)

- tape en/of tie rips en/of (een) (bivak)muts(en) en/of een of meer

(geladen)(vuur)wapens, althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) in een auto heeft/hebben gelegd en/of vervoerd en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafba(a)r(e) feit(en) uitgevoerd zou(den) worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- met een auto in de richting van/naar de woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) is/zijn gereden

en/of aldaar is/zijn uitgestapt en/of naar (de achterzijde van ) die woning

is/zijn gelopen (met medeneming van tape en/of tie-rips en/of

(bivak)muts(en) en/of een of meer vuurwapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en)) en/of

- met een auto in de richting van (die woning in) Groessen is/zijn gereden,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens)

niet is voltooid;

en/of

hij (A) op of omstreeks 30 november 2009 en/of (B) op of omstreeks 2 december

2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of in de gemeente Zevenaar en/of elders

in Nederland,

(telkens) ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld die (familie) [slachtoffer E] , althans die

bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning,

te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan die (familie) [slachtoffer E] , althans aan die bewo(o)n(st)er(s)

van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medader(s)

met voormeld oogmerk (telkens)

- tape en/of tie rips en/of (een) (bivak)muts(en) en/of een of meer

(geladen)(vuur)wapens, althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) in een auto heeft/hebben gelegd en/of vervoerd en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafba(a)r(e) feit(en) uitgevoerd zou(den) worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- met een auto in de richting van/naar de woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) is/zijn gereden

en/of aldaar is/zijn uitgestapt en/of naar (de achterzijde van ) die woning

is/zijn gelopen (met medeneming van tape en/of tie-rips en/of

(bivak)muts(en) en/of een of meer vuurwapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en)) en/of

- met een auto in de richting van (die woning in) Groessen is/zijn gereden,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens)

niet is voltooid;

en/of, indien ten aanzien van het/de feit(en) gerelateerd aan het/de onder A

en/of B genoemde tijdstip(pen) geen veroordeling mocht volgen, geldt ten

aanzien van dat/die onder A en/of B genoemde tijdstip(pen) en daaraan

gerelateerde feit(en) dat:

hij (op één of meer tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 6 november

2009 tot en met 30 november 2009 en/of in of omstreeks de periode van 30

november 2009 tot en met 2 december 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of

in de gemeente Zevenaar en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten

diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging

van geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan (de familie)

[slachtoffer E] ,althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van een woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen),

(telkens) opzettelijk

- (een) bivakmuts(en), althans een voor vermomming geschikt(e) voorwerp(en)

en/of

- tape en/of tie rips en/of

- een of meer (geladen) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) en/of

- een of meer auto('s) en/of

- een woning (gelegen aan de [adres 4] te Zevenaar), dienende als

verzamelplek van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of als bewaarplaats

voor een of meer bivakmuts(en) en/of tape en/of tie-rips en/of vuurwapen(s)

en/of munitie ,

zijnde voorwerpen, stoffen, (een) vervoermiddel(en) en/of (een) ruimte(n)

bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven

en/of voorhanden gehad en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd, en/of

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- inlichtingen heeft/hebben ingewonnen met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject (te weten (de familie) [slachtoffer E]/ de bewo(o)n(st)er(s)

van perceel [adres 3] te Groessen) en/of

- zich die woning (gelegen aan de [adres 3] te Groessen) laten

aanwijzen en/of

- een of meer (mondelinge en/of telefonische en/of via MSN en/of via SMS)

gesprek(ken) heeft/hebben gevoerd met betrekking tot het al of niet

deelnemen van bepaalde perso(o)n(en) aan bovengenoemd(e) strafba(a)r(e)

feit(en) en/of het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd(e) strafbare

feit(en) uitgevoerd zou/zouden worden en/of

- met en/of vanuit een of meer auto('s) en/of lopend een of meer observaties

heeft/hebben gedaan en/of uitgevoerd van die woning ( gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) en/of een of meer (van die) auto('s)

voor dat doel heeft/hebben geleend en/of gebruikt en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafbare feit(en) uitgevoerd zou/zouden worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- een of meer (van voornoemde) (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) heeft/hebben

geladen met (een) patro(o)n(en)/munitie;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

cafetaria/snackbar weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan een of meer thans (bij naam) nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) (te weten de eigenaar(s)/ beheerder(s)/ medewerker(s) van

genoemde cafetaria/snackbar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die thans nog onbekend gebleven perso(o)n(en),

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- (meermalen) (ter observatie) (met een auto) langs die cafetaria/snackbar

is/zijn gereden en/of gelopen en/of (vervolgens)

- met (een) (bivak)muts(en) en/of (een) (vuur)wapen(s) in de richting van

die cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving /bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld die thans nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan die thans nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- (meermalen) (ter observatie) (met een auto) langs die cafetaria/snackbar

is/zijn gereden en/of gelopen en/of (vervolgens)

- met (een) (bivak)muts(en) en/of (een) (vuur)wapen(s) in de richting van

die cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving /bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, dat

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, en/of

elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

ter voorbereiding van het misdrijf , waarop naar de wettelijke omschrijving

een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met

geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging van geld en/of goederen ,

geheel of ten dele toebehorende aan een of meer thans (bij naam) onbekend

gebleven personen (te weten de eigenaar(s)/ beheerder(s)/ medewerker(s) van

een cafetaria/snackbar)

opzettelijk

- (een) bivakmuts(en), althans een voor vermomming geschikt(e) voorwerp(en)

en/of

- een of meer (geladen)(vuur)wapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) en/of

- een of meer auto('s),

zijnde voorwerpen, stoffen en/of (een) vervoermiddel(en) bestemd tot het

begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- een of meer mondelinge gesprek(ken) heeft/hebben gevoerd met betrekking tot

het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd strafbare feit uitgevoerd zal

worden en/of

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- met en/of vanuit een auto en/of lopend (een) observatie(s) heeft/hebben

gedaan en/of uitgevoerd van een pand (te weten een cafetaria/snackbar van

(een) thans (bij naam) nog onbekend gebleven perso(o)n(en)) en/of die/een

auto voor dat doel geleend en/of gebruikt en/of

- met een of meer (van voornoemde) (bivak)muts(en) en/of een of meer (van

voornoemde) (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) in de richting van dat pand/die

cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving/bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009

in de gemeente(n) Montferland en/of Zevenaar en/of Duiven en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

twee/een wapen(s) van categorie III (onder 1), te weten

- een gaspistool (merk Voltran, model Ekol Firat Compact, kaliber 9 mm) en/of

- een gaspistool (merk Röhm, model Vektor CP1, kaliber 9 mm) en/of

munitie van categorie III, te weten

(in totaal) 14 , althans een aantal patronen van het kaliber 9 mm P.A.K.,

zijnde voor deze/dit wapen(s) geschikte munitie, voorhanden heeft/hebben gehad

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

1. Aanleiding van het onderzoek

Op 22 september 2009 is gepoogd een overval te plegen op de woning aan de Wilgenlaan 26 in Duiven. Uit getuigenverklaringen kwam naar voren dat nabij de woning aan de Wilgenlaan 26 in Duiven een auto met het kenteken [kenteken 1] was gesignaleerd2.

Twee dagen later, op 24 september 2009, werd aangifte gedaan van een gewelddadige overval op de woning aan de [adres 2] in Apeldoorn. Opvallend daarbij was dat uit getuigenverklaringen en meldkamergesprekken naar voren kwam dat ook bij dat voorval een auto was gesignaleerd met het kenteken [kenteken 1]3.

Omdat er ook gewapende overvallen hadden plaatsgevonden in Twello en Rekken werd op 5 oktober 2009 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Zeepkruid.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer gaf als informatie dat de meergemelde auto op naam had gestaan van [medeverdachte A], maar dat die auto inmiddels op naam was gezet van [moeder verdachte A], zijnde de moeder van [medeverdachte A]4.

Vanaf 9 oktober 2009 heeft de officier van justitie die leiding gaf aan het Zeepkruid-onderzoek bevolen dat een reeks van telefoonnummers werd afgeluisterd.

Mede uit de inhoud van die afgeluisterde gesprekken kwam naar voren dat [medeverdachte A] vanaf 5 november 2009 als verdachte van zowel de poging tot overval in Duiven als de overval in Apeldoorn kon worden aangemerkt.

Op 1 december 2009 meldde zich bij de politie mevrouw [getuige A], die vertelde5 dat zij, verblijvend in haar (boven-)woning aan de [adres 5] in Zevenaar een gesprek had opgevangen van vier of vijf mannen die spraken over een oprit, een sensor en een M16. [getuige A] hoorde dat de jongens afspraken de volgende dag, dus 1 december 2009, om 18.00 uur weer bij elkaar te komen. Ze had het gevoel dat de jongeren iets van plan waren. Toen enkele van die mannen in een auto waren weggereden hoorde [getuige A] dat haar benedenbuurvrouw [medeverdachte I] met een man sprak.

De politie had inmiddels in diverse telefoongesprekken de naam van [medeverdachte I] ([medeverdachte I]) horen noemen en uit die taps kwam het vermoeden naar voren dat de woning van [medeverdachte I], [adres 4] in Zevenaar, als safehouse werd gebruikt.

Uit de mededelingen van [getuige A] en de verdere onderzoeksgegevens (telefoontaps, zendmastgegevens, maar ook onder meer observaties) kreeg de politie het vermoeden dat [medeverdachte A] met anderen bezig was een overval voor te bereiden. Besloten werd dat die overval moest worden voorkomen en daarom werd vanaf de namiddag van 1 december 2009 extra personeel, waaronder een observatieteam ingezet en werden er met spoed meer telefoons afgeluisterd. Duidelijk werd dat [medeverdachte A] zeer regelmatig en zeer intensief contact had met [medeverdachte B]. Daarenboven kwamen als namen van mogelijke medeverdachten onder meer naar voren die van [medeverdachte D], [medeverdachte C] en iemand die [verdachte K] werd genoemd.

Op 2 december 2009 werd door een observatieteam geconstateerd6 dat een groep mannen in een Peugeot met het kenteken [kenteken 2] vertrok vanaf de [adres 4] in Zevenaar in de richting van Groessen. Gezien werd dat die auto enkele keren door Groessen reed. Nabij de afslag naar Groessen stond in de richting van Groessen een auto met pech, waarbij een opvallende politieauto stond7. De voormelde Peugeot reed rechtdoor. Op basis van de verkregen gegevens werd besloten het eerder die dag door de officier van justitie gegeven aanhoudingsbevel uit te voeren. De auto werd aangehouden en op verdenking van voorbereiding van een ernstig misdrijf werden aangehouden8 de verdachten [medeverdachte A], [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte J].

In de auto werden goederen aangetroffen zoals (vermoedelijke) gasalarmpistolen, een knalpatroon, bivakmutsen, tie-rips en tape9.

De hiervoor genoemde "[verdachte K]" bleek [verdachte K] (verdachte) te zijn en ook hij werd (op 5 januari 2010) aangehouden.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft met betrekking tot feit 1 gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 en op 2 december 2009. Volgens haar was er geen sprake van vrijwillige terugtred. Met betrekking tot feit 2 acht zij bewezen het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing. Volgens haar was er geen sprake van vrijwillige terugtred. Bij het derde ten laste gelegde feit heeft zij gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van twee gaspistolen met 14 patronen.

3. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot feit 1 vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat op 30 november 2009 geen sprake is geweest van een poging tot diefstal of afpersing. Het uit de auto stappen en naar de woning lopen is nog geen begin van uitvoering. Ook het voorhanden hebben van een wapen of tie-rips dan wel het naar de woning toe rijden kan nog niet worden gezien als begin van uitvoering. De verdachten hebben zelf besloten niet door te gaan met hun actie. Er is sprake geweest van vrijwillige terugtreding. Ten aanzien van 2 december 2009 heeft de raadsman betoogd dat de redenering van de officier van justitie dat zijn cliënt is aan te merken als medepleger, hem gekunsteld voorkomt. Zijn cliënt is 2 december 2009 niet fysiek aanwezig geweest.

De raadsman heeft met betrekking tot de voorbereiding primair vrijspraak bepleit. Zijn cliënt is pas op 30 november 2009 op de hoogte gesteld van het voornemen. De voorbereidingshandelingen zijn verricht door anderen. Gelet op het feit dat de rol van zijn cliënt beperkt is geweest, kan zijn cliënt niet als medepleger worden aangemerkt. Subsidiair verzoekt de raadsman bij bewezenverklaring rekening te houden met de geringe rol van zijn cliënt bij de vermeende voorbereidingshandelingen.

De raadsman heeft voor feit 2 eveneens vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat geen sprake is van een poging, maar van vrijwillige terugtred. Er moet sprake zijn van een begin van uitvoering naar zijn uiterlijke verschijningsvorm. Dat was er niet. Ook is er geen van hun wil onafhankelijke omstandigheid geweest die hen deed besluiten terug te treden. Met betrekking tot de voorbereidingshandelingen heeft de raadsman aangevoerd dat niet is gesproken over een voornemen de cafetaria te overvallen. Het plan ontstond spontaan. De raadsman is primair van mening dat zijn cliënt dient te worden vrijgesproken. Subsidiair geldt bij een bewezenverklaring dat het aandeel van zijn cliënt zeer gering was en dat dit in de strafmaat dient te worden meegewogen.

Volgens de raadsman kan het derde ten laste gelegde feit wettig en overtuigend worden bewezen.

4. Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

30 november 2009

4.1 De rechtbank zal eerst ingaan op hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd ten aanzien van 30 november 2009.

4.2 De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat verdachte en de medeverdachten het voornemen hadden om de woning aan de [adres 3] te Groessen te overvallen. Vooraf is besproken op welke wijze de overval zou plaatsvinden en welke taak ieder had bij de uitvoering van het plan. Ook is gesproken over de verdeling van de buit.

Woning te Groessen

Zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij met [medeverdachte J] naar een woning in Zevenaar is gegaan. Daar waren [medeverdachte D], [medeverdachte A] en [medeverdachte C]. Ze zouden naar een woning in Groessen gaan. Volgens medeverdachte [medeverdachte A] was de woning gelegen over het spoorviaduct aan de weg van Zevenaar naar Groessen10. Op de gevel stond [naam huis]. Medeverdachte [medeverdachte J] heeft in dit verband verklaard11 dat hij zag dat op de voorgevel van de woning de naam [naam huis] stond. Ook zag hij het straatnaambord [straat adres 3]. [medeverdachte J] is verzocht het huis aan te wijzen welke zij voornemens waren te overvallen12. Hij heeft een huis aangewezen gelegen aan de [adres 3] te Groessen. Uit een bij het proces-verbaal gevoegde foto blijkt dat op dit huis [naam huis] staat.

Voornemen tot de overval

Medeverdachte [medeverdachte J] heeft verklaard13 dat [verdachte K] hem had gevraagd maandag 30 november 2009 mee te gaan naar Zevenaar. Dit wordt bevestigd door verdachte die heeft verklaard14 dat hij op maandagavond had afgesproken met [medeverdachte J] om naar Zevenaar te gaan. Ze zijn in Zevenaar een huis binnen gegaan. [medeverdachte C] vertelde wat voor werk hij voor hen had. Ze zouden een woning binnen gaan, de mensen vastbinden en een kluis leegroven. Er is ook besproken dat hij, verdachte, zou aanbellen bij de woning15 en dat hij en [medeverdachte J] de kluis moesten gaan zoeken. Hij kreeg een zwart metalen wapen, dat niet meer werkte16. [medeverdachte C] en [medeverdachte D] hadden ook een wapen17, [medeverdachte J] kreeg tie-rips van ongeveer 30 cm lang18. Ze zouden met z'n vieren het huis binnengaan. [medeverdachte A] zou bij de auto wachten, aldus verdachte.

Met betrekking tot de verdeling van de buit heeft verdachte verklaard19 dat de vier personen die naar het huis zouden gaan evenveel zouden krijgen. [medeverdachte A] zou ook een deel van de buit krijgen. Ook [medeverdachte A] heeft verklaard over de verdeling van de buit. Hij heeft verklaard20 dat de tipgever 10% van de buit zou krijgen. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte D] die eveneens heeft verklaard21 dat [medeverdachte A] met de tipgever heeft besproken dat hij 10% van de buit zou krijgen.

Begin van uitvoering

[medeverdachte D] heeft verklaard22 dat ze op 30 november 2009 met z'n vijven zijn gaan rijden in de auto. Verdachte heeft verklaard23 dat ze twee of drie keer langs het huis zijn gereden en dat ze vervolgens een eind bij de woning vandaan hebben geparkeerd. Voor ze de auto verlieten hebben ze afgesproken24 dat [medeverdachte C] de slachtoffers zou vastbinden. Hij, verdachte, en [medeverdachte J] zouden op zoek gaan naar de kluis en het geld. Hij is met [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte J] in de richting van het huis gelopen25. Ze zijn via de achterzijde naar de woning gegaan. Op de vraag van verbalisanten of ze wapens en bivakmutsen bij zich hadden, heeft [medeverdachte D] bevestigend geantwoord26. Hij, [medeverdachte D], en [medeverdachte C] hadden een pistool bij zich, [medeverdachte J] had tie-rips en plakband en [verdachte K] had een (kapot) pistool27.

[medeverdachte J] heeft verklaard28 dat ze vlakbij de woning die ze zouden gaan overvallen parkeerden. In de auto had hij een rol tape gekregen van [medeverdachte C]. [medeverdachte A] zou in de auto blijven. [verdachte K] zou aanbellen. [medeverdachte D] en [verdachte K] zouden als eerste naar binnen gaan om de mensen onder schot te houden en te laten liggen. Hij, [medeverdachte J], moest de man vastbinden en diens mond tapen. [medeverdachte C] zou hem daarbij helpen. [medeverdachte D] zou naar geld zoeken.

4.3 De rechtbank acht het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 gelet op de genoemde bewijsmiddelen bewezen. De rechtbank overweegt in dit verband dat verdachte en de medeverdachten op 30 november 2009 zijn begonnen met de uitvoering van hun voornemen om de woning in Groessen te overvallen. Zij zijn daartoe naar Groessen gereden, hebben de woning kennelijk geobserveerd door daar meermalen langs te rijden en zijn vervolgens in de buurt van de woning gestopt. Vier personen zijn uit de auto gestapt en voorzien van tape, tie-rips, bivakmutsen en wapens of daarop lijkende voorwerpen in de richting van de woning gelopen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit moet worden gezien als begin van uitvoering van het voornemen.

4.4 Verweer vrijwillige terugtred

De raadsman heeft betoogd dat de verdachten zelf hebben besloten niet door te gaan met hun actie. Er is sprake geweest van vrijwillige terugtred.

Van vrijwillige terugtred is sprake als het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt dat de medeverdachten hebben verklaard dat, toen zij iemand voor het raam zagen, zij hebben besloten niet verder te gaan en terug te keren naar de auto. Volgens de rechtbank kan dit niet als vrijwillige terugtred worden aangemerkt, te minder nu uit de verklaring van verdachte naar voren komt dat bij terugkomst in Zevenaar werd gezegd dat ze de volgende dag de woning wel konden overvallen29. Ook uit de verklaring van [medeverdachte J] komt naar voren dat geen afstand is genomen van het plan tot de overval. Hij heeft met [verdachte K], die huisarrest had, afgesproken dat hij in diens plaats mee zou doen30. Er is derhalve veeleer sprake van het uitstellen van de overval tot een later tijdstip.

2 december 2009

4.5 De rechtbank overweegt ten aanzien van 2 december 2009 dat vier medeverdachten op 2 december 2009 zijn aangehouden terwijl zij in de auto reden. De medeverdachte hielden zich (nog) niet op in de buurt van de te overvallen woning en zaten allemaal in de auto. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 8 september 1987, NJ 1988, 612, is er naar het oordeel van de rechtbank nog geen sprake van een begin van uitvoering. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 2 december 2009.

4.6 De officier van justitie heeft, voor zover het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 en/of op 2 december 2009 niet tot een bewezenverklaring mocht leiden, de voorbereidingshandelingen ten aanzien van die feiten eveneens ten laste gelegd. Nu de rechtbank het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 bewezen acht, zal zij zich beperken tot een beoordeling van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor zover deze betrekking hebben op de voorgenomen overval op 2 december 2009.

4.7 De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat verdachte en de medeverdachten een tip hebben gekregen, waarna zij het voornemen hebben opgevat om de woning aan de [adres 3] te Groessen te overvallen.

Tip

Uit het proces-verbaal komt naar voren dat medeverdachte [medeverdachte L] een tip heeft gegeven betreffende de aanwezigheid van geld in een woning te Groessen. [medeverdachte L] heeft verklaard31 dat hij twee à drie maanden geleden als glazenwasser heeft gewerkt bij een woning in Groessen. Op foto's die verbalisanten hem hebben getoond, heeft hij het huis aan de [adres 3] te Groessen herkend. Toen hij, zijn baas en diens zoon klaar waren met de werkzaamheden, moest de vrouw van het huis € 150,- betalen. Ze betaalde met een briefje van € 200,- en ze zei dat ze nooit geld op de bank zette omdat er dan de kans was dat ze alles kwijt kon raken als gevolg van de crisis. Hij, [medeverdachte L], kreeg toen het idee dat ze veel geld in huis had. Een maand later vroeg [medeverdachte D] hem of hij wist of er ergens wat te verdienen was. Hij was op zoek naar een tip. Twee dagen later belde [medeverdachte D] op zijn telefoon en vroeg of hij buiten wilde komen. Buiten zag hij een rode Volkswagen waarin twee jongens zaten. Hij, [medeverdachte L], is in de auto gestapt en ze zijn gaan rijden. Hij heeft uitgelegd waar de woning was. De vrijdag daarna is hij weer gebeld door [medeverdachte D] en is hij met [medeverdachte D] en een man die hij op een hem getoonde foto heeft herkend meegereden naar het huis. Hij heeft de woning aangewezen. Hem is 10% van de opbrengst beloofd. Ook is gesproken over 30% en over een paar honderd euro. De eerste keer dat hij met [medeverdachte D] over de woning heeft gesproken was rond 5 of 10 november 2009.

[medeverdachte A] heeft verklaard32 dat de tip dat er stapels met bankbiljetten in een woning zouden liggen kwam van een maatje van [medeverdachte D], die daar als glazenwasser had gewerkt. Toen er met die glazenwasser moest worden afgerekend kwam er een vrouw aan de deur die een stapel bankbiljetten in haar hand had. De jongen had ook biljetten van 500 euro gezien. De beloning voor de tipgever zou afhangen van het bedrag dat daar zou worden gevonden, afgesproken was 10% van de buit. Besproken werd wat er te halen viel en of hij geïnteresseerd was om mee te doen. Hij, [medeverdachte A], heeft de glazenwasser twee keer gezien. De tweede keer heeft de glazenwasser de woning voor de overval aangewezen. Dat was mogelijk op 27 november 2009. De woning was gelegen direct over het spoorviaduct aan de weg van Zevenaar naar Groessen. Op de gevel stond volgens hem [naam huis].

[medeverdachte J] heeft met betrekking tot de woning verklaard33 dat hij zag dat op de voorgevel van de woning de naam [naam huis] stond. Ook zag hij het straatnaambord [straat adres 3]. [medeverdachte J] is verzocht het huis aan te wijzen welke zij voornemens waren te overvallen34. Hij heeft een huis aangewezen gelegen aan de [adres 3] te Groessen. Uit een bij het proces-verbaal gevoegde foto blijkt dat op dit huis [naam huis] staat.

Gesprekken via de telefoon en sms-berichten

Uit diverse getapte gesprekken komt het beeld naar voren dat over de telefoon is gesproken over het voornemen de woning in Groessen te overvallen. Zo is [medeverdachte A] op 1 december 2009 om 18.07 uur gebeld35 door [medeverdachte C]. [medeverdachte A] zegt in dat gesprek dat iedereen om acht uur, half negen paraat is.

Om 19.39 uur is [medeverdachte A] gebeld36 door het nummer [nummer]. Dit telefoonnummer hoort bij de telefoon die in de Peugeot van [medeverdachte J] is gevonden en waarover [medeverdachte J] heeft verklaard dat het toestel van hem is37.

[medeverdachte A] zegt: "...als je nu weinig tijd hebt, is fucked up. Kijk als je morgen eerder kan, dan wordt de afgesproken tijd van vandaag eigenlijk rond etenstijd..."

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ja heb je gelijk in".

[medeverdachte A] zegt: "dat is gemakkelijk voor ons en voor jou ook. Dat is boem boem en wegwezen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ok, dat is wel fijne tijd. Dan kan ik ook komen, tenzij ze morgen weer bellen voor werk...".

[medeverdachte A] zegt: dus spreken we nu af voor 100% morgen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ja, ik moet wel dan he".

[medeverdachte A] zegt: "ja? Dan doen we het morgen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "als me moeder niet tegen ligt, dan moet alles goed komen. Ik denk het niet. Zo rond etenstijd, dat is normale tijd".

[medeverdachte A] zegt: "doe maar zes uur, half zeven. Als je gewoon mij om zes uur belt en dan naar Zevenaar komt is goed".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ok man, zien we elkaar morgen".

Om 19.42 uur heeft [medeverdachte A] gebeld naar [medeverdachte C].

[medeverdachte A] zegt: "Luister... die boy die kan niet vandaag weet je hij moet snel...snel anders hij is fucked up...".

[medeverdachte C] zegt: "...je moet niet overhaasten...dus hoe gaan we het doen".

[medeverdachte A] zegt: "ik heb gezegd... morgen... de tijd van vandaag". ... "so wie so dat ding wat we gisteren wilden doen is echt goed serieus... je weet toch".

Om 20.33 uur wordt [medeverdachte A] gebeld38 door het nummer [nummer]. Dit telefoonnummer staat op naam van [moeder verdachte D], moeder van medeverdachte [medeverdachte D]. [medeverdachte A] zegt tegen de beller dat hij morgen om 6 uur paraat moet zijn bij de super.

Op 2 december 2009 heeft [medeverdachte A] om 14.58 uur een sms ontvangen39 met de tekst: "... kan ut vanavond? Dan komen we rond 10 oke?"

Om 18.07 uur heeft [medeverdachte A] een sms ontvangen40 met de tekst: "Oi gaan we vandaag? Dan kan k die andere laten weten...".

Om 18.30 uur is [medeverdachte A] gebeld41 door het nummer [nummer]. Dit telefoonnummer hoort bij de telefoon die in de Peugeot van [medeverdachte J] is gevonden en waarover [medeverdachte J] heeft verklaard dat het toestel van hem is42. De beller zegt dat hij bij station Zevenaar is. [medeverdachte A] zegt dat hij naar Super de Boer moet rijden.

Om 18.30 uur is [medeverdachte A] gebeld43 door het nummer [nummer]. De beller zegt dat [medeverdachte A] [bijnaam verdachte D] (opmerking rechtbank: zo wordt medeverdachte [medeverdachte D] veelal aangesproken) thuis moet ophalen.

MSN-gesprekken

Ook op MSN is gesproken over de overval van de woning in Groessen. Bij medeverdachte [medeverdachte D] is een gesprek44 aangetroffen van 1 december 2009, 11.43 uur, waarin hij tegen [medeverdachte A] zegt: "tonight is on kanniet anders". [medeverdachte A] antwoordt daarop: "zowiezo". Op dezelfde dag voert [medeverdachte D] om 20.30 uur een MSN-gesprek45 met medeverdachte [medeverdachte C] (emailadres [mailadres]), waaruit blijkt dat de 'torrie' niet doorgaat. Op 2 december 2009, 19.16 uur voert [medeverdachte D] een MSN-gesprek47 met medeverdachte [medeverdachte L] (emailadres [emailadres].com48). [medeverdachte D] zegt in dat gesprek dat hij moet wachten tot 10 uur. [medeverdachte L] informeert wanneer ze gaan en constateert dat ze dat niet via dinges kunnen zeggen, waarop [medeverdachte D] zegt: "stel dat iets gebeurt tog".

Verklaringen van verdachte en de medeverdachten

Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten komt naar voren dat het de bedoeling was dat de overval van de woning te Groessen op 2 december 2009 zou plaatsvinden en dat daarvoor voorbereidingen werden getroffen.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft in dit verband verklaard49 dat hij van [medeverdachte A] heeft gehoord dat de overval in Groessen niet is doorgegaan en dat ze het opnieuw zouden proberen op 1 december 2009. Toen dat ook niet doorging, werd een afspraak gemaakt voor 2 december 2009. De jongens zouden zich verzamelen in de woning van [medeverdachte I]. Ze noemden dat huis "safehouse". [medeverdachte A] heeft hem, [medeverdachte B], gevraagd of hij 2 december 2009 's avonds in die woning aanwezig kon zijn, zodat de jongens zich daar konden verzamelen ter voorbereiding op de overval in Groessen. Ook verdachte heeft verklaard50 dat zij altijd verzamelden in de woning van [medeverdachte I]. [medeverdachte I] woont blijkens een proces-verbaal van bevindingen51 op het adres [adres 4] te Zevenaar.

De woning van [medeverdachte I] werd ook gebruikt als opslagplaats. Zo heeft [medeverdachte A] verklaard52 dat hij het zilveren pistool van [medeverdachte B] uit een kast in de woonkamer van [medeverdachte I] heeft gepakt. [medeverdachte D] heeft verklaard53 dat hij een van de keren dat hij in het safehouse is geweest pistolen op tafel zag liggen. Een onbekende man liep naar achteren en kwam terug met een zakje waarin patronen zaten.

Bij doorzoeking van de woning54 aan de [adres 4] te Zevenaar zijn onder meer 39 knalpatronen van het merk Y.A.S. aangetroffen.

Volgens [medeverdachte A]55 was het de bedoeling dat de overval in Groessen op 2 december 2009 zou plaatsvinden. [medeverdachte D] heeft daarover verklaard56 dat hij op 2 december 2009 thuis is opgehaald. Ze zijn naar het safehouse gegaan, waar [medeverdachte A] is uitgestapt. Toen [medeverdachte A] terugkwam haalde hij een zwart alarmpistool uit zijn zak en gaf dat aan [medeverdachte C]. Uit een andere zak haalde [medeverdachte A] een zilverkleurig pistool dat hij aan [medeverdachte D] gaf. Hij, [medeverdachte D], heeft het pistool onder de rechtervoorstoel gelegd. Ze hadden ook twee bivakmutsen en tie-rips mee57.

Volgens [medeverdachte D] was er een taakverdeling gemaakt. Hij heeft verklaard58 dat [medeverdachte A] in de auto zou blijven. Hij, [medeverdachte D], zou naar geld zoeken en [medeverdachte C] en [medeverdachte J] zouden de mensen vastbinden. [medeverdachte J] en [medeverdachte C] zouden als eerste de woning in gaan via de voordeur. Zodra de bewoners de deur zouden openen, zou hij, [medeverdachte D], vanwege zijn lengte de deur verder opentrappen.

[medeverdachte J] heeft verklaard59 dat hij op dinsdag een bivakmuts heeft gekregen van [verdachte K]. Die heeft hij in het handschoenenvakje in de auto gelegd. Op woensdag 2 december 2009 was hij om ongeveer 18.30 uur in Zevenaar. Hij heeft [medeverdachte A] opgepikt en is met hem langs een huis gereden. Achteraf kan worden vastgesteld dat dit het huis was dat overvallen zou worden. Hij had wel het idee dat ze daar in de buurt een huis zouden overvallen, omdat ze daar maandagavond ook al hadden gereden. Daarna hebben ze [medeverdachte C] en [medeverdachte D] opgehaald. Onderweg kreeg hij, [medeverdachte J], tape en tie-rips van [medeverdachte D] die hij bij zijn voeten heeft neergelegd. Nadat [medeverdachte D] was ingestapt hebben ze het over het geld gehad dat bij die man te halen was. De helft van de buit zou worden geïnvesteerd in weed, de andere helft zou worden verdeeld. In de auto heeft [medeverdachte A] gezegd hoe de taakverdeling was. [medeverdachte C], [medeverdachte D] en hij, [medeverdachte J], zouden het huis binnen gaan door gewoon aan te bellen. [medeverdachte A] zou in de auto blijven. [medeverdachte A] heeft gezegd dat hij, [medeverdachte J], de man moest vastbinden met tie-rips. [medeverdachte C] zei dat hij daarmee zou helpen door de handen van de man vast te houden. [medeverdachte D] moest zoeken naar geld. [medeverdachte A] heeft in de auto een pistool achter zijn broekriem vandaan gehaald en dat pistool aan iemand gegeven. [medeverdachte J] heeft verder verklaard60 dat hij met [verdachte K] had afgesproken dat die een deel van zijn aandeel in de buit zou krijgen.

Verdachte heeft verklaard61 dat hij een deel van het geld van [medeverdachte J] zou krijgen bij een geslaagde overval.

[medeverdachte J] heeft verder verklaard62 dat hij een bordeauxrode Peugeot 306 heeft. Uit zijn verklaring valt op te maken dat ze op de avond van 2 december 2009 in zijn auto hebben gereden. [medeverdachte J] heeft in dit verband verklaard63 dat hij zijn auto, een Peugeot, bestuurde. Later heeft [medeverdachte A] hem gevraagd of hij mocht rijden. Hij, [medeverdachte J], vond dat goed en is rechts voorin de auto gestapt.

Na aanhouding van de inzittenden is op 2 december 2009 sporenonderzoek64 verricht in de personenauto van het merk Peugeot met het kenteken [kenteken 2]. Het onderzoek is voortgezet op 3 december 2009. Daarbij is onder andere veiliggesteld ten behoeve van DNA-onderzoek:

- een zilverkleurig gas-alarmpistool van het merk Ekol First compact met nummer [nummer] met in de houder 8 negen millimeter knalpatronen;

- een gas-alarmpistool van het merk Pak Vektor 9 mm, met in de houder 6 negen millimeter knalpatronen;

- 2 zwarte bivakmutsen met drie gaten;

- een rol brede grijze klussentape;

- 10 grote witte tie-rips.

4.8 De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel in de periode van 6 november 2009 tot en met 30 november 2009 als in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 voorbereidingshandelingen zijn verricht voor het plegen van de overval op de woning aan de [adres 3] te Groessen op 2 december 2009. De rechtbank merkt met betrekking tot de genoemde bewijsmiddelen op dat een deel van de bewijsmiddelen, waaronder de tip van medeverdachte [medeverdachte L] en de observatie van de woning met de tipgever zowel gebruikt is voor de ondernomen poging op 30 november 2009 als onderdeel is van de voorbereidingshandelingen voor 2 december 2009. De tip is eenmalig gegeven, waarbij onbekend was wanneer de overval gepleegd zou worden. Daarnaast zijn na de bewezenverklaarde poging op 30 november 2009 nieuwe voorbereidingshandelingen verricht die uitsluitend gericht waren op een na die datum te plegen overval op dezelfde woning.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook kan worden aangemerkt als medepleger van de voorbereidingshandelingen voor 2 december 2009. Hoewel hij die avond fysiek niet aanwezig was, wist hij dat de medeverdachten voornemens waren de overval te plegen. Verdachte heeft hierover verklaard65 dat op 30 november 2009 is gezegd dat ze de volgende dag de woning in Groessen wel konden overvallen. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat [medeverdachte J] heeft verklaard66 dat hij van verdachte een bivakmuts heeft gekregen. Volgens [medeverdachte J] heeft verdachte daarbij tegen hem gezegd dat hij, verdachte, die avond niet kon. Gelet hierop en gelet op het feit dat verdachte met [medeverdachte J] heeft afgesproken dat hij een deel van het geld van [medeverdachte J] zou krijgen, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en is verdachte aan te merken als medepleger. De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen. Daaraan doet niet af dat ook voorbereidingshandelingen door zijn medeverdachten zijn uitgevoerd waarbij hij niet betrokken is geweest.

Feit 2

5. Medeverdachte [medeverdachte J] heeft verklaard67 dat op 30 november 2009 rond 22.00 uur werd gezegd dat [verdachte K] zich moest bewijzen. Er werd gepraat over het overvallen van een cafetaria in Duiven. [medeverdachte A] heeft de weg gewezen. [medeverdachte A] heeft in dit verband verklaard68 dat de verklaring van [medeverdachte J] klopt, maar dat het niet in Duiven maar in Didam was.

Verdachte heeft verklaard69 dat [medeverdachte A] zei dat hij, verdachte, zich moest bewijzen en dat hij maar een cafetaria moest overvallen. Ze zijn op zoek gegaan naar een cafetaria en hebben er een gevonden in Didam. Ze zijn een keer langs de cafetaria gereden70. Hij zag dat [medeverdachte D] in de auto een wapen aan de voorzijde in zijn broek stopte. Hij, verdachte, kreeg een zwarte bivakmuts, waarin drie gaten zaten. [medeverdachte D] had ook een bivakmuts. Hij is met [medeverdachte D] uit de auto gestapt om de cafetaria te overvallen71. Ze hadden allebei een wapen bij zich en zijn twee kaar langs de cafetaria gelopen. Ze zagen dat er klanten in de zaak waren en dat ze nog even moesten wachten. Terwijl ze stonden te wachten zagen ze dat er een camera op hen was gericht. Hij, verdachte, heeft toen tegen [medeverdachte D] gezegd dat hij de cafetaria niet wilde overvallen omdat er een camera op hen gericht was en dat hij niet 5 jaar wilde zitten voor een overval op een cafetaria.

Medeverdachte [medeverdachte D] heeft vrijwel hetzelfde verklaard als verdachte. Hij heeft verklaard72 dat het klopt dat [medeverdachte A] vooraf tegen [verdachte K] heeft gezegd dat hij zich moest bewijzen door een cafetaria te overvallen. Hij, [medeverdachte D], had de Beretta van [medeverdachte B] bij zich en [verdachte K] had het alarmpistool van [medeverdachte A] bij zich. Ze zijn in Didam uitgestapt73. Ze hadden bivakmutsen bij zich. Ze zijn twee keer langs de cafetaria gelopen. De overval is niet doorgegaan omdat hij, [medeverdachte D], zag dat er camera's bij de cafetaria waren74. Ze waren bezig hun bivakmutsen op te zetten en hij had net zijn wapen gepakt toen hij zag dat er een camera hing. Hij heeft [verdachte K] de camera gewezen en gezegd dat ze weg zouden gaan.

6. De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat er sprake was van een spontane actie. Er zijn vooraf geen afspraken gemaakt om de cafetaria in Didam te overvallen. Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte D] blijkt dat [medeverdachte A] vond dat verdachte zich moest bewijzen door een cafetaria te overvallen. In Didam zijn verdachte en [medeverdachte D] uitgestapt met de bedoeling een door [medeverdachte A] aangewezen cafetaria te overvallen. Daartoe hadden zij bivakmutsen en wapens bij zich. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een begin van uitvoering. Zij acht het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en het medeplegen van een poging tot afpersing bewezen.

7. De raadsman heeft betoogd dat er sprake was van vrijwillige terugtred.

De rechtbank verwerpt dit verweer gelet op de verklaringen van verdachte en [medeverdachte D]. Beiden hebben verklaard dat de overval niet is doorgegaan omdat zij camera's zagen bij de cafetaria. Nu het niet doorgaan van de overval niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid van de wil van de dader afhankelijk, is van vrijwillige terugtred naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Dat daarnaast, zoals is gesteld door verdachte, ook andere overwegingen een rol kunnen hebben gespeeld om de overval niet door te zetten, doet daar onvoldoende aan af.

Feit 3

8. De rechtbank acht dit feit bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte75 en zijn verklaring ter terechtzitting en gelet op het proces-verbaal sporenonderzoek76 en de processen-verbaal van bevindingen77.

9. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 30 november 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen weg te nemen geld en/of

goederen, toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E], althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die (familie) [slachtoffer E], althans tegen die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde

woning,

te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met voormeld oogmerk

- tape en tie-rips en bivakmutsen en (geladen) (vuur)wapens, althans daarop gelijkende

voorwerpen in een auto hebben gelegd en vervoerd en

- een rolverdeling hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop bovengenoemd

strafbaar feit uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- met een auto in de richting van de woning gelegen aan de [adres 3] te

Groessen zijn gereden en aldaar zijn uitgestapt en naar de achterzijde van die woning

zijn gelopen met medeneming van tape en tie-rips en bivakmutsen en vuurwapens,

althans daarop gelijkende voorwerpen,

en

hij op 30 november 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die (familie) [slachtoffer E] , althans die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, toebehorende aan die (familie) [slachtoffer E] , althans aan die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medader(s) met voormeld oogmerk

- tape en tie-rips en bivakmutsen en (geladen) (vuur)wapens, althans daarop gelijkende

voorwerpen in een auto hebben gelegd en vervoerd en

- een rolverdeling hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop bovengenoemd

strafbaar feit uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- met een auto in de richting van de woning gelegen aan de [adres 3] te

Groessen zijn gereden en aldaar zijn uitgestapt of naar de achterzijde van die woning

zijn gelopen met medeneming van tape en tie-rips en bivakmutsen en vuurwapens,

althans daarop gelijkende voorwerpen,

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid;

EN

hij op tijdstippen in de periode van 6 november 2009 tot en met 30 november 2009 en in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging van geld en/of goederen, toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E] ,althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van een woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen,

(telkens) opzettelijk

- bivakmutsen, en

- tape en tie-rips en

- geladen vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen en

- een auto en

- een woning gelegen aan de [adres 4] te Zevenaar, dienende als verzamelplek

van verdachte en zijn mededaders en als bewaarplaats voor vuurwapens en munitie,

zijnde voorwerpen, een vervoermiddel en een ruimte bestemd tot het begaan van die misdrijven, heeft voorhanden gehad, en

hij, verdachte, en (een of meer van) zijn mededader(s)

- inlichtingen hebben ingewonnen met betrekking tot het te overvallen object en/of subject

(te weten (de familie) [slachtoffer E]/ de bewo(o)n(st)er(s) van perceel [straat adres 3]

14 te Groessen) en

- zich die woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen laten aanwijzen

en

- mondelinge en telefonische en via MSN en via SMS gesprekken hebben gevoerd met

betrekking tot het al of niet deelnemen van bepaalde perso(o)n(en) aan bovengenoemde

strafbare feiten en het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemde strafbare feiten

uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- voornoemde vuurwapens/voorwerpen hebben geladen met patronen/munitie;

2.

op 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een cafetaria/snackbar weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen perso(o)n(en),

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

hij, verdachte, en zijn mededaders met voormeld oogmerk

- meermalen ter observatie langs die cafetaria/snackbar zijn gereden en gelopen en

vervolgens

- met bivakmutsen en vuurwapens in de richting van die cafetaria/snackbar zijn gelopen

en in de naaste omgeving/bij die cafetaria/snackbar hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en

op 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld perso(o)n(en) te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen,

toebehorende aan die perso(o)n(en) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

hij, verdachte, en zijn mededaders met voormeld oogmerk

- meermalen ter observatie langs die cafetaria/snackbar zijn gereden en gelopen en

vervolgens

- met bivakmutsen en vuurwapens in de richting van die cafetaria/snackbar zijn gelopen

en in de naaste omgeving/bij die cafetaria/snackbar hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 in de gemeente(n) Montferland en/of Zevenaar en/of Duiven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

twee wapens van categorie III (onder 1), te weten

- een gaspistool (merk Voltran, model Ekol Firat Compact, kaliber 9 mm) en

- een gaspistool (merk Röhm, model Vektor CP1, kaliber 9 mm) en

munitie van categorie III, te weten in totaal 14 patronen van het kaliber 9 mm P.A.K.,

zijnde voor deze wapens geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.

10. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

11. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

De feiten onder 1:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Voorbereiding tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

De feiten onder 2:

Poging tot diefstal voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 3:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot wapens en munitie van categorie III.

12. Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport gedateerd 5 april 2010 en opgemaakt door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog. Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

13. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat

verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, ook als dat inhoudt het volgen van een cognitieve vaardigheidstraining.

De raadsman heeft toepassing van het minderjarigenstrafrecht bepleit en verzocht een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Voor zover een zwaardere straf aan de orde zou zijn, heeft de raadsman verzocht een taakstraf op te leggen en een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van pogingen tot diefstal en/of afpersing en verboden wapenbezit. Hij liet zich meesleuren in de criminele bedoelingen van anderen - en sleepte zelf ook een medeverdachte mee - puur uit financieel gewin. Verdachte en zijn mededaders hadden de beschikking over vuurwapens dan wel hierop gelijkende voorwerpen. Ze vroegen zich op geen enkele moment af wat voor impact hun handelen op hun slachtoffers konden hebben. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het Pro Justitiarapport van 5 april 2010. Volgens H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog, lijdt verdachte niet aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Wel lijkt het geweten van verdachte zich wat instrumentaal te ontwikkelen. Sterke gevoelens van berouw kunnen niet worden vastgesteld. Verdachte lijkt zich wel te schamen voor zijn daden ten opzichte van zijn ouders en vrienden. De combinatie van de matige sociaal-emotionele ontwikkeling en zwakke coping maakt hem kwetsbaar voor invloeden van buiten, aldus Ter Borg. Ter Borg meent dat de kans op recidive gering is. Een gebrek aan assertiviteit c.q. meelopersgedrag kan in overeenkomstige situaties risicoverhogend werken en kan als zodanig ertoe bijdragen dat hij toch in recidive vervalt. Ter Borg meent verder dat verdachte zich niet echt goed kan staande houden tegenover leeftijdgenoten. Hij adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht op verdachte gezien zijn op leeftijd achterlopende sociaal-emotionele ontwikkeling en oplegging van een deels voorwaardelijke straf met verplicht jeugdreclasseringscontact.

Uit het reclasseringsrapport van 10 maart 2010, opgemaakt door A. Buiten, komt eveneens naar voren dat het recidiverisico als laaggemiddeld wordt ingeschat. Ingeschat wordt dat er enig risico is op het onttrekken aan voorwaarden. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en deelname aan een gedragsinterventie.

De rechtbank heeft ook in aanmerking genomen dat verdachte eerder geen soortgelijke delicten heeft gepleegd.

De rechtbank komt alle omstandigheden in aanmerking nemend tot een andere strafoplegging dan door de officier van justitie gevorderd.

De rechtbank ziet gezien de ernst van de feiten geen aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen te minder nu verdachte volledig toerekeningsvatbaar wordt geacht.

De rechtbank komt alle omstandigheden in aanmerking nemend tot een andere strafoplegging dan door de officier van justitie gevorderd. Hoewel verdachte betrokken is geweest bij ernstige feiten die op zich een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen, zoals ook gevorderd door de officier van justitie, ziet de rechtbank aanleiding om tot een andere wijze van strafafdoening te komen. De rechtbank kiest daar met name voor, gelet op de jonge leeftijd van verdachte, zijn (nagenoeg) blanco strafblad, en het feit dat een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de duur van het voorarrest de door hem na de schorsing ingezette positieve lijn (met onder andere werk in de gehandicaptenzorg) zou doorbreken.

Zij is van oordeel dat een gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden passend en geboden is. De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een fors deel voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen dat hij zich dient te weerhouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Verdachte moet zich, volgens afspraken die met hem zullen worden gemaakt, melden bij de Reclassering Nederland voor door de reclassering bepaalde perioden, zo frequent als de reclassering dat gedurende deze periode nodig acht. Verder moet verdachte deelnemen aan een cognitieve vaardigheidstraining. De hoogte van de op te leggen gevangenisstraf is hoger en de duur van de op te leggen taakstraf is langer dan in het geval van medeverdachte [medeverdachte J], omdat in de zaak van verdachte één feit meer bewezen kan worden verklaard.

14. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen:

- 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 45, 46, 47, 57, 91, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde voor zover dit betreft het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 2 december 2009, heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 -voor zover verdachte hiervan gelet op het voorgaande niet is vrijgesproken-, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

De feiten onder 1:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Voorbereiding tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

De feiten onder 2:

Poging tot diefstal voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 3:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot wapens en munitie van categorie III;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Veroordeelde moet zich, volgens afspraken die met hem zullen worden gemaakt, melden bij de Reclassering Nederland voor door de reclassering bepaalde perioden, zo frequent als de reclassering dat gedurende deze periode nodig acht. Verder moet veroordeelde deelnemen aan een cognitieve vaardigheidstraining;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kleinrensink en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2010.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009100087-D, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 13 april 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige, p.1809

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.2328, p.2331/2332

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2336

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p.2808-2811

6 Proces-verbaal observeren, p.2947-2949

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.2952

8 Proces-verbaal van aanhouding, p.0261-0263

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.2957, p.2959-2962

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3222

11 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3388

12 Proces-verbaal van bevindingen, p.2990/2991

13 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3372/3373

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3516/3517

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3547-3548

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3517

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3527

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3517

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3527

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3222

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3298

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3276

23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3517/3518

24 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3547

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3518

26 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3297

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3310

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3394/3395

29 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3519

30 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3395

31 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte L], p.3475-3479

32 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3221-3222

33 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3388

34 Proces-verbaal van bevindingen, p.2990/2991

35 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2912

36 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2912/2913

37 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2820

38 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2915

39 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2919/2920

40 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2923

41 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2926/2927

42 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2820

43 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2932

44 Proces-verbaal van bevindingen, p.3023

45 Proces-verbaal van bevindingen, p.3119

46 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2815

47 Proces-verbaal van bevindingen, p.3137/3138

48 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2815

49 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B], p.3464

50 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3220

51 Proces-verbaal van bevindingen, p.2974

52 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3220, 3243

53 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3279

54 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p.2971, 2973

55 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3221

56 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3277

57 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3320

58 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3319/3320

59 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3379-3381

60 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3395

61 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3548

62 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.0812

63 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3370

64 Processen-verbaal van bevindingen, p.2955 en p.2957

65 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3519

66 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3379

67 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3691

68 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3633

69 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3700

70 Proces- verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3703/3704

71 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3700

72 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3672

73 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3644-3646

74 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3672

75 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte K], p.3517

76 Proces-verbaal sporenonderzoek, p.3769

77 Processen-verbaal van bevindingen, p.3787/3788, 3796, 3804