Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0956

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
06/460449-09 en 06/850208-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan het medeplegen van (pogingen tot) diefstal en afpersing en verboden wapenbezit. Geweld en bedreiging met geweld werd daarbij niet geschuwd. De rechtbank heeft het verweer dat sprake is van vrijwillige terudgtred verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar.

Dit is één van de verdachten in de megazaak ‘Zeepkruid’. In dit proces stonden twaalf verdachten terecht voor hun betrokkenheid bij meerdere gewapende overvallen, inbraken en afpersingen in de Achterhoek, Liemers en Apeldoorn in het najaar van 2009. BN0931, BN0956, BN0905, BN0955, BN0974, BN0984, BN0980, BN0898, BN0944, BN0917, BN0910, BN0913.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460449-09 en 06/850208-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2010

tegenspraak / dip/dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats, 1987],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring Arnhem Zuid te Arnhem.

Raadsman: mr. F.A.J.M. Peeters, advocaat te Winterswijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 maart, 29 april, 14 juni, 21 juni en 28 juni 2010.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460449-09 en 06/850208-10 tegen verdachte aangebrachte zaken.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging met betrekking tot parketnummer 06/460449-09 op de terechtzitting van 29 april 2010 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij (A) op of omstreeks 30 november 2009 en/of (B) op of omstreeks 2 december

2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of in de gemeente Zevenaar en/of elders

in Nederland,

(telkens) ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( gelegen

aan de [adres 3] te Groessen) weg te nemen geld en/of (een)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E],

althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) ,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die (familie) [slachtoffer E], althans tegen die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde

woning,

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk (telkens)

- tape en/of tie rips en/of (een) (bivak)muts(en) en/of een of meer

(geladen)(vuur)wapens, althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) in een auto heeft/hebben gelegd en/of vervoerd en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafba(a)r(e) feit(en) uitgevoerd zou(den) worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- met een auto in de richting van/naar de woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) is/zijn gereden

en/of aldaar is/zijn uitgestapt en/of naar (de achterzijde van ) die woning

is/zijn gelopen (met medeneming van tape en/of tie-rips en/of

(bivak)muts(en) en/of een of meer vuurwapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en)) en/of

- met een auto in de richting van (die woning in) Groessen is/zijn gereden,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens)

niet is voltooid;

en/of

hij (A) op of omstreeks 30 november 2009 en/of (B) op of omstreeks 2 december

2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of in de gemeente Zevenaar en/of elders

in Nederland,

(telkens) ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld die (familie) [slachtoffer E] , althans die

bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning,

te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan die (familie) [slachtoffer E] , althans aan die bewo(o)n(st)er(s)

van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk (telkens)

- tape en/of tie rips en/of (een) (bivak)muts(en) en/of een of meer

(geladen)(vuur)wapens, althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) in een auto heeft/hebben gelegd en/of vervoerd en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafba(a)r(e) feit(en) uitgevoerd zou(den) worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- met een auto in de richting van/naar de woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) is/zijn gereden

en/of aldaar is/zijn uitgestapt en/of naar (de achterzijde van ) die woning

is/zijn gelopen (met medeneming van tape en/of tie-rips en/of

(bivak)muts(en) en/of een of meer vuurwapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en)) en/of

- met een auto in de richting van (die woning in) Groessen is/zijn gereden,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens)

niet is voltooid;

en/of, indien ten aanzien van het/de feit(en) gerelateerd aan het/de onder A

en/of B genoemde tijdstip(pen) geen veroordeling mocht volgen, geldt ten

aanzien van dat/die onder A en/of B genoemde tijdstip(pen) en daaraan

gerelateerde feit(en) dat:

hij (op één of meer tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 6 november

2009 tot en met 30 november 2009 en/of in of omstreeks de periode van 30

november 2009 tot en met 2 december 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en/of

in de gemeente Zevenaar en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten

diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging

van geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan (de familie)

[slachtoffer E] ,althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van een woning (gelegen aan de

[adres 3] te Groessen),

(telkens) opzettelijk

- (een) bivakmuts(en), althans een voor vermomming geschikt(e) voorwerp(en)

en/of

- tape en/of tie rips en/of

- een of meer (geladen) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) en/of

- een of meer auto('s) en/of

- een woning (gelegen aan de [adres 4] te Zevenaar), dienende als

verzamelplek van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of als bewaarplaats

voor een of meer bivakmuts(en) en/of tape en/of tie-rips en/of vuurwapen(s)

en/of munitie ,

zijnde voorwerpen, stoffen, (een) vervoermiddel(en) en/of (een) ruimte(n)

bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven

en/of voorhanden gehad en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd, en/of

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- inlichtingen heeft/hebben ingewonnen met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject (te weten (de familie) [slachtoffer E]/ de bewo(o)n(st)er(s)

van perceel [adres 3] te Groessen) en/of

- zich die woning (gelegen aan de [adres 3] te Groessen) laten

aanwijzen en/of

- een of meer (mondelinge en/of telefonische en/of via MSN en/of via SMS)

gesprek(ken) heeft/hebben gevoerd met betrekking tot het al of niet

deelnemen van bepaalde perso(o)n(en) aan bovengenoemd(e) strafba(a)r(e)

feit(en) en/of het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd(e) strafbare

feit(en) uitgevoerd zou/zouden worden en/of

- met en/of vanuit een of meer auto('s) en/of lopend een of meer observaties

heeft/hebben gedaan en/of uitgevoerd van die woning ( gelegen aan de

[adres 3] te Groessen) en/of een of meer (van die) auto('s)

voor dat doel heeft/hebben geleend en/of gebruikt en/of

- een rolverdeling heeft/hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop

bovengenoemd(e) strafbare feit(en) uitgevoerd zou/zouden worden en/of

- heeft/hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en/of

- een of meer (van voornoemde) (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) heeft/hebben

geladen met (een) patro(o)n(en)/munitie;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009

in de gemeente(n) Montferland en/of Zevenaar en/of Duiven en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

twee/een wapen(s) van categorie III (onder 1), te weten

- een gaspistool (merk Voltran, model Ekol Firat Compact, kaliber 9 mm) en/of

- een gaspistool (merk Röhm, model Vektor CP1, kaliber 9 mm) en/of

munitie van categorie III, te weten

(in totaal) 14 , althans een aantal patronen van het kaliber 9 mm P.A.K.,

zijnde voor deze/dit wapen(s) geschikte munitie, voorhanden heeft/hebben gehad

en/of

munitie van categorie III, te weten

11, althans een aantal zogenaamde knalpatronen, voorhanden heeft/hebben gehad

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

cafetaria/snackbar weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan een of meer thans (bij naam) nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) (te weten de eigenaar(s)/ beheerder(s)/ medewerker(s) van

genoemde cafetaria/snackbar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die thans nog onbekend gebleven perso(o)n(en),

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- (meermalen) (ter observatie) (met een auto) langs die cafetaria/snackbar

is/zijn gereden en/of gelopen en/of (vervolgens)

- met (een) (bivak)muts(en) en/of (een) (vuur)wapen(s) in de richting van

die cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving /bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld die thans nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan die thans nog onbekend gebleven

perso(o)n(en) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- (meermalen) (ter observatie) (met een auto) langs die cafetaria/snackbar

is/zijn gereden en/of gelopen en/of (vervolgens)

- met (een) (bivak)muts(en) en/of (een) (vuur)wapen(s) in de richting van

die cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving /bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, dat

hij op of omstreeks 30 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, en/of

elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

ter voorbereiding van het misdrijf , waarop naar de wettelijke omschrijving

een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met

geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging van geld en/of goederen ,

geheel of ten dele toebehorende aan een of meer thans (bij naam) onbekend

gebleven personen (te weten de eigenaar(s)/ beheerder(s)/ medewerker(s) van

een cafetaria/snackbar)

opzettelijk

- (een) bivakmuts(en), althans een voor vermomming geschikt(e) voorwerp(en)

en/of

- een of meer (geladen)(vuur)wapen(s), althans daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) en/of

- een of meer auto('s),

zijnde voorwerpen, stoffen en/of (een) vervoermiddel(en) bestemd tot het

begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- een of meer mondelinge gesprek(ken) heeft/hebben gevoerd met betrekking tot

het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemd strafbare feit uitgevoerd zal

worden en/of

- inlichtingen heeft/hebben verstrekt met betrekking tot het te overvallen

object en/of subject(en) en/of

- met en/of vanuit een auto en/of lopend (een) observatie(s) heeft/hebben

gedaan en/of uitgevoerd van een pand (te weten een cafetaria/snackbar van

(een) thans (bij naam) nog onbekend gebleven perso(o)n(en)) en/of die/een

auto voor dat doel geleend en/of gebruikt en/of

- met een of meer (van voornoemde) (bivak)muts(en) en/of een of meer (van

voornoemde) (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) in de richting van dat pand/die

cafetaria/snackbar is/zijn gelopen en/of in de naaste omgeving/bij die

cafetaria/snackbar heeft/hebben gewacht;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1])

weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- over een schutting is/zijn geklommen en/of

- (een) ruit(en) heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 24 september 2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D]

heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en/of een

mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s):

met bivakmuts(en), althans met camouflerende hoofdbedekking, op die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D] is/zijn toegerend/toe gelopen en/of

die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D]

- (om de nek) heeft/hebben vastgepakt en/of (aan het lichaam) vastgehouden

en/of op de grond gebracht en/of de hand voor de mond gedaan en/of gehouden

en/of (meermalen) op dreigende toon geroepen/gezegd: " Overval, overval"

en/of "Geld, geld" en/of "Sstt" en/of "Kop dicht, ik knal je door je kop"

en/of "Waar is de kluis" , althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of

- een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meermalen heeft/hebben geduwd en/of

- aan het lichaam heeft/hebben meegetrokken en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond

en/of op het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam heeft/hebben gericht;

en/of

hij op of omstreeks 24 september 2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee met inhoud en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het

bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s):

met bivakmuts(en), althans met camouflerende hoofdbedekking, op die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D] is/zijn toegerend/toe gelopen en/of

die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D]

- (om de nek) heeft/hebben vastgepakt en/of (aan het lichaam) vastgehouden

en/of op de grond gebracht en/of de hand voor de mond gedaan en/of gehouden

en/of (meermalen) op dreigende toon geroepen/gezegd: " Overval, overval"

en/of "Geld, geld" en/of "Sstt" en/of "Kop dicht, ik knal je door je kop"

en/of "Waar is de kluis" , althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of

- een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meermalen heeft/hebben geduwd en/of

- aan het lichaam heeft/hebben meegetrokken en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond

en/of op het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam heeft/hebben gericht;

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning heeft

weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning

opendeed) in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans dit/een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het

hoofd van die [slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit wapen, althans een op

een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

en/of

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer B], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning

opendeed) in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans dit/een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het

hoofd van die [slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit wapen, althans een op

een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Onder parketnummer 06/850208-10 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2009 tot en met 19 oktober 2009

te Duiven

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( gelegen aan de Wilgenlaan

26) weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang

tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking,

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

een voordeur en/of schuttingdeur (ter hoogte van de deurgreep) heeft

geforceerd/beschadigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

1. Aanleiding van het onderzoek

Op 22 september 2009 is gepoogd een overval te plegen op de woning aan de [adres 1] in Duiven. Uit getuigenverklaringen kwam naar voren dat nabij de woning aan de [adres 1] in Duiven een auto met het kenteken [kenteken 1] was gesignaleerd2.

Twee dagen later, op 24 september 2009, werd aangifte gedaan van een gewelddadige overval op de woning aan de [adres 2] in Apeldoorn. Opvallend daarbij was dat uit getuigenverklaringen en meldkamergesprekken naar voren kwam dat ook bij dat voorval een auto was gesignaleerd met het kenteken [kenteken 1]3.

Omdat er ook gewapende overvallen hadden plaatsgevonden in Twello en Rekken werd op 5 oktober 2009 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Zeepkruid.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer gaf als informatie dat de meergemelde auto op naam had gestaan van [medeverdachte A], maar dat die auto inmiddels op naam was gezet van [moeder medeverdachte A], zijnde de moeder van [medeverdachte A]4.

Vanaf 9 oktober 2009 heeft de officier van justitie die leiding gaf aan het Zeepkruid-onderzoek bevolen dat een reeks van telefoonnummers werd afgeluisterd.

Mede uit de inhoud van die afgeluisterde gesprekken kwam naar voren dat [medeverdachte A] vanaf 5 november 2009 als verdachte van zowel de poging tot overval in Duiven als de overval in Apeldoorn kon worden aangemerkt.

Op 1 december 2009 meldde zich bij de politie mevrouw [getuige A], die vertelde5 dat zij, verblijvend in haar (boven-)woning aan de [adres 5] in Zevenaar een gesprek had opgevangen van vier of vijf mannen die spraken over een oprit, een sensor en een M16. [getuige A] hoorde dat de jongens afspraken de volgende dag, dus 1 december 2009, om 18.00 uur weer bij elkaar te komen. Ze had het gevoel dat de jongeren iets van plan waren. Toen enkele van die mannen in een auto waren weggereden hoorde [getuige A] dat haar benedenbuurvrouw [medeverdachte I] met een man sprak.

De politie had inmiddels in diverse telefoongesprekken de naam van [medeverdachte I] ([medeverdachte I]) horen noemen en uit die taps kwam het vermoeden naar voren dat de woning van [medeverdachte I], [adres 4] in Zevenaar, als safehouse werd gebruikt.

Uit de mededelingen van [getuige A] en de verdere onderzoeksgegevens (telefoontaps, zendmastgegevens, maar ook onder meer observaties) kreeg de politie het vermoeden dat [medeverdachte A] met anderen bezig was een overval voor te bereiden. Besloten werd dat die overval moest worden voorkomen en daarom werd vanaf de namiddag van 1 december 2009 extra personeel, waaronder een observatieteam ingezet en werden er met spoed meer telefoons afgeluisterd. Duidelijk werd dat [medeverdachte A] zeer regelmatig en zeer intensief contact had met [medeverdachte B]. Daarenboven kwamen als namen van mogelijke medeverdachten onder meer naar voren die van [medeverdachte D] en [medeverdachte C].

Op 2 december 2009 werd door een observatieteam geconstateerd6 dat een groep mannen in een Peugeot met het kenteken [kenteken 2] vertrok vanaf de [adres 4] in Zevenaar in de richting van Groessen. Gezien werd dat die auto enkele keren door Groessen reed. Nabij de afslag naar Groessen stond in de richting van Groessen een auto met pech, waarbij een opvallende politieauto stond7. De voormelde Peugeot reed rechtdoor. Op basis van de verkregen gegevens werd besloten het eerder die dag door de officier van justitie gegeven aanhoudingsbevel uit te voeren. De auto werd aangehouden en op verdenking van voorbereiding van een ernstig misdrijf werden aangehouden8 de verdachten [medeverdachte A], [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte J].

In de auto werden goederen aangetroffen zoals (vermoedelijke) gasalarmpistolen, een knalpatroon, bivakmutsen, tie-rips en tape9.

Omdat aanwijzingen bestonden dat [medeverdachte B] zich zou bevinden in het perceel [adres 4] in Zevenaar werd daar door de politie op diezelfde avond binnengetreden. [medeverdachte I] bleek daar aanwezig en even later vervoegde [medeverdachte B] zich daar ook. Ook zij beiden werden aangehouden. Tijdens een doorzoeking in die woning werden knalpatronen en portemonnees (van ene [slachtoffer F] en van ene [slachtoffer G]) aangetroffen.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft met betrekking tot parketnummer 06/460449-09 feit 1 gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 en op 2 december 2009. Volgens haar was er geen sprake van vrijwillige terugtred. Bij het tweede ten laste gelegde feit acht zij bewezen het medeplegen van het voorhanden hebben van twee gaspistolen met 14 patronen. Voor het voorhanden hebben van 11 knalpatronen acht zij geen bewijs aanwezig, zodat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden, aldus de officier van justitie. Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing. Volgens haar was er geen sprake van vrijwillige terugtred. Bij feit 4 acht de officier van justitie poging tot diefstal in vereniging met inklimming bewezen. De officier van justitie heeft met betrekking tot feit 5 gerekwireerd tot vrijspraak, nu de belastende verklaring van [medeverdachte A] niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bij feit 6 acht de officier van justitie diefstal in vereniging onder bedreiging met geweld bewezen.

Het ten laste gelegde op de dagvaarding met parketnummer 06/850208-10 acht de officier van justitie bewezen als poging tot diefstal in vereniging met braak.

3. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 van parketnummer 06/460449-09 primair vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat er op 30 november 2009 geen sprake is geweest van een begin van uitvoering welke was gericht op het plegen van diefstal of afpersing. Verdachte en de medeverdachten zijn wel in de richting van het huis gelopen, maar waren nog op geruime afstand van de woning verwijderd. Het betreft geen gedraging waarvan naar uiterlijke verschijningsvorm kan worden gezegd dat zij gericht waren op de voltooiing van de ten laste gelegde delicten. Verder is er geen interactie geweest met de buitenwereld. Verdachte ontkent verder dat er een rolverdeling was afgesproken en dat is gesproken over verdeling van de buit. Subsidiair heeft de raadsman ontslag van rechtsvervolging bepleit. Hij heeft in dit verband betoogd dat er sprake is van vrijwillige terugtred. Verdachte en de medeverdachten hebben zelfstandig door actief te handelen besloten om er niet meer mee door te gaan.

Ten aanzien van 2 december 2009 heeft de raadsman betoogd dat er geen sprake is van een begin van uitvoering.

De raadsman heeft verder bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van rechtvervolging voor zover de officier van justitie meent dat er sprake is van een (strafbare) voorbereiding. Hij heeft in dit verband betoogd dat voorbereiding tot diefstal - afgesproken was dat er geen geweld zou worden gebruikt - geen strafbaar feit is nu de strafmaat voor dit delict geen 8 jaar of meer gevangenisstraf betreft. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de rol van verdachte in de voorbereiding van ondergeschikt belang was.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de wapens niet in het bezit van verdachte zijn geweest. Hij heeft wel gezien dat er wapens aanwezig waren in de auto in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009.

Met betrekking tot het derde feit heeft de raadsman primair vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat er geen sprake is van een begin van uitvoering, nu er naar uiterlijke verschijningsvorm geen op voltooiing gerichte handelingen zijn verricht. Daarnaast kan volgens de raadsman niet bewezen worden dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte heeft geen uitvoeringshandelingen verricht. Het louter niet ingrijpen is over het algemeen onvoldoende om medeplegen aan te nemen. Subsidiair heeft de raadsman ontslag van rechtsvervolging bepleit. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat sprake was van vrijwillige terugtred. Uit de verklaringen van de verdachten blijkt dat zij niet de intentie hadden om de ten laste gelegde gedragingen te voltooien. Zij hebben zelfstandig besloten om er niet mee door te gaan. Ook is geen sprake van strafbare voorbereidingshandelingen, zodat hiervoor ontslag van rechtsvervolging dient te volgen.

Wat betreft feit 4 heeft de raadsman betoogd dat verdachte heeft erkend erbij betrokken te zijn geweest. Verdachte was aanwezig, maar hij heeft niet deelgenomen aan de poging zich toegang te verschaffen tot de woning. Zijn rol was nihil. Van een nauwe samenwerking was geen sprake.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor feit 5. Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij het ten laste gelegde ontkend. Het ten laste gelegde kan niet worden bewezen.

Met betrekking tot het zesde feit heeft de raadsman betoogd dat niet bewezen kan worden dat de diefstal voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd is geweest van geweld.

Wat betreft het ten laste gelegde op de dagvaarding met parketnummer 06/850208-10 heeft de raadsman betoogd dat het delict niet is voltooid door omstandigheden van de wil van verdachte afhankelijk. Er is sprake van vrijwillige terugtred. Verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

4. Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 06/460449-09

Feit 1

30 november 2009

4.1 De rechtbank zal eerst ingaan op hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd ten aanzien van 30 november 2009.

4.2 De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat verdachte en de medeverdachten het voornemen hadden om de woning aan de [adres 3] te Groessen te overvallen. Vooraf is besproken op welke wijze de overval zou plaatsvinden en welke taak ieder had bij de uitvoering van het plan. Ook is gesproken over de verdeling van de buit.

Woning te Groessen

Zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij erbij was toen ze naar Groessen gingen op 30 november 2009. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard dat de woning was gelegen over het spoorviaduct aan de weg van Zevenaar naar Groessen10. Op de gevel stond [naam huis]. Medeverdachte [medeverdachte J] heeft in dit verband verklaard11 dat hij zag dat op de voorgevel van de woning de naam [naam huis] stond. Ook zag hij het straatnaambord [adres 3]. [medeverdachte J] is verzocht het huis aan te wijzen welke zij voornemens waren te overvallen12. Hij heeft een huis aangewezen gelegen aan de [adres 3] te Groessen. Uit een bij het proces-verbaal gevoegde foto blijkt dat op dit huis [naam huis] staat.

Voornemen tot de overval

Medeverdachte [medeverdachte J] heeft verklaard13 dat [medeverdachte K] hem had gevraagd maandag 30 november 2009 mee te gaan naar Zevenaar. Dit wordt bevestigd door medeverdachte [medeverdachte K] die heeft verklaard14 dat hij op maandagavond had afgesproken met [medeverdachte J] om naar Zevenaar te gaan. Volgens [medeverdachte K] zijn ze in Zevenaar een huis binnen gegaan. [medeverdachte C] vertelde wat voor werk hij voor hen had. Ze zouden een woning binnen gaan, de mensen vastbinden en een kluis leegroven. Er is ook besproken dat hij, [medeverdachte K], zou aanbellen bij de woning15 en dat hij en [medeverdachte J] de kluis moesten gaan zoeken. Hij kreeg een zwart metalen wapen, dat niet meer werkte16. [medeverdachte C] en [medeverdachte D] hadden ook een wapen17, [medeverdachte J] kreeg tie-rips van ongeveer 30 cm lang18. Ze zouden met z'n vieren het huis binnengaan. [medeverdachte A] zou bij de auto wachten, aldus [medeverdachte K]. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een zilverkleurig pistool heeft gekregen en dat [medeverdachte A] vertelde wat ze moesten doen.

Met betrekking tot de verdeling van de buit heeft [medeverdachte K] verklaard19 dat de vier personen die naar het huis zouden gaan evenveel zouden krijgen. [medeverdachte A] zou ook een deel van de buit krijgen. Ook verdachte heeft verklaard over de verdeling van de buit. Hij heeft verklaard20 dat de tipgever 10% van de buit zou krijgen. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte D] die eveneens heeft verklaard21 dat [medeverdachte A] met de tipgever heeft besproken dat hij 10% van de buit zou krijgen.

Begin van uitvoering

Medeverdachte [medeverdachte D] heeft verklaard22 dat ze op 30 november 2009 met z'n vijven zijn gaan rijden in de auto. [medeverdachte K]23 heeft verklaard dat ze twee of drie keer langs het huis zijn gereden en dat ze vervolgens een eind bij de woning vandaan hebben geparkeerd. Voor ze de auto verlieten hebben ze afgesproken24 dat [medeverdachte C] de slachtoffers zou vastbinden. Hij, [medeverdachte K], en [medeverdachte J] zouden op zoek gaan naar de kluis en het geld. Hij is met [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte J] in de richting van het huis gelopen25. Ze zijn via de achterzijde naar de woning gegaan. Op de vraag van verbalisanten of ze wapens en bivakmutsen bij zich hadden, heeft [medeverdachte D] bevestigend geantwoord26. Hij, [medeverdachte D], en [medeverdachte C] hadden een pistool bij zich, [medeverdachte J] had tie-rips en plakband en [medeverdachte K] had een (kapot) pistool27.

[medeverdachte J] heeft verklaard28 dat ze vlakbij de woning die ze zouden gaan overvallen parkeerden. In de auto had hij een rol tape gekregen van [medeverdachte C]. [medeverdachte A] zou in de auto blijven. [medeverdachte K] zou aanbellen. [medeverdachte D] en [medeverdachte K] zouden als eerste naar binnen gaan om de mensen onder schot te houden en te laten liggen. Hij, [medeverdachte J], moest de man vastbinden en diens mond tapen. [medeverdachte C] zou hem daarbij helpen. [medeverdachte D] zou naar geld zoeken.

4.3 De rechtbank acht het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 gelet op de genoemde bewijsmiddelen bewezen. De rechtbank overweegt in dit verband dat verdachte en de medeverdachten op 30 november 2009 zijn begonnen met de uitvoering van hun voornemen om de woning in Groessen te overvallen. Zij zijn daartoe naar Groessen gereden, hebben de woning kennelijk geobserveerd door daar meermalen langs te rijden en zijn vervolgens in de buurt van de woning gestopt. Vier personen zijn uit de auto gestapt en voorzien van tape, tie-rips, bivakmutsen en wapens of daarop lijkende voorwerpen in de richting van de woning gelopen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit moet worden gezien als begin van uitvoering van het voornemen.

4.4 Verweer vrijwillige terugtred

De raadsman heeft betoogd dat er geen strafbaar heeft is gepleegd omdat er sprake was van vrijwillige terugtred.

Van vrijwillige terugtred is sprake als het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt dat de medeverdachten hebben verklaard dat, toen zij iemand voor het raam zagen, zij hebben besloten niet verder te gaan en terug te keren naar de auto. Volgens de rechtbank kan dit niet als vrijwillige terugtred worden aangemerkt, te minder nu uit de verklaring van [medeverdachte K] naar voren komt dat bij terugkomst in Zevenaar werd gezegd dat ze de volgende dag de woning wel konden overvallen29. Ook uit de verklaring van [medeverdachte J] komt naar voren dat geen afstand is genomen van het plan tot de overval. Hij heeft met [medeverdachte K], die huisarrest had, afgesproken dat hij in diens plaats mee zou doen30. Er is derhalve veeleer sprake van het uitstellen van de overval tot een later tijdstip.

2 december 2009

4.5 De rechtbank overweegt ten aanzien van 2 december 2009 dat verdachte en drie medeverdachten op 2 december 2009 zijn aangehouden terwijl zij in de auto reden. Verdachte en de medeverdachte hielden zich (nog) niet op in de buurt van de te overvallen woning en zaten allemaal in de auto. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 8 september 1987, NJ 1988, 612, is er naar het oordeel van de rechtbank nog geen sprake van een begin van uitvoering. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 2 december 2009.

4.6 De officier van justitie heeft, voor zover het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 en/of op 2 december 2009 niet tot een bewezenverklaring mocht leiden, de voorbereidingshandelingen ten aanzien van die feiten eveneens ten laste gelegd. Nu de rechtbank het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 30 november 2009 bewezen acht, zal zij zich beperken tot een beoordeling van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor zover deze betrekking hebben op de voorgenomen overval op 2 december 2009.

4.7 De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat verdachte en de medeverdachten een tip hebben gekregen, waarna zij het voornemen hebben opgevat om de woning aan de [adres 3] te Groessen te overvallen.

Tip

Uit het proces-verbaal komt naar voren dat medeverdachte [medeverdachte L] een tip heeft gegeven betreffende de aanwezigheid van geld in een woning te Groessen. [medeverdachte L] heeft verklaard31 dat hij twee à drie maanden geleden als glazenwasser heeft gewerkt bij een woning in Groessen. Op foto's die verbalisanten hem hebben getoond, heeft hij het huis aan de [adres 3] te Groessen herkend. Toen hij, zijn baas en diens zoon klaar waren met de werkzaamheden, moest de vrouw van het huis € 150,- betalen. Ze betaalde met een briefje van € 200,- en ze zei dat ze nooit geld op de bank zette omdat er dan de kans was dat ze alles kwijt kon raken als gevolg van de crisis. Hij, [medeverdachte L], kreeg toen het idee dat ze veel geld in huis had. Een maand later vroeg [medeverdachte D] hem of hij wist of er ergens wat te verdienen was. Hij was op zoek naar een tip. Twee dagen later belde [medeverdachte D] op zijn telefoon en vroeg of hij buiten wilde komen. Buiten zag hij een rode Volkswagen waarin twee jongens zaten. Hij, [medeverdachte L], is in de auto gestapt en ze zijn gaan rijden. Hij heeft uitgelegd waar de woning was. De vrijdag daarna is hij weer gebeld door [medeverdachte D] en is hij met [medeverdachte D] en een man die hij op een hem getoonde foto heeft herkend meegereden naar het huis. Hij heeft de woning aangewezen. Hem is 10% van de opbrengst beloofd. Ook is gesproken over 30% en over een paar honderd euro. De eerste keer dat hij met [medeverdachte D] over de woning heeft gesproken was rond 5 of 10 november 2009.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij het gesprek met de tipgever is geweest. [medeverdachte A] heeft verklaard32 dat de tip dat er stapels met bankbiljetten in een woning zouden liggen kwam van een maatje van [medeverdachte D], die daar als glazenwasser had gewerkt. Toen er met die glazenwasser moest worden afgerekend kwam er een vrouw aan de deur die een stapel bankbiljetten in haar hand had. De jongen had ook biljetten van 500 euro gezien. De beloning voor de tipgever zou afhangen van het bedrag dat daar zou worden gevonden, afgesproken was 10% van de buit. Besproken werd wat er te halen viel en of hij geïnteresseerd was om mee te doen. Hij, [medeverdachte A], heeft de glazenwasser twee keer gezien. De tweede keer heeft de glazenwasser de woning voor de overval aangewezen. Dat was mogelijk op 27 november 2009. De woning was gelegen direct over het spoorviaduct aan de weg van Zevenaar naar Groessen. Op de gevel stond volgens hem [naam huis].

Medeverdachte [medeverdachte J] heeft met betrekking tot de woning verklaard33 dat hij zag dat op de voorgevel van de woning de naam [naam huis] stond. Ook zag hij het straatnaambord [adres 3]. [medeverdachte J] is verzocht het huis aan te wijzen welke zij voornemens waren te overvallen34. Hij heeft een huis aangewezen gelegen aan de [adres 3] te Groessen. Uit een bij het proces-verbaal gevoegde foto blijkt dat op dit huis [naam huis] staat.

Gesprekken via de telefoon en sms-berichten

Uit diverse getapte gesprekken komt het beeld naar voren dat over de telefoon is gesproken over het voornemen de woning in Groessen te overvallen. Zo is [medeverdachte A] op 1 december 2009 om 18.07 uur gebeld35 door [medeverdachte C]. [medeverdachte A] zegt in dat gesprek dat iedereen om acht uur, half negen paraat is.

Om 19.39 uur is [medeverdachte A] gebeld36 door het nummer 06-[nummer]. Dit telefoonnummer hoort bij de telefoon die in de Peugeot van [medeverdachte J] is gevonden en waarover [medeverdachte J] heeft verklaard dat het toestel van hem is37.

[medeverdachte A] zegt: "...als je nu weinig tijd hebt, is fucked up. Kijk als je morgen eerder kan, dan wordt de afgesproken tijd van vandaag eigenlijk rond etenstijd..."

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ja heb je gelijk in".

[medeverdachte A] zegt: "dat is gemakkelijk voor ons en voor jou ook. Dat is boem boem en wegwezen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ok, dat is wel fijne tijd. Dan kan ik ook komen, tenzij ze morgen weer bellen voor werk...".

[medeverdachte A] zegt: dus spreken we nu af voor 100% morgen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ja ja, ik moet wel dan he".

[medeverdachte A] zegt: "ja? Dan doen we het morgen".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "als me moeder niet tegen ligt, dan moet alles goed komen. Ik denk het niet. Zo rond etenstijd, dat is normale tijd".

[medeverdachte A] zegt: "doe maar zes uur, half zeven. Als je gewoon mij om zes uur belt en dan naar Zevenaar komt is goed".

De beller ([medeverdachte J]) zegt: "ok man, zien we elkaar morgen".

Om 19.42 uur heeft [medeverdachte A] gebeld naar [medeverdachte C].

[medeverdachte A] zegt: "Luister... die boy die kan niet vandaag weet je hij moet snel...snel anders hij is fucked up...".

[medeverdachte C] zegt: "...je moet niet overhaasten...dus hoe gaan we het doen".

[medeverdachte A] zegt: "ik heb gezegd... morgen... de tijd van vandaag". ... "so wie so dat ding wat we gisteren wilden doen is echt goed serieus... je weet toch".

Om 20.33 uur wordt [medeverdachte A] gebeld38 door het nummer 06-[nummer]. Dit telefoonnummer staat op naam van [moeder medeverdachte D], moeder van medeverdachte [medeverdachte D]. [medeverdachte A] zegt tegen de beller dat hij morgen om 6 uur paraat moet zijn bij de super.

Op 2 december 2009 heeft [medeverdachte A] om 14.58 uur een sms ontvangen39 met de tekst: "... kan ut vanavond? Dan komen we rond 10 oke?"

Om 18.07 uur heeft [medeverdachte A] een sms ontvangen40 met de tekst: "Oi gaan we vandaag? Dan kan k die andere laten weten...".

Om 18.30 uur is [medeverdachte A] gebeld41 door het nummer 06-[nummer]. Dit telefoonnummer hoort bij de telefoon die in de Peugeot van [medeverdachte J] is gevonden en waarover [medeverdachte J] heeft verklaard dat het toestel van hem is42. De beller zegt dat hij bij station Zevenaar is. [medeverdachte A] zegt dat hij naar Super de Boer moet rijden.

Om 18.30 uur is [medeverdachte A] gebeld43 door het nummer 06-[nummer]. De beller zegt dat [medeverdachte A] [bijnaam medeverdachte D] (opmerking rechtbank: zo wordt medeverdachte [medeverdachte D] veelal aangesproken) thuis moet ophalen.

MSN-gesprekken

Ook op MSN is gesproken over de overval van de woning in Groessen. Bij medeverdachte [medeverdachte D] is een gesprek44 aangetroffen van 1 december 2009, 11.43 uur, waarin hij tegen [medeverdachte A] zegt: "tonight is on kanniet anders". [medeverdachte A] antwoordt daarop: "zowiezo". Op dezelfde dag voert [medeverdachte D] om 20.30 uur een MSN-gesprek45 met medeverdachte [medeverdachte C] (emailadres [e-mailadres]46), waaruit blijkt dat de 'torrie' niet doorgaat. Op 2 december 2009, 19.16 uur voert [medeverdachte D] een MSN-gesprek47 met medeverdachte [medeverdachte L] (emailadres [e-mailadres]48). [medeverdachte D] zegt in dat gesprek dat hij moet wachten tot 10 uur. [medeverdachte L] informeert wanneer ze gaan en constateert dat ze dat niet via dinges kunnen zeggen, waarop [medeverdachte D] zegt: "stel dat iets gebeurt tog".

Verklaringen van verdachte en de medeverdachten

Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten komt naar voren dat het de bedoeling was dat de overval van de woning te Groessen op 2 december 2009 zou plaatsvinden en dat daarvoor voorbereidingen werden getroffen.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft in dit verband verklaard49 dat hij van [medeverdachte A] heeft gehoord dat de overval in Groessen niet is doorgegaan en dat ze het opnieuw zouden proberen op 1 december 2009. Toen dat ook niet doorging, werd een afspraak gemaakt voor 2 december 2009. De jongens zouden zich verzamelen in de woning van [medeverdachte I]. Ze noemden dat huis "safehouse". [medeverdachte A] heeft hem, [medeverdachte B], gevraagd of hij 2 december 2009 's avonds in die woning aanwezig kon zijn, zodat de jongens zich daar konden verzamelen ter voorbereiding op de overval in Groessen. Ook verdachte heeft verklaard50 dat zij altijd verzamelden in de woning van [medeverdachte I]. [medeverdachte I] woont blijkens een proces-verbaal van bevindingen51 op het adres [adres 4] te Zevenaar.

De woning van [medeverdachte I] werd door verdachte en de medeverdachten ook gebruikt als opslagplaats. Zo heeft [medeverdachte A] verklaard52 dat hij het zilveren pistool van [medeverdachte B] uit een kast in de woonkamer van [medeverdachte I] heeft gepakt. [medeverdachte D] heeft verklaard53 dat hij een van de keren dat hij in het safehouse is geweest pistolen op tafel zag liggen. Een onbekende man liep naar achteren en kwam terug met een zakje waarin patronen zaten.

Bij doorzoeking van de woning54 aan de [adres 4] te Zevenaar zijn onder meer 39 knalpatronen van het merk Y.A.S. aangetroffen.

Volgens [medeverdachte A]55 was het de bedoeling dat de overval in Groessen op 2 december 2009 zou plaatsvinden. Verdachte heeft in dit verband verklaard dat hij op 2 december 2009 is opgehaald om de overval in Groessen te plegen. Hij wist dat [medeverdachte A] de woning wilde overvallen. Medeverdachte [medeverdachte D] heeft eveneens verklaard56 dat hij op 2 december 2009 thuis is opgehaald. Ze zijn naar het safehouse gegaan, waar [medeverdachte A] is uitgestapt. Toen [medeverdachte A] terugkwam haalde hij een zwart alarmpistool uit zijn zak en gaf dat aan [medeverdachte C]. Uit een andere zak haalde [medeverdachte A] een zilverkleurig pistool dat hij aan [medeverdachte D] gaf. Hij, [medeverdachte D], heeft het pistool onder de rechtervoorstoel gelegd. Ze hadden ook twee bivakmutsen en tie-rips mee57.

Volgens [medeverdachte D] was er een taakverdeling gemaakt. Hij heeft verklaard58 dat [medeverdachte A] in de auto zou blijven. Hij, [medeverdachte D], zou naar geld zoeken en [medeverdachte C] en [medeverdachte J] zouden de mensen vastbinden. [medeverdachte J] en [medeverdachte C] zouden als eerste de woning in gaan via de voordeur. Zodra de bewoners de deur zouden openen, zou hij, [medeverdachte D], vanwege zijn lengte de deur verder opentrappen.

[medeverdachte J] heeft verklaard59 dat hij op dinsdag een bivakmuts heeft gekregen van [medeverdachte K]. Die heeft hij in het handschoenenvakje in de auto gelegd. Op woensdag 2 december 2009 was hij om ongeveer 18.30 uur in Zevenaar. Hij heeft [medeverdachte A] opgepikt en is met hem langs een huis gereden. Achteraf kan worden vastgesteld dat dit het huis was dat overvallen zou worden. Hij had wel het idee dat ze daar in de buurt een huis zouden overvallen, omdat ze daar maandagavond ook al hadden gereden. Daarna hebben ze [medeverdachte C] en [medeverdachte D] opgehaald. Onderweg kreeg hij, [medeverdachte J], tape en tie-rips van [medeverdachte D] die hij bij zijn voeten heeft neergelegd. Nadat [medeverdachte D] was ingestapt hebben ze het over het geld gehad dat bij die man te halen was. De helft van de buit zou worden geïnvesteerd in weed, de andere helft zou worden verdeeld. In de auto heeft [medeverdachte A] gezegd hoe de taakverdeling was. [medeverdachte C], [medeverdachte D] en hij, [medeverdachte J], zouden het huis binnen gaan door gewoon aan te bellen. [medeverdachte A] zou in de auto blijven. [medeverdachte A] heeft gezegd dat hij, [medeverdachte J], de man moest vastbinden met tie-rips. [medeverdachte C] zei dat hij daarmee zou helpen door de handen van de man vast te houden. [medeverdachte D] moest zoeken naar geld. [medeverdachte A] heeft in de auto een pistool achter zijn broekriem vandaan gehaald en dat pistool aan iemand gegeven. [medeverdachte J] heeft verder verklaard60 dat hij met [medeverdachte K] had afgesproken dat die een deel van zijn aandeel in de buit zou krijgen.

[medeverdachte J] heeft verder verklaard61 dat hij een bordeauxrode Peugeot 306 heeft. Uit zijn verklaring valt op te maken dat ze op de avond van 2 december 2009 in zijn auto hebben gereden. Hij heeft in dit verband verklaard62 dat hij zijn auto, een Peugeot, bestuurde. Later heeft [medeverdachte A] hem gevraagd of hij mocht rijden. Hij, [medeverdachte J], vond dat goed en is rechts voorin de auto gestapt.

Na aanhouding van de inzittenden is op 2 december 2009 sporenonderzoek63 verricht in de personenauto van het merk Peugeot met het kenteken [kenteken 2]. Het onderzoek is voortgezet op 3 december 2009. Daarbij is onder andere veiliggesteld ten behoeve van DNA-onderzoek:

- een zilverkleurig gas-alarmpistool van het merk Ekol First compact met nummer [nummer] met in de houder 8 negen millimeter knalpatronen;

- een gas-alarmpistool van het merk Pak Vektor 9 mm, met in de houder 6 negen millimeter knalpatronen;

- 2 zwarte bivakmutsen met drie gaten;

- een rol brede grijze klussentape;

- 10 grote witte tie-rips.

4.8 De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel in de periode van 6 november 2009 tot en met 30 november 2009 als in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 voorbereidingshandelingen zijn verricht voor het plegen van de overval op de woning aan de [adres 3] te Groessen op 2 december 2009. De rechtbank merkt met betrekking tot de genoemde bewijsmiddelen op dat een deel van de bewijsmiddelen, waaronder de tip van medeverdachte [medeverdachte L] en de observatie van de woning met de tipgever zowel gebruikt is voor de ondernomen poging op 30 november 2009 als onderdeel is van de voorbereidingshandelingen voor 2 december 2009. De tip is eenmalig gegeven, waarbij onbekend was wanneer de overval gepleegd zou worden. Daarnaast zijn na de bewezenverklaarde poging op 30 november 2009 nieuwe voorbereidingshandelingen verricht die uitsluitend gericht waren op een na die datum te plegen overval op dezelfde woning.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen.

De rechtbank verwerpt het verweer dat er geen sprake was van een delict waarop een gevangenisstraf van 8 jaar of meer staat omdat was afgesproken dat er geen geweld zou worden gebruikt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en de medeverdachten wapens, tape en tie-rips bij zich hadden. Dit wijst erop dat zij, indien nodig, geen geweld of dreiging met geweld schuwden.

Feit 2

5.1 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 2 december 2009 is opgehaald om de overval in Groessen te gaan plegen. In de woning van [medeverdachte I] lagen volgens hem twee pistolen op tafel. Op 30 november 2009 heeft hij in de auto een zilverkleurig pistool gekregen. Dit pistool is later die avond afgegaan in de auto. Ook is toen een ander pistool afgegaan. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard64 dat op 30 november 2009 twee pistolen op de tafel lagen in de woning van [medeverdachte I]. Dit waren de pistolen die bij hun aanhouding op 2 december 2009 in de auto zijn aangetroffen.

Verbalisant heeft gerelateerd65 dat op 2 december 2009 sporenonderzoek is verricht in een personenauto van het merk Peugeot met het kenteken [kenteken 2]. Daarbij is onder meer veiliggesteld ten behoeve van DNA-onderzoek: een zilverkleurig gas-alarmpistool van het merk Ekol First compact met nummer [nummer] met in de houder een aantal negen millimeter knalpatronen. Op 3 december 2009 is het sporenonderzoek in de auto voortgezet en is onder meer een gasalarmpistool Pak Vektor 9 mm, houder in wapen, veiliggesteld66. In het gaspistool van het merk Röhm, model Vektor CP1, zijn 6 patronen van het kaliber 9 mm P.A.K. aangetroffen67. In het gaspistool van het merk Voltran, model Ekol Firat Compact, zijn 8 patronen van het kaliber 9 mm P.A.K. aangetroffen68. Verder is gebleken dat verdachte en de medeverdachten geen verlof hadden tot het voorhanden hebben van een vuurwapen69.

5.2 Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dit feit bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het voorhanden hebben van 11 knalpatronen, nu deze niet zijn aangetroffen verdachte en er geen bewijs is dat hij deze knalpatronen voorhanden heeft gehad.

De rechtbank passeert het verweer van de raadsman dat de wapens niet in het bezit van verdachte zijn geweest, nu voor het voorhanden hebben van de wapens niet de juridische eigendom daarvan noodzakelijk is. Vaststaat dat verdachte in de ten laste gelegde periode (tezamen met zijn medeverdachten) over de beide vuurwapens heeft kunnen beschikken en ook daadwerkelijk (een van deze) vuurwapens in handen heeft gehad.

Feit 3

6. De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten naar voren komt dat er sprake was van een spontane actie. Er zijn vooraf geen afspraken gemaakt om de cafetaria in Didam te overvallen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten met het doel de cafetaria te overvallen. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 4

7.1 Aangever [slachtoffer A] heeft verklaard70 dat hij op 22 september 2009 omstreeks 21.45 uur lag te slapen in zijn benedenwoning aan de [adres 1] te Duiven. Hij hoorde gebonk op zijn slaapkamerraam en is uit bed gegaan. Hij deed de deur naar de tuin open en hij zag vier personen staan die in het zwart waren gekleed en bivakmutsen op hadden. Hij heeft de deur dicht gedaan en hij heeft via de voordeur zijn woning verlaten. Hij hoorde dat een ruit in zijn slaapkamer kapot werd geslagen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij mee is geweest naar de woning. Hij wist dat [medeverdachte D], [medeverdachte G] en [medeverdachte A] geld wilden gaan maken. Ze zijn via de achterkant naar de woning gegaan.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij in totaal twee keer heeft geprobeerd bij de woning aan de [adres 1] te Duiven binnen te komen71. Hij is op 22 september 2009 bij de woning van aangever geweest. Ze wilden wiet stelen72. Ze waren over de schutting geklommen en een van hen wilde met een breekijzer de deur open wrikken. Iemand heeft op de ruit van de slaapkamer getikt, waarna de deur werd geopend. Ze waren verrast dat er iemand thuis was. Toen verdachte de klink vast had, werd de deur dichtgetrokken. Iemand anders heeft toen met het breekijzer een raam van de deur ingeslagen. Ze zijn daarna over de schutting geklommen en hard naar de auto teruggelopen. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft ook verklaard73 dat hij, [medeverdachte G], [medeverdachte C] en [medeverdachte H] een breekijzer bij zich hadden. Ze waren bij de voordeur om te kijken of deze open te breken was. Afgesproken was de bewoner een klap te geven als deze thuis was. Op de voordeur hing een briefje met de tekst "niet storen". Ze zijn toen naar de achterkant van de woning gegaan. Hij had informatie dat er in de woning wel 60 "ruggen" zou liggen verstopt in de afzuigkap, in de slaapkamer onder het bed, in het kluisje in de badkamer, in de keukenla en in een kast in de woonkamer.

Medeverdachte [medeverdachte G] heeft verder verklaard74 dat hij de overval aan de [adres 1] in Duiven wilde plegen met [medeverdachte A] , [medeverdachte H] en [medeverdachte C]75. [medeverdachte A] had gezegd dat ze naar een adres zouden gaan waar een crimineel woont en dat die man veel geld en drugs in huis zou hebben. Ze zijn toen achterom gegaan en over een muur geklommen76. Ze kwamen in de tuin van de woning. [medeverdachte H] tikte op een raam. De achterdeur werd geopend door een man. Ze zijn over de muur geklommen en terug naar de auto gerend.

Medeverdachte [medeverdachte H] heeft verklaard77 dat hij [medeverdachte A] meerdere keren heeft horen zeggen dat hij op het adres aan de [adres 1] in Duiven wilde inbreken. Daar was een opslagplaats voor wiet en er zou ook geld liggen volgens [medeverdachte A]. In de auto heeft [medeverdachte A] tegen [medeverdachte C] en [medeverdachte G] gezegd dat ze voor het geld moesten kijken in de afzuigkap en in de keukenlades. Hij, [medeverdachte H], kreeg de opdracht om de deur van die woning open te maken. Hij kreeg van [medeverdachte A] een breekijzer in zijn handen gedrukt, waarmee hij de deur moest openmaken. Hij is met [medeverdachte C] aan de achterzijde van de woning over de schutting geklommen. [medeverdachte A] klom over een schuurdak en [medeverdachte G] ging door een poort.

7.2 De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest en acht poging tot diefstal in vereniging met inklimming bewezen.

Voor zover de raadsman met zijn verweer dat er geen sprake was van een nauwe samenwerking heeft beoogd te stellen dat er onvoldoende bewijs is voor medeplegen overweegt de rechtbank als volgt. Uit de verklaring van de medeverdachten blijkt dat verdachte op de hoogte was van het plan om in te breken in de woning aan de [adres 1] te Duiven. Uit de verklaringen van [medeverdachte A] en [medeverdachte H] komt naar voren dat ook is gesproken over een taakverdeling. De rechtbank acht hiermee voldoende bewijs aanwezig voor een bewuste en nauwe samenwerking. Dat verdachte niet heeft deelgenomen aan de poging zich toegang te verschaffen tot de woning, doet hieraan niet af, te minder nu hij er wel bij aanwezig was. De rechtbank verwerpt het verweer.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte en de medeverdachten de ruit hebben ingeslagen met het doel in te breken en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 5

8. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest, nu de belastende verklaring van [medeverdachte A] niet wordt ondersteund door ander bewijs.

Feit 6

9.1 Aangever [slachtoffer B] heeft verklaard78 dat hij op 22 september 2009 's avonds in zijn huis aan de [adres 8] te Duiven was. Omstreeks 22.00 uur ging de bel van zijn woning. Hij deed open en voelde meteen dat hij met een vuist een klap op zijn gezicht kreeg. Hij voelde hevige pijn op zijn linker jukbeen. Hij zag dat een jongen een vuurwapen op hem gericht hield. Hij werd naar binnen geduwd en naar de bank gedirigeerd. Een getinte jongen zei "zitten, zitten". Hij zag dat drie personen zijn woning waren binnen gedrongen. De persoon met het vuurwapen hield dit wapen op zijn linker slaap gericht. Het wapen had een zilverkleurige loop van ongeveer 15 centimeter. Aangever voelde zich bedreigd en was bang. Een getinte jongen riep "geld, geld". Aangever zei dat er € 425,- onder de loper op het dressoir in de slaapkamer lag. De getinte jongen pakte het geld uit de slaapkamer. De jongens verlieten daarna de woning. Aangever mist € 425,-, een mobiele telefoon (Nokia N-73), een oude videorecorder en apparatuur om het suikergehalte in zijn bloed te meten79.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij had gehoord dat er weed en geld in de woning zou zijn. Hij moest aanbellen en toen aangever de deur opende, heeft hij een pistool laten zien. Aangever is toen op de bank gaan zitten. Hij, verdachte, heeft aangever onder schot gehouden en gevraagd naar geld. De anderen zijn in de woning op zoek gegaan. Hij, verdachte, heeft ook nog gezocht, maar niets gepakt. In de auto kreeg iedereen een beetje geld.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard80 dat hij aanwezig is geweest bij de overval van de seniorenwoning te Duiven. Hij heeft de jongens afgezet. Ze hebben ongeveer € 400,- meegenomen. [medeverdachte H] heeft ook een mobiele telefoon en een filmcamera meegenomen. Tijdens de overval is hij, [medeverdachte A], in de auto blijven zitten.

Medeverdachte [medeverdachte H] heeft verklaard81 dat ze in Duiven naar een seniorenwoning in de buurt van het spoor zijn gegaan. Voor de woning is hij met [medeverdachte G] en [medeverdachte C] afgezet. [medeverdachte A] zei toen dat [medeverdachte G] en [medeverdachte C] wel wisten wat er moest gebeuren. [medeverdachte A] is in de auto blijven zitten. [medeverdachte H] heeft verder verklaard dat de bewoner de hele tijd is bedreigd met het vuurwapen. Aan de bewoner is gevraagd waar de handel lag. Hij, [medeverdachte H], en [medeverdachte C] zijn op zoek gegaan. Hij heeft een mobiele telefoon van het aanrecht gepakt en een tasje voor een videocamera. De bewoner zei dat er geld lag op de slaapkamer. Dat geld heeft [medeverdachte G] gepakt.

[medeverdachte G] heeft verklaard82 dat ze naar de [adres 8] te Duiven zijn gegaan omdat de overval aan de [adres 1] te Duiven was mislukt. Voordat ze naar de woning gingen, zag hij dat [medeverdachte H] een pistool aan een jongen met een pet op ([medeverdachte C]83) gaf. De jongen met het pistool belde aan en stormde naar binnen toen de deur open ging. Ze zijn met z'n drieën naar binnen gegaan en ze hebben gezocht naar geld en drugs.

9.2 De rechtbank acht diefstal in vereniging voorafgegaan en vergezeld van geweld bewezen. Verdachte heeft verklaard dat hij toen aangever de deur opende een pistool heeft laten zien. Verder heeft [medeverdachte H] verklaard dat aangever de hele tijd onder schot is gehouden. Beide verklaringen in onderlinge samenhang bezien wijzen erop dat de diefstal is voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld. Uit de verklaring van aangever in samenhang bezien met de verklaring van [medeverdachte G] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat aangever na het openen van de deur naar binnen is geduwd. Voor het slaan acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig.

Parketnummer 06/850208-10

10.1 Aangever [slachtoffer A] heeft verklaard84 dat in de periode van 18 oktober 2009 te 16.00 uur en 19 oktober 2009 te 15.00 uur is geprobeerd in te breken in zijn woning aan de [adres 1] te Duiven. Hij heeft schade aan zijn voordeur ter hoogte van de deurgreep die vermoedelijk is aangebracht met een schroevendraaier of beitel. Van de poging tot inbraak heeft hij camerabeelden. De daders zijn in totaal vijf keer aan de deur geweest: drie keer om te kijken of hij thuis was en twee keer om daadwerkelijke in te breken. Ook de poort aan de achterzijde van de woning is beschadigd ter hoogte van de deurgreep. Op de camerabeelden is te zien dat drie mannen bij zijn voordeur staan en naar de sloten van de voordeur kijken85. De mannen lopen even weg en komen terug met een voorwerp dat lijkt op een grote schroevendraaier. Een van de mannen probeert de voordeur open te breken, terwijl een van de andere mannen op de uitkijk staat. De mannen gaan even weg en komen na ongeveer 5 minuten weer terug. Het lijkt erop dat een van de mannen een beitel in zijn handen heeft.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode van 18 tot en met 19 oktober 2009 bij de woning van aangever is geweest. Het klopt dat hij aan de deur heeft gerammeld. Hij heeft als enige geprobeerd in te breken met een koevoet. Ze hebben besloten niet in te breken omdat het niet lukte.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard86 dat hij twee keer heeft geprobeerd bij de woning aan de [adres 1] te Duiven binnen te komen. De camerabeelden zijn opgenomen in de nacht van 18 op 19 oktober 2009. [medeverdachte B] is degene die op de beelden staat tijdens de poging tot inbraak bij aangever in de nacht van 18 op 19 oktober 200987. Hij draagt een bivakmuts. Bij de poging tot inbraak waren ze met z'n drieën88.

10.2 De rechtbank acht poging tot diefstal in vereniging met braak bewezen. Uit de verklaringen komt naar voren dat er sprake is van een begin van uitvoering. Verdachte en de medeverdachten zijn naar de woning gegaan en hebben geprobeerd de deur open te breken. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van vrijwillige terugtred, te minder nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat ze hebben besloten om niet in te breken omdat het niet lukte. Dit is naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheid van de wil van verdachte afhankelijk. De rechtbank verwerpt het verweer.

11. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/460449-09

1.

hij op 30 november 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen weg te nemen geld en/of

goederen, toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E], althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die (familie) [slachtoffer E], althans tegen die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde

woning,

te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met voormeld oogmerk

- tape en tie-rips en bivakmutsen en (geladen) (vuur)wapens, althans daarop gelijkende

voorwerpen in een auto hebben gelegd en vervoerd en

- een rolverdeling hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop bovengenoemd

strafbaar feit uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- met een auto in de richting van de woning gelegen aan de [adres 3] te

Groessen zijn gereden en aldaar zijn uitgestapt en naar de achterzijde van die woning

zijn gelopen met medeneming van tape en tie-rips en bivakmutsen en vuurwapens,

althans daarop gelijkende voorwerpen,

en

hij op 30 november 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die (familie) [slachtoffer E] , althans die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, toebehorende aan die (familie) [slachtoffer E] , althans aan die bewo(o)n(st)er(s) van voornoemde woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medader(s) met voormeld oogmerk

- tape en tie-rips en bivakmutsen en (geladen) (vuur)wapens, althans daarop gelijkende

voorwerpen in een auto hebben gelegd en vervoerd en

- een rolverdeling hebben afgesproken met betrekking tot de wijze waarop bovengenoemd

strafbaar feit uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- met een auto in de richting van de woning gelegen aan de [adres 3] te

Groessen zijn gereden en aldaar zijn uitgestapt of naar de achterzijde van die woning

zijn gelopen met medeneming van tape en tie-rips en bivakmutsen en vuurwapens,

althans daarop gelijkende voorwerpen,

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven (telkens) niet is voltooid;

EN

hij op tijdstippen in de periode van 6 november 2009 tot en met 30 november 2009 en in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 te Groessen, gemeente Duiven, en in de gemeente Zevenaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging van geld en/of goederen, toebehorende aan (de familie) [slachtoffer E] ,althans aan de bewo(o)n(st)er(s) van een woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen,

(telkens) opzettelijk

- bivakmutsen, en

- tape en tie-rips en

- geladen vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen en

- een auto en

- een woning gelegen aan de [adres 4] te Zevenaar, dienende als verzamelplek

van verdachte en zijn mededaders en als bewaarplaats voor vuurwapens en munitie,

zijnde voorwerpen, een vervoermiddel en een ruimte bestemd tot het begaan van die misdrijven, heeft voorhanden gehad, en

hij, verdachte, en (een of meer van) zijn mededader(s)

- inlichtingen hebben ingewonnen met betrekking tot het te overvallen object en/of subject

(te weten (de familie) [slachtoffer E]/ de bewo(o)n(st)er(s) van perceel [adres 3]

14 te Groessen) en

- zich die woning gelegen aan de [adres 3] te Groessen laten aanwijzen

en

- mondelinge en telefonische en via MSN en via SMS gesprekken hebben gevoerd met

betrekking tot het al of niet deelnemen van bepaalde perso(o)n(en) aan bovengenoemde

strafbare feiten en het tijdstip en de wijze waarop bovengenoemde strafbare feiten

uitgevoerd zou worden en

- hebben besproken hoe de buit verdeeld zou (kunnen) worden en

- voornoemde vuurwapens/voorwerpen hebben geladen met patronen/munitie;

2.

hij in de periode van 30 november 2009 tot en met 2 december 2009 in de gemeente(n) Montferland en/of Zevenaar en/of Duiven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

twee wapens van categorie III (onder 1), te weten

- een gaspistool (merk Voltran, model Ekol Firat Compact, kaliber 9 mm) en

- een gaspistool (merk Röhm, model Vektor CP1, kaliber 9 mm) en

munitie van categorie III, te weten in totaal 14 patronen van het kaliber 9 mm P.A.K.,

zijnde voor deze wapens geschikte munitie, voorhanden hebben gehad;

4.

op 22 september 2009 te Duiven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van inklimming,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededaders met voormeld oogmerk

- over een schutting zijn geklommen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en een mobiele telefoon (Nokia N 73) en een videorecorder (Samsung), toebehorende aan [slachtoffer B],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning hebben geduwd en

- op korte afstand van die [slachtoffer B] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer B] en/of daarbij tegen die [slachtoffer B]

hebben geroepen/gezegd: "Zitten, zitten" waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam en

- vervolgens de loop van dit vuurwapen, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp

tegen de linkerslaap van die [slachtoffer B] hebben geplaatst en dit wapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die [slachtoffer B] hebben

gehouden en

- meermalen op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] hebben geroepen/gezegd: "Geld, geld".

Parketnummer 06/850208-10

in de periode van 18 oktober 2009 tot en met 19 oktober 2009 te Duiven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van braak,

hij, verdachte, en/of zijn mededaders met voormeld oogmerk

een voordeur en schuttingdeur (ter hoogte van de deurgreep) heeft beschadigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

12. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

13. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/460449-09

De feiten onder 1:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Voorbereiding tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot wapens en munitie van categorie III;

Feit 4:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 6:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

Parketnummer 06/850208-10

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

14. Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport gedateerd 5 april 2010 en opgemaakt door drs. S. Wijga, klinisch psycholoog/psychotherapeut. Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

15. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van de periode dat hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

De raadsman heeft betoogd dat de eis van de officier van justitie te hoog is, temeer daar de overval in Apeldoorn niet bewezen kan worden. Rekening moet worden gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in korte tijd heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van (pogingen tot) diefstal en afpersing en verboden wapenbezit. Daarbij werd geweld en bedreiging met geweld niet geschuwd. Verdachte en zijn mededaders gebruikten hierbij vuurwapens dan wel hierop gelijkende voorwerpen. Verdachte en zijn mededaders handelden puur uit financieel gewin. Ze waren daarbij met name uit op geld en drugs, die ze konden verkopen. Ze gingen hierbij uitermate berekenend te werk. Zo vonden zij dat ze personen van wie zij vermoeden dat ze drugs dan wel geld verkregen uit de verkoop van drugs bezaten, konden overvallen omdat deze personen zelf crimineel waren en geen aangifte zouden doen. Ze vroegen zich op geen enkele moment af wat voor impact hun handelen had op hun slachtoffers. Dat hun handelen veel impact heeft gehad blijkt onder meer uit de verklaring van aangever [slachtoffer A]. Hij heeft tijdelijk elders gewoond omdat hij zich niet fijn meer voelde in zijn eigen huis. Ook aangever [slachtoffer B] heeft zijn huis tijdelijk verlaten omdat hij bang was dat verdachte en zijn mededaders terug zouden komen. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het Pro Justitiarapport van 5 april 2010. Volgens drs. S. Wijga, klinisch psycholoog/psychotherapeut lijdt verdachte aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Er is sprake van verslavingsproblematiek, te weten afhankelijkheid van cannabis en misbruik van alcohol. Verdachte lijdt verder aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, aldus Wijga. Sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO, met antisociale en borderline trekken op de voorgrond. Verdachte heeft een zwakke gewetensfunctie. Er zijn onvoldoende remmingen opgebouwd in de psychische structuur. Hij kan zich moeilijk in een ander verplaatsen. Er lijkt sprake van een oppervlakkig gevoelsleven en er is weinig contactgroei. Verdachte is gericht op onmiddellijke behoeftebevrediging.

Volgens Wijga is de kans op recidive zonder behandeling groot. Wijga meent in dit verband dat er sprake is van verhoogde kwetsbaarheid. De geringe impulscontrole van verdachte kan leiden tot acting-out gedrag. De zwakke gewetensfunctie en het gebrek aan invoelingsvermogen met het slachtoffer kunnen opnieuw aanleiding geven tot soortgelijke of andere strafbare feiten. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat het verdachte niet lukt vorm te geven aan zijn leven. Volgens Wijga is een klinisch forensische setting geïndiceerd, waarbij hij denkt aan de Piet Roordakliniek.

Uit het reclasseringsrapport van 21 april 2010, opgemaakt door H. Altena, komt naar voren dat er diverse criminogene factoren zijn, zoals geen geschikte woonsituatie, geen zinvolle dagbesteding, geen inkomsten, verscheurde familiebanden, vrienden waar criminaliteit de norm is, middelengebruik, psychische problemen, persoonlijkheidsproblematiek en beperkte denkpatronen en vaardigheden. De kans op recidive wordt groot geacht. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden wordt op laag ingeschat. Geadviseerd wordt een gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat verdachte een meldingsplicht heeft en dat hij zich klinisch laat behandelen in de Piet Roordakliniek te Apeldoorn of soortgelijke instelling, en verder dat hij eventueel een aanvullend ambulant traject zal volgen.

Uit het reclasseringsrapport van 23 juni 2010 blijkt dat verdachte een intake heeft gehad bij de Piet Roorda Kliniek te Apeldoorn. Door deze kliniek wordt hem geen behandelaanbod gedaan.

De rechtbank heeft ook de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt naar voren dat verdachte recent is veroordeeld ter zake van (poging tot) afpersing en diefstal tot een gevangenisstraf van 400 dagen. Deze recente en eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, waarbij gedreigd is met geweld en geweld is gebruikt door verdachte en/of zijn mededaders.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat alleen een lange gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. Hoewel de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie acht zij niettemin de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 5 jaar de rechtbank passend en geboden, gelet op de ernst van de feiten, waarbij met name de geweldadige overval op de woning van [slachtoffer B] en de poging/voorbereidingshandelingen voor de overval op de woning in Groessen gewicht in de schaal leggen. De rechtbank heeft ook in het nadeel van verdachte meegewogen dat hij pas kort was vrijgekomen uit detentie na een veroordeling van aanzienlijke duur voor een vergelijkbaar feit.

Gelet op de duur van de gevangenisstraf behoort een voorwaardelijk deel niet tot de mogelijkheden. Dit betekent dat een eventuele ambulante behandeling van verdachte zal moeten plaatsvinden in het kader van het Penitentiaire programma Terugdringen Recidive of in het kader van een eventuele Voorwaardelijke invrijheidsstelling.

16. In beslag genomen voorwerpen

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerp aan de veroordeelde.

17. Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.500,- vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.500,- vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

18. Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu deze vorderingen geen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partijen derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

19. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen:

- 10, 27, 45, 46, 47, 57, 91, 310, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte:

- het onder 1 ten laste gelegde (van parketnummer 06/460449-09) voor zover dit

betreft het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing op 2

december 2009;

- het onder 3 en 5 van parketnummer 06/460449-09 ten laste gelegde

heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 -voor zover verdachte hiervan gelet op het voorgaande niet is vrijgesproken-, 2, 4 en 6 van parketnummer 06/460449-09 ten laste gelegde en het onder parketnummer 06/850208-10 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 06/460449-09

De feiten onder 1:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

en

Voorbereiding tot diefstal vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot wapens en munitie van categorie III;

Feit 4:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 6:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

Parketnummer 06/850208-10

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan veroordeelde, te weten: een bontkraag van een jas;

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer D] en [slachtoffer C]

niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kleinrensink en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009100087-D, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 13 april 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige, p.1809

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.2328, p.2331/2332

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2336

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p.2808-2811

6 Proces-verbaal observeren, p.2947-2949

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.2952

8 Proces-verbaal van aanhouding, p.0261-0263

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.2957, p.2959-2962

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3222

11 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3388

12 Proces-verbaal van bevindingen, p.2990/2991

13 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3372/3373

14 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3516/3517

15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3547-3548

16 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3517

17 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3527

18 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3517

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3527

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3222

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3298

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3276

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3517/3518

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3547

25 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3518

26 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3297

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3310

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3394/3395

29 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte K], p.3519

30 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3395

31 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte L], p.3475-3479

32 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3221-3222

33 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3388

34 Proces-verbaal van bevindingen, p.2990/2991

35 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2912

36 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2912/2913

37 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2820

38 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2915

39 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2919/2920

40 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2923

41 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2926/2927

42 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2820

43 Document geselecteerde tapgesprekken, p.2932

44 Proces-verbaal van bevindingen, p.3023

45 Proces-verbaal van bevindingen, p.3119

46 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2815

47 Proces-verbaal van bevindingen, p.3137/3138

48 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2815

49 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B], p.3464

50 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3220

51 Proces-verbaal van bevindingen, p.2974

52 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3220, 3243

53 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3279

54 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p.2971, 2973

55 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.3221

56 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3277

57 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3320

58 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D], p.3319/3320

59 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3379-3381

60 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3395

61 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.0812

62 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte J], p.3370

63 Processen-verbaal van bevindingen, p.2955 en p. 2957

64 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte A], p.3886

65 Proces-verbaal van bevindingen, p.3764

66 Proces-verbaal sporenonderzoek, p.3767/3769

67 Proces-verbaal van bevindingen, p.3787/3788

68 Proces-verbaal van bevindingen, p.3796

69 Proces-verbaal van bevindingen, p.3804

70 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.1730/1731

71 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.1920

72 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.1928

73 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.1975

74 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer G], p. 2056/2057

75 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer G], p.2063

76 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer G], p.2040

77 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer H], p.2029/2030

78 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], p.2096/2097

79 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], p.2101

80 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.2193

81 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer H], p.2210/2211

82 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer G], p.2256

83 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer G], p.2260

84 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.2480/2481

85 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer A], p.2477/2478

86 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.2593

87 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.2597

88 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.2603