Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0944

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
06/950031-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht afpersing, twee diefstallen met geweld en een poging tot diefstal met inklimming bewezen. Alle feiten zijn gepleegd door twee of meer personen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Dit is één van de verdachten in de megazaak ‘Zeepkruid’. In dit proces stonden twaalf verdachten terecht voor hun betrokkenheid bij meerdere gewapende overvallen, inbraken en afpersingen in de Achterhoek, Liemers en Apeldoorn in het najaar van 2009. BN0931, BN0956, BN0905, BN0955, BN0974, BN0984, BN0980, BN0898, BN0944, BN0917, BN0910, BN0913.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950031-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2010

tegenspraak / dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte H],

geboren te [plaats in 1981],

wonende te Zevenaar,

thans gedetineerd in het huis van bewaring Karelskamp te Almelo.

Raadsman: mr. M.W.J.G. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 april, 17 juni en 28 juni 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer G] heeft gedwongen tot

de afgifte van een portemonnee met inhoud , in elk geval van enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- (geheel/gedeeltelijk ter bedekking van het gezicht) met een (bivak)muts(en)

op die [slachtoffer G] is/zijn toe gerend/gelopen en/of

- die [slachtoffer G] met kracht in diens rugstreek heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer G] heeft/hebben/ geschreeuwd /(op dreigende toon) de woorden

heeft/hebben toegevoegd : "Portemonnee"en/of "Liggen"en/of "Doe niet zo

dom"en/of

- (een) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en) op die

[slachtoffer G] heeft/hebben gericht en/of

- met dat/die (vuur)wapen(s), althans met die/dat/een daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) (meermalen) een schot (in de lucht) heeft/hebben gelost;

EN/OF

hij op of omstreeks 06 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer G],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer G], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- (geheel/gedeeltelijk ter bedekking van het gezicht) met een (bivak)muts(en)

op die [slachtoffer G] is/zijn toe gerend/gelopen en/of

- die [slachtoffer G] met kracht in diens rugstreek heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer G] heeft/hebben/ geschreeuwd /(op dreigende toon) de woorden

heeft/hebben toegevoegd : "Portemonnee"en/of "Liggen"en/of "Doe niet zo

dom"en/of

- (een) (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en) op die

[slachtoffer G] heeft/hebben gericht en/of

- met dat/die (vuur)wapen(s), althans met die/dat/een daarop gelijkend(e)

voorwerp(en) (meermalen) een schot (in de lucht) heeft/hebben gelost;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 31 oktober 2009 te Zevenaar tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer F] en/of [slachtoffer H]

heeft gedwongen tot de afgifte van sigaretten en/of een totobriefje en/of

(een) portemonnee(s) met inhoud en/of een hoeveelheid cocaïne,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- een of meer (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en),

heeft/hebben gericht op die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H] en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen de nek van die [slachtoffer F] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- die [slachtoffer F] (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of tegen

diens hoofd en/of elders tegen/op diens lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen (terwijl deze op de grond lag) en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer H] en/of

deze (vervolgens) met dat/een (vuur)wapen, althans met dat/een daarop

gelijkend voorwerp, heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer H] (meermalen) (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen

en/of

- met dat/een (vuur)wapen, althans met dat/een daarop gelijkend voorwerp een

schot heeft/hebben gelost;

EN/OF

hij op of omstreeks 31 oktober 2009 te Zevenaar tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

sigaretten en/of een totobriefje en/of (een) portemonnee(s) met inhoud en/of

een hoeveelheid cocaïne,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- een of meer (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en),

heeft/hebben gericht op die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H] en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen de nek van die [slachtoffer F] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- die [slachtoffer F] (meermalen) (met kracht) in diens gezicht en/of tegen

diens hoofd en/of elders tegen/op diens lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen (terwijl deze op de grond lag) en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer H] en/of

deze (vervolgens) met dat/een (vuur)wapen, althans met dat/een daarop

gelijkend voorwerp, heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer H] (meermalen) (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen

en/of

- met dat/een (vuur)wapen, althans met dat/een daarop gelijkend voorwerp een

schot heeft/hebben gelost;

EN/OF indien ten aanzien van het hiervoor omschreven strafbare feit jegens [slachtoffer H] geen veroordeling mocht volgen, geldt voorts ten aanzien van het aan [slachtoffer H] gerelateerde feit dat:

hij op of omstreeks 31 oktober 2009 te Zevenaar,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of

cocaïne en/of een of meer ander(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer H],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer H] te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- een of meer (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en),

heeft/hebben gericht op die [slachtoffer H] en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer H] en/of deze (vervolgens) met dat

(vuur)wapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben geslagen

en/of

- die [slachtoffer H] (meermalen) (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

- met dat/een (vuur)wapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp een

schot heeft/hebben gelost,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

hij op of omstreeks 31 oktober 2009 te Zevenaar ,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer H] te dwingen tot de afgifte van geld en/of cocaïne en/of een of meer

andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer H], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- een of meer (vuur)wapen(s), althans (een) daarop gelijkend(e) voorwerp(en),

heeft/hebben gericht op die [slachtoffer H] en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben gezet

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer H] en/of deze (vervolgens) met dat

(vuur)wapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben geslagen

en/of

- die [slachtoffer H] (meermalen) (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

- met dat/een (vuur)wapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp een

schot heeft/hebben gelost,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1])

weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming,

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- over een schutting is/zijn geklommen en/of

- (een) ruit(en) heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning heeft

weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning

opendeed) in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans dit/een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het

hoofd van die [slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit wapen, althans een op

een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

EN/OF

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer B], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning

opendeed) in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans dit/een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het

hoofd van die [slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit wapen, althans een op

een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

artikel 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

1. Aanleiding van het onderzoek

Op 22 september 2009 is gepoogd een overval te plegen op de woning aan de [adres 1] in Duiven. Uit getuigenverklaringen kwam naar voren dat nabij de woning aan de [adres 1] in Duiven een auto met het kenteken [kenteken 1] was gesignaleerd2.

Twee dagen later, op 24 september 2009, werd aangifte gedaan van een gewelddadige overval op de woning aan de [adres 2] in Apeldoorn. Opvallend daarbij was dat uit getuigenverklaringen en meldkamergesprekken naar voren kwam dat ook bij dat voorval een auto was gesignaleerd met het kenteken [kenteken 1]3.

Omdat er ook gewapende overvallen hadden plaatsgevonden in Twello en Rekken werd op 5 oktober 2009 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Zeepkruid.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer gaf als informatie dat de meergemelde auto op naam had gestaan van [medeverdachte A], maar dat die auto inmiddels op naam was gezet van [moeder verdachte A], zijnde de moeder van [medeverdachte A]4.

Vanaf 9 oktober 2009 heeft de officier van justitie die leiding gaf aan het Zeepkruid-onderzoek bevolen dat een reeks van telefoonnummers werd afgeluisterd.

Mede uit de inhoud van die afgeluisterde gesprekken kwam naar voren dat [medeverdachte A] vanaf 5 november 2009 als verdachte van zowel de poging tot overval in Duiven als de overval in Apeldoorn kon worden aangemerkt.

Op 1 december 2009 meldde zich bij de politie mevrouw [getuige A], die vertelde5 dat zij, verblijvend in haar (boven-)woning aan de [adres 5] in Zevenaar een gesprek had opgevangen van vier of vijf mannen die spraken over een oprit, een sensor en een M16. [getuige A] hoorde dat de jongens afspraken de volgende dag, dus 1 december 2009, om 18.00 uur weer bij elkaar te komen. Ze had het gevoel dat de jongeren iets van plan waren. Toen enkele van die mannen in een auto waren weggereden hoorde [getuige A] dat haar benedenbuurvrouw [medeverdachte I] met een man sprak.

De politie had inmiddels in diverse telefoongesprekken de naam van [medeverdachte I] ([medeverdachte I]) horen noemen en uit die taps kwam het vermoeden naar voren dat de woning van [medeverdachte I], [adres 4] in Zevenaar, als safehouse werd gebruikt.

Uit de mededelingen van [getuige A] en de verdere onderzoeksgegevens (telefoontaps, zendmastgegevens, maar ook onder meer observaties) kreeg de politie het vermoeden dat [medeverdachte A] met anderen bezig was een overval voor te bereiden. Besloten werd dat die overval moest worden voorkomen en daarom werd vanaf de namiddag van 1 december 2009 extra personeel, waaronder een observatieteam ingezet en werden er met spoed meer telefoons afgeluisterd. Duidelijk werd dat [medeverdachte A] zeer regelmatig en zeer intensief contact had met [medeverdachte B]. Daarenboven kwamen als namen van mogelijke medeverdachten onder meer naar voren die van [medeverdachte D] en [medeverdachte C].

Op 2 december 2009 werd door een observatieteam geconstateerd6 dat een groep mannen in een Peugeot met het kenteken [kenteken 2] vertrok vanaf de [adres 4] in Zevenaar in de richting van Groessen. Gezien werd dat die auto enkele keren door Groessen reed. Nabij de afslag naar Groessen stond in de richting van Groessen een auto met pech, waarbij een opvallende politieauto stond7. De voormelde Peugeot reed rechtdoor. Op basis van de verkregen gegevens werd besloten het eerder die dag door de officier van justitie gegeven aanhoudingsbevel uit te voeren. De auto werd aangehouden en op verdenking van voorbereiding van een ernstig misdrijf werden aangehouden8 de verdachten [medeverdachte A], [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte J].

In de auto werden goederen aangetroffen zoals (vermoedelijke) gasalarmpistolen, een knalpatroon, bivakmutsen, tie-rips en tape9.

Tijdens een doorzoeking in het perceel [adres 4] in Zevenaar werden knalpatronen en portemonnees (van ene [slachtoffer F] en van ene [slachtoffer G]) aangetroffen.

Op basis van verklaringen, afgelegd door [medeverdachte A], werd naderhand [verdachte H] (verdachte) aangehouden.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen van afpersing. Met betrekking tot feit 2 acht zij diefstal met geweld in vereniging bewezen. Bij feit 3 acht zij poging tot diefstal in vereniging met inklimming bewezen. De officier van justitie heeft verder gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 4. Ze heeft dit gekwalificeerd als diefstal in vereniging onder bedreiging met geweld.

3. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat zijn cliënt ten aanzien van alle feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd.

4. Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht het medeplegen van afpersing bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte10 en zijn (eveneens bekennende) verklaring ter terechtzitting, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte A]11, de verklaring van [getuige B]12 en de aangifte van [slachtoffer G]13.

Feit 2

5. De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer F] en [slachtoffer H] zijn afgeperst, nu uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat de daders [slachtoffer F] en [slachtoffer H] hebben gefouilleerd en spullen uit de zakken van die [slachtoffer F] en [slachtoffer H] hebben gepakt. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het medeplegen van afpersing.

6. De rechtbank acht de diefstal met geweld door twee of meer personen bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte14 en zijn (eveneens bekennende) verklaring ter terechtzitting, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte A]15 en de aangiftes van [slachtoffer F]16 en [slachtoffer H]17.

Feit 3

7. De rechtbank acht de poging tot diefstal met inklimming door twee of meer personen op 22 september 2009 bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte18 en zijn (eveneens bekennende) verklaring ter terechtzitting, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte A]19 en de aangifte van [slachtoffer A]20.

Feit 4

8. De rechtbank acht het medeplegen van diefstal met geweld bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte21 en zijn (eveneens bekennende) verklaring ter terechtzitting, de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte A]22 en [medeverdachte G]23 en de aangifte van [slachtoffer B]24.

9. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 6 november 2009 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer G] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan die [slachtoffer G],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- geheel/gedeeltelijk ter bedekking van het gezicht met een (bivak)muts(en)

op die [slachtoffer G] zijn toe gerend en

- die [slachtoffer G] met kracht in diens rugstreek hebben geduwd en

- tegen die [slachtoffer G] hebben geschreeuwd:

"Portemonnee" en/of "Liggen" en/of "Doe niet zo dom" en

- vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen op die [slachtoffer G] hebben gericht en

- met een vuurwapen een schot in de lucht hebben gelost;

2.

hij op 31 oktober 2009 te Zevenaar tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen sigaretten en een totobriefje en een portemonnee met inhoud en een hoeveelheid cocaïne, toebehorende aan die [slachtoffer F] en/of die [slachtoffer H],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer F] en die [slachtoffer H],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen, hebben gericht op die [slachtoffer F] en die [slachtoffer H] en

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, hebben gezet tegen de nek van

die [slachtoffer F] terwijl deze op de grond lag en

- die [slachtoffer F] meermalen tegen diens hoofd en elders tegen diens lichaam hebben

geschopt en geslagen terwijl deze op de grond lag en

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, hebben gezet op/tegen het hoofd

van die [slachtoffer H] en deze vervolgens met een vuurwapen, althans met een daarop gelijkend

voorwerp, hebben geslagen en

- die [slachtoffer H] meermalen hebben geslagen en

- met een vuurwapen een schot hebben gelost;

3.

op 22 september 2009 te Duiven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van inklimming,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededaders met voormeld oogmerk

- over een schutting zijn geklommen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en een mobiele telefoon (Nokia N 73) en een videorecorder (Samsung), toebehorende aan [slachtoffer B],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning hebben geduwd en

- op korte afstand van die [slachtoffer B] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer B] en/of daarbij tegen die [slachtoffer B]

hebben geroepen/gezegd: "Zitten, zitten" waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam en

- vervolgens de loop van dit vuurwapen, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp

tegen de linkerslaap van die [slachtoffer B] hebben geplaatst en dit wapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die [slachtoffer B] hebben

gehouden en

- meermalen op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] hebben geroepen/gezegd: "Geld, geld".

10. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

11. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 3:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 4:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

12. Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is op 19 april 2010 een Pro Justitiarapport opgemaakt door drs. L.P. Heinsman, psychiater. Volgens de psychiater kan verdachte verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht. De rechtbank kan zich hiermee verenigen en neemt dit over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

13. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van de periode dat hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

De raadsman heeft met betrekking tot de rol van zijn cliënt betoogd dat het initiatief niet van zijn cliënt is uitgegaan. Ook het geweld dat is toegepast en de bedreiging met geweld zijn niet van hem uitgegaan. Uit het proces-verbaal blijkt dat er sprake is geweest van het uitoefenen van druk op zijn cliënt om strafbare feiten te plegen. Verder blijkt uit het proces-verbaal dat zijn cliënt na de zaak die onder 1 is ten laste gelegd, niet meer met de medeverdachten is mee geweest om strafbare feiten te plegen, aldus de raadsman. De raadsman heeft voorts verzocht rekening te houden met het rapport en de conclusies van psychiater Heinsman, met het feit dat zijn cliënt slechts een keer, te weten 15 jaar geleden, met politie en justitie in aanraking is geweest en met het feit dat hij excuusbrieven heeft geschreven aan twee slachtoffers. Gelet op alle omstandigheden is de raadsman van mening dat de eis van de officier van justitie te hoog is. Hij heeft uitvoerig gemotiveerd een gevangenisstraf van drie jaar waarvan een twee jaar voorwaardelijk bepleit met de bijzondere voorwaarde dat zijn cliënt voor een klinische behandeling zal worden opgenomen in FPA De Boog in Warnsveld voor de termijn van 24 maanden of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering nodig acht en met verplicht reclasseringscontact.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal en afpersing dan wel een poging daartoe. Hoewel hij daarbij geen leidende of initiërende rol heeft gespeeld, heeft hij bij het plegen van deze feiten steeds een actieve houding getoond. Daarbij werd geweld en bedreiging met geweld niet geschuwd. Verdachte en zijn mededaders gebruikten hierbij vuurwapens dan wel hierop gelijkende voorwerpen en hebben schoten gelost. Zij handelden puur uit financieel gewin en waren daarbij met name uit op geld en drugs, die ze konden verkopen. Ze gingen hierbij uitermate berekenend te werk. Zo vonden zij dat ze personen van wie zij vermoedden dat ze drugs dan wel geld verkregen uit de verkoop van drugs bezaten, konden overvallen omdat deze personen zelf crimineel waren en geen aangifte zouden doen. Ze vroegen zich op geen enkel moment af wat voor impact hun handelen had op hun slachtoffers. Dat hun handelen veel impact heeft gehad blijkt onder meer uit de verklaring van aangever [slachtoffer A]. Hij heeft tijdelijk elders gewoond omdat hij zich niet fijn meer voelde in zijn eigen huis. Ook aangever [slachtoffer B] heeft zijn huis tijdelijk verlaten omdat hij bang was dat verdachte en zijn mededaders terug zouden komen. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het Pro Justitiarapport van 19 april 2010. Volgens drs. L.P. Heinsman, psychiater, lijdt verdachte aan een ziekelijke stoornis in de zin van een cognitieve stoornis Niet Anderszins Omschreven en cocaïneafhankelijkheid. Verdachte lijdt verder aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Verdachte vertoont een langdurig patroon van afhankelijk gedrag waarbij hij zich vergaand aan zijn omgeving aangepast, sociaal beïnvloedbaar is en geen nee kan zeggen. Eenmaal klem in een afhankelijke situatie loopt de spanning snel op en heeft verdachte in toenemende mate moeite de onderliggende boosheid te kanaliseren. Vervolgens gebruikt hij cocaïne om de controle te hervinden. De bijkomend oplopende gevoelens van eenzaamheid en verdriet lijken een verdere versterking van het vastlopen te geven. Verdachte lijkt altijd met steun van anderen te hebben gefunctioneerd. Hij imponeert als afhankelijk van structuur en overzicht, waarbij hij met zijn goede presentatie snel door zijn omgeving overschat lijkt te worden, aldus Heinsman. Hij acht een klinische behandeling in bijvoorbeeld een FPA geïndiceerd.

Uit het reclasseringsrapport van 17 maart 2010, opgemaakt door C. Dijt, komt naar voren dat het recidiverisico als hooggemiddeld wordt ingeschat. Verder wordt ingeschat dat er risico is op letselschade voor willekeurige personen. Om het recidiverisico te verminderen wordt een klinische behandeling, naadloos aansluitend op de detentie, van belang geacht. De klinische behandeling zou in het kader van het traject Terugdringen Recidive kunnen worden gerealiseerd.

Uit het reclasseringsrapport van 24 juni 2010, eveneens opgemaakt door C. Dijt, komt naar voren dat verdachte op 22 juni 2010 een intakegesprek heeft gehad bij GGNet, afdeling FPA De Boog te Warnsveld. Volgens De Boog kan alleen tot opname worden overgegaan als er sprake is van een zeer strak forensisch kader. De Boog is bereid verdachte op te nemen op voorwaarde dat aan verdachte tenminste een jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. De behandelduur wordt ingeschat op 1 1/2 à 2 jaar. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een meldingsgebod en een behandelverplichting.

De rechtbank heeft ook de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt naar voren dat verdachte de laatste vijf jaar geen soortgelijke delicten heeft gepleegd.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank aanleiding een deel van de na te melden gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden dat:

1. verdachte zich (klinisch) zal laten behandelen in FPA De Boog te Warnsveld voor

de duur van maximaal twee jaar. Hij zal zich houden aan de voorwaarden die hem

door deze instelling zullen worden gegeven, ook als dat inhoudt dat hij medewerking

moet verlenen aan een intelligentieonderzoek, het afnemen van urinecontroles, het

bespreken van medicatiegebruik en abstinentie van middelen;

2. verdachte zich zal houden aan het meldingsgebod, inhoudend dat hij zich binnen

twee dagen, nadat hij is opgenomen bij "De Boog" dan wel voorwaardelijk in vrijheid

is gesteld, zal melden bij Reclassering Iriszorg op het adres Weerdjesstraat 10 te

Arnhem. Verdachte zal zich gedurende twee jaar bij de Reclassering Iriszorg melden

zo frequent als deze instelling dit gedurende deze periode nodig acht. Verdachte dient

medewerking te verlenen aan urinecontroles en blaastesten indien dit nodig wordt

geacht;

3. verdachte zich verder gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen

en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering,

zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

14. Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer G] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.065,35 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer F] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.577,96 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

15. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente hoofdelijk toewijsbaar zijn, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

16. De raadsman heeft betoogd dat de schade niet eenvoudig is vast te stellen. De bedragen voor immateriële schade zijn onvoldoende onderbouwd. Hij acht een voorschot van

€ 500,- per benadeelde partij meer reëel.

17. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het respectievelijk onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden. De rechtbank acht de gevorderde bedragen redelijk. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. De vorderingen zijn, vermeerderd met de wettelijke rente, voor toewijzing vatbaar.

18. Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

19. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen:

- 10, 27, 36f, 45, 57, 310, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 3:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 4:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. veroordeelde zal zich (klinisch) laten behandelen in FPA De Boog te Warnsveld voor

de duur van maximaal twee jaar. Hij zal zich houden aan de voorwaarden die hem

door deze instelling zullen worden gegeven, ook als dat inhoudt dat hij medewerking

moet verlenen aan een intelligentieonderzoek, het afnemen van urinecontroles, het

bespreken van medicatiegebruik en abstinentie van middelen;

2. veroordeelde zich zal houden aan het meldingsgebod, inhoudend dat hij zich binnen

twee dagen, nadat hij is opgenomen bij De Boog"dan wel voorwaardelijk in vrijheid

is gesteld, zal melden bij Reclassering Iriszorg op het adres Weerdjesstraat 10

Arnhem. Veroordeelde zal zich gedurende twee jaar bij de Reclassering Iriszorg

melden zo frequent als deze instelling dit gedurende deze periode nodig acht.

Veroordeelde dient medewerking te verlenen aan urinecontroles en blaastesten

indien dit nodig wordt geacht;

3. veroordeelde zich verder gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen

en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering,

zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer G], (bankrekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 2.065,35 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2009, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer F], (girorekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 1.577,96 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2009, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Verv. Hechtenis

1. [slachtoffer G] € 2.065,35 met wett.rente 30 dagen;

2. [slachtoffer F] € 1.577,96 met wett.rente 25 dagen;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van de Wetering en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2010.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009100087-D, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 13 april 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige, p.1809

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.2328, p.2331/2332

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2336

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p.2808-2811

6 Proces-verbaal observeren, p.2947-2949

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.2952

8 Proces-verbaal van aanhouding, p.0261-0263

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.2957, p.2959-2962

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte H], p.4474/4475

11 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.4413

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B], p.4372/4373

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer G], p.4359-4361

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte H], p.4296/4297

15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.4228

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer F], p.4162/4163

17 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer H], p.4169/4170

18 Processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte H], p.1981, p.1990/1991, p.2002,

p.2029/2030

19 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.1928, p.1940, p.1963

20 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.1730/1731

21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte H], p.2209/2210

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.2193

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte G], p.2256, 2234-2236

24 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], p.2096/2097, 2101