Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0910

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
06/850225-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De politierechter acht poging tot diefstal door twee of meer personen en opzetheling bewezen en legt een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf op.

Dit is één van de verdachten in de megazaak ‘Zeepkruid’. In dit proces stonden twaalf verdachten terecht voor hun betrokkenheid bij meerdere gewapende overvallen, inbraken en afpersingen in de Achterhoek, Liemers en Apeldoorn in het najaar van 2009. BN0931, BN0956, BN0905, BN0955, BN0974, BN0984, BN0980, BN0898, BN0944, BN0917, BN0910, BN0913.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Politierechter

Parketnummer: 06/850225-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2010

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte F],

geboren te [plaats] (Indonesië) op [1977],

wonende te [plaats, adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 juni en 28 juni 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2009 tot en met 17 november 2009

te Duiven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres 1]) weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere

goederen , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- een bivakmuts en/of handschoenen en/of een nijptang en/of een klauwhamer

en/of ander inbrekerswerktuig in een auto heeft/hebben meegenomen en/of

vervoerd en/of

- met die auto naar die woning is/zijn toegereden en/of

die auto in de nabijheid van die woning heeft/hebben geparkeerd en/of

- naar die woning is/zijn toegelopen en/of

- tegen een (voor)deur) heeft/hebben geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte A] en/of [medeverdachte E] in of omstreeks de periode van 16 november

2009 tot en met 17 november 2009 te Duiven ter uitvoering van het door die

[medeverdachte A] en/of [medeverdachte E] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) weg te nemen

weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in die periode te

Duiven en/of elders in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen voor het vervoeren van

die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte E] naar/in de nabijheid van genoemde woning en/of

- in de nabijheid van die woning in de auto te wachten totdat die [medeverdachte A]

en/of [medeverdachte E] terug zouden komen en/of

- die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte E] na de diefstal te vervoeren en/of terug te rijden

naar/in de richting van de woonplaats van die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte E];

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2009 tot en met 17 november

2009 te Duiven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de tuin van

een woning ([adres 1]) heeft weggenomen een vogelhuisje en/of een webcam ,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2009 tot en met 19 november

2009 te Duiven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een vogelhuisje en/of een webcam heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

dat vogelhuisje en/of die webcam wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(art 417bis Wetboek van Strafrecht)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht*

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 22 september 2009 is gepoogd een overval te plegen op de woning aan de [adres 1 in plaats]. Uit getuigenverklaringen kwam naar voren dat nabij de woning aan[adres 1 in plaats] een auto met het kenteken [kenteken 1] was gesignaleerd2.

Twee dagen later, op 24 september 2009, werd aangifte gedaan van een gewelddadige overval op de woning aan de [adres 2 in plaats]. Opvallend daarbij was dat uit getuigenverklaringen en meldkamergesprekken naar voren kwam dat ook bij dat voorval een auto was gesignaleerd met het kenteken [kenteken 1]3.

Omdat er ook gewapende overvallen hadden plaatsgevonden in Twello en Rekken werd op 5 oktober 2009 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Zeepkruid.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer gaf als informatie dat de meergemelde auto op naam had gestaan van [medeverdachte A], maar dat die auto inmiddels op naam was gezet van [moeder medeverdachte A], zijnde de moeder van [medeverdachte A]4.

Vanaf 9 oktober 2009 heeft de officier van justitie die leiding gaf aan het Zeepkruid-onderzoek bevolen dat een reeks van telefoonnummers werd afgeluisterd.

Mede uit de inhoud van die afgeluisterde gesprekken kwam naar voren dat [medeverdachte A] vanaf 5 november 2009 als verdachte van zowel de poging tot overval in Duiven als de overval in Apeldoorn kon worden aangemerkt.

Op 17 november 2009, was bij een politiecontrole in Duiven, in de omgeving van de [adres 1], een auto staandegehouden, waarin de verdachte [medeverdachte A] en twee anderen, te weten [verdachte F] en [medeverdachte E] zaten5. De politie had gezien dat [medeverdachte A] probeerde een soort kistje onder zijn stoel te schuiven. De politie was op dat moment niet op de hoogte van de diefstal van een vogelhuisje (met daarin een webcam) bij [slachtoffer A] aan de [adres 1]. Daarom is niet op dat "kistje" gereageerd (al werden wel inbrekersgereedschap, een bijl en een bivakmuts in beslag genomen.

Nadat [slachtoffer A] aangifte had gedaan van diefstal van dat vogelhuisje werden ook [verdachte F] en [medeverdachte E] als verdachten aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 primair en 2 subsidiair.

Beoordeling door de politierechter

Feit 1

De politierechter acht poging tot diefstal in vereniging bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte6, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte E]7, het proces-verbaal van bevindingen8 en de aangifte van [slachtoffer A]9.

Feit 2

De politierechter is met de officier van justitie van oordeel dat diefstal niet bewezen kan worden. Niet is gebleken van een bewuste en nauwe samenwerking betreffende de diefstal van het vogelhuisje en de webcam. De politierechter acht opzetheling wel bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte10, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte E]11 en de aangifte van [slachtoffer A]12.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 16 november 2009 tot en met 17 november 2009 te Duiven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededaders

met voormeld oogmerk

- een bivakmuts en een nijptang en een klauwhamer en/of ander inbrekerswerktuig in een auto hebben meegenomen en vervoerd en

- met die auto naar die woning zijn toegereden en die auto in de nabijheid van die woning hebben geparkeerd en

- naar die woning zijn toegelopen en

- tegen een (voor)deur) heeft/hebben geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 16 november 2009 tot en met 19 november 2009 te Duiven, een vogelhuisje en een webcam voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat vogelhuisje en die webcam wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1, primair: Poging tot diefstal door twee of meer personen;

Feit 2 subsidiair: Opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten en een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De politierechter heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De politierechter heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan poging tot diefstal puur uit financieel gewin. Hij heeft zich er geen rekenschap van gegeven wat voor impact zijn handelen en dat van zijn mededaders op het slachtoffer heeft. De politierechter merkt in dit verband op dat aangever [slachtoffer A] heeft verklaard dat hij tijdelijk elders heeft gewoond omdat hij zich niet fijn meer voelde in zijn eigen huis. Naar de ervaring leert zijn delicten als het onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend is de politierechter van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is.

De politierechter zal de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De politierechter:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1, primair: Poging tot diefstal door twee of meer personen;

Feit 2 subsidiair: Opzetheling.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mr. Kleinrensink, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009100087-D, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 13 april 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige, p.1809

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.2328, p.2331/2332

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2336

5 Proces-verbaal van bevindingen, p.2652-2656

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte F], p.2747/2748

7 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte E], p.2766-2768

8 Proces-verbaal van bevindingen, p.2652-2656

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.2657/2658

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte F], p.2747/2748

11 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte E], p.2766-2768

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.2657/2658