Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0898

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
06-940039-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht diefstal met geweld en poging tot diefstal met inklimming, beiden gepleegd door twee of meer personen bewezen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Voor de onder feit 3 ten laste gelegde diefstal met geweld is onvoldoende bewijs en wordt verdachte vrijgesproken.

Dit is één van de verdachten in de megazaak ‘Zeepkruid’. In dit proces stonden twaalf verdachten terecht voor hun betrokkenheid bij meerdere gewapende overvallen, inbraken en afpersingen in de Achterhoek, Liemers en Apeldoorn in het najaar van 2009. BN0931, BN0956, BN0905, BN0955, BN0974, BN0984, BN0980, BN0898, BN0944, BN0917, BN0910, BN0913.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940039-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2010

tegenspraak / dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte G],

geboren te [plaats op 1989],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Grave.

Raadsman: mr. J. Zandberg, advocaat te Zevenaar.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 april, 17 juni en 28 juni 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 1])

weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming,

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

met voormeld oogmerk

- over een schutting is/zijn geklommen en/of

- (een) ruit(en) heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning heeft

weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan D.

[slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning opendeed)

in diens gezicht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die [slachtoffer B]

heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

EN/OF

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en/of een mobiele telefoon

(Nokia N 73) en/of een videorecorder(Samsung) en/of een meetapparaat (voor

diabetici), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer B], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- die [slachtoffer B] (met kracht)(toen die [slachtoffer B] de voordeur van zijn woning opendeed)

in diens gezicht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning heeft/hebben geduwd en/of

- (op korte afstand van die [slachtoffer B]) een (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op het lichaam van die

[slachtoffer B] en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Zitten,

zitten" (waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam) en/of

- (vervolgens) (de loop van ) dit (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp tegen de (linker)slaap, althans tegen het hoofd van die

[slachtoffer B] heeft/hebben geplaatst en/of dit (vuur)wapen, althans een op een

(vuur)wapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die [slachtoffer B]

heeft/hebben gehouden en/of

- (meermalen) op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] heeft geroepen/gezegd:

"Geld, geld";

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 24 september 2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D]

heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en/of een

mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

met bivakmuts(en), althans met camouflerende hoofdbedekking op die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D] is/zijn toegerend/toe gelopen en/of

die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D]

- (om de nek) heeft/hebben vastgepakt en/of (aan het lichaam) vastgehouden

en/of op de grond gebracht en/of de hand voor de mond gedaan en/of gehouden

en/of (meermalen) op dreigende toon geroepen/gezegd: " Overval, overval"

en/of "Geld, geld" en/of "Sstt" en/of "Kop dicht, ik knal je door je kop"

en/of "Waar is de kluis" , althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of

- een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meermalen heeft/hebben geduwd en/of

- aan het lichaam heeft/hebben meegetrokken en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond

en/of op het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam heeft/hebben gericht;

EN/OF

hij op of omstreeks 24 september 2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee met inhoud en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het

bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

met bivakmuts(en), althans met camouflerende hoofdbedekking op die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D] is/zijn toegerend/toe gelopen en/of

die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D]

- (om de nek) heeft/hebben vastgepakt en/of (aan het lichaam) vastgehouden

en/of op de grond gebracht en/of de hand voor de mond gedaan en/of gehouden

en/of (meermalen) op dreigende toon geroepen/gezegd: " Overval, overval"

en/of "Geld, geld" en/of "Sstt" en/of "Kop dicht, ik knal je door je kop"

en/of "Waar is de kluis" , althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of

- een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meermalen heeft/hebben geduwd en/of

- aan het lichaam heeft/hebben meegetrokken en/of

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond

en/of op het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam heeft/hebben gericht;

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 22 september 2009 is gepoogd een overval te plegen op de woning aan [adres 1] in Duiven. Uit getuigenverklaringen kwam naar voren dat nabij de woning aan [adres 1] in Duiven een auto met het kenteken [kenteken 1] was gesignaleerd2.

Twee dagen later, op 24 september 2009, werd aangifte gedaan van een gewelddadige overval op de woning aan de [adres 2 te plaats]. Opvallend daarbij was dat uit getuigenverklaringen en meldkamergesprekken naar voren kwam dat ook bij dat voorval een auto was gesignaleerd met het kenteken [kenteken 1]3.

Omdat er ook gewapende overvallen hadden plaatsgevonden in Twello en Rekken werd op 5 oktober 2009 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Zeepkruid.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer gaf als informatie dat de meergemelde auto op naam had gestaan van [medeverdachte A], maar dat die auto inmiddels op naam was gezet van [moeder medeverdachte A], zijnde de moeder van [medeverdachte A]4.

Vanaf 9 oktober 2009 heeft de officier van justitie die leiding gaf aan het Zeepkruid-onderzoek bevolen dat een reeks van telefoonnummers werd afgeluisterd.

Mede uit de inhoud van die afgeluisterde gesprekken kwam naar voren dat [medeverdachte A] vanaf 5 november 2009 als verdachte van zowel de poging tot overval in Duiven als de overval in Apeldoorn kon worden aangemerkt.

Op basis van verklaringen, na aanhouding afgelegd door [medeverdachte A], werd naderhand onder meer verdachte aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1 ten laste gelegde poging tot diefstal in vereniging met inklimming. Wat betreft feit 2 acht zij diefstal in vereniging onder bedreiging met geweld bewezen. Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de feiten 1 en 2 kunnen worden bewezen en dat voor feit 3 vrijspraak dient te volgen nu de verklaring van [medeverdachte A] niet betrouwbaar is.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht de poging tot diefstal met inklimming door twee of meer personen op 22 september 2009 bewezen gelet op de bekennende verklaringen van verdachte5 en zijn (eveneens bekennende) verklaring ter terechtzitting, de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte A]6 en [medeverdachte H]7 en de aangiftes van [slachtoffer A]8.

Feit 2

De rechtbank acht het medeplegen van diefstal met geweld bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte9, de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte H]10 en de aangifte van [slachtoffer B]12.

Feit 3

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest, nu de belastende verklaring van [medeverdachte A] niet wordt ondersteund door ander bewijs en verdachte het feit steeds heeft ontkend.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

op 22 september 2009 te Duiven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 1] weg te nemen weed en/of geld en/of een of meer andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen weed en/of geld en/of goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van inklimming,

hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededaders met voormeld oogmerk

- over een schutting zijn geklommen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 22 september 2009 te Duiven tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 425 Euro en een mobiele telefoon (Nokia N 73) en een videorecorder (Samsung), toebehorende aan [slachtoffer B],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- die [slachtoffer B] (terug) in die woning hebben geduwd en

- op korte afstand van die [slachtoffer B] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer B] en/of daarbij tegen die [slachtoffer B]

hebben geroepen/gezegd: "Zitten, zitten" waarop die [slachtoffer B] op een bank plaatsnam en

- vervolgens de loop van dit vuurwapen, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp

tegen de linkerslaap van die [slachtoffer B] hebben geplaatst en dit wapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp op korte afstand van het hoofd van die [slachtoffer B] hebben

gehouden en

- meermalen op dreigende toon tegen die [slachtoffer B] hebben geroepen/gezegd: "Geld, geld".

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is op 6 mei 2010 een Pro Justitiarapport opgemaakt door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog. De psycholoog acht verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank kan zich hiermee verenigen en neemt dit over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

De raadsman heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf te matigen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich op één avond heeft schuldig gemaakt aan diefstal en een poging daartoe. Verdachte en zijn mededaders gebruikten bij de diefstal vuurwapens dan wel hierop gelijkende voorwerpen. Zij handelden daarbij puur uit financieel gewin en waren met name uit op geld en drugs die ze konden verkopen. Ze gingen hierbij uitermate berekenend te werk. Zo vonden zij enerzijds dat ze personen van wie zij vermoedden dat ze drugs dan wel geld, verkregen uit de verkoop van drugs bezaten, konden overvallen omdat deze personen zelf crimineel waren en anderzijds werd verwacht dat geen aangifte zou worden gedaan. Ze vroegen zich op geen enkele moment af wat voor impact hun handelen had op hun slachtoffers. Dat hun handelen veel impact heeft gehad blijkt onder meer uit de verklaring van aangever [slachtoffer A]. Hij heeft tijdelijk elders gewoond omdat hij zich niet fijn meer voelde in zijn eigen huis. Ook aangever [slachtoffer B] heeft zijn huis tijdelijk verlaten omdat hij bang was dat verdachte en zijn mededaders terug zouden komen. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het Pro Justitiarapport van 6 mei 2010. Volgens H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog, is er sprake van een ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling in de vorm van:

- een zwak intelligentieprofiel en bijpassende beperking in het functioneren en de gewetensontwikkeling;

- een aandachttekortstoornis met hyperactiviteit;

- een gedragsstoornis van het type beginnend in de kindertijd;

- een persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling met antisociale en narcistische trekken.

Verdachte zal zonder behandeling en begeleiding mogelijk snel terugvallen in oude gedragspatronen, aldus Ter Borg. Geadviseerd wordt een klinische behandeling binnen een setting als Groot Batelaar en reclasseringstoezicht.

Uit de reclasseringsrapporten van 29 april en 11 juni 2010, beiden opgemaakt door L.M. Berg, komt naar voren dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat vanwege de problemen die spelen op de verschillende leefgebieden en/of criminogene factoren, de hoge mate van beïnvloedbaarheid en de beperkte vermogens van verdachte. Ook wordt ingeschat dat er een risico is op letselschade voor willekeurige mensen. Verder is er een hoog risico op het onttrekken aan voorwaarden. Verdachte heeft een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis. Een eerder toezicht is mislukt. Op basis van de diagnose zijn er wel enige mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding. Een ambulante begeleiding wordt onvoldoende geacht voor gedragsverandering. Verdachte heeft een behandeling binnen een gedwongen setting nodig. Het NIFP heeft een indicatieadvies afgegeven en gelet op de bevindingen een intakegesprek aangevraagd bij Hoeve Boschoord, nu Groot Batelaar niet geschikt wordt geacht. Naar aanleiding van dit gesprek heeft Berg telefonisch vernomen dat er bij verdachte geen sprake is van intrinsieke motivatie en dat hij nog steeds de regie probeert te houden. Of Hoeve Boschoord verdachte een hulpaanbod kan doen is nog niet bekend, aldus Berg.

De rechtbank heeft ook de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt naar voren dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van gewelds- en vermogensdelicten. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, waarbij gedreigd is met geweld en geweld is gebruikt door verdachte en/of zijn mededaders.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. De door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 30 maanden acht de rechtbank passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding een deel hiervan voorwaardelijk en onder bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank acht in dit verband van belang dat verdachte gezien het reclasseringsrapport van 11 juni 2010 kennelijk niet gemotiveerd is een behandeling te ondergaan. Verdachte heeft in dit verband ter terechtzitting verklaard dat hij weigert naar Hoeve Boschoord in Drenthe te gaan.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.500,- vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.500,- vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu deze vorderingen geen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partijen derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

Feit 2:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partijen, [slachtoffer D] en [slachtoffer C]

niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Kleinrensink en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009100087-D, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 13 april 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige, p.1809

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.2328, p.2331/2332

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, p.2336

5 Processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte G], p.2039/2040, p.2056/2057, p.2063

6 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.1928, p.1940, p.1963

7 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte H], p.1981, p.1990/1991, p.2002,

p.2029/2030

8 Processen-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.1730/1731

9 Processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte G], p.2234-2236, p.2256, p.2260

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte H], p.2209/2210

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], p.2096/2097, 2101