Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0826

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
09-07-2010
Zaaknummer
06/550423-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een Duitse vrachtwagenchauffeur wegens het veroorzaken van een ongeluk op de A1 bij Apeldoorn op 22 juni 2009. De verdachte reed met zijn vrachtwagen van achter in op een rij langzaam rijdende en/of stilstaande auto's. Van een personenauto kwam een inzittende om het leven en twee anderen raakten zwaargewond.

De rechtbank veroordeelt de man tot een werkstraf van 200 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/550423-09

Uitspraak d.d.: 9 juli 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Duitsland) op [1966],

wonende te [adres] (Duitsland),

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

raadsman: mr. G.F. Stelten, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 juni 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 juni 2009 in de gemeente Apeldoorn,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde

een vrachtwagen merk: Mercedes), daarmede rijdende over de weg, de rijksweg

A1, althans enige weg, (komende uit de richting Apeldoorn en gaande in de

richting Amersfoort) zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

gereden op de rechter rijstrook van de rijksweg A1, en/of

(daarbij) niet voortdurend zijn aandacht aan de weg en/of het verkeer besteed,

immers is hij, verdachte, een mobiele rijstrooksignalering genaderd waarop

werd aangegeven dat het verkeer op de linker rijstrook op de rechter rijstrook

moest rijden, en/of heeft hij, verdachte, zich er niet (tijdig) van vergewist

dat voor hem, verdachte, een file werd/was gevormd en/of het verkeer voor hem,

verdachte, op zijn, verdachtes, rijstrook, langzaam reed en/of stil stond,

en/of heeft hij, verdachte, zich er niet (tijdig) van vergewist dat de

bestuurder, zijnde mevrouw [slachtoffer A], van de zich op dezelfde rijstrook

voor hem, verdachte, bevindende personenauto (merk Volkswagen), remde en/of

(daarbij) haar alarmverlichting in had geschakeld (teneinde achteropkomend

verkeer duidelijk te maken dat er filevorming was), en/of

heeft hij, verdachte (daarbij) gereden met een hogere snelheid dan de voor

hem, verdachte, wettelijke toegestane snelheid van 80 kilometer per uur,

althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, en/of

is hij, verdachte, (daarbij) niet in staat geweest de door hem, verdachte,

bestuurde vrachtwagen tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij

de weg kon overzien en waarover deze vrij was, terwijl voor hem, verdachte,

zich de langzaam rijdende, althans stilstaande personenauto bestuurd door

voornoemde mevrouw [slachtoffer A], bevond,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden

tussen de door hem, verdachte, bestuurde vrachtwagen en de door voornoemde

mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto (merk: Volkswagen),

en/of

waarbij en/of waardoor (vervolgens) een botsing en/of een aanrijding heeft

plaatsgevonden tussen de door voornoemde mevrouw [slachtoffer A] bestuurde

personenauto (merk: Volkswagen) en de door de heer [slachtoffer B] bestuurde

trekker met oplegger (merk: Volvo) die voor voornoemde mevrouw [slachtoffer A] stil

stond, althans langzaam reed,

waardoor mevrouw [slachtoffer C], zijnde een inzittende van de door voornoemde

mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto, op 23 juni 2009 is overleden, en/of

waardoor voornoemde mevrouw [slachtoffer A] zwaar lichamelijk letsel, te weten

meerdere, althans één, nekfractu(u)r(en) en/of meerdere, althans één,

ribfractu(u)r(en) en/of een schedelbasisfractuur, of zodanig lichamelijk

letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor de heer [slachtoffer D] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere,

althans één, gebroken rugwervel(s), en/of een bloeding onder de schedel, of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 22 juni 2009 in de gemeent Apeldoorn, als bestuurder van

een voertuig (vrachtauto), daarmee heeft gereden op de weg, de rijksweg A1,

althans enige weg,

waarbij hij, verdachte,

heeft gereden op de rechter rijstrook van de rijksweg A1, en/of

(daarbij) niet voortdurend zijn aandacht aan de weg en/of het verkeer heeft

besteed,

immers is hij, verdachte, een mobiele rijstrooksignalering genaderd waarop

werd aangegeven dat het verkeer op de linker rijstrook op de rechter rijstrook

moest rijden, en/of heeft hij, verdachte, zich er niet (tijdig) van vergewist

dat voor hem, verdachte, een file werd/was gevormd en/of het verkeer voor hem,

verdachte, op zijn, verdachtes, rijstrook, langzaam reed en/of stil stond,

en/of heeft hij, verdachte, zich er niet (tijdig) van vergewist dat de

bestuurder, zijnde mevrouw [slachtoffer A], van de zich op dezelfde rijstrook

voor hem, verdachte, bevindende personenauto (merk Volkswagen), remde en/of

(daarbij) haar alarmverlichting in had geschakeld (teneinde achteropkomend

verkeer duidelijk te maken dat er filevorming was), en/of

heeft hij, verdachte (daarbij) gereden met een hogere snelheid dan de voor

hem, verdachte, wettelijke toegestane snelheid van 80 kilometer per uur,

althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, en/of

is hij, verdachte, (daarbij) niet in staat geweest de door hem, verdachte,

bestuurde vrachtwagen tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij

de weg kon overzien en waarover deze vrij was, terwijl voor hem, verdachte,

zich de langzaam rijdende, althans stilstaande personenauto bestuurd door

voornoemde mevrouw [slachtoffer A], bevond,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden

tussen de door hem, verdachte, bestuurde vrachtwagen en de door voornoemde

mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto (merk: Volkswagen),

en/of

waarbij en/of waardoor (vervolgens) een botsing en/of een aanrijding heeft

plaatsgevonden tussen de door voornoemde mevrouw [slachtoffer A] bestuurde

personenauto (merk: Volkswagen) en de door de heer [slachtoffer B] bestuurde

trekker met oplegger (merk: Volvo) die voor voornoemde mevrouw [slachtoffer A] stil

stond, althans langzaam reed,

waarbij mevrouw [slachtoffer C], zijnde een inzittende van de door voornoemde

mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto, op 23 juni 2009 is overleden, en/of

waarbij voornoemde mevrouw [slachtoffer A] en/of de heer [slachtoffer D] en/of de

heer [slachtoffer B] letsel heeft/hebben bekomen en/of schade heeft/hebben

geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek1

Op 22 juni 2009 vond er een aanrijding plaats op de Rijksweg A1, gemeente Apeldoorn. Bij het ongeval was een vrachtwagen, bestuurd door verdachte, betrokken.2

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft hij het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft het ongeval, waarbij [slachtoffer C] is overleden, veroorzaakt. Verdachte heeft zeer onoplettend gereden. Hij heeft de file en de waarschuwingsborden niet tijdig opgemerkt en is ingereden op de achterste auto. Verdachte had zowel de waarschuwingsborden en de file moeten zien. Ook is gebleken dat verdachte, voorafgaand aan het ongeval, met een te hoge snelheid heeft gereden.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Ten aanzien van het ten laste gelegde heeft de verdediging het volgende aangevoerd. Verdachte heeft voorafgaand aan het ongeval met een snelheid van ongeveer 90 km/u gereden. Hetgeen slechts een geringe overschrijding van de voor hem maximaal toegestane snelheid was. Deze geringe snelheidsovertreding kan niet als een ernstige overschrijding van de toegestane snelheid worden gekwalificeerd. Wanneer men de filevorming buiten beschouwing zou laten, was de snelheid als zodanig ook niet hoger dan een veilig verkeer ter plaatse zou toelaten. Ook heeft verdachte, wanneer men ervan uitgaat dat hij voor de aanrijding achter de Volvo-vrachtauto heeft gereden, de rijstrooksignalering niet, althans niet tijdig kunnen zien.

Dat verdachte onvoldoende heeft opgelet blijkt reeds uit de ingetreden gevolgen. Verdachte heeft de filevorming te laat opgemerkt. Op het moment dat hij zich van de situatie bewust werd heeft verdachte alles gedaan om een aanrijding te voorkomen, doch het remmen en uitwijken mocht niet meer baten. Het handelen van verdachte kan niet als zeer onvoorzichtig worden gekwalificeerd. Verdachte heeft niet bewust een risico genomen en gehoopt op een goede afloop. Verdachte heeft een andere verkeersdeelnemer onbewust te laat opgemerkt, waardoor hij niet meer in staat was zijn voertuig tijdig tot stilstand te brengen.

Gelet op de jurisprudentie kan aanmerkelijke onvoorzichtigheid wel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij het voornoemde ongeval op 22 juni 2009 waren een vrachtwagen van het merk Mercedes, een personenauto van het merk Volkswagen en een vrachtauto van het merk Volvo met oplegger betrokken. De Volkswagen werd bestuurd door mevrouw [slachtoffer A] en mevrouw [slachtoffer C] en de heer [slachtoffer D] bevonden zich als passagiers in deze auto. De vrachtauto met oplegger werd bestuurd door de heer [slachtoffer B].3

Uit het onderzoek is de volgende toedracht van het ongeval gebleken. De bestuurder van de Mercedes, de Volvo en de Volkswagen reden over de rijksweg A1, komend uit de richting van Apeldoorn en gaande in de richting van Amersfoort. In verband met een ander verkeersongeval werd het verkeer, door middel van mobiele rijstrooksignalering, naar één rijstrook geleid en was er sprake van filevorming.

De bestuurder van de Mercedes reed op de rechter rijstrook en had kennelijk niet in de gaten dat het verkeer voor hem langzaam reed, dan wel stil stond. Op enig moment werd er door de bestuurder van de Mercedes blokkerend geremd en naar links uitgeweken, kennelijk om te proberen de voor hem aanwezige voertuigen te ontwijken. Dit ontwijken lukte niet en de Mercedes botste met een aanzienlijk snelheidsverschil met de rechter voorzijde van zijn voertuig tegen de linker achterzijde van de Volkswagen. De Mercedes ging verder naar links, reed via de linkerrijstrook de Volkswagen en de Volvo links voorbij en kwam voorbij de Volvo midden op de rijbaan tot stilstand.

De Volkswagen werd aan de linker achterzijde met een aanzienlijk snelheidsverschil geraakt door de Mercedes. Door deze botsing is de Volkswagen aan de linker achterzijde zwaar beschadigd. Ten gevolge van de botsing werd de Volkswagen naar rechtsvoor weggeduwd, waarbij de Volkswagen rechtsom om zijn gieras draaide. Tijdens dit draaien botste de Volkswagen met de linker achterzijde tegen de rechter achterzijde van de Volvo, waarbij de Volkswagen verder beschadigd raakte. Vervolgens draaide de Volkswagen verder ronden kwam in de rechter berm tot stilstand. De Volkswagen raakte zwaar beschadigd door beide botsingen, met name aan de achterzijde.4

Uit de analyse van de tachograaf van de Mercedes is gebleken dat 10 minuten voorafgaand aan het ongeval is gereden met een snelheid van rond de 90 km/u. De botssnelheid van de Mercedes tegen de Volswagen heeft ongeveer 4 km/u onder de 90 km/u gelegen.5

Uit de verklaring van [slachtoffer A] blijkt dat zij de alarmverlichting van haar auto had ingeschakeld, om het achteropkomend verkeer duidelijk te maken dat er filevorming was.6

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer verklaard dat hij de de file niet tijdig heeft waargenomen, omdat hij ongeconcentreerd was. Evenmin heeft hij de waarschuwingsborden, die waarschuwden voor filevorming, opgemerkt. Doordat hij de file niet tijdig heeft opgemerkt is hij tegen de achterste auto aangereden.

Uit het verslag gemeentelijke lijkschouwer blijkt dat mevrouw [slachtoffer C], als gevolg van het door het ongeval veroorzaakte letsel, op 23 juni 2009 is overleden.7 Mevrouw [slachtoffer A] heeft als gevolg van het ongeval nekfracturen, ribfracturen en een schedelfractuur opgelopen.8 De heer [slachtoffer D] heeft als gevolg van het ongeval een bloeding onder de schedel opgelopen.9 Tevens heeft hij door het ongeval meerdere gebroken ruggenwervels opgelopen.10

De rechtbank is, gelet op het vooroverwogene, van oordeel dat verdachte zeer onoplettend heeft gereden. Hiertoe oordeelt zij als volgt. Verdachte heeft gereden met een snelheid van ongeveer 90 km/u. Deze snelheid was niet alleen boven de voor verdachte maximaal toegestane snelheid, maar tevens, gelet op het feit dat er een file was gevormd, te hoog voor een veilig verkeer ter plaatse. Verdachte had zijn snelheid moeten aanpassen aan de overige verkeersdeelnemers. Dit heeft verdachte echter niet gedaan, omdat hij deze verkeersdeelnemers en de waarschuwingsborden die de verkeerdeelnemers waarschuwde voor filevorming, niet tijdig heeft opgemerkt. Als gevolg van zijn snelheid kon verdachte, toen hij het overige verkeer opmerkte, niet meer tijdig stoppen en was een aanrijding het gevolg. De rechtbank acht gelet op het vooroverwogene wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 22 juni 2009 in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een vrachtwagen merk: Mercedes, daarmede rijdende over de weg, de rijksweg A1, komende uit de richting Apeldoorn en gaande in de richting Amersfoort, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte, zeer onoplettend, gereden op de rechter rijstrook van de rijksweg A1, en

daarbij niet voortdurend zijn aandacht aan de weg en het verkeer besteed, immers is hij, verdachte, een mobiele rijstrooksignalering genaderd waarop werd aangegeven dat het verkeer op de linker rijstrook op de rechter rijstrook moest rijden, en heeft hij, verdachte, zich er niet tijdig van vergewist dat voor hem, verdachte, een file was gevormd en het verkeer voor hem,

verdachte, op zijn, verdachtes, rijstrook, langzaam reed of stil stond, en heeft hij, verdachte, zich er niet (tijdig) van vergewist dat de bestuurder, zijnde mevrouw [slachtoffer A], van de zich op dezelfde rijstrook voor hem, verdachte, bevindende personenauto, merk Volkswagen, remde en haar alarmverlichting in had geschakeld, teneinde achteropkomend

verkeer duidelijk te maken dat er filevorming was, en heeft hij, verdachte daarbij gereden met een hogere snelheid dan de voor hem, verdachte, wettelijke toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, en is hij, verdachte, niet in staat geweest de door hem, verdachte, bestuurde vrachtwagen tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, terwijl voor hem, verdachte, zich de langzaam rijdende, althans stilstaande personenauto bestuurd door voornoemde mevrouw [slachtoffer A], bevond,

waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde vrachtwagen en de door voornoemde mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto, merk: Volkswagen,

en

waardoor vervolgens een botsing heeft plaatsgevonden tussen de door voornoemde mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto, merk: Volkswagen, en de door de heer [slachtoffer B] bestuurde trekker met oplegger, merk: Volvo, die voor voornoemde mevrouw [slachtoffer A] stil stond,

waardoor mevrouw [slachtoffer C], zijnde een inzittende van de door voornoemde mevrouw [slachtoffer A] bestuurde personenauto, op 23 juni 2009 is overleden, en

waardoor voornoemde mevrouw [slachtoffer A] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere, nekfracturen en meerdere ribfracturen en een schedelbasisfractuur, werd toegebracht, en

waardoor de heer [slachtoffer D] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere gebroken rugwervels, en een bloeding onder de schedel werd toegebracht.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaar.

De officier van justitie heeft hierbij het volgende aangevoerd. Verdachte heeft een ongeluk met dodelijk afloop veroorzaakt. Geen enkele straf doet recht aan de gevolgen hiervan voor de slachtoffers. Hoewel het ongeval wel aan verdachtes schuld te wijten is, heeft verdachte nooit de bedoeling gehad het ongeval te veroorzaken. Ook verdachte zal de rest van zijn leven met de gevolgen van het ongeval moeten leven. Desondanks is verdachte, door zijn verkeersgedrag, wel verantwoordelijk voor het ongeval.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat het gaat om een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat verdachte zich volledig verantwoordelijk acht voor het ongeval. Verdachte heeft zich na de aanrijding om de slachtoffers bekommerd, in de zin dat hij eerste hulp heeft verleend. Verdachte heeft sinds het ongeval te kampen met zeer ernstige psychische problemen, waarvoor hij nog steeds behandeld wordt. Ook heeft verdachte na overleg met zijn psycholoog en raadsman een brief geschreven aan de nabestaanden.

Daarnaast is door de raadsman aangevoerd dat verdachte zijn rijbewijs, als zelfstandig ondernemer, beroepshalve nodig heeft. Tevens is verdachte nooit eerder met justitie in aanraking geweest en heeft hij nooit eerder een dergelijk ongeval meegemaakt.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder de gevolgen van het door verdachte veroorzaakte ongeval meegewogen, meer in het bijzonder het overlijden van mevrouw [slachtoffer C]. Het verlies van een dierbare trekt, zoals ook blijkt uit de afgelegde slachtofferverklaringen, diepe, onherstelbare, sporen in het leven van de nabestaanden. Een straf in welke vorm dan ook kan niet opwegen tegen het verlies van een dierbare. Door zijn verkeersgedrag heeft verdachte dit onherstelbare leed veroorzaakt. Verdachte zal de rest van zijn leven ook met de gevolgen van het door hem veroorzaakte ongeval moeten leven, hetgeen hij zich, blijkens zijn ter terechtzitting afgelegde verklaring, ook terdege beseft.

Gelet op het vooroverwogene acht de rechtbank een werkstraf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.

Verdachte heeft door zijn handelen een dodelijk ongeval en gevaar op de weg veroorzaakt. Derhalve is de oplegging van een langdurige, onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen passend en geboden. De rechtbank zal, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een ontzegging van na te melden duur opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 24a, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

* ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar;

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juli 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009008843-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 30 juli 2009.

2 Proces-verbaal, dossierpagina 2 en 6

3 Proces-verbaal aanrijding, dossierpagina's 22 t/m 28

4 Proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, pagina 11 en 33, als ongenummerde bijlage gevoegd bij voornoemd (stam)proces-verbaal

5 Proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, pagina 30, als ongenummerde bijlage gevoegd bij voornoemd (stam)proces-verbaal

6 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 36

7 Verslag gemeentelijke lijkschouwer, als ongenummerde bijlage gevoegd bij voornoemd (stam)proces-verbaal

8 Geneeskundige verklaring, dossierpagina 39

9 Geneeskundige verklaring, dossierpagina 45

10 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 42 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 maart 2010, als ongenummerde bijlage gevoegd bij voornoemd (stam)proces-verbaal.