Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0806

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
09-07-2010
Zaaknummer
113722 - KG ZA 10-178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Krakers weg uit Julianaziekenhuis. De kortgedingrechter oordeelt dat de groep krakers weg moet uit het voormalig Julianaziekenhuis in Apeldoorn.

Het gevaar van asbestbesmetting brengt een te groot gezondheidsrisico met zich mee. Niet alleen voor de krakers zelf, maar ook voor de onwetende bezoekers van hun ateliers en exposities. Daarnaast heeft de gemeente Apeldoorn meegedeeld dat de brandweer er bij het bestrijden van een brand niet van uit gaat dat er mensen in het gebouw zijn, omdat het pand officieel buiten gebruik is. De rechter concludeert hieruit dat het onverantwoord is om de krakers in het voormalige ziekenhuis te laten wonen.

De rechter wijst de eigenaar er op dat hij de toegang tot het gebouw goed moet afsluiten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 175
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2010/37 met annotatie van D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

113722 / KG ZA 10-1789 juli 2010

Sector Civiel - Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 113722 / KG ZA 10-178

Vonnis in kort geding van 9 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWINVEST DEVELOPMENT,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M. van Schie te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2] en

3. [gedaagde 3]

allen verblijvende te [plaats],

advocaat mr. M.A.R. Schuckink Kool te Den Haag

en

4. zij wier naam en woonplaats in redelijkheid niet kunnen worden achterhaald en dientengevolge onbekend zijn en die verblijven in de aan [adres te plaats] gelegen gebouwde onroerende zaak met onroerende aanhorigheden of een gedeelte daarvan,

gedaagden,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Bouwinvest en de krakers genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

• de dagvaarding

• de mondelinge behandeling, waarbij als informant aan de zijde van Bouwinvest is gehoord [informant] van BME Asbestconsult B.V.

• de pleitnota’s van partijen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Bouwinvest is eigenaar van het voormalige Juliana Ziekenhuis te Apeldoorn met zustergebouwen en bijbehorende terreinen. Het complex bestaat uit meerdere gebouwen in verschillende verdiepingen met een totaal oppervlakte van ca. 35.000 m² en is gebouwd in de jaren ‘70. Na aankoop van het complex door de rechtsvoorgangster van Bouwinvest is het voormalige ziekenhuis per 3 maart 2009 in gebruik gegeven aan de Stichting Geldre Ziekenhuizen. Deze bruikleenovereenkomst is op 1 juli 2009 beëindigd. Sedertdien staat het grootste deel van het complex leeg. Enkele woningen, de zustersflat, een gebouw met een kinderdagverblijf en een noodgebouw zijn aan derden tijdelijk verhuurd of om niet in gebruik gegeven.

Bouwinvest wil het complex herontwikkelen en ter plaatse onder meer woningbouw en gebouwen voor maatschappelijke doeleinden realiseren.

Asbestinventarisaties in 2007 en 2009 hebben aangetoond dat in een aantal bouwdelen asbesthoudende materialen zijn gebruikt. In verband met de aanwezigheid van deze asbesthoudende materialen heeft Bouwinvest nadat het complex is komen leeg te staan, onder meer de hoofdingang gebarricadeerd en borden aangebracht waarop gewaarschuwd wordt voor de aanwezigheid van asbest.

In het weekend van 12/13 juni 2009 hebben ongeveer 30 krakers zich de toegang tot het complex verschaft. Een groep van 12 krakers bewoont sedertdien de begane grond en de eerste verdieping van het hoofdgebouw, op de situatietekening (productie 10 van Bouwinvest) aangeduid met A. Ook maken zij gebruik van het trappenhuis (bouwdeel F) en van bouwdeel E. Daarnaast hebben zij zich de toegang verschaft tot het gebouw van de voormalige technische dienst.

De krakers zijn van plan het voormalige ziekenhuis behalve voor bewoning ook voor culturele doeleinden te gebruiken, waaronder ateliers en expositieruimte.

Bij (aangetekend verzonden) brief van 14 juni 2010 heeft Bouwinvest de krakers gesommeerd het complex te verlaten. De krakers hebben geen gevolg gegeven aan deze sommatie.

Het geschil

Bouwinvest vordert - samengevat - ontruiming van de door de krakers zonder recht of titel in gebruik genomen onroerende zaak of gedeelte daarvan aan de Sprengenweg 70 te Apeldoorn, onder de bepaling dat zij het vonnis gedurende één jaar na ontruiming opnieuw ten uitvoer kan leggen in geval van hernieuwde kraak.

Zij baseert deze vordering onder meer op de stelling dat de kans groot is dat onoordeelkundige gebruik wordt gemaakt van de ruimten waardoor schade ontstaat met de kans op het vrijkomen en verspreiden van asbest. Bouwinvest acht de gezondheidrisico’s die de aanwezigheid en verspreiding van asbest met zich brengen zodanig groot dat zij niet met die risico’s en eventuele claims geconfronteerd wenst te worden.

Bouwinvest heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening.

De krakers voeren verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

De krakers maken zonder recht of titel gebruik van het voormalige ziekenhuis en maken daarmee inbreuk op het eigendomsrecht van Bouwinvest. De krakers hebben betwist dat Bouwinvest een zodanig spoedeisend belang heeft bij de ontruiming van haar eigendom dat hun belang bij voortzetting van hun verblijf en gebruik van (een deel van) dat ziekenhuis daarvoor moet wijken.

Bouwinvest heeft aangevoerd dat de bewoning van het voormalige ziekenhuis vanuit hygiënisch oogpunt en met een (warme) zomer voor de boeg een onwenselijke situatie oplevert, omdat er geen water meer uit de kraan komt en installaties nog maar in beperkte mate werken. Er is geen toevoer van gas meer naar het pand en voor zover gekookt wordt op gasflessen of vuurkorven levert dat gevaar op. Het opnieuw inschakelen van de elektriciteit is gevaarlijk vanwege de kabels die sinds de ontkoppeling van de elektra los onder de vloeren liggen, aldus Bouwinvest.

De krakers hebben dit gemotiveerd weersproken. Zij hebben aangevoerd dat de waterleiding is aangesloten en dat wc’s en douches gewoon functioneren, evenals de normale (elektrische) kookvoorzieningen. Ze zijn niet van plan gas te gebruiken. Voorts hebben zij aangevoerd dat zij over voldoende expertise beschikken om op een verantwoorde wijze met de elektrische voorzieningen om te gaan.

Bouwinvest is na deze betwisting niet op meer op haar stelling teruggekomen.

Dat door het gebrek aan water en elektra, dan wel door het weer aansluiten van deze voorzieningen een onhygiënische en/of anderszins een zodanige gevaarlijke situatie bestaat of zal ontstaan dat ontruiming van het pand geïndiceerd is, is derhalve niet aannemelijk geworden.

Bouwinvest heeft wel aangevoerd dat zij niet uitsluit dat de verzekeraar besluit dat het complex nog maar beperkt zal zijn gedekt of dat de dekking zelfs helemaal vervalt, waardoor onaanvaardbare risico’s zullen ontstaan, maar gesteld noch aannemelijk is geworden dat die situatie zich thans voordoet.

De krakers hebben in dit verband aangevoerd dat vergelijkbare of zwaardere dekkingsproblemen zich ook zullen voordoen bij leegstand. Het risico van beschadiging van het pand is groter als het leegstaat. Hun aanwezigheid voorkomt juist vandalisme en inbraken in het pand, aldus de krakers.

Bouwinvest heeft dit niet weersproken. De door Bouwinvest gevreesde dekkingsproblemen leveren derhalve een onvoldoende belang voor ontruiming op, laat staan een spoedeisend belang.

De stelling van Bouwinvest dat de krakers sloten van de toegangsdeuren van het complex hebben vervangen, waardoor de onderhoudsman niet meer bij bijvoorbeeld de verwarmingsinstallatie van de zustersflat en het kinderdagverblijf kan is door de krakers eveneens gemotiveerd weersproken. Dat geldt ook voor de stelling van Bouwinvest dat hulpdiensten het terrein niet meer opkunnen.

De toegang tot het terrein en pand is voor hulpverleners en het door Bouwinvest ingeschakelde bedrijf Strukton verzekerd, met de brandweer bestaat een goed contact en de onderhoudsmonteur wordt binnengelaten, zo hebben de krakers betoogd.

Bouwinvest is na deze betwisting niet meer op haar stelling dat hulpdiensten en de onderhoudsmonteur geen toegang meer tot het complex hebben teruggekomen. Wel heeft zij nog aangevoerd dat de aanwezigheid van de krakers in het pand met zich brengt dat in geval van brand of andere calamiteiten brandweer en politie het pand zullen moeten betreden, waardoor deze functionarissen ook het risico van asbestbesmetting lopen. Hierop zal hierna bij de bespreking van het door Bouwinvest gestelde en door de krakers betwiste asbestrisico worden ingegaan.

Bouwinvest heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat in ieder geval in bouwdeel A spuitasbest is aangetroffen. In de aanvullende asbestinventarisatie van 4 september 2009 (productie 4 van Bouwinvest) door MACG Advies B.V. staat:

“(…) Uit de resultaten van de visuele inspectie kan worden geconcludeerd dat tijdens de bouw spuitasbest op de stalen constructie is verwerkt ter plaatse van de bouwdelen A, B, C begane grond (…). Het betreft hier zowel de horizontale alsmede de verticale constructieonderdelen. De dikte van de aangebrachte laag bedraagt ca. 4 cm. (…) Wel dient te worden opgemerkt dat de bovenzijde van de aanwezige plafondplaten op de bovengenoemde bouwdelen als asbesthoudend dienen te worden aangemerkt. Tijdens de uitvoering van de visuele inspectie zijn zowel visueel als analytisch restanten spuitasbest aangetroffen. (…)”

Ook heeft Bouwinvest voldoende aannemelijk gemaakt dat met name dit spuitasbest gevaarlijk voor de gezondheid kan zijn. Zo schrijft [informant] in zijn brief van 26 juni 2010 aan Bouwinvest:

“(…) Vanuit risico’s voor de volksgezondheid kijkende is met name het losliggende asbest alsmede spuitasbest het grootste risico. Het losliggende asbest kan zonder het aan te raken al in de lucht gebracht worden en dus voor gezondheidsrisico’s zorgen. Het spuitasbest is zeer losgebonden (niet hechtgebonden) kan bij verplaatsing van lucht langs het spuitasbest al voor het loslaten van het spuitasbest zorgen en dus asbestvezels in de omgevingslucht teweeg brengen. Het verwijderen van een plafondplaat kan dus al zeer risicovol zijn. De hoeveelheid aan asbestvezels in de omgevingslucht zal dan direct boven het maximaal toelaatbare risiconiveau (MTR) uitkomen. (…)”

Ter terechtzitting heeft [informant] desgevraagd verklaard dat in zogenaamd hecht gebonden asbestmateriaal de asbestvezels vermengd zijn met veel cement, waardoor het solide wordt en de vezels ieder voor zich stevig gebonden zijn. Voor isolatiedoeleinden wordt gebruik gemaakt van zogenaamd spuitasbest met de asbestsoort amosiet. Daarbij wordt maar een klein beetje cement gebruikt. Dit materiaal wordt na verloop van tijd brozer en deeltjes laten los. Deze asbestdeeltjes zijn nauwelijks waarneembaar. Ze zijn zo licht dat ze al door de enkele verplaatsing van lucht in beweging komen. Een asbestvezel zweeft in ongeveer 3 á 4 dagen naar de grond. De microscopisch kleine vezels hebben weerhaakjes en dringen bij inademing ongemerkt tot diep in de longen door. Als een asbestvezel zich in de longen nestelt kan dit leiden tot tumorvorming. Hoe meer vezels ingeademd worden hoe groter het risico is op bijvoorbeeld longkanker.

De krakers hebben betoogd dat de aanwezigheid van het asbest geen gevaar oplevert. Ter onderbouwing van dat verweer hebben zij erop gewezen dat het complex tot begin 2009 nog als ziekenhuis in gebruik was en dat in veel huizen uit dezelfde bouwperiode als het ziekenhuis nog asbesttoepassingen aanwezig zijn. Het bevreemdt hen dat Bouwinvest andere panden op het complex die in dezelfde periode gebouwd zijn wel aan derden in gebruik heeft gegeven en dat het complex ondanks het door Bouwinvest gestelde gevaar niet zodanig was afgesloten dat binnendringen niet meer mogelijk is.

Zij zijn zich bewust van de risico’s van asbest en hebben alle locaties met hechtgebonden asbest afgeschermd en alle ruimten waar dit asbest zich bevindt hermetisch afgesloten, aldus de krakers.

Uit het feit dat het ziekenhuis tot begin 2009 nog werd gebruikt en veilig genoeg werd geacht om daar mensen in te laten verblijven kan niet worden afgeleid dat het complex ook nu nog zo veilig is. Bouwinvest heeft in dit verband onweersproken aangevoerd dat er gebruik werd gemaakt van een asbestbeheersplan om de asbesthoudende bronnen af te schermen en dat alle technische medewerkers een opleiding hebben gehad hoe met asbest om te gaan. Er werd regelmatig onderzocht of de normen niet werden overschreden en er geen verhoogd gezondheidsrisico was voor patiënten, personeel en bezoekers.

Ook heeft Bouwinvest voldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie van nu niet vergeleken kan worden met de situatie van toen. Zij heeft aangevoerd dat in verband met de verhuizing van het ziekenhuis kabels en leidingen zijn verwijderd die zich achter de plafondplaten bevonden. Nadat het pand leeg is komen te staan zijn koperdieven in het pand bezig zijn geweest. Door al deze activiteiten zijn asbestvezels vrijgekomen en door het complex gaan zweven. Deze asbestvezels zijn zo licht dat zij zich enkel door luchtverplaatsing al door het complex kunnen verspreiden. Een en ander is aanleiding geweest een nader onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in het pand te laten uitvoeren. Toen bij dat onderzoek aan de bovenkant van de plafondplaten spuitasbest werd aangetroffen, is zij teruggekomen op haar voornemen het complex tijdelijk aan derden in gebruik te geven, aldus Bouwinvest.

Aangenomen moet worden dat zelfs in het geval de krakers bekend zijn met de plaatsen waar bij het onderzoek in 2009 asbest geconstateerd werd, zij niet in staat zijn het complex zodanig te gebruiken en te bewonen dat zij geen (groot) risico van asbestbesmetting lopen. Bouwinvest heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat na dat onderzoek asbestvezels zich (verder) door het pand zijn gaan verspreiden. De krakers hebben wel betoogd dat zij alleen die delen van het complex gebruiken die asbestvrij zijn, maar zij hebben geen onderzoeksrapport in het geding gebracht waaruit blijkt dat deze delen niet inmiddels ook zijn besmet.

Uit het verweer van de krakers volgt voorts dat zij uitsluitend de locaties waar zich hechtgebonden asbest bevindt hebben afgeschermd en afgesloten. Zoals hiervoor echter al is overwogen zijn juist bij hechtgebonden asbest de vezels steviger met cement gebonden. Algemeen bekend is dat bij deze soort van asbesttoepassing het risico van asbestbesmetting zich eerst voordoet als de asbestplaten worden beschadigd. Omdat in woningen over het algemeen hechtgebonden asbest is toegepast, doet zich het risico van asbestbesmetting in beginsel niet voor zolang de asbestplaten niet beschadigd worden.

In het onderhavige geval gaat het echter om spuitasbest waarbij asbestvezels zich ook kunnen verspreiden zonder dat sprake is van beschadiging door invloeden van buitenaf. De vezels komen al vrij door het enkele tijdsverloop. De vergelijking tussen woningen waarin hechtgebonden asbest is verwerkt en de asbestsituatie in het voormalige ziekenhuis waarin spuitasbest is verwerkt gaat daarom niet op.

Dit alles leidt tot de conclusie dat bewoning en gebruik van het complex een te groot gezondheidsrisico met zich brengen. Bij de vraag of er gelet op dit gezondheidsrisico een voldoende spoedeisend belang bestaat voor de toewijzing van de gevorderde ontruiming is van belang dat niet alleen de krakers deze risico’s lopen, maar ook anderen die niet op de hoogte zijn van de asbestsituatie. Het door de krakers beoogde gebruik van het complex voor onder meer ateliers en exposities brengt immers met zich dat ook derden het complex zullen bezoeken. Waar de krakers mogelijk willens en wetens het risico willen nemen asbestvezels in te ademen, kan niet getolereerd worden dat ook onwetende derden aan dat risico worden blootgesteld. In dit verband is nog van belang dat bij voortgezet gebruik van het complex in het geval zich daarin een calamiteit voordoet ook brandweerlieden en politiemannen het risico lopen asbestvezels in te ademen als zij het pand betreden. De gemeente Apeldoorn heeft bij brief van 25 juni 2010 aan Bouwinvest (productie 14 van Bouwinvest) meegedeeld dat in het geval het pand buiten gebruik is, de brandweer uitgaat van een pand waarin geen personen aanwezig zijn en de te volgen strategie gericht is op een defensief optreden. Dit brengt met zich dat de brandweer ter plaatse een risicoafweging zal maken of het personeel al dan niet het pand zal binnentreden. Aangenomen moet worden dat in het geval het bij de brandweer bekend is dat zich personen in het pand bevinden, eerder besloten zal worden het pand te betreden.

Dit alles leidt tot de conclusie dat er een voldoende spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming van het complex bestaat, om toewijzing van de vordering te rechtvaardigen.

Overwogen wordt nog wel dat de krakers gevolgd kunnen worden in hun stelling dat hun aanwezigheid in het pand voorkomt dat bijvoorbeeld koperdieven het pand betreden. Na het vertrek van de krakers zal de kans dat het pand door anderen wordt bezocht met alle risico’s van dien weer groter worden. Gelet op de gezondheidsrisico die ook deze ongenode gasten lopen ligt het op de weg van Bouwinvest het complex in afwachting van de sloop zodanig af te grendelen dat het voor derden onmogelijk wordt het nog te betreden. Uit het enkele feit dat koperdieven en krakers zich de toegang tot het pand hebben kunnen verschaffen blijkt al dat de eerdere afgrendeling onvoldoende was.

De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Bouwinvest begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- vast recht 263,--

- salaris advocaat 816,--

Totaal € 1152,89

De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de door hen zonder recht of titel in gebruik genomen onroerende zaak of een gedeelte daarvan aan [adres te plaats] met onroerende aanhorigheden met al de hunnen en het hunne leeg en ontruimd aan eiseres op te leveren;

bepaalt dat eiseres dit vonnis gedurende één jaar na de ontruiming opnieuw ten uitvoer kan leggen in geval van hernieuwde kraak;

veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak ana de zijde van eiseres gevallen en begroot op € 1.152,89;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Eijkelestam en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2010.