Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM7005

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-06-2010
Zaaknummer
06/801011-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en medeverdachte (LJN BM7012) veroordeeld terzake poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van medewerkers van De Sprengen en politiemedewerkers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/801011-09

Uitspraak d.d.: 8 juni 2010

tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats op 1991],

thans gedetineerd in justitiële jeugdinrichting Den Hey-Acker te Breda,

raadsman: mr. P.T. Pel, advocaat te Hattem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

25 mei 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2009 te Zutphen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, aan een of meerdere perso(o)n(en) genaamd [politieagent] (politie-agent) en/of [unitleider] (unitleider "De Sprengen" en/of

[hoofdagente] (hoofdagente/hondengeleidster) en/of [groepsleider] (groepsleider

"De Sprengen"), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet een of meerdere (grote en/of zware) voorwerpen (grintstenen en/of

voetjes/onderdelen van een bliksemafleidingssysteem) (met kracht) vanaf een

dak van het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen" naar, althans in de

richting van genoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gegooid/geworpen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 12 mei 2009 te Zutphen, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [politieagent] (politie-agent) en/of [unitleider] (unitleider "De Sprengen") en/of [hoofdagente]

(hoofdagent/hondengeleider) en/of [groepsleider] (groepsleider "De Sprengen")

heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn

mededader(s) opzettelijk dreigend een of meerdere (zware en/of grote)

voorwerpen ((grint)stenen en/of "voetjes"/onderdelen van een

bliksemafleidingssysteem) (met kracht) van een dak van het gebouw van

jeugdgevangenis "De Sprengen" naar, althans in de richting van genoemde

perso(o)n(en) gegooid/geworpen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2009 te Zutphen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of

meerdere auto's/voertuigen (een ambulance en/of een of meerdere

politie-auto's (een Opel Vectra met kenteken [kenteken] en/of een Opel Vivaro

met kenteken [kenteken] en/of een VW Touran met kenteken [kenteken]) en/of een

auto van een hondengeleider (kenteken [kenteken]) en/of een auto van "[schoonmaakbedrijf]" (kenteken [kenteken])), en/of in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan respectievelijk Politie Noord- en Oost

Gelderland (auto's met kentekens [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of

[kenteken]) en/of [schoonmaakbedrijf] (auto met kenteken [kenteken]), in elk

geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (door

(telkens) een of meerdere (zware en/of grote) voorwerpen (met kracht) vanaf

een dak van het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen" op/tegen genoemde

auto's/voertuigen te gooien/werpen);

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 12 mei 2009 te Zutphen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk diverse

goederen (dakkoepels en/of een bliksemafleidingssysteem en/of glas en/of

andere goederen) van/aan het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen", in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan jeugdgevangenis "De

Sprengen", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 12 mei 2009 vond een opstand in jeugdgevangenis "De Sprengen" te Zutphen plaats. Bij deze opstand waren meerdere jongeren, waaronder verdachte, betrokken. De jongeren zijn op het dak van de jeugdgevangenis geklommen en hebben vanaf het dak diverse objecten naar beneden gegooid.2

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde op grond van de aangiften van [politieagent] en [hoofdagente] en de ambtelijke verslagen van de ter plaatse zijnde collega's wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte heeft door zware objecten van het dak te gooien het risico aanvaard dat voornoemde verbalisanten werden geraakt en hierdoor zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gooien van zware voorwerpen zwaar lichamelijk letsel kan opleveren. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde personen [unitleider] en [groepsleider].

Tevens heeft de officier van justitie gesteld dat de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte deze feiten ter terechtzitting heeft bekend en dat van deze feiten aangifte is gedaan.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is door en namens verdachte aangevoerd dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft bekend te hebben gegooid naar voertuigen, maar heeft het gooien naar personen ontkend. De raadsman heeft gesteld dat [unitleider], [politieagent] en [naam] hebben verklaard dat zij wisten dat de jongens voorwerpen van het dak gooiden vóór zij de binnenplaats betraden. Daarnaast was het mogelijk geweest dat de verbalisanten via een alternatieve route het gebouw hadden kunnen betreden. De personen hebben bewust en vrijwillig gekozen zonder beschermende kleding de binnenplaats over te steken.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat zich onvoldoende bewijs in het dossier bevindt dat verdachte en medeverdachten bewust op de personen hebben gegooid.

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair bepleit.

Ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 12 mei 2009 tezamen met anderen vanaf het dak van jeugdgevangenis De Sprengen diverse voorwerpen, waaronder voetjes van bliksemafleiders en grindstenen, naar beneden heeft gegooid.

Verbalisant [politieagent] heeft verklaard dat hij op de genoemde datum in het kader van zijn werk als officier van dienst bij De Sprengen ter plaatse was. Verbalisant [politieagent] ging samen met het interne bijstandsteam van jeugdgevangenis De Sprengen via de sluis de jeugdgevangenis binnen. Hij droeg hierbij geen beschermende kleding. Vanaf de sluis tot aan de ingang van de jeugdgevangenis moest [politieagent] een afstand van 20 meter overbruggen. Op het moment dat het Interne Bijstandsteam (hierna: IBT) en [politieagent] de oversteek maakten werd vanaf het dak door verdachte en zijn mededaders met betonnen voorwerpen naar beneden gegooid. [politieagent] raakte hierdoor de aansluiting met het IBT kwijt en kwam vrij en onbeschermd op de binnenplaats te staan. Hij zag dat de vijf mannen vanaf het dak doelbewust met de voorwerpen in zijn richting gooiden.3

Verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben ook gezien dat verdachte en zijn mededaders met stenen naar het IBT en [politieagent] hebben gegooid. Zij hebben gezien dat [politieagent] meerdere voorwerpen ternauwernood kon ontwijken.4 Eveneens hebben verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] gezien dat verbalisant [politieagent] opzij moest springen voor diverse voorwerpen die vanaf het dak naar beneden werden gegooid.5

Medeverdachte [medeverdachte] heeft ook verklaard dat hij en de medeverdachten stenen hebben gegooid naar de leden van het IBT.6

Verbalisant [hoofdagente] heeft verklaard dat hij op de genoemde datum in het kader van zijn werk als hondenbegeleider van de politie bij De Sprengen ter plaatse was. Hij heeft zijn dienstvoertuig op de binnenplaats van De Sprengen geparkeerd. Volgens protocol wachtte verbalisant [hoofdagente] op de binnenplaats op het interne bijstandsteam. Verbalisant zag op enig moment dat meerdere personen op het dak van de jeugdgevangenis stenen en voorwerpen, waaronder zware dakhouders voor bliksemafleidingskabels, aan het verzamelen waren. Deze stenen en voorwerpen werden daarna door alle personen op het dak naar beneden gegooid. De personen mikten op de op de binnenplaats geparkeerde voertuigen, waaronder ook de bij verbalisant [hoofdagente] in gebruik zijnde auto, waar de diensthond in lag. De groep begon ook de verbalisant en de medewerker van de inrichting die naast hem stonden te bekogelen met zware voorwerpen en grote grindstenen. Ook werd de auto met daarin de diensthond meermalen geraakt. Verbalisant moest de stenen ontwijken om niet geraakt te worden. Verbalisant is door diverse grindstenen geraakt, waardoor hij pijn heeft ondervonden. De verbalisant kon uiteindelijk wegkomen, omdat de sluisdeur open ging en hij met de auto het binnenterrein kon verlaten.7

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] waren tevens bij De Sprengen aanwezig. Zij zagen dat verbalisant [hoofdagente], na het parkeren van de hondenauto, nabij de sluisdeuren stond. Verbalisanten zagen vervolgens dat er met grof grind naar onder andere [hoofdagente] werd gegooid.8

Bespreking van het verweer ten aanzien van het (voorwaardelijk) opzet

Het verweer van de raadsman dat de jongens niet de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat zij personen zouden raken, nu

- er geen personen op de binnenplaats waren toen er met stenen werd gegooid'

- zij er niet op hoefden te rekenen dat men door de stenenregen zou lopen;

- er ook een alternatieve route was op het gebouw binnen te komen,

wordt door de rechtbank verworpen.

Getuigen [politieagent], [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [hoofdagente] hebben verklaard dat er personen op de binnenplaats waren toen er met stenen werd gegooid. Gelet op hun, eigen, niet te tolereren, gedrag hadden verdachte en zijn medeverdachten er op moeten rekenen dat door politie en (bijstands)personeel ingegrepen zou worden, ondermeer door via de binnenplaats het gebouw binnen te komen.

Van een alternatieve route, zo die er al realiter zou zijn geweest, waren de jongens niet op de hoogte. Dit aspect kan dan ook niet in hun afwegingen om toch met stenen op de binnenplaats te gooien geen rol hebben gespeeld.

De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte naar objectieve maatstaven moet hebben geweten dat het gooien van de voorwerpen op de binnenplaats, gelet op de hoogte van waar werd gegooid en de zwaarte van de voorwerpen, kon leiden tot zwaar lichamelijk letsel als er iemand zou worden geraakt. Deze wetenschap heeft verdachte er niet van weerhouden om te gooien. Daarmee heeft verdachte bewust het risico op zwaar lichamelijk letsel aanvaard en acht de rechtbank het opzet van verdachte bewezen.

De rechtbank acht daarom opzet op de poging tot zware mishandeling, zoals onder 1 primair ten laste gelegd, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 2 en 3 ten laste gelegde voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

- proces-verbaal aangifte van [unitleider], namens De Sprengen;9

- proces-verbaal aangifte van [naam 1], namens Connexxion Ambulancezorg;10

- proces-verbaal aangifte van [naam 2], namens politie Noord-Oost Gelderland;11

- proces-verbaal aangifte van [naam 3], namens politie Noord-Oost Gelderland;12

- proces-verbaal aangifte van [naam 4], namens [schoonmaakbedrijf];13

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank het onder 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. (primair)

hij op 12 mei 2009 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, aan personen genaamd [politieagent], politieagent en

[hoofdagente] hoofdagent/hondengeleider, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meerdere grote en/of zware voorwerpen, grindstenen en voetjes/onderdelen van een bliksemafleidingssysteem, met kracht vanaf een dak van het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen" naar, althans in de richting van genoemde personen hebben gegooid/geworpen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 12 mei 2009 te Zutphen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk auto's/voertuigen, een ambulance en meerdere

politie-auto's, een Opel Vectra met kenteken [kenteken] en een Opel Vivaro met kenteken [kenteken] en een VW Touran met kenteken [kenteken] en een auto van een hondengeleider kenteken [kenteken] en een auto van "[schoonmaakbedrijf]" kenteken [kenteken], toebehorende aan respectievelijk Politie Noord- en Oost Gelderland, auto's met kentekens [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [schoonmaakbedrijf], auto met kenteken [kenteken], in elk geval telkens aan een anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, heeft vernield en beschadigd gemaakt door telkens zware en grote voorwerpen met kracht vanaf een dak van het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen" op/tegen genoemde auto's/voertuigen te gooien;

3.

hij op 12 mei 2009 te Zutphen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk diverse goederen, dakkoepels en een bliksemafleidingssysteem en glas en

andere goederen van/aan het gebouw van jeugdgevangenis "De Sprengen", toebehorende aan jeugdgevangenis "De Sprengen", heeft vernield en beschadigd en onbruikbaar gemaakt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1 (primair): poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;

2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen, meermalen gepleegd;

3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren gevorderd.

2. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de recent opgestarte behandeling in het kader van de PIJ-maatregel niet doorkruist dient te worden door een op te leggen straf in onderhavige zaak. Ook omdat de raadsman minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, heeft hij bepleit een lagere -geheel voorwaardelijke straf- op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

3. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte tezamen met anderen in opstand is gekomen tegen de leiding van jeugdgevangenis De Sprengen. Zij hebben vanaf het dak van de inrichting diverse zware en grote voorwerpen naar beneden gegooid en hierdoor zeer veel schade, met name aan voertuigen, veroorzaakt en hierbij tevens risico op zwaar lichamelijk letsel van personen op de koop toe genomen. Dat dergelijk zwaar lichamelijk letsel niet is opgetreden is niet aan verdachte te danken, maar aan het adequaat handelen van de desbetreffende personen zelf. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat de opstand, wat de motieven en de achtergronden daar ook van zijn, op dergelijke wijze is verlopen.

5. Bij de opstand heeft verdachte getoond geen enkel respect te hebben voor de gezagsdragers en hun autoriteit. Verdachte heeft door zijn handelen dit gezag ondermijnd en handhavers van het gezag aan aanzienlijk gevaar blootgesteld. Bovendien heeft verdachte veel schade toegebracht aan de gemeenschap.

6. Verdachte zit thans in jeugdinrichting Den Hey-Acker in het kader van een aan hem opgelegde PIJ-maatregel. Uit het rapport van de reclassering d.d. 15 maart 2010 blijkt dat verdachte binnen de PIJ-maatregel behandeling volgt en dat het niet mogelijk is om nog een andere behandeling danwel interventie te volgen. De reclassering adviseert verdachte verantwoordelijk te stellen voor de geleden schade en daaraan geen bijzondere voorwaarden te koppelen.

7. Gelet op de omstandigheid dat verdachte in het kader van de PIJ- maatregel reeds voor langere tijd van zijn vrijheid is beroofd, het belang van de behandeling van verdachte en de positieve wijze waarop hij zich nu inzet voor zijn behandeling ziet de rechtbank aanleiding om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

8. De rechtbank acht een voorwaardelijke straf tevens op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

1. De benadeelde partij [hoofdagente] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van de immateriële schade, ten bedrage van € 300,--, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.336,24 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij Connexxion Ambulance Service heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 23.132,85 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij J.P.C. de Sprengen heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 14.571,40 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [hoofdagente] in zijn geheel, hoofdelijk, moeten worden toegewezen. De vordering van Politie Noord- en Oost Gelderland kan tot een bedrag van € 4.500,-- hoofdelijk worden toegewezen, nu dit het bedrag is van het eigen risico van de verzekering. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk verklaard te worden. Voorts heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij de toe te wijzen vorderingen gevorderd. De vordering van J.P.C. de Sprengen dient niet-ontvankelijk verklaard te worden omdat niet duidelijk is of de gemachtigde daadwerkelijk gerechtigd was om de vordering in te dienen. De vordering van Connexxion Ambulance Service is niet eenvoudig van aard en dient eveneens niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Standpunt van de verdediging

3. De raadsman heeft gesteld dat de vordering van [hoofdagente] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, nu de vordering niet eenvoudig van aard is. Onder andere wordt het gestelde letsel niet onderbouwd met stukken en komt de onderbouwing van de vordering niet overeen met de feitelijke gang van zaken.

De vordering van Politie Noord- en Oost Gelderland dient niet-ontvankelijk verklaard te worden, nu de vordering niet eenvoudig van aard is. Ten eerste kan de Politie Noord- en Oost Gelderland niet in rechte optreden. Ten tweede is de offerte respectievelijk factuur onvoldoende duidelijk. Mogelijk zijn kosten door de verzekering vergoed.

De vordering van J.P.C. De Sprengen dient niet-ontvankelijk verklaard te worden nu een machtiging tot het indienen ontbreekt. Daarnaast zijn de facturen onduidelijk met betrekking tot verrichte werkzaamheden en is geen causaal verband tussen de gebeurtenissen op 12 mei 2010 en de facturen af te leiden.

De vordering van Connexxion Ambulance Service dient niet-ontvankelijk verklaard te worden, nu niet blijkt dat de vordering door een daartoe gemachtigd persoon is ondertekend. Daarnaast zijn sommige gevorderde kosten gebaseerd op offertes en niet op een factuur en heeft de verzekeraar een deel van de verzekering vergoed.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen van dermate omvang zijn en juridisch en/of feitelijk complex zijn, waardoor het wenselijk is dat de vorderingen in een civiele procedure worden behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

4. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [hoofdagente] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 300,--, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is.

De raadsman heeft gesteld dat Politie Noord- en Oost Gelderland geen publiekrechtelijke/privaatrechtelijke rechtspersoon is en niet kan optreden in rechte. Bovendien zou van degene die namens de politie de vordering heeft ingediend niet vastgesteld kunnen worden dat deze daartoe gemachtigd was. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Gelet op artikel 21 van de Politiewet betreft de benadeelde partij "Het Regionaal politiekorps Noord- en Oost Gelderland, gevestigd te Apeldoorn", welke een publiekrechtelijke rechtspersoon is. Een dergelijke partij kan zich naar het oordeel van de rechtbank voegen als benadeelde partij in een strafzaak. Op grond van artikel 22 van de Politiewet wordt het korps in en buiten rechte vertegenwoordigd door de korpschef. Uit een in het strafdossier aanwezige schriftelijke volmacht van de korpschef van bovengenoemd korps d.d. 11 mei 2010 blijkt dat de persoon die de vordering heeft ingediend daartoe gemachtigd is. Dat in deze machtiging de publiekrechtelijke rechtspersoon wordt aangeduid als "Politie Noord- en Oost-Gelderland" in plaats van "Het Regionaal politiekorps Noord- en Oost- Gelderland" behoeft niet te leiden tot niet-ontvankelijk van de benadeelde partij. Gelet op de gehanteerde benaming en de regeling in de Politiewet is voldoende duidelijk dat bedoeld is "Het Regionaal politiekorps Noord- en Oost- Gelderland". De Politie Noord- en Oost- Gelderland is ontvankelijk in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 4.500,--, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De rechtbank deelt het standpunt van de raadsman dat de offerte c.q. facturen onvoldoende onderbouwd zijn niet. Wat betreft het meer of anders gevorderde wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, nu deze vordering voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De benadeelde partij J.P.C. de Sprengen zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering -zoals ook door de raadsman is bepleit- omdat niet blijkt dat degene die de vordering heeft ingediend daartoe namens de benadeelde partij gemachtigd was middels een bijzondere schriftelijke volmacht zoals is voorgeschreven in artikel 51e lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Connexxion Ambulance Service volgt de rechtbank het openbaar ministerie en de verdediging en zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de vordering niet zo eenvoudig van aard is dat deze kan worden afgedaan in het strafproces.

De benadeelde partijen Politie Noord- en Oost Gelderland, J.P.C. de Sprengen en Connexxion Ambulance Service kunnen derhalve hun vorderingen (voor het overige) slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer [hoofdagente] en Politie Noord- en Oost Gelderland.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 77i, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 300, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1(primair): poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;

2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen, meermalen gepleegd;

3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [hoofdagente], [adres, plaats] (girorekening [nummer] t.n.v. Politie NOG Apeldoorn) van een bedrag van € 300,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [hoofdagente] voornoemd, een bedrag te betalen van € 300,--, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen gevangenisstraf zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland, [adres, plaats] (rekeningnummer onbekend) van een bedrag van € 4.500,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Politie Noord- en Oost Gelderland voornoemd, een bedrag te betalen van € 4.500,--, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 90 dagen gevangenisstraf zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededaders de betreffende schadebedragen zijn betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* verklaart de benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partijen J.P.C. de Sprengen en Connexxion Ambulance Service niet-ontvankelijk in haar vorderingen.

Aldus gewezen door mr. Feraaune, voorzitter, mrs. Krijger en Steenhuisen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 juni 2010 te 13.30 uur

Mrs. Feraaune en Steenhuisen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0631/09-203917, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 25 juni 2009.

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina 12

3 Proces-verbaal van aangifte van [politieagent], dossierpagina's 198 en 199

4 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 100

5 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 97

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], dossierpagina 181

7 Proces-verbaal van aangifte van [hoofdagente], dossierpagina's 208 t/m 210

8 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 96 en 97

9 Proces-verbaal van aangifte van [unitleider], dossierpagina's 202 en 203

10 Proces-verbaal van aangifte van [naam 1], dossierpagina's 88 en 89

11 Proces-verbaal van aangifte van [naam 2], dossierpagina's 219 en 220

12 Proces-verbaal van aangifte van [naam 3], dossierpagina's 227 en228

13 Proces-verbaal van aangifte van [naam 4], dossierpagina's 241 en 242