Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM6798

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-06-2010
Datum publicatie
04-06-2010
Zaaknummer
06/940098-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 en half jaar voor drie geslaagde overvallen op eetgelegenheden in Apeldoorn en één poging daartoe. Uitspraken medeverdachten onder LJN BM6792 en BM6796.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940098-10

Uitspraak d.d.: 4 juni 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[medeverdachte C],

geboren te [plaats] (Hongarije) op [1990],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in de PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

Raadsman: mr. E.J. Verster, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 21 mei 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 november 2009 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [cafetaria A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer B], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- met een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in zijn, verdachtes, hand(en) voornoemd cafetaria heeft/hebben betreden, althans naar binnen is/zijn gegaan en/of

- in de richting van die [slachtoffer B] is/zijn gelopen en/of daarbij die [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal, de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Money, money" en/of

- (vervolgens) meermalen op de knoppen van de kassa heeft gedrukt/geslagen, althans heeft getracht de kassa te openen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 november 2009 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer C] en/of [cafetaria B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in zijn, verdachtes, handen in de richting van die [slachtoffer C] is/zijn gelopen en/of (vervolgens) een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer C] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer C] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Dit is een overval. Geld, geld. Briefjes, briefjes. Snel, snel" en/of

- (vervolgens), terwijl op die [slachtoffer C] een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, werd gericht, die [slachtoffer C] een geopende tas heeft/hebben voorgehouden;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 24 november 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer F] heeft gedwongen tot de afgifte van 539,72 Euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F] en/of (de eigenaar van) [cafetaria D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in zijn verdachtes handen, in de richting van die [slachtoffer F] is/zijn gelopen en/of (vervolgens) een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer F] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer F] meermalen, althans eenmaal, de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geld, geld" en/of

- (vervolgens) terwijl op die [slachtoffer F] een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, werd gericht, die [slachtoffer F] een plastic tas/zak heeft/hebben voorgehouden en/of daarbij te roepen: "briefgeld, hierin" en/of "opschieten" en/of "meer, meer" en/of

- (vervolgens) een pinapparaat in de richting van die [slachtoffer F] heeft/hebben gegooid en/of (daarbij) te roepen:"muntjes, muntjes";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 december 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of de inhoud van de kassalade, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [pizzeria], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s):

- het gezicht bedekt heeft/hebben met een bivakmuts en/of een panty, althans met soortgelijke voorwerpen en/of

- aan die [slachtoffer H] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "the money, the money" en/of "de kassa, de kassa" en/of "geld, geld, overval", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- daarbij een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp op de borst van die [slachtoffer H] heeft/hebben gezet en/of gericht en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer H] en/of [slachtoffer G] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "we willen geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer G] een geopende vuilniszak heeft/hebben voorgehouden en/of daarbij die [slachtoffer G] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "ook het muntgeld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- daarbij een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp op duidelijk zichtbare wijze heeft/hebben getoond;

(parketnummer: 460478-09)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op meerdere, althans één, tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2009 tot en met 28 december 2009 in de gemeente Apeldoorn (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een gaspistool (merk Rohm, type RG96,kaliber 9 mm), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet Wapens en Munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(parketnummer: 460478-09)

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

1. In de periode van 30 oktober 2009 tot en met eind december 2009 vindt er een zestal overvallen dan wel pogingen tot overvallen plaats op eetgelegenheden in Apeldoorn.

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is ter terechtzitting naar voren gebracht dat het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, nu verdachte erkent deze feiten te hebben gepleegd.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is allereerst van oordeel dat het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, waarbij zij zich baseert op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1:

- de aangifte van [slachtoffer B] namens [cafetaria A]2;

- de bekennende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte B]3 en [medeverdachte A]4; - de bekennende verklaring van verdachte5 bij de politie, welke hij ter terechtzitting van

21 mei 2010 heeft bevestigd.

Ten aanzien van feit 2:

- de aangifte van [slachtoffer C] namens [cafetaria B]6;

- de bekennende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte B]7 en [medeverdachte A]8;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie9, welke hij ter terechtzitting

van 21 mei 2010 heeft bevestigd.

Ten aanzien van feit 3:

- de aangifte van [slachtoffer F] namens [cafetaria D]10;

- de verklaring van getuige [getuige]11;

- de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte A]12;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie13, welke hij ter terechtzitting van

21 mei 2010 heeft bevestigd.

Ten aanzien van feit 4:

- de aangifte van [slachtoffer G] namens [pizzeria]14;

- de verklaring van getuige [slachtoffer H]15;

- de verklaring van de benadeelde [naam]16;

- de bekennende verklaringen van medeverdachte [medeverdachte B]17 en [medeverdachte A]18;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie19, welke hij ter terechtzitting van

21 mei 2010 heeft bevestigd.

5. De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Na de overval op de [pizzeria] te Apeldoorn, waarbij verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte B] zijn aangehouden, wordt in de door hen gebruikte personenauto een voorwerp aangetroffen en in beslag genomen.20 Uit onderzoek van de politie blijkt dat het een gaspistool betreft van het merk ROHM, type RG96, kaliber 9 mm P.A.K., en dat het een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie is.21 Uit de onder 4 aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat dit wapen steeds bij de overvallen, dan wel de pogingen daartoe is gebruikt. Voorts stelt de rechtbank uit de bewijsmiddelen vast dat zowel verdachte als zijn medeverdachte(n) op elk gewenst moment de beschikking konden hebben over dit wapen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat sprake is van medeplegen van het onder 5 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 4 november 2009 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [cafetaria A] en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer B], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s):

- met een vuurwapen in zijn, verdachtes, hand(en) voornoemd cafetaria heeft/hebben betreden en

- in de richting van die [slachtoffer B] is/zijn gelopen en daarbij die [slachtoffer B] meermalen de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Money, money" en

- vervolgens meermalen op de knoppen van de kassa heeft gedrukt/geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 4 november 2009 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan die [slachtoffer C] en/of [cafetaria B] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een vuurwapen in zijn, verdachtes, handen in de richting van die [slachtoffer C] is/zijn gelopen en een vuurwapen op die [slachtoffer C] heeft/hebben gericht en heeft/hebben gericht gehouden en

- die [slachtoffer C] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Dit is een overval. Geld, geld. Briefjes, briefjes. Snel, snel" en

- vervolgens, terwijl op die [slachtoffer C] een vuurwapen werd gericht, die [slachtoffer C] een geopende tas heeft/hebben voorgehouden;

3.

hij omstreeks 24 november 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen bedreiging met geweld

[slachtoffer F] heeft gedwongen tot de afgifte van 539,72 Euro, toebehorende aan

[slachtoffer F] en/of (de eigenaar van) [cafetaria D], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een vuurwapen in zijn verdachtes handen, in de richting van die [slachtoffer F] is/zijn gelopen en vervolgens een vuurwapen op die [slachtoffer F] heeft/hebben gericht en heeft/hebben gericht gehouden en

- vervolgens die [slachtoffer F] meermalen de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geld, geld" en

- vervolgens terwijl op die [slachtoffer F] een vuurwapen werd gericht, die [slachtoffer F] een plastic tas/zak heeft/hebben voorgehouden en daarbij te roepen: "briefgeld, hierin" en "opschieten" en "meer, meer" en

- vervolgens een pinapparaat in de richting van die [slachtoffer F] heeft/hebben gegooid en daarbij te roepen:"muntjes, muntjes";

4.

hij op 28 december 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of de inhoud van de kassalade, toebehorende aan [pizzeria], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededader(s):

- het gezicht bedekt heeft/hebben met een bivakmuts en/of een panty en

- aan die [slachtoffer H] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "the money, the money" en "de kassa, de kassa" en "geld, geld, overval" en

- daarbij een vuurwapen op de borst van die [slachtoffer H] heeft/hebben gezet en gericht en

- vervolgens aan die [slachtoffer H] en/of [slachtoffer G] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "we willen geld" en

- die [slachtoffer G] een geopende vuilniszak heeft/hebben voorgehouden en daarbij die [slachtoffer G] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "ook het muntgeld", en

- daarbij een vuurwapen op duidelijk zichtbare wijze heeft/hebben getoond;

5.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 30 oktober 2009 tot en met 28 december 2009 in de gemeente Apeldoorn (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een gaspistool (merk Rohm, type RG96,kaliber 9 mm), voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 : poging tot diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2, 3 en 4 : afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

(telkens) verenigde personen;

Feit 5 : medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een

wapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

6. Naar de persoon van verdachte is psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van 3 mei 2010, opgemaakt door

E. de Vrij (klinisch psycholoog) en een rapport van 11 mei 2010, opgemaakt door

dr. J.J. van Egmond (psychiater). Hieruit komt onder meer het volgende naar voren.

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis. Hij is egocentrisch, impulsief, verbaal en fysiek agressief en prikkelbaar. Hij heeft een lacunair geweten en vaart eigenzinnig op eigen kompas, waarbij hij boven alles voorrang wil geven aan hoe hij de dingen ziet en voelt. Kortom, er zijn zowel antisociale als narcistische trekken in de persoonlijkheid. Daarnaast is bij verdachte sprake van cyclothymie, mogelijk zelfs een bipolaire stoornis. Ook is er mogelijk sprake van ADHD. Er is sprake van een verslaving aan cannabis, cocaïne en alcohol. De impulsiviteit bij verdachte kan gefaciliteerd zijn door de mogelijke aanwezigheid van zowel een bipolaire stoornis als van ADHD. Deze aandoeningen staan bekend als drempelverlagend, waar het om toegeven aan impulsen gaat. Het ten laste gelegde lijkt echter meer verband te houden met de persoonlijkheidsstoornis NAO met trekken van narcistische en antisociale persoonlijkheidstoornis. Beide stoornissen staan ook bekend om de daarbij optredende impulsiviteit, maar kenmerken zich ook door enerzijds lacunair geweten en agressief gedrag en anderzijds door de idee bijzondere rechten te hebben en te veel waarde te hechten aan eigen inzicht.

De roofovervallen zijn vooralsnog het best te verklaren vanuit een antisociale en pro-criminele instelling, van waaruit delinquent gedrag wordt vergoelijkt en conventionele normen en waarden onverschillig met voeten worden getreden. Hij heeft het strafwaardige van zijn handelen kunnen inzien, maar hij heeft niet volgens dit inzicht gehandeld, omdat hij vanuit - in het bijzonder - zijn antisociale persoonlijkheidsproblematiek zijn eigen behoeften en strevingen primair stelt en van daaruit gemakkelijk en impulsief tot onmaatschappelijke keuzes kan komen.

Geconcludeerd wordt dat verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Met deze conclusie kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

7. Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

8. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

9. Door en namens verdachte is ten aanzien van een op te leggen straf allereerst naar voren gebracht dat rekening moet worden gehouden met de rol van verdachte bij de strafbare feiten. Daartoe is kort - samengevat - aangevoerd dat verdachte de jongste van de daders is en - in vergelijking met zijn medeverdachten - bij het minste aantal overvallen is betrokken. Voorts kwamen de initiatieven tot het plegen van de overvallen van zijn medeverdachten. Bepleit is aan verdachte een zo kort mogelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daarnaast een deels voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, ook als dat inhoudt de verplichting tot het ondergaan van een intramurale behandeling bij Groot Batelaar dan wel een vergelijkbare instelling.

10. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

11. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte betrokken is geweest bij een reeks overvallen die zich in een tijdsbestek van twee maanden in Apeldoorn heeft voltrokken. De delicten hebben diepe indruk gemaakt op onder andere de horeca in Apeldoorn.

Het zijn brute feiten en de rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking het gemak waarmee de overvallen door verdachte en zijn medeverdachte(n) zijn gepleegd. Zij hebben hun eigen financiële motieven telkens voorop laten staan en hebben geen enkel oog gehad voor de ellende die zij bij de slachtoffers aanrichtten. Voor de slachtoffers zijn de overvallen zeer beangstigende ervaringen geweest. Bekend is dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Dit blijkt ook uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer G]. Deze traumatische ervaring zal, naar de ervaring leert, het leven van de slachtoffers langdurig beïnvloeden. Daarnaast brengen dergelijke overvallen ook maatschappelijke gevoelens van onveiligheid en onrust met zich mee, mede door de hoeveelheid gepleegde overvallen binnen een kort tijdsbestek.

12. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij reeds eerder is veroordeeld, onder meer voor geweldsdelicten en overtreding van de Wet wapens en munitie.

13. Voorts heeft de rechtbank bij haar beoordeling betrokken de over verdachte opgemaakte rapporten van deskundigen, waarin is geconcludeerd dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht ten aanzien van de ten laste gelegde feiten. In aanvulling op hetgeen reeds onder overweging 6. is vermeld, neemt de rechtbank uit die rapporten tevens het volgende in aanmerking.

Gezien het lacunair geweten, de gebleken geringe leidbaarheid, impulsiviteit en forse verslavingsproblematiek lijkt het recidiverisico hoog. Verdachte verklaart schoon schip te willen maken en aan zichzelf te willen gaan werken, maar zijn spijt- of schuldgevoelens maken een weinig doorleefde indruk. De prognose is zorgelijk. Verdachte heeft drie jaar in Rentray verbleven, maar heeft hier niets van geleerd. Hij stond afwijzend tegenover hulpverlening. Anderzijds heeft hij thans duidelijk aangegeven behandeling te verwelkomen en zelfs enthousiast te zijn over het voorstel van de reclassering om klinisch te worden behandeld. Om herhalingsgevaar ook op langere termijn in te dammen, is nodig om de zorgelijke persoonlijkheidsontwikkeling een halt toe te roepen. Een klinisch behandeltraject binnen een forensisch psychiatrische setting, waarbij op meerdere fronten aan zijn problemen kan worden gewerkt, is daartoe noodzakelijk. Hierbij wordt gedacht aan Groot Batelaar. Een stevige stok achter de deur in de vorm van een deels voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden met aansluitend een langer durend nazorg- en reclasseringscontact is aanbevolen.

14. Het voorgaande in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur gerechtvaardigd is, waarbij de rechtbank met name in aanmerking neemt de hoeveelheid feiten en de ernst ervan Gelet op die omstandigheden komt de rechtbank niet toe aan een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 (jaar) en 6 (zes) maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden. De door de rechtbank opgelegde straf is lager dan door de officier van justitie geëist, waarbij de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken en eveneens heeft gekeken naar de straffen die zij in de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte A] bij vonnis van heden heeft opgelegd.

In beslag genomen voorwerpen

15. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde, te weten:

- een telefoontoestel (merk Samsung);

- 2 simkaarten (T-Mobile en Vodafone).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 47, 57, 91, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 : poging tot diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het

misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of

meer verenigde personen;

Feit 2, 3 en 4 : afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

(telkens) verenigde personen;

Feit 5 : medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een

wapen van categorie III, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar en 6 (zes) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een telefoontoestel (merk Samsung);

- 2 simkaarten (T-Mobile en Vodafone).

Aldus gewezen door mrs. Feraaune, voorzitter, Van Valderen en Davids, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 juni 2010.

Mr. Van Valderen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0660 2009082193-62, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, divisie Recherche, regionale recherche, gesloten en ondertekend op 19 april 2010 te Lochem. Wanneer hierna ten aanzien van feit 4 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009113049-61, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, divisie recherche, regionale recherche, gesloten en ondertekend op 11 februari 2010 te Lochem.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (p.655-657)

3 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] d.d. 4 maart 2010 (p.733-736) en d.d. 16 maart 2010 (p.793)

4 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] d.d. 9 maart 2010 (p.850-854)

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 10 maart 2010 (p.951-955)

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer C] namens [cafetaria B] (p.999-1002)

7 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] d.d. 2 maart 2010 (p.1068),

d.d. 3 maart 2010 (p.1077-1079) en d.d. 16 maart 2010 (p.1138)

8 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] d.d. 8 maart 2010 (p.1185) en d.d. 9 maart 2010 (p.1198-1203)

9 Processen-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 9 maart 2010 (p.1292) en d.d. 10 maart 2010 (p.1299-1304)

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer F] namens [cafetaria D] (p.1635-1636)

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] (p.1637)

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] d.d. 10 maart 2010 (p.1872-1875)

13 Processen-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 9 maart 2010 (p.1919-1920) en d.d. 10 maart 2010 (p.1942-1944)

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer G] namens [pizzeria] (p.22-23)

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer H] (p.18-19)

16 Proces-verbaal van verhoor van de benadeelde [naam] (p.29)

17 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] d.d. 29 december 2009 (p.122-128) en d.d. 5 januari 2010 (p.130 en 134)

18 Processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] d.d. 29 december 2009 (p.90-92), d.d. 30 december 2009 (p.95-97) en d.d. 5 januari 2010 (p.101-102)

19 Processen-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 30 december 2009 (p.61-63) en d.d. 7 januari 2010 (p.68)

20 Relaasproces-verbaal (p.9)

21 Proces-verbaal van bevindingen (p.546-547)