Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM6710

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
06/801295-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 180 uren voor een diefstal in vereniging door middel van geweld en een openlijke geweldpleging te Apeldoorn. Zie uitspraak LJN BM6709 voor (mede)verdachte A.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/801295-09

Uitspraak d.d.: 3 juni 2010

tegenspraak / onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats, 1990],

wonende te [adres],

raadsman: mr. Tuenter advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 11 augustus

2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een geldbedrag (te weten 20 Euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen deze [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de

vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader:

- de fiets van die [slachtoffer] op de grond heeft/hebben gegooid en/of

- die [slachtoffer] de weg/gang heeft/hebben versperd door (tezamen) voor hem te gaan staan en/of door hem vast en/of tegen te houden en/of

- die [slachtoffer] tegen een muur heeft/hebben gedrukt/geduwd en/of

- de vuist opgeheven heeft/hebben gehouden ter hoogte van de neus van die [slachtoffer] en/of (hierbij) de volgende (dreigende) woorden heeft/hebben toegevoegd: "wil je er één (1) of twee (2) klappen op hebben?" en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben geduwd en/of op/tegen/aan het lichaam en/of kleding heeft/hebben getrokken en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) heeft/hebben geslagen en/of gestompt in/op/tegen het gezicht en/of de wang, althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] (daarbij) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of de keel en/of de hals heeft/hebben dichtgeknepen en/of

- (met kracht) (met geschoeide voet) die [slachtoffer] heeft/hebben geschopt en/of getrapt op/tegen het (linker) (boven)been, althans het lichaam en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft/hebben geschopt en/of getrapt op/tegen de (rechter)heup, althans het lichaam en/of

- aan die [slachtoffer] de volgende (dreigende) woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als je naar de politie gaat maak ik je af" en/of "Als je naar het uitzendbureau gaat maak ik je af" en/of

- (met kracht) de hand(en) van die [slachtoffer] uit diens (broek)zak(ken) heeft/hebben gehaald en/of getrokken en/of

- de portemonnee van deze [slachtoffer] uit diens (broek)zak heeft/hebben gepakt en/of gegrist;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 11 augustus

2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een geldbedrag (te weten 20 Euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 11 augustus

2009 in de gemeente Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare

weg, De Voorwaarts, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit

- het op de grond gooien van de fiets van deze [slachtoffer] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of trekken op/tegen/aan het lichaam

en/of de kleding en/of

- het tegen een muur aan duwen en/of drukken en/of

- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) slaan en/of

stompen in/op/tegen het gezicht en/of de wang, althans het hoofd en/of

- het (daarbij) vastpakken en/of vasthouden en/of dichtknijpen van de keel

en/of hals en/of

- het (met kracht) (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen op/tegen het

(linker) (boven)been, althans het lichaam en/of

- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) schoppen

en/of trappen op/tegen de (rechter)heup, althans het lichaam;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde. Het betreft hier een samenloop van feiten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden. Verdachte erkent dat hij het geld heeft weggenomen, maar het geweld was daartoe niet het middel. Met betrekking tot de twee laatste gedachtenstreepjes in het onder 1 primair tenlastegelegde is gesteld dat de portemonnee zonder geweld is weggenomen. Er was voorts geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte [verdachte A].

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde is aangevoerd dathet geweld door [verdachte A] is gepleegd en niet (mede) door verdachte.

Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden.

De aangever [slachtoffer]2 heeft verklaard dat hij op 10 augustus 2009 met [getuige A] door de wijk De Maten in Apeldoorn fietste. [verdachte A] en een andere jongen fietsten achter hen. [getuige A] kreeg problemen met zijn ketting en stopte, waarna aangever ook is gestopt. [verdachte A] stopte daarop ook, deed zijn pet af, zijn jas uit en zette zijn bril af. [verdachte A] pakte aangever bij de keel vast en kneep deze dicht. [verdachte A] stompte aangever een keer of 3 tot 5 keer met gebalde vuist op de linker- en rechterwang, terwijl hij aangever bij de keel vasthield. Aangever voelde duidelijk pijn. Hierna liet [verdachte A] hem los. Aangever probeerde weg te komen, maar werd tegengehouden door [verdachte A]. [verdachte A] duwde hem tegen de muur en ging daarna breeduit voor hem staan. Aan de andere kant stond de andere jongen en hierdoor kon aangever geen kant op. Hij vond dit heel bedreigend. Hierna werd hij keihard op zijn linkerbovenbeen geschopt door de andere jongen. [verdachte A] trapte hem keihard net boven zijn rechterheup.

Aangever had zijn handen in zijn broekzakken en deze werden door de andere jongen uit zijn broekzakken getrokken. De andere jongen haalde zijn portemonnee uit zijn linkerbroekzak. Uit de portemonnee zijn twee briefjes van 10 euro weggenomen. De andere jongen gooide de portemonnee daarna op de grond. Hierna zijn [verdachte A] en de andere jongen weggegaan.

De getuige [getuige A]3 heeft verklaard dat hij op 10 augustus 2009 met [voornaam slachtoffer] ([slachtoffer]) door de wijk De Maten in Apeldoorn fietste. Het bleek dat er twee jongens achter hen fietsten. [getuige A] en [slachtoffer] stopten, omdat de fietsketting van [getuige A] los zat. De twee andere jongens stopten daarop ook. [getuige A] zag dat [slachtoffer] door die jongens werd aangehouden en dat zij hem de weg blokkeerden. Één van de jongens zei dat [slachtoffer] met zijn ex-vriendin had zitten flirten. Die jongen gaf daarna meerdere vuistslagen op het gezicht van [slachtoffer]. Hij sloeg met kracht en [slachtoffer] schreeuwde het uit van pijn. [slachtoffer] probeerde weg te komen, maar werd door beide jongens tegengehouden. Ze trapten en duwden hem daarbij. [getuige A] probeerde met de jongens te praten en ze te kalmeren, maar hierdoor werden ze alleen maar kwader. [slachtoffer] kreeg nog een paar klappen/vuistslagen in zijn gezicht, beide jongens sloegen hem. Één van de jongens zei tegen [slachtoffer] dat hij zijn geld af moest geven. [slachtoffer] pakte zijn portemonnee uit zijn broekzak, hij haalde geld eruit en gaf dat aan die jongens. Later bleek dat het om 20 euro ging. Ondertussen stonden ook twee andere mensen, waaronder [getuige B], aan de andere kant van de tunnel.

De getuige [getuige B]4 heeft verklaard dat zij op 10 augustus 2009 in Apeldoorn een vechtpartij in een tunneltje zag. Zij zag dat [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] klappen kreeg van [verdachte A]. Zij heeft [voornaam slachtoffer] een keer "au" horen zeggen.

De medeverdachte [verdachte A]5 heeft verklaard dat hij op 10 augustus 2009 in Apeldoorn achter [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] is aangefietst. Hij dacht "ik ga jou pakken". Hij weet nog dat hij [slachtoffer] een schop heeft gegeven. Daarna weet hij niets meer. Als hij echt boos wordt, dan wordt het zwart voor zijn ogen. Hij ontkent niet dat hij [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt. Hij weet zeker dat hij dat gedaan heeft.

Verdachte6 heeft verklaard dat hij op 10 augustus 2009 in Apeldoorn met [verdachte A] achter [voornaam slachtoffer] en een andere jongen aan reed. [verdachte A] was boos omdat [voornaam slachtoffer] met de vriendin van [verdachte A], genaamd [getuige B], had geflirt. Zij reden onder een tunneltje door en [verdachte A] deed zijn jas uit en zijn bril af. [verdachte A] liep op [voornaam slachtoffer] af en plaagde hem met een paar zachte klapjes, dat ging heel lang door. Die andere jongen wilde zich er mee bemoeien en verdachte zei tegen hem dat hij zich er beter niet mee kon bemoeien. Verdachte heeft toen tegen [voornaam slachtoffer] gezegd dat hij zijn geld moest afgeven. [voornaam slachtoffer] deed zijn handen in zijn zakken. Verdachte zei tegen [verdachte A] dat hij de handen van [voornaam slachtoffer] uit diens zakken moest halen en pakte daarna de portemonnee van [voornaam slachtoffer] uit zijn broekzak. Hij pakte er twee biljetten van 10 euro uit en de portemonnee gooide hij daarna naar [voornaam slachtoffer].

Beoordeling door de rechtbank ten aanzien van het bewijsverweer

Uit het dossier is komen vast te staan dat verdachte tegen de aangever zei dat hij zijn geld moest afgeven. Verdachte zegt daarna tegen de medeverdachte dat hij de handen van de aangever uit diens broekzakken moet halen en de medeverdachte doet dit ook, waarop verdachte de portemonnee van de aangever uit diens broekzak pakt. De medeverdachte had derhalve kunnen weten dat de verdachte de portemonnee van de aangever zou pakken. Het door de medeverdachte uit de broekzakken van de aangever trekken van diens handen moet als uitoefening van geweld als tenlastegelegd worden beschouwd. Voorts blijkt uit het vorenoverwogene dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte met betrekking tot het aldus wegnemen van de portemonnee.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben gezamenlijk de aangever tegengehouden.

De medeverdachte heeft de aangever geslagen en geschopt en verdachte heeft zich niet gedistantieerd en heeft de getuige [getuige A] weggehouden. Zowel de aangever als de getuige [getuige A] hebben verklaard dat (ook) verdachte de aangever geschopt heeft.

Het verweer moet derhalve verworpen worden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 10 augustus 2009 tot en met 11 augustus 2009 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (te weten 20 Euro), toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen deze [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken , welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader:

- (met kracht) de handen van die [slachtoffer] uit diens broekzakken hebben getrokken en

- de portemonnee van deze [slachtoffer] uit diens broek hebben gepakt;

2.

hij in de periode van 10 augustus 2009 tot en met 11 augustus 2009 in de gemeente Apeldoorn met een ander, op of aan de openbare weg, De Voorwaarts, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit

- het meermalen duwen tegen het lichaam en

- het tegen een muur aan duwen en

- het meermalen met kracht (met gebalde vuist) slaan en/of stompen tegen het gezicht en

- het (daarbij) dichtknijpen van de keel en

- het (met kracht) (met geschoeide voet) schoppen tegen het linker bovenbeen en

- het (met kracht) (met geschoeide voet) trappen tegen de rechterheup.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 primair:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 2:

Openlijk en in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;

- hoofdelijke toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 275,00 en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De raadsman heeft subsidiair namens de verdachte bepleit een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen, waarbij het aantal door de officier van justitie gevorderde uren dient te worden gematigd.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat mede verdachte een heel bedreigende situatie voor het slachtoffer heeft doen ontstaan. Verdachte heeft niet alleen niet getracht de medeverdachte te stoppen in diens geweldsuitoefening jegens de aangever, althans zich daarvan niet gedistancieerd, maar heeft daar zelfs een actieve rol, zij het een minder prominente dan zijn medeverdachte, bij gespeeld. Vervolgens heeft hij met medewerking van de medeverdachte, kennelijk van de ontstane situatie profiterend, het initiatief genomen om de portemonnee van de aangever weg te nemen. Het slachtoffer was dusdanig angstig na de aanval dat hij in eerste instantie geen aangifte durfde te doen. Het is een feit van algemene bekendheid dat tengevolge van dit soort feiten onrust in de samenleving en vrees bij de slachtoffers ontstaat.

De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten.

In het met betrekking tot verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies van Reclassering Nederland (M.G. Sulman) d.d. 16 april 2010 staat dat het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een werkstraf, zonder bijzondere voorwaarden, op te leggen.

Rekening houdende met de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank acht daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op zijn plaats, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 275,00 met de wettelijke rente vanaf datum schade veroorzakend feit wegens immateriële schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft tot hoofdelijke toewijzing van de vordering geconcludeerd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft bepleit tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partij, althans tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in haar vordering, nu deze ziet op het geweld en niet op het wegnemen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het sub 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar tot een bedrag van € 275,00.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 141, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdacht tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

* bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

* veroordeelt verdachte inzake feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 275,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2009 en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 275,00, vermeerderd met de wettelijke rente als boven bedoeld en met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Van der Hooft en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 juni 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009039414-20, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 30 augustus 2009.

2 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 35

3 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 43

4 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 47

5 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 22

6 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 31