Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM5516

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
25-05-2010
Zaaknummer
06/580704-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor onder meer de nachtelijke mishandeling van een fietser in 2009 te Apeldoorn, gevolgd door de diefstal van de telefoon van het slachtoffer. Mishandeling en diefstal moeten los van elkaar gezien worden; geen sprake van straatroof. Tevens veroordeling voor verboden wapenbezit en het verzetten bij aanhouding, met letsel tot gevolg.

Uitspraak medeverdachte LJN BM5520

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/580704-09

Uitspraak d.d. 25 mei 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats op 1982],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsvrouw mr. Jolink, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 december 2009 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

op de openbare weg, de Marchantstraat, tijdens een voor de nachtrust bestemde

tijd: ongeveer 5.30 uur, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, type I900) en/of een

fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die (fietsende) [slachtoffer] de weg heeft/hebben versperd en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] bij zijn jas en/of keel

heeft/hebben (vast)gepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of geschopt tegen het lichaam en/of

- die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik kan jou kapot maken.

Ik heb een pistool." en/of "Ga je de politie bellen, hier met die telefoon",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben door elkaar geschud en/of heeft/hebben

vastgepakt en/of heeft/hebben vastgehouden en/of vast is/zijn blijven houden

en/of

- de (broek/jas)zak(ken) van die [slachtoffer] heeft/hebben onderzocht;

en/of

hij op of omstreeks 06 december 2009 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk mishandelend [slachtoffer]:

- meermalen, althans eenmaal bij zijn jas en/of keel heeft (vast)gepakt

en/of

- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of gestompt in/op/tegen het

gezicht/hoofd en/of

- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt

tegen het lichaam en/of

- door elkaar heeft geschud en/of heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden

en/of vast is blijven houden

waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 november 2009 te Apeldoorn

een wapen van categorie I onder 7°, te weten een alarm/startpistool, althans

(een nabootsing van) een pistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft

zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij op of omstreeks 07 december 2009 in de gemeente Apeldoorn

opzettelijk en wederrechtelijk een (linker)autoband van een auto en/of een

(linker)achterlicht van een auto en/of een (linkerachter)portier van een auto,

althans een auto (merk Jeep Grand Cherokee), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt;

(parketnummer: 460453-09)

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 07 december 2009 in de gemeente Apeldoorn

toen de aldaar dienstdoende [verbalisant] (hoofdagent Team Apeldoorn

Zuid), verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 350 Wetboek van

Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig

strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had aangehouden en vastgegrepen, althans

vast had teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier

van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te

weten het politiebureau te Apeldoorn, zich met geweld heeft verzet tegen

bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening

zijner/harer bediening, door opzettelijk gewelddadig:

- te rukken en/of te trekken in de richting tegengesteld aan die waarin

die [verbalisant] verdachte trachtte te geleiden en/of

- (vervolgens) met zijn armen (waarvan één arm geboeid was), in de richting

van die [verbalisant] heeft gezwaaid en/of bewogen en/of met zijn armen

(waarvan één arm geboeid was) heeft staan zwaaien en/of

- op/tegen het gezicht van die [verbalisant] heeft geslagen en/of gestompt

en/of een elleboogstoot gegeven,

tengevolge waarvan deze opsporingsambtenaar enig lichamelijk letsel (een

zwelling op het voorhoofd en/of rechteroog/wenkbrauw) bekwam;

(parketnummer: 460453-09)

art 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Feit 3 kan niet wettig en overtuigend bewezen verklaard worden, reden waarom hiervan vrijspraak dient te volgen.

Feit 1 kan bewezen verklaard worden op basis van de verklaringen van aangever, verdachte en medeverdachte [medeverdachte B]. Indien de onder 1 primair tenlastegelegde diefstal met geweldpleging niet bewezenverklaard kan worden, dan kan naast de diefstal ook de onder 1 subsidiair tenlastegelegde mishandeling bewezen verklaard worden.

Feit 2 kan bewezenverklaard worden op basis van het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten, ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte. Feit 4 kan bewezenverklaard worden op basis van de verklaring van verbalisant [verbalisant], ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte.

B. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde feit vrijspraak bepleit. De door verdachte gepleegde en bekende mishandeling moet volgens de raadsvrouw los worden gezien van de diefstal van de telefoon. De mishandeling is niet gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een ander de vlucht mogelijk te maken. Verdachte heeft zich daarnaast niet schuldig gemaakt aan diefstal, aangezien bij verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak. De diefstal was het initiatief van medeverdachte [medeverdachte B], die hiermee wilde voorkomen dat aangever de politie zou bellen.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Verdachte ontkent de tenlastegelegde vernielingen te hebben gepleegd. Het enige bewijsmiddel is de verklaring van aangever [slachtoffer B]. Er is derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden.

De raadsvrouw heeft aangegeven dat verdachte de onder 2 en 4 tenlastegelegde feiten niet betwist.

C. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld, gepleegd op zondag 6 december 2009 te 05:48.2 [slachtoffer] heeft verklaard dat hij, toen hij op de Marchantstraat fietste, gedwongen werd af te stappen doordat een auto voor hem op het fietspad tot stilstand kwam. Verdachte stapte uit de auto en liep naar hem toe. Vervolgens is [slachtoffer] door verdachte éénmaal in zijn gezicht gestompt en meerdere malen tegen zijn lichaam geslagen en geschopt.

Toen [slachtoffer] werd losgelaten door verdachte, wilde hij zijn mobiele telefoon pakken om de politie te bellen. Verdachte kwam vervolgens naar hem toe en pakte hem bij zijn jas. Vervolgens kwam medeverdachte [medeverdachte B] ook uit de auto en pakte de mobiele telefoon uit de broekzak van [slachtoffer]. De telefoon was van het merk Samsung, type i 900.

Verdachte heeft over het incident verklaard3 dat hij in zijn auto reed en dat hij door een hem onbekende fietser, [slachtoffer], afgeleid werd en bijna verongelukte. Hij is vervolgens verhaal gaan halen bij [slachtoffer] en heeft hem hierbij met zijn vuist in het gezicht geslagen. Medeverdachte [medeverdachte B] kwam op een gegeven moment ook uit de auto en heeft de mobiele telefoon van [slachtoffer] gepakt omdat deze de politie wilde bellen.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft over het incident verklaard4 dat hij bij verdachte in de auto zat toen verdachte tegen een stoeprand aanreed. Verdachte gaf hiervoor een fietser, [slachtoffer], de schuld en is naar hem toe gereden. [medeverdachte B] zag verdachte uitstappen en [slachtoffer] een paar klappen geven. Hij is vervolgens uitgestapt en toen hij [slachtoffer] hoorde zeggen dat hij de politie wilde bellen, heeft hij de mobiele telefoon van [slachtoffer] afgepakt.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet volgt dat het door verdachte gepleegde geweld is gepleegd met het oogmerk om de diefstal van de telefoon voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de mishandeling niet gepleegd is om de diefstal te ondersteunen, doch dat de diefstal is gepleegd om de mishandeling te ondersteunen dan wel om te voorkomen dat de mishandeling door de politie ontdekt zou worden. Ten aanzien van de tenlastegelegde diefstal van de fiets van [slachtoffer] is de rechtbank van oordeel dat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Hiervan dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken.

Aangezien de rechtbank met de raadsvrouw van oordeel is dat de mishandeling los moet worden gezien van de diefstal, is de rechtbank van oordeel dat van de onder 1 primair tenlastegelegde diefstal met geweld enkel de diefstal wettig en overtuigend bewezen is. Dit betekent tevens, gelet op het vorenstaande, dat de onder 1 cumulatief c.q. subsidiair tenlastegelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 2

Op 16 november 2009 werd bij de aanhouding van verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen.5 Uit onderzoek door de politie bleek dat het voorwerp qua vorm, afmetingen en kleur gelijkenis vertoonde met een vuurwapen; het bleek een aangepast en zwart gespoten alarm/startpistool te zijn.6 Verdachte bekende dit voorwerp bij zich te hebben gehad op het moment van aanhouding.7 Ter zitting herhaalde verdachte zijn bekentenis.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat dit onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is van oordeel dat de onder 3 tenlastegelegde vernieling niet wettig en overtuigend bewezen is. Het enige bewijsmiddel is de aangifte van [slachtoffer B]. Nu er geen steunbewijs voorhanden is, dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4

Verbalisant [verbalisant] heeft verklaard8 dat verdachte zich bij zijn aanhouding, wegens verdenking van vernieling, heeft verzet. Verdachte heeft zich losgerukt terwijl hij wild zwaaide met zijn armen. Verbalisant [verbalisant] is hierbij door verdachte geraakt en bekwam hierdoor enig letsel. Verdachte heeft bekend zich te hebben losgerukt.9 Ter zitting heeft verdachte zijn bekennende verklaring herhaald.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 4 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 06 december 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, de Marchantstraat, tijdens een voor de nachtrust bestemde

tijd: ongeveer 5.30 uur, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, type I900), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

EN

hij op 06 december 2009 te Apeldoorn opzettelijk mishandelend [slachtoffer]:

- eenmaal heeft gestompt in het gezicht

- meermalen heeft geslagen en geschopt tegen het lichaam

waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 16 november 2009 te Apeldoorn een wapen van categorie I onder 7°, te weten een alarm/startpistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

4.

hij op 07 december 2009 in de gemeente Apeldoorn, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant] (hoofdagent Team Apeldoorn Zuid), verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 350 Wetboek van Strafrecht, had aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te Apeldoorn, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening harer bediening, door opzettelijk gewelddadig:

- te rukken en te trekken in de richting tegengesteld aan die waarin

die [verbalisant] verdachte trachtte te geleiden en

- met zijn armen (waarvan één arm geboeid was), in de richting

van die [verbalisant] heeft gezwaaid en met zijn armen

(waarvan één arm geboeid was) heeft staan zwaaien

tengevolge waarvan deze opsporingsambtenaar enig lichamelijk letsel (een

zwelling op het voorhoofd en/of rechteroog/wenkbrauw) bekwam.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. diefstal door twee verenigde personen EN mishandeling

2. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

4. wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ter zake van de onder 1, 2, en 4 tenlastegelegde feiten, een ISD maatregel zal worden opgelegd voor de duur van twee jaar.

De officier heeft hierbij in aanmerking genomen dat verdachte een lijvig strafblad heeft en als veelpleger is aan te merken. Aangezien de ISD maatregel is bedoeld voor veelplegers en in het reclasseringsadvies staat dat de reclassering een ISD maatregel wenselijk en noodzakelijk acht, kan een dergelijke maatregel worden opgelegd.

Voor het geval dat de rechtbank geen ISD maatregel zal opleggen, heeft de officier gevorderd dat verdachte ter zake de onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit dat geen ISD maatregel kan worden opgelegd, nu er geen behandelindicatie is. Volgens de raadsvrouw zou een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel de duur van de voorlopige hechtenis niet overstijgt, passend zijn. Als er al een ISD maatregel wordt opgelegd, dan geeft verdachte er de voorkeur aan, dat deze maatregel geheel voorwaardelijk wordt opgelegd.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen:

Verdachte heeft een uitgebreide Justitiële Documentatie.10 Over verdachte is een rapport opgesteld door de reclassering.11 In het rapport wordt het recidiverisico van verdachte als hoog geschat. Alleen in een streng juridisch kader zou gedragverandering bewerkstelligd kunnen worden. De reclassering acht een ISD maatregel wenselijk en noodzakelijk. Voor een behandeling in het kader van een eventueel op te leggen ISD maatregel ontbreekt evenwel de gewenste indicatie.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer]12 heeft zich met een vordering tot materiële en immateriële schadevergoeding ten bedrage van in totaal € 812,50 gevoegd in het strafproces, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

De officier heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, met dien verstande dat de immateriële schadevergoeding zal worden beperkt tot een bedrag van € 200,00. De officier van justitie heeft gevorderd dat de schadevergoedingsverplichting hoofdelijk opgelegd wordt aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte B], voor een gedeelte van € 597,50. Voor het totaal van € 612,50 heeft de officier van justitie gevorderd dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

De raadsvrouw heeft integrale niet-ontvankelijkheid bepleit. De immateriële schadevergoeding is onvoldoende onderbouwd en daarmee niet eenvoudig vast te stellen. De materiële schadevergoeding ziet op schade waarvoor verdachte niet aansprakelijk is. Verdachte heeft immers de telefoon van [slachtoffer] niet weggenomen en heeft de fiets van [slachtoffer] niet beschadigd.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schadevergoeding voor een gedeelte van

€ 200,00 dient te worden toegewezen. De materiële schadevergoeding dient voor een gedeelte van € 357,50 te worden toegewezen. De schadevergoedingsverplichting voor wat betreft de materiële schade dient hoofdelijk te worden opgelegd aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte B]. De rechtbank is van oordeel dat de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

Voor zover de immateriële schadevergoeding het bedrag van € 200,00 te boven gaat, is de rechtbank van oordeel dat dit meerdere niet eenvoudig vast te stellen is en dat [slachtoffer] om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in dat deel van zijn vordering.

De rechtbank acht de gevorderde schadevergoeding inzake het internetabonnement van [slachtoffer] eveneens niet eenvoudig vast te stellen. Ook in deze vordering dient [slachtoffer] niet-ontvankelijk te worden verklaard. Aangezien de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van de diefstal van de fiets, dient [slachtoffer] tevens niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering ad € 15,00 betreffende de beschadigde jasbeschermers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 62, 91, 180, 181, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

* diefstal door twee verenigde personen;

* mishandeling;

* handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van Wet wapens en munitie;

* wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer], [adres, plaats], rekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 557,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2009, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 557,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2009, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 11 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen

Aldus gewezen door mrs. Feraaune, voorzitter, Prisse en Troost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schippers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 mei 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij:

- het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009102024-14 van de regionale recherche van de regiopolitie Noord-Oost Gelderland, gedateerd 12 april 2010;

- het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009091399-46 van de regionale recherche van de regiopolitie Noord-Oost Gelderland, gedateerd 12 april 2010; of

- het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009102676-15 van de regiopolitie Noord-Oost Gelderland, disctrict Apeldoorn, team Apeldoorn-Zuid, gedateerd 9 december 2009.

(voor zover niet anders is vermeld).

2 Aangifte [slachtoffer], Stamproces-verbaal 200910204-14, dossierpagina's 82, 83 en 84

3 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 200910204-14, dossierpagina 288

4 Verklaring [medeverdachte B], Stamproces-verbaal 200910204-14, dossierpagina 241

5 Proces-verbaal van aanhouding, Stamproces-verbaal 2009091399-46, dossierpagina 1518

6 Proces-verbaal van bevindingen, Stamproces-verbaal 2009091399-46, dossierpagina 1554

7 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2009091399-46, dossierpagina 1799

8 Verklaring verbalisant [verbalisant], Stamproces-verbaal 2009102676-13, dossierpagina 27

9 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2009102676-13, dossierpagina 35

10 Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 december 2009 inzake [verdachte A]

11 Reclasseringsadvies d.d. 8 april 2010, opgesteld door reclasseringswerker M. Schoemaker

12 Voegingsformulier benadeelde partij [slachtoffer] d.d. 29 april 2010