Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM5504

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
25-05-2010
Zaaknummer
06/460413-09 en 06/460341-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor onder meer het in 2009 te Doetinchem naakt aan een boom vastbinden van zijn minderjarige vriendin. Tevens veroordeling voor poging tot onttrekking aan het wettig gezag van zijn minderjarige vriendin, onttrekking aan het wettig gezag van zijn minderjarige vriendin en het beïnvloeden van de verklaringsvrijheid van zijn minderjarige vriendin.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers 06/460413-09 en 06/460341-09

Uitspraak d.d. 25 mei 2010

Tegenspraak / dip, oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Sri Lanka) op [1990],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsman mr. Peters, advocaat te Utrecht

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 december 2009, 16 februari en 11 mei 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Inzake parketnummer 06/460341-09

1.

hij

op of omstreeks 03 september 2009 te Doetinchem

opzettelijk [slachtoffer] (geboren op [1993]) wederrechtelijk van de

vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft verdachte,

opzettelijk wederrechtelijk

- die [slachtoffer] meegevoerd naar (een bosperceel gelegen aan) de Molenweg en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik doe je wat aan" en/of "Als

je niet eerlijk bent, dan steek ik je ogen uit" en/of "Elke keer als je liegt

krijg je een klap", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard

en/of strekking en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] geschopt en/of geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze zich uit moest kleden en/of (vervolgens)

die [slachtoffer] geheel ontkleed en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze tegen een boom moest gaan staan en/of

vervolgens die [slachtoffer] (met een riem) vastgebonden aan een boom en/of die/een

riem met kracht om die [slachtoffer] aangetrokken en/of die [slachtoffer] enige tijd

vastgebonden laten staan aan een boom en/of

- (daarbij) een (deoderant)spuitbus en/of een aansteker voor en/of in de

richting van en/of nabij die [slachtoffer] gehouden en/of die aansteker aangestoken

en/of daarbij de woorden toegevoegd: "Je kan maar beter eerlijk zijn want dat

wil je niet deze pijn", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of

strekking;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 03 september 2009 te Doetinchem

opzettelijk mishandelend [slachtoffer] (geboren op [1993])

- tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en/of

- (met een riem) heeft vastgebonden aan een boom en/of die/een riem met

kracht om deze [slachtoffer] heeft aangetrokken,

waardoor deze [slachtoffer] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij

op of omstreeks 03 september 2009 te Doetinchem

[slachtoffer] (geboren op [1993]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen

het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte

opzettelijk dreigend aan die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Ik doe je wat

aan" en/of "Als je niet eerlijk bent, dan steek ik je ogen uit" en/of "Elke

keer als je liegt krijg je een klap", althans (telkens) woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 03 september 2009 te Doetinchem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer] (geboren [1993]), opzettelijk zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet een (deoderant)spuitbus en/of een

aansteker voor en/of in de richting van en/of nabij die [slachtoffer] heeft

gehouden en/of (vervolgens) met die (deodorant)spuitbus heeft gespoten en/of

die/een aansteker heeft aangestoken, althans heeft geprobeerd die aansteker

aan te steken en/of heeft "gescrold" met die aansteker,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 03 september 2009 te Doetinchem

[slachtoffer] (geboren [1993]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers

heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een (deoderant)spuitbus en/of een aansteker voor en/of in de richting van

en/of nabij die [slachtoffer] gehouden en/of

- (vervolgens) met die (deodorant)spuitbus gespoten en/of die aansteker

aangestoken, althans heeft geprobeerd die aansteker aan te steken en/of heeft

"gescrold" met die aansteker, en/of

- (daarbij) deze [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd : "je kan maar beter

eerlijk zijn want dat wil je niet deze pijn", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Inzake parketnummer 06/460413-09

1.

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 september 2009

tot en met 5 november 2009 te Doetinchem

(telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, en/of met brandstichting,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend die [slachtoffer] de woorden

toegevoegd: "Ik gooi een brandbom in jouw huis, als je niet met mij meegaat"

en/of "Ik gooi een brandbom in jouw huis als jij jouw aangifte niet intrekt"

en/of "Ik zal je familie uitmoorden" en/of "Ik zal op je wachten in de

bosjes", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 september 2009

tot en met 5 november 2009 in Doetinchem, in elk geval in Nederland, (telkens)

zich opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding, jegens

een persoon, te weten [slachtoffer], heeft geuit kennelijk om haar vrijheid om

naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een

verklaring af te leggen, te beinvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden

heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, immers heeft

verdachte die [slachtoffer] (meermalen)

door middel van een of meer brief/brieven en/of tijdens een of meer

bezoekje(s) van die [slachtoffer] aan verdachte (in P.I. de Kruisberg) en/of

telefonisch benaderd en/of gezegd:

- dat zij bij de rechter-commissaris moest terugkomen op haar eerder(e)

verklaring(en) bij de politie afgelegd betreffende de aangifte van de [slachtoffer]

tegen verdachte (gedaan ter zake van onder andere wederrechtelijke

vrijheidsberoving en/of poging tot zware mishandeling en/of bedreiging) en/of

- dat zij bij de rechter-commissaris die aangifte moest intrekken en/of

- hoe en wat zij moest verklaren bij de rechter-commissaris en/of

- dat zij moest verklaren overeenkomstig verdachtes verklaring bij de politie

en/of

- dat verdachte (als hij vervolgens vrij was):

die [slachtoffer] een gouden ketting zou geven en/of dat verdachte die [slachtoffer] weg

zou halen bij haar ouders en/of zou meenemen en/of een huis zou hebben waar

verdachte en/of die [slachtoffer] zouden kunnen wonen en/of dat er voldoende geld

zou zijn waarvan zij zouden kunnen leven;

art 285a lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

in of omstreeks de periode van 4 september 2009 tot en met 5 november 2009 te

Doetinchem, althans in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk een minderjarige,

te weten [slachtoffer], geboren op [1993], te onttrekken aan het

wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die

dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende,

als volgt heeft gehandeld,

verdachte heeft meermalen (vanuit P.I. de Kruisberg) contact [slachtoffer] gezocht/opgenomen (telefonisch en/of middels brieven en/of tijdens

bezoekjes van die [slachtoffer] aan verdachte in P.I. de Kruisberg) en/of (daarbij)

aangegeven dat zij enkele spullen moest inpakken en/of klaarzetten en/of dat

verdachte haar zou ophalen en/of meenemen zodra hij vrij was en/of dat hij een

woning/huisje in Almere, althans ergens in Nederland, heeft geregeld en/of zou

regelen en/of dat zij daar met hem, verdachte, kon verblijven en/of dat hij

geld had waar zij (enige tijd) van konden leven en/of dat die [slachtoffer] haar

ouders niets moest vertellen en/of dat haar ouders er niets van hoefden te

weten;

art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

in of omstreeks de periode van 7 november 2009 tot en met 9 november 2009 te

Nijmegen en/of elders in Nederland

opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op 26 juni

1993, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of

aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige

uitoefende, immers heeft verdachte daar toen met die [slachtoffer] in een

(door verdachte geregelde) woning in Nijmegen en/of elders verbleven en/of die

[slachtoffer] bij zich heeft gehouden zonder medeweten van de ouders en/of

voogd van die [slachtoffer] en/of aldus die [slachtoffer] bij haar

ouders en/of voogd heeft weggehouden (terwijl die [slachtoffer] in het

kader van een ondertoezichtstelling in een pleeggezin, althans een

crisisopvang, was geplaats en/of daar was weggelopen);

art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Door de raadsman is aangevoerd dat de officier van justitie voor alle feiten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging omdat niet alle telefoongesprekken gevoerd tussen verdachte en [slachtoffer] in de periode van 3 december 2009 tot 12 januari 2010 zijn uitgewerkt, terwijl de rechtbank op 16 februari 2010 wel hiertoe had beslist. Voor het geval wel alle beschikbare telefoongesprekken zijn uitgewerkt, dient de niet-ontvankelijkheid voort te vloeien uit de omstandigheid dat in het aanvullend proces-verbaal niet is opgenomen de reden waarom er maar een beperkt deel van de gevoerde telefoongesprekken beschikbaar was. Aangezien de rechtbank in haar beslissing van 16 februari 2010 overwogen heeft dat zij het voor de waarheidsvinding van belang acht wat er tussen verdachte en [slachtoffer] telefonisch is besproken, dient deze omissie volgens de raadsman te leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft het standpunt van de verdediging betwist. Zij heeft aangevoerd dat alle beschikbare telefoongesprekken zijn uitgewerkt. Het uitwerken van de telefoongesprekken is conform de door de rechtbank verstrekte opdracht uitgevoerd, zodat van niet-ontvankelijkheid geen sprake kan zijn.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] in de periode van 3 december 2009 tot 12 januari 2010 beduidend vaker is gebeld door verdachte dan blijkt uit de uitgewerkte telefoongesprekken. Het is niet vast komen te staan dat de niet-uitgewerkte telefoongesprekken nog beschikbaar waren of nog beschikbaar zijn. De opdracht van de rechtbank tot uitwerking van de telefoongesprekken had tot doel het verkrijgen van een beeld van de communicatie tussen verdachte en [slachtoffer]. De uitgewerkte gesprekken bieden voldoende materiaal voor het verkrijgen van zulk een beeld.

De verdediging heeft niet aangegeven wat er tussen verdachte en [slachtoffer] zou zijn besproken in de niet-uitgewerkte gesprekken en heeft ook anderszins niet aangegeven dat en waarom zij hierdoor in haar verdedigingsbelang zou zijn geschaad. De verdediging heeft nadrukkelijk aangegeven niet te willen dat het onderzoek ter terechtzitting zou worden aangehouden voor het, voor zover mogelijk, uitwerken van de nog niet uitgewerkte telefoongesprekken. In dit licht bezien, ziet de rechtbank in het door de verdediging aangevoerde geen aanleiding om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging van verdachte. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding onderzoek

Op donderdag 3 september 2009 werd door de regionale meldkamer politie te Apeldoorn aan de verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B] doorgegeven dat op de Molenweg te Doetinchem een meisje volledig ontkleed aan een boom zou zijn vastgebonden door haar vriend, omdat zij volgens die vriend vreemd was gegaan.2 Deze vriend, die later zich identificeerde als verdachte [verdachte], was door buurtbewoners aangehouden. Verdachte is op 3 september 2009 aangehouden en in verzekering gesteld.3

Op donderdag 3 september 2009 werd door [slachtoffer], geboren op [1993], aangifte gedaan van poging tot doodslag c.q. moord, poging tot zware mishandeling, opzettelijke vrijheidsberoving, bedreiging en mishandeling.4 Nadat [slachtoffer] haar aangifte op 5 november 2009 had ingetrokken5, werd de voorlopige hechtenis van verdachte met onmiddellijke ingang opgeheven.

Op vrijdag 6 november 2009 werd [slachtoffer] door een medewerker van Bureau Jeugdzorg naar een tijdelijk opvanggezin in [plaats] gebracht. Op zaterdag 7 november 2009 liep [slachtoffer] tijdens een uitstapje weg.6 Op maandag 9 november 2009 werd [slachtoffer] in gezelschap van verdachte aangetroffen in Nijmegen.7

B. Standpunt van het openbaar ministerie

Parketnummer 06/460341-09

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op basis van de door verdachte afgelegde verklaring op 3 september 2009, ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige A], [getuige B] en [getuige C] en de door [slachtoffer] op 3 september 2009 gedane aangifte.

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het onder 2 tenlastegelegde feit, zowel primair als subsidiair, niet bewezenverklaard kan worden. Hiervoor dient dan ook vrijspraak te volgen.

Parketnummer 06/460413-09

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat dit feit niet bewezenverklaard kan worden. Hiervoor dient dan ook vrijspraak te volgen.

De tenlastegelegde feiten 2, 3 en 4 zijn volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 kan bewezen worden op basis van de brieven van de hand van verdachte, gericht aan [slachtoffer], ondersteund door de verklaring van [slachtoffer].

Feit 3 kan bewezen worden op basis van de brieven van de hand van verdachte, gericht aan [slachtoffer], ondersteund door de verklaring van [slachtoffer].

Feit 4 kan bewezen worden op basis van de verklaring van verdachte, ondersteund door de verklaring van [slachtoffer].

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten, voor zover de officier van justitie al ontvankelijk mocht worden geacht in de vervolging, vrijspraak bepleit. De verklaringen van [slachtoffer] zijn, doordat zij haar verklaringen meerdere malen gewijzigd heeft, volgens de raadsman onbetrouwbaar en kunnen niet gebruikt worden voor het bewijs. Met de uitsluiting van de verklaringen van [slachtoffer] voor het bewijs, is er voor alle ten laste gelegde feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden.

D. Beoordeling door de rechtbank

Bruikbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]

Anders dan door de raadsman is betoogd, is de rechtbank niet van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer], door het enkele feit dat zij onderling tegenstrijdig zijn, onbruikbaar zijn voor het bewijs. De door [slachtoffer] afgelegde voor verdachte belastende verklaringen komen, zeker op hoofdlijnen, overeen en vinden in voldoende mate ondersteuning in andere bewijsmiddelen. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het feit dat [slachtoffer] onderling tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, verklaard kan worden door de omstandigheid dat [slachtoffer] onder druk is gezet door verdachte, met wie zij een relatie had.

Ten aanzien van feit 1 primair (parketnummer 06/460341-09)

[slachtoffer] heeft op 3 september 2009 verklaard8 dat verdachte haar eerder die dag geconfronteerd had met zijn vermoeden dat zij was vreemd gegaan. Verdachte heeft haar gesommeerd zich te ontkleden en, toen dit niet gebeurde, heeft hij haar zelf ontkleed.9 Verdachte heeft haar vervolgens een boom aangewezen en heeft tegen haar gezegd dat ze tegen die boom moest gaan staan. Verdachte heeft haar vervolgens met de riem van haar jas aan deze boom vastgebonden. Verdachte had, toen [slachtoffer] vastgebonden stond, een deodorantbusje vast.

[getuige A] heeft verklaard10 dat hij op 3 september 2009 met [getuige B] in bed lag en buiten een meisje aanhoudend hoorde huilen en schreeuwen. Samen met [getuige B] en de buiten aangetroffen [getuige C] is hij naar de plek gegaan waar het geluid vandaan kwam. Daar trof hij [slachtoffer] aan, die naakt was vastgebonden aan een boom.11 Hij zag dat [slachtoffer] werd vastgehouden door verdachte. Hij zag dat verdachte een deodorantspuitbus vasthield. Samen met [getuige C] heeft [getuige A] verdachte aangehouden.

[getuige C] heeft verklaard dat hij op 3 september 2009 in zijn bestelauto over de Molenweg te Doetinchem reed.12 Hij werd aangehouden door [getuige B], die aangaf dat er iets niet in orde was en dat er een meisje schreeuwde. Hij is vervolgens uitgestapt en heeft [getuige B] vergezeld naar de plaats waar het geluid vandaan kwam. Daar trof hij [slachtoffer] aan, die naakt was vastgebonden aan een boom.13 Hij zag verdachte bij [slachtoffer] staan. Hij zag dat verdachte een spuitbus vasthield. Samen met [getuige A] heeft [getuige C] verdachte aangehouden.

[getuige B] heeft verklaard dat zij op 3 september 2009 's ochtends wakker werd van gekrijs en gehuil. Samen met [getuige A] is zij opgestaan en naar het geluid toegegaan. Onderweg heeft zij [getuige C] aangehouden, die haar vervolgens vergezelde in de richting van het geluid. Ter plaatse trof zij [slachtoffer] aan, die naakt was vastgebonden aan een boom.14 [getuige B] zag verdachte voor de vastgebonden [slachtoffer] staan.

Verdachte heeft op 3 september 2009 verklaard15 dat hij vermoedde dat [slachtoffer] was vreemdgegaan. Om haar onder druk te zetten heeft hij haar op 3 september 2009, terwijl zij geheel ontkleed was, met een riem van haar jas aan een boom vastgebonden.16 Verdachte wilde weten of [slachtoffer] was vreemd gegaan.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair (parketnummer 06/460341-09)

De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen zijn. [slachtoffer] heeft op 9 december 2009 bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte op 3 september 2009 wel een deodorantspuitbus vast hield, maar geen aansteker. Zij heeft verklaard dat zij het verhaal van de brandstichting heeft aangedikt. Dit sluit aan bij de verklaringen van de drie getuigen, die geen van allen een aansteker hebben gezien. Er is dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de onder 2 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling, waarvan verdachte dan ook dient te worden vrijgesproken.

Ook voor de onder 2 subsidiair tenlastegelegde bedreiging met zware mishandeling acht de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. Hoewel verdachte geen geloofwaardige verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij een deodorantbusje in zijn hand hield toen [slachtoffer] vastgebonden was, kan deze enkele omstandigheid de conclusie niet dragen dat verdachte [slachtoffer] met zware mishandeling heeft bedreigd. Ook van dit onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit dient verdachte derhalve te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 (parketnummer 06/460413-09)

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen is. Er is onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte de tenlastegelegde bedreigingen heeft geuit. Derhalve dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 (parketnummer 06/460413-09)

[slachtoffer] heeft op 5 september 2009 verklaard dat zij gebeld is door verdachte. Verdachte heeft haar verzocht om haar aangifte in te trekken.17 Op 6 november 2009 heeft [slachtoffer] verklaard dat zij meerdere keren contact heeft gehad met verdachte, sinds deze in het huis van bewaring zat.18 Verdachte had er meerdere malen bij [slachtoffer] op aangedrongen dat zij haar aangifte zou intrekken. Dit zou moeten gebeuren bij de rechter-commissaris. Het contact tussen [slachtoffer] en verdachte vond zowel telefonisch en schriftelijk, als in persoon tijdens door [slachtoffer] aan verdachte gebrachte bezoeken plaats.

Verdachte heeft erkend dat hij in de periode van 4 september 2009 tot en met 5 november 2009 meerdere brieven heeft geschreven aan [slachtoffer]. Verdachte schreef in een van deze brieven dat hij wilde dat [slachtoffer] bij de rechter-commissaris haar verklaring zou intrekken en dat zij zou verklaren dat ze op 3 september 2009 kinky seks wilde hebben met verdachte.19 In een andere brief schreef verdachte [slachtoffer] ook voor wat de inhoud van haar bij de rechter-commissaris af te leggen verklaring zou moeten zijn.20 Verdachte beloofde [slachtoffer] in zijn brieven dat, als zij hem vrij zou krijgen, hij haar vervolgens mee zou nemen naar een woning die hij had geregeld21, dat hij haar zou weghalen bij haar ouders22, dat hij haar een gouden ketting zou geven23 en dat er voldoende geld zou zijn waarvan zij zouden kunnen leven.24

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 3 (parketnummer 06/460413-09)

[slachtoffer] heeft op 6 november 2009 verklaard dat verdachte, in de hiervoor al eerder genoemde contacten25, zijn plan heeft uiteengezet. Verdachte zou een huis in Almere hebben geregeld, waar zij naartoe zouden gaan op het moment dat verdachte vrij kwam. Verdachte en [slachtoffer] zouden dan in dat huis gaan wonen.26

In de hiervoor reeds genoemde brieven van de hand van verdachte schreef verdachte dat hij, wanneer hij vrij zou komen, [slachtoffer] mee zou nemen naar het huis dat hij had geregeld.27 Verdachte schreef dat [slachtoffer] kleren klaar moest leggen. Verdachte schreef dat zij in die door hem geregelde woning konden verblijven en dat hij geld had waarvan zij konden leven. Verder schreef verdachte dat [slachtoffer] van dit plan niets aan haar ouders moest vertellen en dat haar ouders er niets van hoefden te weten.28

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij op 5 november 2009, toen hij weer op vrije voeten was gesteld, rond 18.00 uur met [slachtoffer] heeft gebeld. Verdachte en [slachtoffer] hebben afgesproken dat [slachtoffer] midden in de nacht naar buiten zou komen en naar verdachte toe zou komen. Dit is niet gelukt omdat de ouders van [slachtoffer] de hele nacht beneden hebben gezeten.29

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 3 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 4 (parketnummer 06/460413-09)

Op 1 december 2009 deed [moeder slachtoffer], de moeder van [slachtoffer], aangifte van het door verdachte onttrekken van [slachtoffer] aan het wettig gezag.30 Op vrijdag 6 november 2009 werd [slachtoffer] door een medewerker van Bureau Jeugdzorg naar een tijdelijk opvanggezin in [plaats] gebracht.31 Op zaterdag 7 november 2009 liep [slachtoffer] tijdens een uitstapje weg. Op maandag 9 november 2009 werd [slachtoffer] door de politie in gezelschap van verdachte aangetroffen in Nijmegen. [moeder slachtoffer] heeft verklaard dat zij geen toestemming heeft gegeven aan verdachte om haar dochter, [slachtoffer], aan het wettig gezag te onttrekken.

[slachtoffer] heeft bij de rechter-commissaris verklaard32 dat zij op vrijdag 6 november 2009 telefonisch contact had met verdachte. In dit telefoongesprek heeft zij met verdachte afgesproken dat zij op zaterdag 7 november 2009 weg zou lopen en dat zij elkaar zouden ontmoeten op een treinstation in Barneveld. Vervolgens is [slachtoffer] met verdachte naar Nijmegen afgereisd. Daar aangekomen is [slachtoffer] met verdachte naar een door verdachte geregelde woning gegaan.

Verdachte heeft op 17 december 2009 verklaard33 dat hij met [slachtoffer] telefonisch had afgesproken dat zij op zaterdag 7 november 2009 weg zou lopen en dat zij dan samen naar Nijmegen zouden gaan. Op zaterdag 7 november 2009 spraken verdachte en [slachtoffer] af bij een treinstation in Barneveld. Vervolgens reisden ze met het openbaar vervoer naar Nijmegen, waar verdachte een woning had geregeld.34 Verdachte wist dat [slachtoffer] haar moeder niet had verteld waar en met wie ze was, ondanks dat haar moeder contact met haar probeerde te leggen.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het onder 4 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Parketnummer 06/460341

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 3 september 2009 te Doetinchem opzettelijk [slachtoffer] (geboren op [1993]) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verdachte opzettelijk wederrechtelijk

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze zich uit moest kleden en vervolgens die [slachtoffer] ontkleed en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze tegen een boom moest gaan staan en vervolgens die [slachtoffer] met een riem vastgebonden aan een boom en die [slachtoffer] enige tijd vastgebonden laten staan aan een boom en

- daarbij een deodorantspuitbus voor die [slachtoffer] gehouden.

Parketnummer 06/460413-09

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 4 september 2009 tot en met 5 november 2009 in Doetinchem telkens zich opzettelijk mondeling en bij geschrift, jegens een persoon, te weten [slachtoffer], heeft geuit kennelijk om haar vrijheid om naar waarheid ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen, te beïnvloeden, terwijl hij weet dat die verklaring zal worden afgelegd, immers heeft verdachte die [slachtoffer] meermalen door middel van meerdere brieven en tijdens meerdere bezoekjes van die [slachtoffer] aan verdachte (in P.I. de Kruisberg) en telefonisch benaderd en gezegd:

- dat zij bij de rechter-commissaris moest terugkomen op haar eerdere verklaring bij de politie afgelegd betreffende de aangifte van deze [slachtoffer] tegen verdachte (gedaan ter zake van onder andere wederrechtelijke vrijheidsberoving en/of poging tot zware mishandeling en/of bedreiging) en

- dat zij bij de rechter-commissaris die aangifte moest intrekken en

- hoe en wat zij moest verklaren bij de rechter-commissaris en

- dat verdachte als hij vervolgens vrij was:

die [slachtoffer] een gouden ketting zou geven en dat verdachte die [slachtoffer] weg zou halen bij haar ouders en zou meenemen en een huis zou hebben waar verdachte en die [slachtoffer] zouden kunnen wonen en dat er voldoende geld zou zijn waarvan zij zouden kunnen leven.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 4 september 2009 tot en met 5 november 2009 te Doetinchem, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [1993], te onttrekken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag, als volgt heeft gehandeld,

verdachte heeft meermalen vanuit P.I. de Kruisberg contact met die [slachtoffer] opgenomen (telefonisch en middels brieven en tijdens bezoekjes van die [slachtoffer] aan verdachte in P.I. de Kruisberg) en daarbij aangegeven dat zij enkele spullen moest klaarzetten en dat verdachte haar zou ophalen en zou meenemen zodra hij vrij was en dat hij een woning in Almere heeft geregeld en dat zij daar met hem, verdachte, kon verblijven en dat hij geld had waar zij van konden leven en dat die [slachtoffer] haar ouders niets moest vertellen en dat haar ouders er niets van hoefden te weten.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 7 november 2009 tot en met 9 november 2009 te Nijmegen opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [1993], heeft ontrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte daar toen met die [slachtoffer] in een door verdachte geregelde woning in Nijmegen verbleven en die [slachtoffer] bij zich heeft gehouden zonder medeweten van de ouders van die [slachtoffer] en aldus die [slachtoffer] bij haar ouders heeft weggehouden (terwijl die [slachtoffer] in het kader van een ondertoezichtstelling in een pleeggezin, althans een crisisopvang, was geplaatst en daar was weggelopen).

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/460341-09

1 primair: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

Parketnummer 06/460413-09

2. opzettelijk bij geschrift zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij

weet dat die verklaring zal worden afgelegd, meermalen gepleegd;

3. poging tot onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag;

4. onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport uitgebracht door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie; locatie Pieter Baan Centrum35. Verdachte heeft geweigerd om aan het psychologisch en het psychiatrisch onderzoek mee te werken. De onderzoekers kunnen, door de weigering van verdachte om medewerking te verlenen aan het onderzoek, geen antwoord geven op de door de rechter-commissaris geformuleerde onderzoeksvragen.36 Ook over de mate van toerekeningsvatbaarheid kan geen conclusie worden gegeven.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het onder 1 (parketnummer 06/460341-09) en het onder 2, 3 en 4 (parketnummer 06/460413-09) tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarbij in aanmerking genomen de ernst van de tenlastegelegde gedragingen, afgezet tegen de omstandigheid dat de strafbare gedragingen van verdachte bezien moeten worden in het licht dat hij en [slachtoffer] een affectieve relatie hadden.

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de strafmaat.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen:

De bewezenverklaarde strafbare gedragingen moeten gezien worden in het licht dat verdachte en [slachtoffer] een affectieve relatie hadden. Ook houdt de rechtbank nadrukkelijk rekening met de omstandigheid dat de gebeurtenissen van 3 september 2009 niet tot fysiek letsel bij [slachtoffer] hebben geleid.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In beslag genomen voorwerpen

De onder verdachte in beslaggenomen telefoon kan aan verdachte worden teruggegeven nu zich daar geen strafvorderlijk belang tegen verzet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 57, 279, 282 en 285a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

(inzake parketnummer 06/460341-09):

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair en subsidiar tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

(inzake parketnummer 06/460413-09):

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

(parketnummers 06/460413-09 en 06/460341-09):

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

* opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

* opzettelijk bij geschrift zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet dat die verklaring zal worden afgelegd, meermalen gepleegd;

* poging tot onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag;

* onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden.

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, telefoon aan veroordeelde;

Aldus gewezen door mrs. Troost, voorzitter, Kleinrensink en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schippers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 mei 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009062417-26 van de regiopolitie Noord-Oost Gelderland, district Achterhoek, team recherche Achterhoek, gedateerd 23 september 2009 of bij het het stamproces-verbaal met het registratienummer 2010008413-26 van de regiopolitie Noord-Oost Gelderland, district Achterhoek, team recherche Achterhoek, gedateerd 18 januari 2010 (voor zover niet anders is vermeld).

2 Stamproces-verbaal 2009062417-26, pagina 4

3 Bevel inverzekeringstelling, Stamproces-verbaal 2009062417-26, pagina's 14 en 15

4 Aangifte [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2009062417-26, pagina's 28 tot en met 36

5 Verklaring [slachtoffer], op 5 november 2009 afgelegd bij de rechter-commissaris, RC-nr 09/657

6 Stamproces-verbaal 2010008413-26, pagina 5

7 Stamproces-verbaal 2010008413-26, pagina 5

8 Verklaring [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 31, 32 en 33

9 Verklaring [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 33

10 Verklaring [getuige A], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 61

11 Verklaring [getuige A], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 62

12 Verklaring [getuige C], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 66

13 Verklaring [getuige C], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 67

14 Verklaring [getuige B], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 71

15 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 77

16 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 79

17 Verklaring [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2009062417-26, dossierpagina 55

18 Verklaring [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 21 en 22

19 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 43

20 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 42

21 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 71

22 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 44

23 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 75 en 76

24 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 62

25 Hier wordt verwezen naar voetnoot 19.

26 Verklaring [slachtoffer], Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 23

27 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 44

28 Brieven van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 47

29 Verklaring van verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 81

30 Verklaring [moeder slachtoffer], Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 87

31 Verklaring [moeder slachtoffer], Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 88

32 Verklaring [slachtoffer] afgelegd op 1 april 2010 bij de rechter-commissaris, RC-nr 09/797, pagina 3 en 4

33 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 92

34 Verklaring verdachte, Stamproces-verbaal 2010008413-26, dossierpagina 93

35 Rapport NIFD inzake [verdachte] d.d. 31 maart 2010, dossiernummer 10180, opgemaakt door de psychiater J.H. van Renesse en de psycholoog H.A. van Kempen.

36 Rapport NIFD inzake [verdachte] d.d. 31 maart 2010, dossiernummer 10180, pagina 52 e.v.