Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM4249

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
12-05-2010
Zaaknummer
06/580429-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van groepsverkrachting op feest. De rechtbank spreekt vier verdachten vrij omdat er onvoldoende bewijs is om de beschuldigingen te kunnen bewijzen. Vier mannen werden ervan verdacht dat ze tijdens een feest in Hattem een 18-jarige vrouw hadden verkracht. Twee andere mannen, die werden verdacht van het dronken voeren van een vrouw in Raalte om daarna seks met haar te hebben, zijn ook vrijgesproken.

Zie ook: BM 4245 (verkrachting Raalte) en BM 4256/4268/4271/4276 (verkrachting Hattem)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580429-08

Uitspraak d.d.: 12 mei 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachteB],

geboren te [plaats in 1989],

wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. K. Spoor, advocaat te Steenwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 april 2010 en 28 april 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de nacht van 22 juli 2008 op 23 juli 2008 te Wezep, gemeente Oldebroek en/of Raalte, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtofferB], van wie hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) wist(en) dat die [slachtofferB] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dat die [slachtofferB] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) één of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtofferB], hebbende verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- de borsten van die [slachtofferB] betast en/of gelikt en/of aan de borsten van die [slachtofferB] gezogen en/of

- die [slachtofferB] gevingerd en/of

- (telkens) zijn/hun penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtofferB] geduwd/gebracht en/of heen en weer bewogen;

art 243 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

1. Verdachte is in beeld van de politie gekomen door een ander onderzoek. Een meisje uit Steenwijk ([slachtofferA]) zou op 4 juni 2008 door een aantal jongens seksueel zijn misbruikt en verkracht in een woning in Hattem. In dat onderzoek werd met toestemming van de onderzoeksrechter de telefoon van een aantal jongens afgeluisterd. Onder andere werd de telefoon van [naam] afgeluisterd. Op 22 juli 2008 kwamen op die lijn gesprekken binnen waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat er een meisje dronken was gevoerd, waarna er seks met haar had plaatsgevonden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

2. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken, nu er geen wettig en overtuigend bewijs daarvoor is. Zij heeft aangegeven, dat uit het dossier blijkt, dat er een groep jongens is die de intentie heeft meisjes te veel alcohol aan te bieden om daarna seks met ze te hebben. Dit is laakbaar gedrag. In de onderhavige zaak dient echter bewezen te worden dat er strafbare handelingen zijn gepleegd. De vraag daarbij is of aangeefster in een zodanige toestand verkeerde dat zij met betrekking tot het seksuele contact niet in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Deze vraag is niet met een "ja" te beantwoorden. Aangeefster weet niet meer wat er is gebeurd. Verdachte heeft gezegd dat er sprake was van vrijwillig seksueel contact. Verdachte ontkent. Verder bewijs is er niet. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte seks heeft gehad met aangeefster. De verklaringen van aangeefster acht de raadsvrouw onbetrouwbaar en deze bevatten veel tegenstrijdigheden. De bewezenverklaring van het seksueel binnendringen van verdachte bij aangeefster kan alleen worden gebaseerd op de verklaring van medeverdachte [medeverdachteA], die de indruk heeft dat er seks plaatsvindt en dit afleidt uit het feit dat hij heeft gezien dat ze samen op de bank lagen. Verdachte ontkent, aangeefster weet het niet meer en medeverdachte [medeverdachteA] "heeft de indruk", dat is volgens de raadsvrouw duidelijk niet voldoende voor een bewezenverklaring. De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat evenmin sprake is van medeplegen, nu men niet samen was toen er seks plaatsvond. Er waren geen afspraken of een vooropgezet plan om seks met aangeefster te hebben terwijl ze dronken was. Bovendien wist verdachte niet dat medeverdachte [medeverdachteA] seks met aangeefster heeft gehad. Ten slotte heeft de raadsvrouw aangevoerd dat aangeefster heeft gedronken, maar dat ze duidelijk niet zo dronken was dat ze niet meer wist wat ze deed of dat ze niet meer in staat was haar wil te bepalen, althans, niet kan worden vastgesteld, dat ze zo dronken was dat ze niet meer wist wat ze deed of niet meer in staat was haar wil te bepalen. Ten aanzien van de tapgesprekken heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld, dat de (uit het Dari "vertaalde") telefoontaps zoals ze in het dossier zitten, niet kunnen dienen voor enig bewijs, omdat het wel duidelijk is geworden dat ze niet kloppen, althans niet juist zijn weergegeven en het er op lijkt dat ze zijn "ingevuld" op een wijze die past in de zaak. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat de seks met medeverdachte [medeverdachteA] is gegaan zoals aangeefster het wilde. Hiermee staat volgens de raadsvrouw vast dat aangeefster wel degelijk in staat was haar wil te bepalen, althans dat verdachte en medeverdachte [medeverdachteA] geen aanleiding hadden om te denken dat het anders was. Gelet op het voorgaande ontbreekt de wetenschap, hetgeen vrijspraak oplevert.

Beoordeling door de rechtbank1

4. De rechtbank is van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte seks met aangeefster had, terwijl hij wist dat zij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, en niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

5. Aangeefster [slachtofferB] heeft verklaard dat zij op dinsdagavond 22 juli 2008 met verdachte en medeverdachte [medeverdachteA] in het ouderlijke huis van verdachte in Raalte is geweest en dat zij whisky met cola hebben gedronken. [slachtofferB] denkt dat zij twee glazen heeft gedronken. De volgende ochtend werd zij wakker met [naam] in diens kamer. Van de vorige avond en nacht kan zij zich niets meer herinneren.2 Bij de

rechter-commissaris heeft zij verklaard dat zij veel meer drank gewend is dan zij die avond op had en zij er van overtuigd is dat er iets in haar drankje is gedaan. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat medeverdachte [medeverdachteA] hem belde om met [slachtofferB] naar de ouderlijke woning van verdachte te komen. Zij zijn een uur of anderhalf uur gebleven en er werd gekaart en gedronken.3 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zeker geen seks met [slachtofferB] heeft gehad. Hij heeft ook verklaard dat het gezellig was en dat hij en [slachtofferB] misschien even hebben geknuffeld, maar dat hij dat niet meer weet. Medeverdachte [medeverdachteA] heeft verklaard dat hij op 22 juli 2008 met [slachtofferB] en verdachte in Raalte is geweest. Zij dronken whisky met cola. Met z'n drieën hebben zij een halve fles whisky gedronken in drie uur tijd. Iedereen heeft evenveel gedronken. Na drie uur heeft hij seks gehad met [slachtofferB].4 Bij de politie heeft medeverdachte [medeverdachteA] verklaard dat niemand [slachtofferB] dronken heeft gevoerd.5 Uit een forensisch medisch onderzoek van 5 september 2008 van mw. M.A.J. van Keulen, forensisch geneeskundige, komt naar voren dat de door aangeefster beschreven verschijnselen kunnen passen bij een verdoving/ intoxicatie met een verdovende stof zoals GHB gecombineerd met een rustgevend middel.6

6. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Vast staat dat medeverdachte [medeverdachteA] seks heeft gehad met aangeefster. Medeverdachte [medeverdachteA] stelt dat dit op vrijwillige basis was. Hij heeft eveneens verklaard dat verdachte seks met [slachtofferB] heeft gehad. Bij de

rechter-commissaris heeft medeverdachte [medeverdachteA] echter verklaard dat hij ervan uit is gegaan dat zij seks hadden, maar dat hij het niet daadwerkelijk heeft gezien. Aangeefster zegt zich van alles niets meer te herinneren. Niet duidelijk is geworden wat de oorzaak van dit laatste is. Volgens de verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris is zij veel meer drank gewend dan de hoeveelheid die zij de avond van 22 juli 2008 in de woning in Raalte had genuttigd. Dat drank heeft geleid tot een mogelijk geheugenverlies komt de rechtbank dan ook niet aannemelijk voor. Of er "iets" in een drankje van aangeefster is gedaan is thans niet meer na te gaan. Overigens komt uit het dossier niet naar voren dat de groep jongens waar het hier om gaat gebruik maakt van GHB of soortgelijk middelen om weerstand van meisjes te breken. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het bovenstaande niet, althans onvoldoende, vast komen te staan of er seksueel contact is geweest tussen verdachte en aangeefster. Aan de vraag of aangeefster in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde ten tijde van de seksuele handelingen die die bewuste avond door medeverdachte [medeverdachteA] en al dan niet door verdachte met haar zijn verricht, komt de rechtbank dan ook verder niet meer toe.

7. Bij deze stand van zaken moet vrijspraak volgen.

Vordering tot schadevergoeding

8. De benadeelde partij [slachtofferB], [adres], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.550,- gevoegd in het strafproces.

9. Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart de benadeelde partij [slachtofferB] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Krijger, voorzitter, Gilhuis en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2010.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van de in wettelijk opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer

PL 0610/08-207189, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, Harderwijk, gesloten en ondertekend op 14 oktober 2008 door [verbalisant1 en 2], beiden brigadier van politie, Team Recherche Noordwest Veluwe, Unit Harderwijk.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtofferB], p. 895 en 896.

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 715.

4 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachteA], p. 872, 879 en 880 en 891.

5 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachteA], p. 871.

6 Letselbeschrijving GGD, regio IJssel Vecht, p. 1668.