Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM3556

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-05-2010
Datum publicatie
06-05-2010
Zaaknummer
06/580449-08
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2011:BR1509, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 27-jarige man (verdachte A) is veroordeeld tot een celstraf van twaalf jaar voor de doodslag en verkrachting van een vrouw en de brandstichting in haar woning te Apeldoorn.

Na de doodslag en verkrachting stak hij samen met een 24-jarige man (verdachte B, zie vonnis LJN: BM3562) het huis van het slachtoffer, in een appartementencomplex aan de Wilhelmina Druckerstraat, in brand. De 24-jarige is voor de brandstichting veroordeeld tot een celstraf van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden dat hij zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580449-08

Uitspraak d.d.: 6 mei 2010

Tegenspraak / dip, oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats, 1983],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. C. Maat, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 april 2009, 7 juli 2009, 15 september 2009, 18 november 2009, 4 februari 2010, 21 april 2010 en 22 april.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting van 21 april 2010 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd, dat:

1.

A:

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer] (krachtig) in bedwang heeft gehouden terwijl zij met haar gezicht in een (kussen van een) bank lag/werd gedrukt, waardoor de borstkas werd bekneld en/of waardoor zij werd gesmoord, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten verkrachting en/of diefstal van een tas en/of een portemonnee met inhoud, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of een ander of anderen straffeloosheid te verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere ribbreuken, kneuzingen aan de borstkas en onderrug en een bloeduitstorting aan het strottenhoofd), heeft toegebracht, door het opzettelijk toebrengen van langdurig en/of fors stomp/botsend dan wel samendrukkend geweld en/of het smoren/drukken van die [slachtoffer] in een (kussen van een) bank, tengevolge waarvan deze [slachtoffer] is overleden;

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

B:

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] en/of welk geweld en/of

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of welke bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin heeft hebben bestaan dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] opzettelijk (krachtig) in bedwang heeft/hebben gehouden terwijl zij met haar gezicht in een (kussen van een) bank lag/werd gedrukt, waardoor de borstkas werd bekneld en/of waardoor zij werd gesmoord, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

C:

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] opzettelijk (krachtig) in bedwang heeft/hebben gehouden terwijl zij met haar gezicht in een (kussen van een) bank lag/werd gedrukt, waardoor de borstkas werd bekneld en/of waardoor zij werd gesmoord, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

art 312 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning (gelegen aan de [adres]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (de inboedel van) die woning geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de inboedel van) die woning, in elk geval

gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een/of meer perso(o)n(en) aanwezig in naast/boven/onder gelegen woning(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[verdachte B] op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk brand heeft gesticht in een woning (gelegen aan de [adres]), immers heeft die [verdachte B] toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (de inboedel van) die woning geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de inboedel

van) die woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een/of meer perso(o)n(en) aanwezig in naast/boven/onder gelegen woning(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk samen met die [verdachte B] benzine te halen en/of door die [verdachte B] toegang tot voornoemde woning te verschaffen (door middel van een eerder weggenomen huissleutel) en/of door in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan, teneinde

in geval van onraad die [verdachte B] te kunnen waarschuwen;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

1. Op 31 augustus 2008 omstreeks 06.00 uur was er brand in de woning gelegen aan de [adres] te Apeldoorn. In de woonkamer van dit perceel werd het stoffelijk overschot van [slachtoffer] aangetroffen.2

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting - kort samengevat - op het standpunt gesteld, dat verdachte tijdens een (op enig moment) gewelddadig en onvrijwillig seksueel contact tussen hem en het slachtoffer, het lichaam van het slachtoffer krachtig op de bank gedrukt hield door welke beklemming het slachtoffer niet of uiteindelijk te weinig kon ademen. Zij is hierdoor overleden. De officier van justitie heeft echter vrijspaak gevorderd ten aanzien van het onder 1A primair ten laste gelegde, nu het (voorwaardelijk) opzet op de dood bij verdachte ontbreekt. Het onder 1A subsidiair ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie wel bewezen worden verklaard, te weten dat verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, waardoor zij is overleden.

Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het onder 1B ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, waarbij ten aanzien van de geweldshandelingen sprake is van eendaadse samenloop met de onder 1A subsidiair ten laste gelegde geweldshandelingen. Eveneens kan het onder 1C ten laste gelegde bewezen worden verklaard, met uitzondering van het ten laste gelegde geweld, zodat een (eenvoudige) diefstal overblijft.

Ten aanzien van de brandstichting heeft de officier van justitie - kort samengevat - aangegeven dat verdachte de brand tezamen en in vereniging met medeverdachte

[verdachte B] (hierna: [verdachte B]) heeft gepleegd. Het onder 2 primair ten laste gelegde kan volgens hem dan ook bewezen worden verklaard.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is allereerst ter terechtzitting - kort samengevat - naar voren gebracht dat door [verdachte B] actief is gepoogd het opsporingsonderzoek te beïnvloeden en dat laatstgenoemde er steeds op uit geweest is om verdachte te belasten. Gelet hierop zijn de verklaringen van [verdachte B] en de getuigen dermate onbetrouwbaar dat zij niet kunnen worden gebruikt als (steun)bewijs.

Voorts is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat er geen doodsoorzaak is vastgesteld en dat het geconstateerde letsel past bij de verklaring van verdachte. Dat het overlijden en de geslachtsgemeenschap qua tijd met elkaar verbonden zijn, wil niet zeggen dat er van een oogmerk gesproken kan worden. Voorts is aangevoerd dat het onaannemelijk is dat de ten laste gelegde doodslag heeft plaatsgevonden om een vrijwel lege portemonnee van een voor verdachte bekende drugsverslaafde weg te nemen. Tot slot is ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde feiten aangevoerd dat bij verdachte geen sprake was van opzet op de dood. Gelet op het voorgaande stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1A, 1B en 1C ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde brandstichting is tevens vrijspraak bepleit. Daartoe is - kort samengevat - aangevoerd dat [verdachte B] - zonder medeweten van verdachte - brand heeft gesticht in de woning van [slachtoffer]. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [verdachte B]. Evenmin is verdachte behulpzaam geweest bij de door [verdachte B] gepleegde brandstichting.

Beoordeling door de rechtbank

A. Aantreffen van het lichaam van het slachtoffer [slachtoffer]

4. Op 31 augustus 2008 omstreeks 06.00 uur kwam er bij de brandweer de melding binnen van een woningbrand aan de [adres] te Apeldoorn.3

In de woning troffen leden van de brandweer het stoffelijk overschot van een vrouw aan.4 Voorts hoorde één van de brandweerlieden, te weten [getuige A], brandwacht te Apeldoorn, een sissend geluid vanuit de keuken. Hij zag dat er twee bedieningsknoppen van het gasfornuis in een andere stand stonden en dat deze kennelijk waren opengedraaid.5 Tijdens de bluswerkzaamheden werden tevens diverse brandhaarden aangetroffen.6

5. Het in de woning aangetroffen stoffelijk overschot werd herkend als dat van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) .7

6. Het slachtoffer lag voorover, met het bovenlichaam op het zitgedeelte van de in de woonkamer geplaatste bank, met de armen aan weerszijden van het lichaam naar achteren gericht. Het slachtoffer was kennelijk ontkleed.8 Van het slachtoffer zijn foto's gemaakt zoals zij in de woning is aangetroffen.9 Voor de bank waarop het slachtoffer werd aangetroffen, lag een matras. Het slachtoffer lag met haar knieën op deze matras. Links van het slachtoffer was de bank verbrand.10

7. Het stoffelijk overschot werd vervolgens overgedragen aan het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI).11

B. Sectie op het lichaam

8. Op 1 september 2008 werd door de pathologen dr. B. Kubat en P.M.I. van Driessche, werkzaam bij het NFI, sectie op het lichaam van [slachtoffer] verricht.12 Hierbij kwam het volgende naar voren.

Er waren tekenen van inwerking van uitwendig thermisch geweld. Gezien het feit dat het CO-gehalte in het bloed 0% was en er geen roet in de mond/keelholte of de luchtpijp(takken) was, was het slachtoffer niet bij leven ten tijde van de brand.13 Er werden meerdere onderhuidse bloeduitstortingen gezien, verspreid over het lichaam. Er was kneuzing van het vetweefsel van de borstkas en de rug en er waren ribbreuken beiderzijds, alle bij leven opgelopen. De letsels waren opgeleverd door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend en/of samendrukkend geweld, zoals bijvoorbeeld ten gevolge van vallen, stoten, slaan of hard samendrukken. Zij hebben op zich geen rol van betekenis gespeeld voor het intreden van de dood. De letsels aan de borstwand en rug zouden kunnen passen bij krachtig "in bedwang houden". Bij dateringsonderzoek toonden de ribbreuken een aspect als zijnde kort voor de dood opgelopen en toonden de kneuzingsletsels aan borst en rug een dubieus aspect, doch lijkt oplopen hiervan een half uur of meer voor het overlijden hoogst onwaarschijnlijk.14

9. Het naar beneden drukken van de handen op de onderrug is een voorbeeld van een vorm van uitwendig mechanisch stomp botsend en/of samendrukkend geweld en kan de letsels op de onderrug verklaren.15

10. Tijdens de sectie werden door de pathologen bemonsteringen ten behoeve van zedenonderzoeken veiliggesteld.16 Er zijn uitstrijkjes gemaakt van onder meer de anus en de vagina van het slachtoffer.17 Uit vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat het DNA-profiel van het sperma in de bemonstering [AGB304]#04 van het proctum matcht met het DNA-profiel van [verdachte A]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.18 In de woning van het slachtoffer werden voorts diverse (gebruikte) tissues veiliggesteld, waarin sperma werd aangetroffen. Het DNA-profiel van dit sperma matcht eveneens met het DNA-profiel van [verdachte A].19

11. In het bloed van het slachtoffer werd onder meer cocaïne aangetroffen, maar er waren geen aanwijzingen voor overdosering met cocaïne. De aangetoonde cocaïneconcentratie past volgens de toxicoloog bij "recreatief gebruik".20 Op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologische onderzoek kan het overlijden van [slachtoffer] niet op voorhand worden verklaard.21

12. De pathologen concluderen dat bij de sectie geen anatomische oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] werd aangetoond. Alhoewel cocaïne-intoxicatie als oorzaak van het overlijden niet geheel uitgesloten kan worden, passen de (sectie-)bevindingen veel meer bij positionele asfyxie (verstikking door belemmering van ademhalingsbewegingen) als doodsoorzaak dan cocaïne-intoxicatie.22

C. Brandonderzoek en sporenonderzoek

13. Op 31 augustus 2008, 1 en 2 september 2008 werd in de woning gelegen aan de [adres] te Apeldoorn onderzoek gedaan.23

14. Er was sprake van een sprenkelsporenbeeld van een brandversnellend middel op verschillende plaatsen door de hele woning. Het brandbeeld in de woning kon passen bij een snelle verbranding van vluchtige stoffen.24 Voorts werd tijdens het onderzoek meerdere malen de geur van benzine waargenomen.25

15. Tijdens dit onderzoek werden meerdere indicaties aangetroffen voor de aanwezigheid van brandversnellende middelen.26 Op de vloer in de slaapkamer en de woonkamer waren sprenkelsporen van een brandversnellend middel zichtbaar.27 In de woning werden op de volgende plekken brandmonsters genomen: de matras waar het slachtoffer op had gezeten met haar linkerknie, een stuk verbrande stof op het balkon, op een kleedje en een rubberen matje in de badkamer en een deel van de vloerbedekking in de hoek van de woonkamer naast de balkondeur.28 De brandmonsters werden naar het NFI verzonden ten behoeve van het onderzoek naar de aanwezigheid van brandversnellende middelen in de vier monsters.29 In de vier brandmonsters is motorbenzine aangetoond.30

D. Verklaringen van verdachte

16. Verdachte heeft zowel bij de politie als ook ter terechtzitting wisselende verklaringen afgelegd over hetgeen in de nacht van 30 op 31 augustus 2008 is gebeurd. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

17. Verdachte heeft aanvankelijk bij de politie ontkend dat hij het slachtoffer [slachtoffer] kent en bij haar in de woning is geweest. Eerst bij de rechter-commissaris heeft hij bij gelegenheid van zijn verhoor (rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en de vordering tot inbewaringstelling) aangegeven, dat hij op 30 augustus 2008, in de middag seks met het slachtoffer heeft gehad, waarbij het slachtoffer nog leefde op het moment dat hij tussen 14.30 uur en 16.00 uur haar woning verliet.31 Dit verhaal heeft hij vervolgens bij gelegenheid van zijn achtste verhoor bij de politie op 10 januari 2009 herhaald.32

Bij gelegenheid van zijn tiende verhoor heeft verdachte verklaard dat hij op 30 augustus 2008 voor het eerst naar de woning van [slachtoffer] is gegaan samen met drie Litouwse vrienden van [verdachte B]. Hij heeft voorts aangegeven, dat hij toen (vrijwillige) orale, vaginale en anale seks met [slachtoffer] heeft gehad.33 Nadat hij vlak daarna in de woning ruzie kreeg met één van de Litouwers, heeft hij de woning verlaten, waarbij hij de drie Litouwers aldaar heeft achtergelaten, aldus verdachte.34

In zijn zestiende verhoor heeft verdachte verklaard, dat hij het slachtoffer [slachtoffer] al langer kende en meerdere malen in haar woning heeft geslapen.35 Verdachte heeft aangegeven, dat [verdachte B] hem in contact heeft gebracht met [slachtoffer]. Steeds als hij bij haar bleef slapen, bracht hij drugs voor haar mee. Hij verklaart ook meerdere malen seks met [slachtoffer] te hebben gehad.36 Voorts heeft verdachte in dat verhoor aangegeven, dat één van de Litouwers degene is geweest, die haar om het leven heeft gebracht.37 Hij verklaart letterlijk: "Hij heeft het bij die vrouw gedaan. Hij is iemand die zich niet kan beheersen...onder bedwang gehouden...zich niet kan controleren....[...] [naam A] zei dat die man haar te hard heeft geneukt. Mevrouw had pijn en weigerde door te gaan. Die man dwong haar door te gaan en sloeg haar elke keer. Totdat ze uiteindelijk niet meer ademde."

In zijn vierentwintigste verhoor38 heeft verdachte vervolgens verklaard dat hij op

30 augustus 2008 orale, vaginale en anale seks met [slachtoffer] had gehad op de matras in de woonkamer.39 Verdachte heeft verklaard dat hij er bij was toen [slachtoffer] doodging.40 Hij heeft daarbij verklaard, dat [slachtoffer] op een gegeven moment niet meer ademde toen zij op haar hondjes op de bank zat. Verdachte heeft aangegeven, dat hij geprobeerd heeft haar te reanimeren en te beademen.41 Vervolgens is hij naar het Oranjepark te Apeldoorn gegaan alwaar hij [verdachte B] trof. Aan hem heeft hij verteld wat er was gebeurd met [slachtoffer] en samen zijn zij vervolgens terug gegaan naar de woning van [slachtoffer], aldus verdachte.42 Verdachte heeft verklaard, dat hij deur van de woning met de sleutels geopend heeft.43 Verdachte heeft voorts verklaard dat [verdachte B] in de woning heeft schoongemaakt.44 Nadien zijn verdachte en [verdachte B] naar een tankstation gereden. Verdachte heeft ontkend aldaar te hebben getankt. Na het bezoek aan het tankstation zijn zij teruggereden naar de woning. [verdachte B] is alleen naar boven gegaan, aldus verdachte. Even later kwam [verdachte B] naar beneden rennen.45 [verdachte B] vertelde verdachte de volgende dag dat hij de boel in brand had gestoken en dat alle sporen waren gewist.46 Verdachte heeft aangegeven, dat hij niets met de brandstichting te maken heeft.47 Wel heeft hij in zijn zesentwintigste verhoor aangegeven, dat hij in de woning van [slachtoffer] heeft schoongemaakt om zijn sporen te wissen.48.

18. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij in de nacht van 30 op 31 augustus 2008 bij [slachtoffer] in de woning was, seks met haar heeft gehad en vervolgens constateerde dat ze dood was.

19. De rechtbank stelt vast dat verdachte steeds zijn verklaring aanpast als hij door de politie wordt geconfronteerd met feiten en omstandigheden die niet stroken met de eerder door verdachte afgelegde verklaringen. De rechtbank zal bij haar beoordeling van het onder 1 ten laste gelegde uitgaan van de verklaringen die verdachte vanaf zijn vierentwintigste verhoor bij de politie heeft afgelegd. Daartoe overweegt de rechtbank dat verdachte eerst in deze verklaring heeft erkend dat hij in de woning aanwezig was toen het slachtoffer overleed.

E. Verklaringen van medeverdachte [verdachte B]

20. Ook [verdachte B] heeft bij de politie wisselende verklaringen afgelegd. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

21. In zijn derde verklaring, afgelegd op 25 februari 200949, heeft [verdachte B] verklaard dat hij in de nacht van 30 op 31 augustus 2008 met drie vrienden afkomstig uit Litouwen, in de auto zat toen hij verdachte zag.50 [verdachte B] heeft verklaard dat verdachte er niet goed uitzag en dat hij geshockeerd was. Verdachte zei dat hij [verdachte B] iets moest vertellen en vroeg hem of hij - [verdachte B] - met hem mee wilde gaan. Later vertelde verdachte aan [verdachte B] dat het niet de bedoeling was en dat het per ongeluk is gegaan, aldus [verdachte B]. Verdachte vertelde [verdachte B] dat hij met twee bolletjes naar de vrouw was gegaan en de drugs aan de vrouw had gegeven. Verdachte vertelde dat hij wilde vrijen, maar toen zij - verdachte en de vrouw - dat deden, ging de vrouw anders doen. Zij wilde niet meer en zij ging verdachte duwen, waarop verdachte tegen haar zei: "Doe normaal joh, laat me eerst klaarkomen". De vrouw wilde dat niet. Verdachte vertelde [verdachte B] dat hij de vrouw vervolgens geduwd had, dat ze gingen vechten en dat de vrouw was gevallen, waarop verdachte vervolgens is weggegaan uit de woning van de vrouw.51 [verdachte B] heeft vervolgens bij de politie verklaard dat hij met verdachte naar de woning is gegaan en dat verdachte de woning geopend had met sleutels. In de woning gekomen, ziet verdachte de vrouw liggen.52 De vrouw lag gebukt.53[verdachte B] heeft aangegeven, dat hij de woning toen verlaten heeft en dat verdachte achter hem aan kwam.54 Verdachte en [verdachte B] zijn vervolgens - op verzoek van verdachte - naar een 24-uurs tankstation in Apeldoorn gegaan. [verdachte B] heeft verklaard dat hij niet weet of verdachte daar benzine gehaald heeft.55

Bij gelegenheid van zijn vierde verhoor op 26 februari 200956 heeft [verdachte B] verklaard dat verdachte die nacht eerst naar hem toe kwam met het verhaal dat een vriend van hem benzine nodig had voor zijn scooter.57 [verdachte B] is met verdachte meegelopen en toen vertelde verdachte hem - [verdachte B] - dat hij niet genoeg drugs voor de vrouw had en dat zij niet meer wilde. Verdachte heeft haar toen geduwd, waardoor zij was gevallen. Nadat zij gevallen was, heeft verdachte haar opgetild en is hij verder gegaan met haar. Voorts vertelde verdachte hem dat hij een tijdje is blijven zitten toen hij klaar was gekomen en vervolgens het huis heeft verlaten. Hij zag dat de vrouw niet meer bewoog.58 [verdachte B] heeft vervolgens verklaard dat hij de drie Litouwers naar huis heeft gebracht en daarna met verdachte naar het tankstation is gegaan. Hij heeft aangegeven, dat hij sigaretten ging halen en dat hij ineens ook voor benzine moest betalen.59 [verdachte B] heeft verklaard dat hij dacht dat verdachte van plan was de woning in brand te steken. Hij heeft aangegeven, dat hij dat al aan zijn gedrag zag.60

Even later tijdens het vierde verhoort heeft [verdachte B] verklaard, dat hij samen met verdachte naar het tankstation is gereden en dat hij tegen verdachte zei dat hij alvast moest gaan tanken en dat hij - [verdachte B] - niet veel geld had.61 [verdachte B] heeft voorts verklaard, dat hij zag dat verdachte de benzine in flessen tankte.62 Het waren twee flessen van 70 centiliter.63 Vervolgens zijn verdachte en [verdachte B] richting de woning gereden van waar verdachte aangaf dat daar de jongen met de scooter was. Verdachte deed de deur met de sleutels open.64 Toen verdachte en [verdachte B] de woning binnenkwamen, zag [verdachte B] de vrouw, naakt en gebukt in de woning liggen.65 [verdachte B] heeft verklaard dat hij toen meteen de woning heeft verlaten. [verdachte B] heeft aangegeven, dat hij vervolgens een knal hoorde en brand zag in de woonkamer van de vrouw.66 Het was op dat moment ongeveer 05.30 uur, aldus [verdachte B].67 Hij hoorde later van verdachte dat laatstgenoemde ook het gas open had gedraaid in de woning van het slachtoffer.68

In zijn zevende verklaring heeft medeverdachte [verdachte B] aangegeven, dat het kan dat hij zelf ook een fles getankt heeft, maar dat hij zich het niet kan herinneren.69 Hoewel [verdachte B] eerder heeft verklaard dat hij twee keer in de woning van het slachtoffer is geweest die nacht, geeft hij later aan dat hij die nacht slechts één keer in de woning is geweest.70

22. De rechtbank stelt vast dat ook [verdachte B] wisselend heeft verklaard bij de politie en net als verdachte zijn verklaringen aanpast als hij bij de politie wordt geconfronteerd met feiten en omstandigheden die niet stroken met de eerder door hem afgelegde verklaringen. Bij de beoordeling van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde zal de rechtbank uitgaan van de vierde door [verdachte B] bij de politie afgelegde verklaring. Tijdens dit verhoor heeft [verdachte B] gedetailleerd verklaard over hetgeen verdachte in de nacht van 30 op 31 augustus 2008 tegen hem verteld heeft en deze verklaring strookt met de verklaring die verdachte zelf - zij het dat hij daarbij één van de Litouwers als dader aanwees - heeft afgelegd over wat er die nacht in de woning van het slachtoffer zou zijn gebeurd

23. Het verweer van de raadsvrouw dat de verklaringen van [verdachte B] onbetrouwbaar zijn en derhalve niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd, wordt door de rechtbank verworpen. Zij overweegt daartoe dat de vierde door [verdachte B] bij de politie afgelegde verklaring gedetailleerd is en voorts op onderdelen wordt bevestigd door verdachte zelf.

F. Overwegingen ten aan zien van het onder 1A en 1B ten laste gelegde

24. Verdachte ontkent dat hij het slachtoffer om het leven heeft gebracht zoals hem verweten wordt. Hij heeft aangegeven, dat het slachtoffer na de vrijwillige seks (oraal, vaginaal en anaal) die hij met haar heeft gehad, niet meer leefde.

25. De rechtbank overweegt terzake als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij met het slachtoffer in de nacht van 30 op 31 augustus 2008 seks heeft gehad, ook terwijl zij op haar knieën op de matras over de bank geleund lag/ ook terwijl zij op haar "hondjes" op de bank lag. Verdachte heeft op 30 januari 2009 tegen de politie, terwijl hij in beperkingen verbleef, verklaard over de Litouwers. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte tijdens dit verhoor uit eigen ervaring en wetenschap verteld wat er die nacht in de woning van het slachtoffer is gebeurd. Echter, in plaats van over zichzelf te verklaren, heeft hij één van de Litouwers aangewezen als degene die het slachtoffer om het leven heeft gebracht. Uit onderzoek is van de aanwezigheid van de Litouwers die nacht in de woning van het slachtoffer niet gebleken. Ook verdachte zelf heeft aangegeven, dat de Litouwers die nacht niet samen met hem in de woning van het slachtoffer zijn geweest.71

26. De verklaring van verdachte waarin hij één van de Litouwers aanwijst als degene die het slachtoffer om het leven heeft gebracht, past op de verklaring van [verdachte B] over de wijze waarop verdachte hem heeft verteld hoe het slachtoffer die nacht is overleden in aanwezigheid van verdachte.

27. Gelet op de verklaringen van verdachte en die van [verdachte B] in onderlinge samenhang bezien, oordeelt de rechtbank dat verdachte degene is die het slachtoffer verkracht heeft. Het aanvankelijk vrijwillige seksuele contact tussen verdachte en het slachtoffer is op enig moment overgegaan in een van de zijde van het slachtoffer onvrijwillig contact. In dit verband neemt de rechtbank in aanmerking de verklaring van [verdachte B] die in zijn vierde verklaring heeft verklaard, dat verdachte die nacht tegen hem heeft gezegd dat hij seks met het slachtoffer heeft gehad en dat zij op een gegeven moment niet meer wilde. Verdachte heeft aangegeven, dat hij haar toen geslagen heeft waardoor zij viel en dat hij vervolgens verder is gegaan met de seksuele handelingen.

28. Daarnaast neemt de rechtbank in ogenschouw het deskundigenrapport van het NFI d.d. 18 mei 2009 waarin forensisch patholoog P.M.I. van Driessche72, diverse scenario's van wat er op 31 augustus 2008 met het slachtoffer kan zijn gebeurd, heeft beoordeeld aan de hand van de bij het slachtoffer aangetroffen letsels. Door de deskundige wordt geconcludeerd dat de aangetroffen letsels en de sectiebevindingen het best passen in het volgende scenario.

"Verdachte heeft seks met het slachtoffer. Voor of tijdens de seks ontstaat er onenigheid. De verdachte drijft zijn zin door en past geweld toe op het slachtoffer. Daarbij valt het slachtoffer met haar hoofd tegen een tafeltje. Verdachte legt het slachtoffer vervolgens op de bank, zoals zij uiteindelijk ook is aangetroffen. Om dat voor elkaar te krijgen, heeft hij, staande achter het slachtoffer, haar met beide armen om haar middel omklemd en opgetild. Verdachte verkracht haar van achteren, in elk geval anaal. Hij houdt het slachtoffer in bedwang door haar bij haar polsen te pakken en deze op haar onderrug te duwen. Door het geweld dat hij tijdens de verkrachting toepast, drukt hij het slachtoffer met haar buik/borst gedeelte telkens op de harde randen van de bank. Doordat de verdachte de polsen van het slachtoffer vast houdt en hij haar naar voren duwt, kan zij zich niet verweren als zij dreigt te stikken. Doordat zij op deze wijze in bedwang is gehouden, stikt het slachtoffer tijdens de seks die de verdachte met haar heeft. Verdachte heeft het slachtoffer vervolgens in dezelfde houding laten liggen." De deskundige geeft aan dat alle aangetroffen letsels in dit scenario een mogelijke verklaring hebben en ook geeft dit scenario een verklaring voor het overlijden welke goed kan passen bij de sectiebevindingen.73

29. De rechtbank is van oordeel dat verdachte degene is die het slachtoffer (in ieder geval anaal) heeft verkracht. Verdachte was aanwezig op het moment dat het slachtoffer overleed. Gelet op het vooroverwogene en de houding waarin het slachtoffer is aangetroffen, is de rechtbank tevens van oordeel dat het slachtoffer gedurende die (anale) verkrachting is overleden.

30. Verdachte heeft aangegeven, dat hij geprobeerd heeft het slachtoffer te reanimeren, waarbij hij haar ook op de onderrug heeft gedrukt, waardoor zij mogelijk het letsel aan de onderrug heeft opgelopen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geprobeerd heeft het slachtoffer te reanimeren niet aannemelijk. Daartoe overweegt zij dat het slachtoffer is aangetroffen in de houding waarin verdachte - volgens zijn eigen verklaring - anale seks met het slachtoffer heeft gehad. De rechtbank begrijpt niet om welke reden verdachte na zijn gestelde vergeefse reanimatiepogingen, het slachtoffer weer in die houding tegen de bank aan zou zetten. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking de verschillende verklaringen van verdachte over de mate van stijfheid van het lichaam van het slachtoffer toen hij haar zou hebben opgetild, verplaatst en weer tegen de bank heeft gezet. Ter terechtzitting heeft verdachte de vragen omtrent het verslepen van het lichaam van het slachtoffer en daarbij mogelijk opgetreden stijfheid van het lichaam niet kunnen beantwoorden. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat verdachte het slachtoffer heeft achtergelaten in de positie waarin zij is overleden.

31. De rechtbank overweegt voorts dat verdachte, door het slachtoffer met haar hoofd en haar bovenlichaam in de bank te drukken, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer hierdoor zou komen te overlijden. In het onderhavige geval is derhalve sprake van voorwaardelijk opzet en de rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan doodslag. Voor zover verdachte onder het 1A primair ten laste gelegde tevens verweten wordt dat hij de doodslag heeft gepleegd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten verkrachting en/of diefstal, zal de rechtbank hem van die onderdelen vrijspreken, nu niet is komen vast te staan dat de doodslag is gepleegd met het oogmerk om die strafbare feiten te voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren. De rechtbank zal verdachte derhalve van die onderdelen vrijspreken.

32. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte het slachtoffer krachtig in bedwang heeft gehouden en tegen haar wil zijn penis in de anus van het slachtoffer heeft gebracht en/of geduwd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1B ten laste gelegde verwijt dat het slachtoffer is overleden tengevolge van de verkrachting, nu niet is komen vast te staan dat het slachtoffer door de seksuele handelingen zelf is komen te overlijden.

G. Overwegingen ten aanzien van het onder 1C ten laste gelegde

33. Ten aanzien van het onder 1C ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.

34. In de woning werden geen directe persoonlijke bezittingen van het slachtoffer aangetroffen, zoals een handtas, een portemonnee en sleutels. Evenmin werden sleutels aangetroffen van de woning of de berging.74

Verdachte heeft erkend dat hij op 31 augustus 2008 uit de woning van het slachtoffer [slachtoffer] een portemonnee heeft weggenomen75, welke hij nadien in een container bij Uprising heeft gegooid76. De rechtbank neemt hierbij voorts in aanmerking dat zowel verdachte als [verdachte B] heeft verklaard dat verdachte - toen hij voor de tweede keer terugging naar woning - de deur met de sleutels heeft geopend.77[verdachte B] heeft bij de politie verklaard dat hij zag dat verdachte een damestas in zijn handen had en die vervolgens in de prullenbak heeft gegooid, nabij coffeeshop Uprising.78

35. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op vorenstaande wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Van de aan verdachte onder 1C ten laste gelegde geweldshandelingen dient hij naar het oordeel van de rechtbank te worden vrijgesproken, nu die geweldshandelingen niet zijn verricht met het oog op de diefstal van de tas en portemonnee.

H. Overwegingen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

36. Uit hetgeen onder C. is vermeld, concludeert de rechtbank dat sprake is van brandstichting, gepleegd op 31 augustus 2008 in de woning aan de [adres] te Apeldoorn.

37. Verdachte en zijn medeverdachte [verdachte B] proberen ieder hun eigen aandeel in de brandstichting te verhullen door elkaar als schuldige van de brandstichting zelf aan te wijzen.

38. De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met [verdachte B] op 31 augustus 2008 brand heeft gesticht in de woning van het slachtoffer. Daartoe overweegt zij als volgt.

39. Bij gelegenheid van zijn vierde verhoor op 26 februari 2009 heeft [verdachte B] verklaard dat hij samen met verdachte - nadat [verdachte B] met verdachte in het Oranjepark had gesproken - naar de woning van [slachtoffer] is geweest alwaar hij het slachtoffer zag liggen.79 Vervolgens zijn zij naar de auto van [verdachte B] gelopen en naar een tankstation gereden.80 [verdachte B] heeft verklaard dat hij sigaretten ging halen en vervolgens ook ineens voor benzine moest betalen. Verdachte had benzine gehaald.81 [verdachte B] heeft voorts verklaard dat hij dacht dat verdachte van plan was om het in brand te steken, hetgeen hij al zag aan het gedrag van verdachte.82

[verdachte B] heeft in dit verhoor op een later moment aangegeven, dat hij samen met verdachte naar de woning is gereden en dat dit de eerste keer is dat hij die nacht in de woning van [slachtoffer] is geweest. Dit naar aanleiding van het verhaal van verdachte dat hij een vriend van hem benzine moest brengen voor zijn scooter.83 [verdachte B] heeft voorts verklaard, dat verdachte de benzine pakte en dat ze naar de woning liepen, welke verdachte met de sleutels openmaakte.84

40. Verdachte heeft aanvankelijk ontkend (zie zijn 21ste verhoor op 26 februari 2009) dat hij samen met [verdachte B] in de nacht van 31 augustus 2008 naar een tankstation is gereden. Eerst op 16 maart 2009 (22ste verhoor) heeft hij verklaard dat hij samen met [verdachte B] naar het tankstation is geweest. De rechtbank stelt in dit verband vast dat verdachte ten tijde van het afleggen van zijn verklaring op 26 februari 2009 nog niet de beschikking had over het dossier, waarin hij kon lezen welke verklaring [verdachte B] over die nacht had afgelegd.

41. De rechtbank stelt vast dat uit de verklaringen van verdachte en [verdachte B] blijkt dat zij in de nacht van 31 augustus 2008 samen in de woning van [slachtoffer] zijn geweest en samen naar een tankstation in Apeldoorn zijn gereden om aldaar benzine te halen. [verdachte B] heeft bekend dat hij die nacht met verdachte naar de woning van het slachtoffer is gegaan, nadat zij reeds was overleden.

42. Gelet op het feit dat [verdachte B] wist dan wel vermoedde waarvoor verdachte de benzine nodig had, het feit dat zij samen naar het tankstation zijn gereden en benzine hebben getankt om vervolgens weer samen terug te rijden naar de woning van het slachtoffer, brengt de rechtbank tot de conclusie dat tussen verdachte en [verdachte B] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van het medeplegen van brandstichting. De omstandigheid dat de rechtbank niet kan vaststellen wie het vuur uiteindelijk heeft aangestoken, doet aan een bewezenverklaring van het medeplegen van de brandstichting niet af. Het onder 2 primair ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

A:

hij op 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer] (krachtig) in bedwang heeft gehouden terwijl zij met haar gezicht in een (kussen van een) bank lag/werd gedrukt, waardoor de borstkas werd bekneld en waardoor zij werd gesmoord, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

EN

B:

hij op 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn door geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in de anus van die [slachtoffer] en welk geweld hierin heeft bestaan dat verdachte die [slachtoffer] opzettelijk (krachtig) in bedwang heeft gehouden terwijl zij met haar gezicht in een (kussen van een) bank lag/werd gedrukt, waardoor de borstkas werd bekneld en waardoor zij werd gesmoord;

EN

C:

hij op 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer];

2. (primair)

hij op 31 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in een woning (gelegen aan de [adres]), immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachte toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (de inboedel van) die woning gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de inboedel van) die woning en levensgevaar voor meer personen aanwezig in naast/boven/onder gelegen woningen te duchten was.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1A primair : doodslag

Feit 1B : verkrachting

Feit 1C : diefstal

Feit 2 primair : medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

43. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

44. De raadsvrouw heeft ten aanzien van een eventuele strafoplegging aangevoerd dat de door de officier van justitie geëiste straf zeer hoog is, mede in aanmerking genomen de kwalificatie van de feiten door de officier van justitie. Voorts heeft zij erop gewezen dat bij verdachte geen stoornissen zijn vastgesteld en dat het recidiverisico niet hoog is.

45. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

46. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan drie zeer ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft het slachtoffer, bij wie hij altijd kon blijven logeren als hij geen slaapplek had, drugs gegeven en hij heeft vervolgens seks met haar gehad. Toen het slachtoffer niet meer wilde, is verdachte niet gestopt, maar is hij doorgegaan met het seksueel binnendringen van het slachtoffer. Daarbij heeft hij haar krachtig in bedwang gehouden, waardoor het slachtoffer geen kant op kon en zij met haar hoofd in de bank lag. Hierdoor kreeg zij op een gegeven moment geen lucht meer, waardoor zij is overleden. Verdachte heeft door zijn handelwijze een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer haar meest kostbare bezit ontnomen, te weten haar leven. Verdachte heeft vervolgens samen met zijn medeverdachte [verdachte B] geprobeerd zijn sporen te wissen door de woning van het slachtoffer in brand te steken. Deze keuze moet wel zijn voortgevloeid uit de kennelijke wens om ongestraft weg te kunnen komen. Verdachte heeft brand gesticht in een woning, terwijl in de naburige woningen bewoners aanwezig waren , die gelet op de dag en het tijdstip (zondagochtend omstreeks 06.00 uur) mogelijk nog lagen te slapen. Daarbij komt nog dat verdachte het gevaar voor een ontploffing levensgroot heeft gemaakt door gaskranen open te draaien. Door zijn handelen heeft verdachte voor personen en goederen in de directe omgeving zeer ernstige risico's veroorzaakt. De omstandigheid dat de brand slechts van relatief korte duur was, is een gelukkige die geenszins aan verdachte en zijn medeverdachte te wijten is. Tot slot rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij de tas en portemonnee van het slachtoffer heeft meegenomen.

47. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting tevens in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij reeds eerder veroordeeld is.

48. Daarnaast neemt de rechtbank in ogenschouw het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 9 maart 2009, waarin onder meer het volgende is vermeld. Verdachte is door een eerdere veroordeling ongewenst vreemdeling verklaard. Hierdoor heeft hij geen werk en zal hij in de toekomst ook geen inkomen krijgen. Om aan geld te komen pleegt hij strafbare feiten. Uit het gesprek met verdachte blijkt dat hij omgaat met jongens die het niet zo nauw nemen met wet- en regelgeving, hetgeen mogelijk te maken heeft met de ongewenstverklaring waardoor hij aan de rand van de samenleving is terechtgekomen. Voorts valt uit het verhaal van verdachte op te maken dat hij doorgaans nadenkt, voordat hij handelt, maar hij schetst ook situaties waarin "het" hem lijkt te overkomen en hij geen controle heeft over zijn gedrag. Bij verdachte is sprake van probleembesef in die zin, dat hij weet waardoor zijn problemen ontstaan. Hij weet alleen niet goed wat te doen met zijn problemen en zit vast in zijn oplossingsstrategieën. Door het ontbreken van toekomstperspectief en de gebrekkige probleemhantering is er een relatie met de kans op delictgedrag.

49. De rechtbank is van oordeel dat de zeer ernstige bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigen. Hoewel de rechtbank anders dan de officier van justitie ook de doodslag bewezen verklaart, acht zij de geëiste straf van de officier van justitie passend en geboden. Alles afwegende komt de rechtbank dan ook tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 157, 242, 287 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1A primair, 1B, 1C en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1A primair : doodslag

Feit 1B : verkrachting

Feit 1C : diefstal

Feit 2 primair : medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Feraaune, voorzitter, mrs. Prisse en Davids, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 mei 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 08-346223, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Team Grootschalige Opsporing, Pales, gesloten en ondertekend op 31 juli 2009.

2 Proces-verbaal van bevindingen (p.694) en proces-verbaal ambtelijk verslag (p.689)

3 Proces-verbaal van getuige [getuige B] (p.705), proces-verbaal van getuige [getuige A] (p.710) en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p.716)

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.711), proces-verbaal van getuige

en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p.717)

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.712)

6 Proces-verbaal (p.1954)

7 Proces-verbaal (p.783)

8 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 31 augustus 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1913) en proces-verbaal sporenonderzoek plaats delict (p.1902)

9 Geschrift, inhoudende een foto van het aangetroffen slachtoffer, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.748 en 749) (foto's 8 en 9)

10 Proces-verbaal sporenonderzoek plaats delict (p.1902)

11 Proces-verbaal van 22 september 2008 (p.1954)

12 Proces-verbaal (p.784) en deskundigenrapport van NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door

B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1960-1971)

13 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1963)

14 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1963) en

15 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 20 november 2008, opgemaakt door P.M.I. van Driessche (arts en patholoog) in samenwerking met B. Kubat (arts en patholoog) (p.2282)

16 Proces-verbaal (p.784)

17 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1964)

18 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 16 september 2008, opgemaakt door dr. A.J. Kal (p.2253)

19 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 25 maart 2009, opgemaakt door dr. A.J. Kal (p.2398)

20 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1963)

21 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 16 december 2008, opgemaakt door dr. K.J. Lusthof (apotheker-toxicoloog) (p.1993-1999)

22 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 13 maart 2009, opgemaakt door B. Kubat en P.M.I. van Driessche (p.1964)

23 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 31 augustus 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1913 en verder) en proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1925 en verder)

24 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1935)

25 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1936)

26 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 31 augustus 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1913)

27 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 31 augustus 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1913)

28 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzak het overlijden van [slachtoffer] (p.1925)

29 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1936)

30 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 16 september 2008, opgemaakt door ing. L.J.C. Peschier (p.2256) en Proces-verbaal ambtelijk verslag d.d. 10 januari 2009 (p.767)

31 Proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris op 9 januari 2009

32 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.130-141)

33 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.164)

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.165)

35 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.252)

36 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.253 en 254)

37 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.255)

38 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.332-338)

39 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.334)

40 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.364)

41 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.335)

42 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.336)

43 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.375)

44 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.336)

45 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.337)

46 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.337)

47 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.361)

48 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.365)

49 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.460-469)

50 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.466)

51 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.466)

52 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.467(

53 Proces-verbaal ambtelijk verslag (p.470)

54 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.467)

55 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.467)

56 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.513-528)

57 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.521)

58 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.514)

59 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.515)

60 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.515-516)

61 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.523)

62 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.523)

63 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.524)

64 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.524)

65 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.525)

66 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.525)

67 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.526)

68 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.527)

69 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.585-586)

70 Zie onder meer proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.662)

71 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.338)

72 Deskundigenrapport van het NFI d.d. 18 mei 2009, opgemaakt door P.M.I. van Driessche (forensisch patholoog) (geen paginanummer)

73 Zie noot 72 (pagina 5 van 11)

74 Proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op 1 en 2 september 2008 inzake het overlijden van [slachtoffer] (p.1935)

75 Processen-verbaal van verhoor van verdachte (p.190 en 263)

76 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.336)

77 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p. ...) en proces-verbaal van medeverdachte [verdachte B] (...)

78 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.526 en 602)

79 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.514)

80 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.515)

81 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.515)

82 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.516)

83 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.524)

84 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte B] (p.524)