Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM1466

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
16-04-2010
Zaaknummer
06/580113-08
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:5995, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval. Door het inhalen van verdachte's auto door een derde auto (bedrijfsbus) raakt auto van verdachte op weghelft voor tegemoetkomend verkeer. De auto van verdachte botst vervolgens met de auto van de slachtoffers. De rechtbank verklaart verdachte niet schuldig aan het veroorzaken van het ongeval. De rechtbank veroordeelt verdachte wel tot geldboete van Euro 300,00 voor het rijden in een onverzekerde auto.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2010/48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580113-08

Uitspraak d.d.: 16 april 2010

tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode plaats, adres],

raadsman: mr. Heutink advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 april 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 8 februari 2008 in Azewijn, gemeente Montferland,

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet:

als bestuurder van een personenauto (merk: [naam]), terwijl hij heeft gereden

op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale

wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

-zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende

bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op

de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij,

verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans

onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde

auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te

gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de heer [slachtoffer 2]

zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit

tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts

stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

-voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto

(zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto

(geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor

tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde heer [slachtoffer 2]

bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst, waardoor de echtgenote en

bijrijder van voornoemde heer [slachtoffer 2], namelijk voornoemde [slachtoffer 1] is gedood;

art 287 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een

personenauto (merk: [naam]), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg

en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van

80 kilometer per uur gold,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend,

-zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende

bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op

de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij,

verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans

onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde

auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te

gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de heer [slachtoffer 2]

zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit

tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts

stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

-voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto

(zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto

(geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor

tegemoetkomend verkeer

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden

tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde

heer [slachtoffer 2] bestuurde personenauto,

waardoor de echtgenote en bijrijder van voornoemde heer [slachtoffer 2], namelijk

voornoemde [slachtoffer 1] is gedood;

art 175 lid 2a Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 8 februari 2008 in Azewijn, gemeente Montferland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk de heer

[slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet,

als bestuurder van een personenauto (merk: [naam]), terwijl hij heeft gereden

op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale

wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

-zijn snelheid heeft aangepast aan de snelheid van een passerende en/of

inhalende bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem,

verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde

richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto

niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem,

verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn,

verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij,

verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de heer [slachtoffer 2]

zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit

tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts

stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

-voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto

(zijdelings) heeft geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde

personenauto (geblokkeerd) heeft geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor

tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde heer [slachtoffer 2]

bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, aan de

heer [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een

verbrijzelde linkerarm en/of een gebroken rechterarm en/of een gebroken voet

en/of hoofdletsel), heeft toegebracht,

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk

als bestuurder van een personenauto (merk: [naam]), terwijl hij heeft gereden

op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale

wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

-zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende

bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op

de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij,

verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans

onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde

auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te

gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de heer [slachtoffer 2]

zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit

tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts

stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

-voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto

(zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto

(geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor

tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde heer [slachtoffer 2]

bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een

personenauto (merk: [naam]), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg

en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van

80 kilometer per uur gold,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend,

-zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende

bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op

de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij,

verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans

onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde

auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te

gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de heer [slachtoffer 2]

zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit

tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts

stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

-voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto

(zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto

(geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor

tegemoetkomend verkeer

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden

tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde

heer [slachtoffer 2] bestuurde personenauto,

waardoor voornoemde heer [slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel, te weten een

verbrijzelde linkerarm en/of een gebroken rechterarm en/of een gebroken voet

en/of hoofdletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan;

art 175 lid 2b Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

3.

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede

heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Terborgseweg

en/of de N335, althans enige weg, zonder dat er voor dit motorrijtuig een

verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

was gesloten en in stand gehouden;

art 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs [eindnoot 1]

Aanleiding van het onderzoek [eindnoot 2]

Op 8 februari 2008, omstreeks 16.30 uur, vond er een aanrijding plaats op de Terborgseweg te Azewijn, waarbij een (doorgereden) witte bestelbus en twee personenauto’s betrokken waren.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder feit 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden, nu in deze de (voorwaardelijke) opzet niet bewezen kan worden. Het onder feit 1 subsidiair, 2 meest subsidiair en 3 kan echter wel wettig en overtuigend bewezen verklaard worden. Het is aan de verdachte te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meest subsidiair vrijgesproken dient te worden. De verdachte is niet opzettelijk, ook niet in de voorwaardelijke vorm, tegen de hem inhalende bestelbus aangereden. Verdachte werd gesneden door de bestelbus en als direct gevolg daarvan is het verkeerd afgelopen. Het enkele feit dat verdachte zijn snelheid niet heeft aangepast, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van schuld, in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te komen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden.

Uit het proces-verbaal van bevindingen [eindnoot 3] blijkt dat volgens opgave, verkregen uit het register van de Rijksdienst voor het wegverkeer, de [naam] (kenteken [kenteken]) op het tijdstip van het ongeval op 8 februari 2009 niet verzekerd was. Het voertuig stond sinds 2 juli 2007 op naam van [verdachte], geboren op [geboortedatum]

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij op 8 februari 2009 te Azewijn in een onverzekerde auto heeft gereden.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte heeft zich niet aan de aanmerkelijke kans dat andere verkeersdeelnemers door zijn gedraging het leven zullen verlezen willens en wetens blootgesteld, met dien verstande dat hij de aanmerkelijke kans dat anderen door zijn gedrag het leven zullen laten desbewust heeft aanvaard en op de koop toegenomen.

In het arrest van 28 april 2008 concludeert de Hoge Raad dat slechts dan tot het bewijs van culpa in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden gekomen, indien er sprake is van meer dan één verkeersovertreding dan wel een zeer zware verkeersovertreding. In het onderhavige geval is niet onomstotelijk bewezen dat verdachte de hem inhalende bestelbus niet de gelegenheid heeft gegeven om hem in te halen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Terborgseweg, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

was gesloten en in stand gehouden;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

Als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd het onder feit 1 subsidiair, 2 meest subsidiair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te achten. Ter zake 1 subsidiair en 2 meest subsidiair dient een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren opgelegd te worden.

Ter zake het onder 3 ten laste gelegde vordert de officier van justitie een geldboete voor de duur van € 320,00, subsidiair 6 dagen hechtenis. Tevens dienen de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard te worden.

De raadsman heeft aangevoerd de verdachte van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meest subsidiair ten laste gelegde vrij te spreken en hij refereert zich ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 300,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen;

• Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

-1 linker voorspatscherm ([naam]);

-1 stuk autoband ([naam]) en

-1 beschadigde wieldop ([naam]).

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 april 2010.

Eindnoten:

1. Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640/08-203296, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 6 februari 2009.

2. (stam)proces-verbaal nr. PL0640/08-203296, doorgenummerde pag. 8

3. Proces-verbaal bevindingen, doorgenummerde pag. 289-290