Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL6118

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
06-580389-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk voor de inbraak in de woning van een toentertijd 89-jarige man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580389-09

Uitspraak d.d.: 2 maart 2010

Tegenspraak / dip, oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1979],

wonende te [plaats, adres],

thans uit andere hoofde gedetineerd in het huis van bewaring te Almelo.

Raadsman: W.H. Teusink, advocaat te Wezep.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 16 februari 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 21 op 22 februari 2009, te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een kluis, die zich bevond in een woning gelegen aan [adres], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 35.000 Euro, althans een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of verdachte's mededader(s) zich de toegang tot die kluis heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel;

art 311 lid 4 en/of 5 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

1. In de nacht van 21 op 22 februari 2009 wordt in de woning van [slachtoffer] te [plaats] ingebroken, waarbij een geldbedrag van ruim € 30.000,- is weggenomen.

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een integrale bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde. Hij heeft daarbij opgemerkt dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de inbraak met een ander heeft gepleegd, hoewel onvoldoende duidelijk is met wie verdachte deze inbraak gepleegd heeft.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangegeven, dat hij zich ten aanzien van de bewezenverklaring refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, waarbij zij zich baseert op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [slachtoffer]2;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie3, welke hij ter terechtzitting van 16 februari 2010 heeft bevestigd.

5. In aanvulling op het voorgaande, overweegt de rechtbank nog het volgende. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de inbraak alleen heeft gepleegd. De rechtbank acht de verklaring van verdachte ter terechtzitting op dit punt niet geloofwaardig, nu hij bij de politie heeft verklaard dat hij de inbraak tezamen met een ander heeft gepleegd, maar daarbij tevens heeft aangegeven dat hij niemand wil verlinken en dat hij liever heeft dat de politie in het proces-verbaal zet dat hij - verdachte - de inbraak alleen heeft gepleegd4.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de nacht van 21 op 22 februari 2009, te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een kluis, die zich bevond in een woning gelegen aan [adres], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 35.000 Euro, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en/of verdachte's mededader zich de toegang tot die kluis heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

6. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7. De raadsman heeft ten aanzien van een eventueel op te leggen straf bepleit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Daarnaast wordt verzocht een eventueel aanvullende straf slechts voorwaardelijk of in de vorm van een werkstraf op te leggen, waarbij de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact niet onwenselijk wordt geacht.

8. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

9. De rechtbank neemt bij de strafoplegging in het bijzonder in aanmerking dat verdachte in de nachtelijke uren de woning van aangever is binnengegaan, terwijl aangever lag te slapen. Verdachte heeft de woning doorzocht en uiteindelijk de woning verlaten met een groot geldbedrag. Door deze handelswijze heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de hoogbejaarde [slachtoffer]. Een woninginbraak is een ergerlijk feit dat naast schade vaak hinder, angst en onrust veroorzaakt voor de bewoners. Tevens veroorzaakt een dergelijk feit grote maatschappelijke onrust. Verdachte heeft enkel aan zijn eigen financiële gewin gedacht.

10. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt, dat hij reeds eerder voor soortgelijke feiten tot (on)voorwaardelijke gevangenisstraffen is veroordeeld. Deze straffen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

11. Voorts heeft de rechtbank het rapport van de reclassering van 12 oktober 2009 in ogenschouw genomen, waarin onder meer het volgende is vermeld. Verdachte heeft een langdurige delict- en verslavingsgeschiedenis. Hij maakt de indruk erg gemotiveerd te zijn voor hulpverlening. Verdachte heeft aangegeven, dat hij op een punt is gekomen dat er echt wat moet veranderen in zijn leven. De reclassering schat het recidiverisico als gemiddeld in en is van mening dat verdachte om de kans op recidive te verkleinen op verschillende leefgebieden aan zijn problematiek moet gaan werken. De reclassering stelt voor dat verdachte aangemeld wordt bij Tactus Behandeling & Begeleiding voor een ambulant traject omtrent zijn middelengebruik. Daarnaast dient het contact met een psychiater weer opgestart te worden, omdat verdere behandeling en eventueel medicatiegebruik omtrent zijn ADHD geïndiceerd is gebleken. Voorts geeft de reclassering aan dat onderzocht dient te worden wat de mogelijkheden tot behandeling van het criminele gedrag van betrokkene zijn, nu behandeling op dit gebied geïndiceerd is. Aangegeven wordt dat een verplicht reclasseringscontact hierbij als stok achter de deur kan fungeren.

12. Gelet op het vorenoverwogene acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact koppelen, zoals door de reclassering geadviseerd en door verdachte zelf wenselijk wordt geacht. De door de rechtbank op te leggen straf is hoger dan de door de officier van justitie geëiste straf, omdat de rechtbank met name daarmee de ernst en brutaliteit van het feit wil benadrukken en het feit dat verdachte een hoog geldbedrag heeft buitgemaakt.

In beslag genomen voorwerpen

13. De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en deze aan verdachte toebehorende voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering tot schadevergoeding

14. De benadeelde partij [slachtoffer], wonende aan [adres], [postcode, plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 30.000,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. Ter terechtzitting is deze vordering verhoogd tot een bedrag

van € 34.000,-.

15. Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 34.000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2009. De verdachte is voor deze schade - naar burgerlijk recht - hoofdelijk aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

16. Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer. De rechtbank overweegt in dit verband nog dat zij anders dan de officier van justitie geen aanleiding ziet om af te wijken van de LOVS-afspraken met betrekking tot het aantal dagen vervangende hechtenis.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36b, 36c, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

diefstal door twee of meer verenigde personen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- patronen (3 stuks), verschillende kalibers;

- pistool, Reck Miami 92F, gedemonteerd;

- busje traangas;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende aan [adres], [postcode, plaats], (bankrekeningnummer: [nummer]), van een bedrag van € 34.000,- (vierendertigduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2009 en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 34.000,- (vierendertigduizend euro), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 205 (tweehonderdvijf) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. Vos, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 maart 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 09-275088, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Team Grootschalige Opsporing Bidster, gesloten en ondertekend op 23 juli 2009.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op 22 februari 2009 (geen dossierpagina).

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 22 juli 2009 omstreeks 14.10 uur, pagina 5 tot en met 7 (geen dossierpagina) en proces-verbaal van verhoor van verdachte van 23 juli 2009 omstreeks 14.13 uur, pagina 1 tot en met 6 (geen dossierpagina).

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 23 juli 2009 omstreeks 14.13 uur, pagina 3 (geen dossierpagina).