Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL5430

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
24-02-2010
Zaaknummer
09/1595
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om opheffing schorsing. Bij uitspraak (LJN: BD1778) van 16 mei 2008 heeft de voorzieningenrechter het besluit van de burgemeester van Apeldoorn waarbij een broodjeszaak/coffeeshop is gelast de exploitatie van haar broodjeszaak (coffeeshop) te Apeldoorn met onmiddellijke ingang te sluiten geschorst.

Het spoedeisend belang bij opheffing van de schorsing is onvoldoende concreet onderbouwd. Mede gelet op de belangen van de broodjeszaak/coffeeshop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor opheffing van de schorsing. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nr.: 09/1595

Uitspraak op het verzoek om opheffing voorlopige voorziening van:

de burgemeester van Apeldoorn

verzoeker,

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2008 heeft verweerder (onder intrekking van de eerder verleende gedoogverklaring coffeeshop) [naam] h.o.d.n. Broodjeszaak [naam broodjeszaak/coffeeshop] (hierna: derde-partij) gelast de door haar geƫxploiteerde broodjeszaak (coffeeshop) [naam broodjeszaak/coffeeshop] aan de [adres] te Apeldoorn met onmiddellijke ingang te sluiten.

De derde-partij heeft daartegen bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening verzocht.

Bij uitspraak van 16 mei 2008, reg.nr. 08/676, heeft de voorzieningenrechter het besluit van 29 april 2008 geschorst.

Bij besluit van 3 april 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verzoeker het bezwaar tegen het besluit van 29 april 2008 ongegrond verklaard.

De derde-partij heeft beroep ingesteld. Verzoeker heeft een verweerschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. In zijn verweerschrift heeft verzoeker de rechtbank (lees: voorzieningenrechter) verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende opheffing van de schorsing.

Bij uitspraak van 24 september 2009 is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek omdat het griffierecht niet was voldaan.

Bij brief van 12 oktober 2009 heeft verzoeker opnieuw verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tot opheffing van de schorsing.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 17 februari 2010, waar verzoeker zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. drs. W.M. van de Zedde. [naam] is verschenen, bijgestaan door mr. G.A.C. Beckers, advocaat te Maastricht.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd dat hij een spoedeisend belang heeft bij opheffing van de bij uitspraak van 16 mei 2008 getroffen voorlopige voorziening. Dit spoedeisend belang is gelegen in het belang van verzoeker de inmiddels ontstane illegale situatie niet langer te laten voortduren. Ook zouden omwonenden klachten hebben ingediend. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht tevens uitspraak te doen in de bodemzaak.

De derde-partij heeft zich verzet tegen het verzoek om tevens uitspraak te doen in de bodemzaak. Daarbij heeft de derde-partij aangegeven dat tegen het besluit op bezwaar een groot aantal beroepsgronden is aangevoerd en de behandeling van het onderhavige verzoek zich niet leent voor een inhoudelijke behandeling van de bodemzaak. Verder is aangegeven dat de derde-partij een groot belang heeft bij het voortduren van de schorsing van het sluitingsbevel en dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de opheffing van de schorsing rechtvaardigen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker zijn spoedeisend belang bij de opheffing van de onderhavige schorsing onvoldoende concreet heeft onderbouwd en ziet dan ook, mede gelet op de belangen van de derde-partij geen aanleiding voor opheffing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat de onderhavige procedure zich niet leent voor de beantwoording van de in geding zijnde rechtsvragen. Er wordt naar gestreefd het beroep te behandelen tijdens een zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank in juli 2010.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Tj. Gerbranda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2010.