Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3094

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
06/460529-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zware mishandeling, maar ontslaat hem van alle rechtsvervolging, nu sprake is van noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460529-08

Uitspraak d.d.: 9 februari 2010

Tegenspraak / dip, onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1973],

wonende te [plaats, adres]3.

Raadsman: mr. W.R. Jonk, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 26 januari 2010.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting van 26 januari 2010 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 oktober 2008 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal (met een koekenpan, althans een hard voorwerp en/of (in elk geval) met gebalde vuisten) (met kracht) op en/of tegen het gezicht, althans het hoofd, heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 3)

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 18 oktober 2008 te Harderwijk aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel te weten: een schedelbreuk en/of een verbrijzeld/gebroken jukbeen en/of een kneuzing van de linkeroogbol en/of (blijvend) oogletsel en/of onderkaakletsel en/of afbraak van de bovenkaak en/of letsel aan het gebit en/of (een) (blijvend(e)) litteken(s) in het gezicht, heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal (met een koekenpan, althans een hard voorwerp, en/of (in elk geval) met gebalde vuisten) (met kracht) op en/of tegen het gezicht, althans het hoofd, te stompen en/of te slaan;

(incident 3)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

1. Op 18 oktober 2008 bevond aangever/slachtoffer [slachtoffer] zich in café [naam te plaats].2 Verdachte is eigenaar van dit café.3 Die avond waren in het café onder meer [getuige A], [getuige B], [getuige C] en [getuige D] werkzaam en waren er ongeveer 100 bezoekers.4 Omstreeks 02.30 uur ging het mis in het café.5 De melding daarvan bij de politie was aanleiding voor het onderzoek.

Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Het subsidiair ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard, maar verdachte dient voor dit feit te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hij een geslaagd beroep op noodweerexces kan doen.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

3. Door en namens verdachte is ter terechtzitting vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde, nu bij verdachte het opzet op de dood van [slachtoffer] ontbrak. Ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voorts is gesteld dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer, om welke reden verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Beoordeling door de rechtbank

4. Verdachte zag op 18 oktober 2008, dat in zijn café bij de geluidsluis wat geduwd en getrokken werd en is daar naar toe gelopen. Hij zag dat er buiten statafels en barkrukken tegen het raam werden gegooid.6 [getuige A] (hierna: [getuige A]) zag [zoon slachtoffer] (de zoon van [slachtoffer]; hierna: [zoon slachtoffer]) bij de voordeur staan en hij zag dat verdachte in het halletje stond. [zoon slachtoffer] wilde het café binnengaan, maar verdachte zei dat hij dat niet mocht. [zoon slachtoffer] dook toen op verdachte. [getuige A] heeft [zoon slachtoffer] van verdachte proberen af te halen, waarop het geweld van [zoon slachtoffer] zich richtte op [getuige A].7 Ook een aantal vrienden van [zoon slachtoffer], waaronder [getuige E] (hierna: [getuige E]), sloeg [getuige A].8 Verdachte zag dat [getuige A] door [getuige E] en [zoon slachtoffer] geslagen werd. [getuige D] zei tegen verdachte dat hij weg moest gaan, omdat [getuige E] en [zoon slachtoffer] het op hem gemunt hadden.9 [zoon slachtoffer] riep naar verdachte: "Ik maak je dood". Hij riep dit meerdere malen, waarbij hij de naam van verdachte riep.10 Toen verdachte het café weer in was gelopen, zag hij dat [zoon slachtoffer] het café binnenkwam. Verdachte wist dat [zoon slachtoffer] het op hem had gemunt en is om die reden de keuken in gelopen en via de trap naar de eerste verdieping gegaan, op advies van portier [getuige D].11 Verdachte verklaart dat hij was gevlucht om de confrontatie uit de weg te gaan.12

[getuige D] zei ook tegen [getuige A] dat hij snel naar boven moest gaan13, hetgeen hij heeft gedaan. Hij kwam daar eveneens schuilen, omdat [getuige E] en [zoon slachtoffer] het ook op hem gemunt hadden.14 Verdachte en [getuige A] verbleven boven op de eerste verdieping, in de zogenoemde Herenkamer. Zij hadden het licht in deze kamer uitgedaan, zodat de indruk werd gewekt dat er niemand boven was.15 Op een gegeven moment hoorden zij [getuige F] beneden aan de trap roepen dat de jongens niet boven waren.16 Verdachte hoorde vervolgens een hoop kabaal, geschreeuw en getier en dacht dat er meerdere mensen naar boven kwamen. Hij was op dat moment doodsbang dat ze hem en [getuige A] te pakken zouden nemen.17 Ook [getuige A] verklaart dat hij bang was dat de hele groep boven zou komen om hem en verdachte in elkaar te slaan.18

[getuige D] heeft onder meer [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer]) horen zeggen : "Kom op, we gaan [verdachte] pakken."19 Toen verdachte boven was, zag [getuige G] [slachtoffer] aan komen. Hij was woedend, wilde naar boven en zei iets in de trant van: "Ik maak hem af" of "ik maak hem dood". [slachtoffer] duwde voornoemde [getuige G] met zijn schouder tegen haar schouder hard aan de kant en ging naar boven.20 Ook [getuige B] verklaart dat [slachtoffer] opgefokt was en allerlei bedreigingen uitte.21 [getuige C] geeft aan dat alvorens [slachtoffer] naar boven ging, hij haar - [getuige C] - met zijn elleboog een harde duw gaf en zei: "Als je niet aan de kant gaat, dan maak ik je dood".22

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij inderdaad op zoek was naar verdachte, omdat hij met hem wilde praten.23 Hij gaf aan dat hij op dat moment best wild zal zijn geweest en dat hij in de keuken stond te schreeuwen.24

[slachtoffer] is vervolgens naar boven gegaan. Verdachte en [getuige A] zien hem de trap op komen en het zaaltje waar verdachte en [getuige A] waren, binnenkomen.25 Verdachte en [getuige A] konden niet weg.26 De enige andere uitweg was via een andere trap naar beneden het café in, maar dat leek hen niet verstandig, omdat daar [zoon slachtoffer] en [getuige E] nog aanwezig waren.27

[slachtoffer] was helemaal opgefokt28 en kwam op een agressieve manier op [getuige A] aflopen.29 [slachtoffer] schreeuwde en had een boze blik.30 Hij liep op [getuige A] af en hield daarbij zijn handen naar voren en zei: "Je hebt mijn zoon gepakt. Ik maak je af."31

Hij gaf [getuige A] met twee handen een harde duw tegen de borst en vervolgens trok hij zijn rechterarm terug en balde zijn vuisten. [slachtoffer] was erg agressief en erg boos.32

Verdachte zag dat [slachtoffer] [getuige A] wilde aanvallen en verdachte was in de overtuiging dat [slachtoffer] [getuige A] te lijf wilde gaan, omdat [slachtoffer] agressief overkwam. Verdachte geeft aan dat hij dat niet kon toelaten en dat hij zich als een kat in het nauw voelde.33 Op dat moment is verdachte op [slachtoffer] afgestapt en heeft hem twee vuistslagen in het gezicht gegeven.34 Verdachte geeft aan dat hij vanuit het donker kwam en dat [slachtoffer] hem niet zag.35 Door deze slagen viel [slachtoffer] hard achterover. Verdachte geeft voorts aan dat hij schrok van zijn eigen reactie en dat hij niet wist wat hij moest doen.36 Hij heeft aangegeven dat het een reactie uit angst en boosheid was.37Hij geeft aan dat hij [slachtoffer] kent en weet dat laatstgenoemde ontzettend agressief kan zijn.38 Verdachte verklaart dat hij met blote vuisten heeft geslagen en met alle kracht die hij had, omdat hij [slachtoffer] wilde uitschakelen.39

Nadat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen, keek hij door het raam naar buiten en zag dat er buiten een hoop commotie was en dat er van alles werd vernield.40 Ook in het café werd veel geschreeuwd en er werden dingen kapot gegooid. [getuige A] verklaart dat hij en verdachte boven bleven, omdat ze beiden dachten dat er mensen naar boven zouden komen voor [slachtoffer]. Door het raam zag [getuige A] dat het buiten een totale chaos was en dat er gevochten werd.41

Uit medisch onderzoek blijkt dat het slachtoffer [slachtoffer] door de twee vuistslagen onder meer een schedelbreuk heeft opgelopen; het onderste deel van de bovenkaak en de neuspiramide lagen los van het bovenste deel van de schedel. Voorts blijkt dat het jukbeen aan de linkerkant instabiel en verbrijzeld was en dat zowel zijn bovenkaak als zijn onderkaak was gebroken. Daarnaast was zijn linker oogbol gekneusd. Hieraan houdt het slachtoffer mogelijk blijvend verlies van het zien met het linkeroog over. Tevens was sprake van onderkaakletsel. De gebitsprothese, bestaande uit diverse samengebouwde implantaten linksvoor en linksboven, is uit de mond gebroken. Ook hieraan houdt het slachtoffer zeker blijvend letsel over, nu een nieuwe opbouw altijd zwakker en slechter is dan voorheen. Tot slot is vermeld dat het slachtoffer blijvende littekens in beide wenkbrauwen aan het incident overhoudt.42

5. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, nu uit geen van de bewijsmiddelen is gebleken dat verdachtes handelen gericht was op de dood van het slachtoffer [slachtoffer]..

6. De rechtbank acht gelet op hetgeen onder 4 is weergegeven dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 18 oktober 2008 te Harderwijk aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel te weten: een schedelbreuk en een verbrijzeld jukbeen en een kneuzing van de linkeroogbol en (blijvend) oogletsel en onderkaakletsel en afbraak van de bovenkaak en letsel aan het gebit en blijvende littekens in het gezicht, heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen met gebalde vuisten met kracht op en tegen het gezicht te stompen.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: zware mishandeling.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

7. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat sprake was van noodweerexces. In dit verband heeft de officier van justitie - kort samengevat - gesteld dat sprake was van een noodweersituatie, maar dat het daarbij door verdachte gehanteerde geweld niet proportioneel was, om welke reden een geslaagd beroep op noodweer niet kan slagen. Er is in zijn visie evenwel sprake van noodweerexces, nu het overschrijden van de grenzen van de noodzakelijke verdediging het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de daaraan voorafgegane wederrechtelijke aanranding. Verdachte komt derhalve een geslaagd beroep op noodweerexces toe, zodat het bewezenverklaarde feit hem niet kan worden toegerekend.

8. De raadsman heeft ter terechtzitting primair een beroep gedaan op noodweer en betoogd dat verdachte op die grond dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe heeft hij - kort samengevat - aangevoerd dat verdachte zich heeft verdedigd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de zijde van [slachtoffer] en dat hij daarbij binnen de grenzen is gebleven van de noodzakelijke verdediging die door de genoemde aanranding geboden werd. Zowel het lijf van verdachte als zijn goederen als zijn personeel werden die avond blootgesteld aan wederrechtelijke aanrandingen. Kort voor de twee vuistslagen die verdachte voornoemde [slachtoffer] gaf, werd medewerker [getuige A] door [slachtoffer] bedreigd en heeft [slachtoffer] bedreigingen geuit in de richting van verdachte. Er was derhalve sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Verdachte kon deze situatie niet ontvluchten en had zich reeds gedistantieerd van de geweldplegingen die in en buiten het café plaatsvonden door - op advies van zijn portier - naar de eerste verdieping te gaan. Voor hem was er op het moment dat [slachtoffer] boven kwam geen andere uitweg dan de confrontatie aan te gaan met die [slachtoffer]. Daarbij heeft verdachte niet meer geweld gebruikt dan strikt noodzakelijk was. Verdachte heeft de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht genomen om welke reden hij een geslaagd beroep op noodweer kan doen.

9. De rechtbank benadrukt dat voor een beroep op noodweer dan wel noodweerexces stringente criteria gelden waaraan slechts in uitzonderlijke gevallen wordt voldaan. Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van noodweer dan wel noodweerexces dienen de specifieke feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen.

10. Voor een geslaagd beroep op noodweer dan wel noodweerexces is vooreerst vereist dat aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, ofwel een noodweersituatie jegens verdachte.

Gelet op de onder 4 weergegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is geworden dat van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding sprake is geweest, waartegen de verdachte zich noodzakelijkerwijs diende te verdedigen. Zowel de situatie buiten het café als in het café was bedreigend. Er was sprake van schermutselingen en vechtpartij voor en in het café, waarbij de agressie zich richtte tegen verdachte en [getuige A]. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte de confrontatie met [slachtoffer] niet heeft opgezocht, maar dat hij zich - op advies van zijn portier - heeft teruggetrokken op de eerste verdieping van het pand. Voorts neemt de rechtbank in ogenschouw dat [slachtoffer] - zoals blijkt uit de verklaringen - agressief en opgefokt was en bedreigingen uitte in de richting van verdachte. [slachtoffer] is op zoek gegaan naar verdachte en heeft hem gevonden op een plek waar verdachte zich juist verscholen hield voor het tegen hem gerichte geweld. Op het moment dat [slachtoffer] [getuige A] een duw gaf en hem vervolgens wilde slaan, kon verdachte niet anders dan de confrontatie met [slachtoffer] opzoeken. De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte geboden was voor de noodzakelijke verdediging van zowel [getuige A] als van verdachte zelf. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte redelijkerwijs geen uitweg meer had uit de situatie. Slachtoffer [slachtoffer] kwam via de trap in de keuken naar boven en via het halletje door de deur van de Herenkamer. Verdachte kon via die weg de Herenkamer niet verlaten. De tweede trap naar de begane grond bood evenmin een uitweg, omdat deze uitkwam aan die zijde van het café waar nog een vechtpartij gaande was, waarbij anderen dan [slachtoffer] ook naar verdachte op zoek waren.

Gelet op het voorgaande was sprake van een onmiddellijk dreigend gevaar voor feitelijke aanranding, hetgeen eveneens - zoals vereist voor noodweer - een wederrechtelijke aanranding oplevert.

11. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de reactie van verdachte, te weten het geven van twee vuistslagen in het gezicht van het slachtoffer, voldoet aan de eis van proportionaliteit. De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop verdachte zich heeft verdedigd, proportioneel was. Verdachte heeft [slachtoffer], die [getuige A] geduwd en zijn vuisten op dat moment gebald had, twee vuistslagen in het gezicht gegeven om het dreigende geweld af te wenden. Het geven van de twee vuistslagen was naar het oordeel van de rechtbank het enige aan verdachte ten dienste staande middel op dat moment. Dit door verdachte ingezette middel en de mate waarin hij dat middel heeft ingezet, acht de rechtbank onder de gegeven omstandigheden gepast. Dat het slachtoffer ten gevolge van de twee vuistslagen zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, doet aan dit oordeel niet af.

12. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het beroep van verdachte, dat hij heeft gehandeld uit noodweer, slaagt. Dientengevolge is het bewezenverklaarde feit niet strafbaar, om welke reden verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde.

Vordering tot schadevergoeding

13. De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,- (als voorschot voor geleden immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

14. Nu verdachte voor het primair ten laste gelegde wordt vrijgesproken en voor het subsidiair ten laste gelegde wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 41 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en kwalificeert dit als: zware mishandeling;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders subsidiair is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar;

* ontslaat verdachte voor dit feit van alle rechtsvervolging; en

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mr. Van de Wetering, voorzitter, mrs. Troost en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 februari 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/08-209432, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Team Recherche NW-Veluwe gesloten en ondertekend op 25 november 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.179).

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.120).

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.120 en 121).

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.120) en proces-verbaal van verhoor van

getuige [getuige A] (p.127).

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (121).

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.128).

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.129).

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.121).

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.121-122)

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122) en proces-verbaal van verhoor van getuige

[getuige D] (p.134).

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.312).

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.129) en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.134).

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.305) en proces-verbaal van verhoor van

getuige [getuige A] (p.274).

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.305) en proces-verbaal van verhoor van

getuige [getuige A] (p.274).

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.305).

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.274).

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (p.134).

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige G] (p.146).

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (p.149).

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (p. 138).

23 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.179).

24 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (p.180).

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122) en proces-verbaal van verhoor van

getuige [getuige A] (p.130).

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122) en proces-verbaal van verhoor van getuige

[getuige A] (p.130).

27 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

28 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

29 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.275).

30 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.275).

31 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122) en proces-verbaal van verhoor van

getuige [getuige A] (p.130).

32 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.130 en 275).

33 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.306)

34 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.130 en 275) en proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

35 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

36 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.122).

37 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.306 en 310).

38 Proces-verbaal van aangifte van verdachte (p.122).

39 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.307).

40 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p.123).

41 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (p.130).

42 Schriftelijk bescheid inhoudende de letselbeschrijving GGD Regio IJssel Vecht d.d. 22 oktober 2008 (p.256-259).