Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL1161

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-01-2010
Datum publicatie
29-01-2010
Zaaknummer
06/580384-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een deels voorwaardelijke hechtenis voor het: als getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaten deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, terwijl de dood van de hulpbehoevende volgt. Het slachtoffer verkeerde in die toestand dat ogenblikkelijke medische hulp geboden was, maar verdachte verzuimde om deze medische hulp te verschaffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580384-09

Uitspraak d.d.: 29 januari 2010

Tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, land] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats, adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 januari 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2009 tot en met 4 juni 2009 in de

gemeente Zutphen opzettelijk een persoon, te weten [slacht[slachtoffer], tot wiens

onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst

verplicht was,

in een hulploze toestand heeft gebracht en/of gelaten door,

terwijl die [slachtoffer] in een (zeer) verzwakte, althans slechte lichamelijke

toestand verkeerde,

- met zijn, verdachtes, arm(en) en/of de hand(en) die [slachtoffer] met kracht bij de

keel vast te pakken en/of vast te grijpen en/of vast te houden en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht die [slachtoffer] met het hoofd op een

(stenen) tafel en/of een wasmand en/of een stellage, althans een hard voorwerp

en/of de vloer/grond te duwen en/of te laten vallen,

(terwijl/nadat de ademhaling van die [slachtoffer] stokte, althans die [slachtoffer] moeite

had, althans leek te hebben met ademen en/of (vervolgens) gestopt was,

althans leek te zijn met ademen)

- geen (tijdige) (medische) hulp en/of (medische) verzorging in te roepen

en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] alleen in een woning (aan de [adres]) achter te laten,

tengevolge waarvan deze [slachtoffer] is overleden;

art 255/257 Wetboek van Strafrecht

art 257 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2009 tot en met 4 juni 2009 in de

gemeente Zutphen,

terwijl hij getuige was van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander,

te weten [voorletters]. [slachtoffer] verkeerde,

heeft nagelaten deze [slachtoffer] die hulp te verlenen of te verschaffen die hij,

aan [slachtoffer], zonder gevaar voor zichzelf of anderen, redelijkerwijs had kunnen

duchten, had kunnen verlenen of had kunnen verschaffen,

immers heeft hij, verdachte,

- terwijl die [slachtoffer] in een (zeer) verzwakte, althans slechte lichamelijke

toestand verkeerde en/of

- terwijl die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met kracht met het hoofd op

een (stenen) tafel en/of een wasmand en/of een stellage, althans een hard

voorwerp en/of de vloer/grond was gevallen en/of

- terwijl/nadat de ademhaling van die [slachtoffer] was gestokt, althans die [slachtoffer]

moeite had, althans leek te hebben met ademen en/of (vervolgens) gestopt was,

althans leek te zijn met ademen,

- geen (tijdige) (medische) hulp en/of (medische) verzorging ingeroepen en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] alleen in een woning (aan de [adres]) achtergelaten,

waarbij en/of waarna die [voorletters]. [slachtoffer] is overleden;

art 450 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, nu verdachte niet krachtens wet of overeenkomst tot onderhoud, verpleging en/of verzorging van het slachtoffer verplicht was.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 27 mei 2009 tot en met 4 juni 2009 in de gemeente Zutphen,

terwijl hij getuige was van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander, te weten [voorletters]. [slachtoffer] verkeerde,

heeft nagelaten deze [slachtoffer] die hulp te verlenen of te verschaffen die hij, aan [slachtoffer], zonder gevaar voor zichzelf of anderen, redelijkerwijs had kunnen duchten, had kunnen verlenen of had kunnen verschaffen,

immers heeft hij, verdachte,

- terwijl die [slachtoffer] in een (zeer) verzwakte, althans slechte lichamelijke toestand verkeerde en/of

- terwijl/nadat de ademhaling van die [slachtoffer] was gestokt, althans die [slachtoffer] moeite had, althans leek te hebben met ademen en vervolgens gestopt was, althans leek te zijn met ademen,

- geen (tijdige) (medische) hulp en/of (medische) verzorging ingeroepen en/of - (vervolgens) die [slachtoffer] alleen in een woning (aan de [adres]) achtergelaten,

waarna die [voorletters]. [slachtoffer] is overleden;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de overtreding:

Als getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaten deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, terwijl de dood van de hulpbehoevende volgt.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne¬melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten: vrijspraak van het primair ten laste gelegde. Bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde; een hechtenis voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Teruggave van de identiteitsbewijzen aan de rechthebbenden. Teruggave aan de verdachte van de agenda, het Vodafone-boekje en de Telfortovereenkomst. Verbeurd verklaring van de overige in beslag genomen goederen.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daar de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte niet meer heeft ondernomen dan een poging tot reanimatie.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordelingen van de politierechter te Zutphen van

9 juni 2009, 6 augustus 2009 en 14 oktober 2009.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (onder de nummers 1 tot en met 11, 13 tot en met 23, 25, 27 tot en met 59 en 61 tot en met 67 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen) volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde (onder de nummers12, 24 en 26 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen) en de na te noemen rechthebbende (nummer 60 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 18, 27, 33, 33a, 63 en 450 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een hechtenis voor de duur van 4 weken.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde hechtenis in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt, dat een gedeelte van de hechtenis, groot 2 weken niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, te weten:

- tweemaal een kopie id-kaart [voorletters]. [slachtoffer] (nummer 60).

Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een boekje van Vodafoon in verband met nr. [nummer] (nummer 12)

- een zwarte agenda van 2009 (nummer 24)

- een overeenkomst Telfoort met betrekking tot nr. [nummer] d.d. 20.05.09 (nummer 26).

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de overige in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen op de (aangehechte) lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, onder de nummers 1 tot en met 11, 13 tot en met 23, 25, 27 tot en met 59 en 61 tot en met 67.

Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2010.

Mrs. Buis en Kuiken zijn buiten staat mede te ondertekenen.