Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BK9766

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
06/580208-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf vanwege het bezit van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580208-08

Uitspraakdatum: 20 januari 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1987 te plaats],

wonende aan [adres, plaats].

Raadsvrouw: mr. Mulder advocaat te Winterswijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 januari 2010.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2007 tot en met 7 mei 2008 te Winterswijk, in elk geval in Nederland, 701

maal, althans één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager,

bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, (onder meer) te

weten

* Twee jongens kennelijk jonger dan 16 jaar.

Twee jongens lilggen met hun onderbroek aan op een bed. Ze kijken duidelijk

in de camera. Ze strelen elkaar. Het lijkt alsof ze duidelijk geregiseerd

worden door een persoon die niet in beeld is. Vervolgens strelen ze elkaars

geslachtsdelen over de onderbroek heen en liggen ze op elkaar. Vervolgens

gaan de onderbroeken uit en stopt een van de jongens zijn stijve penis in de

mond van de andere jongen. Beide jongens hebben orale seks met elkaar en

trekken elkaar af. Op een gegeven moment penetreert een van de jongens met

zijn stijve penis de anus van de andere jongen. Ook wordt een soort glijmiddel

op de anus gesmeerd en op de eikel van een van de jongens. Aan het eind van

het filmpje heeft een van de jongens een zaadlozing op de rug van de andere

jongen.

en/of

* Jongen kennelijk jonger dan 9 jaar.

Volwassen man ligt naakt op zijn rug. Jongentje steunt met beide benen

schrijlings langs de man. De man penetreert met zijn stijve penis de anus van

het jongetje.

en/of

* Jongen kennelijk jonger dan 16 jaar.

Jongen en volwassen vrouw zijn naakt op de afbeelding. De vrouw zit op haar

knieën en heeft de stijve penis van de jongen in haar mond.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 13 jaar.

Meisje ligt naakt op haar rug met haar benen wijd uit elkaar op een soort

bed. Een andere persoon heeft een soort vibrator in de hand en penetreert met

deze vibrator de vagina van het meisje.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 11 jaar.

Meisje zit met ontbloot onderlichaam op de achterbank van een auto. Haar

benen zijn wijd uit elkaar zodat er duidelijk zicht is op haar vagina. Het

meisje kijkt duidelijk in de camera.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 16 jaar.

Meisje ligt met ontbloot onderlichaam op de achterbank van een auto, ze heeft

haar benen wijd uit elkaar zodat er duidelijk zicht is op haar schaamstreek.

Ze heeft haar handen voor haar gezicht,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

Volgens de officier van justitie kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte 701 kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft bekend dat hij op zijn computers kinderpornografische afbeeldingen heeft gedownload en bewaard. Volgens de raadsvrouw kan de rechtbank tot een bewezenverklaring komen van het bezit van kinderporno.

Beoordeling door de rechtbank1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. De rechtbank baseert zich hierbij op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van bevindingen.2

Vanwege de bekennende verklaring van verdachte, volstaat de rechtbank met een opgave van deze bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 7 mei 2008 te Winterswijk, 701

maal een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, (onder meer) te weten:

* Twee jongens kennelijk jonger dan 16 jaar. Twee jongens liggen met hun onderbroek aan op een bed. Ze kijken duidelijk in de camera. Ze strelen elkaar. Het lijkt alsof ze duidelijk geregisseerd worden door een persoon die niet in beeld is. Vervolgens strelen ze elkaars geslachtsdelen over de onderbroek heen en liggen ze op elkaar. Vervolgens gaan de onderbroeken uit en stopt een van de jongens zijn stijve penis in de mond van de andere jongen. Beide jongens hebben orale seks met elkaar en trekken elkaar af. Op een gegeven moment penetreert een van de jongens met zijn stijve penis de anus van de andere jongen. Ook wordt een soort glijmiddel op de anus gesmeerd en op de eikel van een van de jongens. Aan het eind van het filmpje heeft een van de jongens een zaadlozing op de rug van de andere jongen.

en/of

* Jongen kennelijk jonger dan 9 jaar. Volwassen man ligt naakt op zijn rug. Jongentje steunt met beide benen schrijlings langs de man. De man penetreert met zijn stijve penis de anus van het jongetje.

en/of

* Jongen kennelijk jonger dan 16 jaar. Jongen en volwassen vrouw zijn naakt op de afbeelding. De vrouw zit op haar knieën en heeft de stijve penis van de jongen in haar mond.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 13 jaar. Meisje ligt naakt op haar rug met haar benen wijd uit elkaar op een soort bed. Een andere persoon heeft een soort vibrator in de hand en penetreert met deze vibrator de vagina van het meisje.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 11 jaar. Meisje zit met ontbloot onderlichaam op de achterbank van een auto. Haar benen zijn wijd uit elkaar zodat er duidelijk zicht is op haar vagina. Het meisje kijkt duidelijk in de camera.

en/of

* Meisje kennelijk jonger dan 16 jaar. Meisje ligt met ontbloot onderlichaam op de achterbank van een auto, ze heeft haar benen wijd uit elkaar zodat er duidelijk zicht is op haar schaamstreek. Ze heeft haar handen voor haar gezicht,

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, telkens in bezit heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft voorop gesteld dat verdachte op basis van de richtlijnen van het openbaar ministerie in aanmerking komt voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De officier van justitie eist evenwel een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, onder meer omdat er veel tijd is verlopen tussen het aantreffen van de kinderporno en de uiteindelijke zitting. Hoewel de reclassering geen indicatie ziet voor gedragsinterventie, vordert de officier van justitie als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, omdat verdachte weinig inzicht heeft gegeven in zijn motieven om kinderporno te downloaden. Het recidiverisico kan daarom hoger zijn dan de inschatting van de reclassering (laag recidiverisico). Daarnaast eist de officier van justitie een taakstraf voor de duur van 200 uur.

De raadsvrouw heeft een aantal strafverminderende factoren naar voren gebracht. In de eerste plaats heeft zij, in aansluiting op de officier van justitie, gewezen op het tijdsverloop in de zaak. Daarnaast gaat het volgens de raadsvrouw om een relatief beperkte hoeveelheid afbeeldingen. Verdachte was nog jong tijdens het downloaden van de kinderporno en heeft geen strafblad. Na het plegen van het onderhavige feit heeft verdachte zich niet meer schuldig gemaakt aan nieuwe strafbare feiten. Volgens de raadsvrouw is er dan ook sprake van een eenmalige misstap en is het recidiverisico laag. Reclasseringstoezicht is volgens haar niet nodig, zij bepleit de oplegging van uitsluitend een (deels voorwaardelijke) taakstraf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf in aanmerking genomen de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte. In dit kader heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van 8 mei 2009 over verdachte. Tevens heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met het aanzienlijke tijdsverloop tussen het moment waarop de kinderpornografische afbeeldingen bij verdachte zijn aangetroffen (8 mei 2008) en de datum van het vonnis (20 januari 2010). Verdachte heeft hierdoor lang in onzekerheid gezeten over het verloop en de uitkomst van de strafzaak.

In het bijzonder overweegt de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Als afnemer van dit kinderpornografische materiaal heeft verdachte indirect bijgedragen aan dit misbruik. Het is een feit van algemene bekendheid dat zulk seksueel misbruik en seksuele exploitatie kan leiden tot langdurige schade bij de slachtoffers.

Verdachte heeft verklaard dat hij kinderporno heeft gedownload omdat hij op zoek was naar zichzelf en daarom geïnteresseerd was in de ontwikkeling van jonge mensen. De rechtbank stelt vraagtekens bij de juistheid van deze verklaring. In de eerste plaats omdat er vele legale manieren zijn om iets te leren over de ontwikkeling van jonge mensen. Indien verdachte werkelijk informatie wilde over dit onderwerp, had het veel meer voor de hand gelegen dat hij hierover een boek of een zich (louter) daarop richtende website had geraadpleegd. In plaats daarvan heeft verdachte honderden kinderpornografische afbeeldingen gedownload en vervolgens bewaard. Kinderporno heeft niets te maken met de ontwikkeling van jonge mensen. Kinderpornografie en kan een normale ontwikkeling van kinderen zelfs in de weg staan.

Met de officier van justitie is de rechtbank derhalve van oordeel dat verdachte geen daadwerkelijk inzicht heeft gegeven in zijn motieven om kinderporno te downloaden.

De rechtbank acht daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf nodig, als een stok achter de deur. Indien verdachte tijdens de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt (zoals het downloaden van kinderporno), wordt de voorwaardelijke straf in beginsel immers alsnog ten uitvoer gelegd. Daarnaast wil de rechtbank met de voorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van het gepleegde feit benadrukken. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijke straf niet de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht verbinden. Volgens de reclassering heeft dit toezicht geen meerwaarde. De reclassering heeft daarom ook geen plan van aanpak over verdachte opgesteld. De rechtbank acht reclasseringstoezicht onder deze omstandigheden niet geïndiceerd.

Tot slot kan de rechtbank zich verenigen met de door de officier van justitie geëiste werkstraf. De werkstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de reclassering gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

* bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uur, te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis indien verdachte deze werkstraf niet of onvoldoende verricht.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Kleinrensink en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Kooij, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 januari 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640/08-209177, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 12 november 2008.

2 P. 88 e.v. van het voornoemde dossier.