Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2010:BK8795

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
06/460362-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte een grote hoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf van 10 maanden op. De rechtbank acht, met name vanwege de houding van verdachte en de aangetroffen hoeveelheid, een voorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460362-09

Uitspraak d.d.: 12 januari 2010

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren ]te [plaats op 1971],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem,

raadsvrouw: mr. Boer, advocaat te Hattem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

29 december 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 709 gram amfetamine (speed), in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine en/of

ongeveer 212 XTC-pillen, in ieder geval (een) hoeveelhe(i)d(en) stof /

materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl

MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of

4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB),

zijnde amfetamine en/of MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of

N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine)

en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB),

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe, opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 100 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep

(hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of

ongeveer 1.265 gram en/of ongeveer 88 gram, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten

Op 22 september 2009 werd de woning aan [adres te plaats] doorzocht. Deze woning wordt verhuurd aan verdachte.2

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie is van oordeel dat op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie heeft wat betreft de hoeveelheid XTC-pillen aangevoerd dat, gelet op het door het NFI gedane onderzoek, een aantal van 183 XTC-pillen bewezen kan worden.

Ten aanzien van de overige hoeveelheden heeft de officier van justitie aangevoerd dat er bij de bewezenverklaring van de aantallen en gewichten zoals geconstateerd door de politieambtenaren uit moet worden gegaan.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, maar dat de ten laste gelegde hoeveelheden en aantallen onjuist zijn.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is namens verdachte onder meer het volgende aangevoerd.

Uit het dossier blijkt dat er ongeveer 600 gram amfetamine in de woning en/of schuur is aangetroffen. Derhalve kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte 709 gram amfetamine aanwezig had.

Evenmin kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte 212 XTC-pillen aanwezig had. Uit het onderzoek van het NFI blijkt dat in de onderzochte monsters van de 122 rode pillen slechts een zeer lage concentratie amfetamine is aangetroffen. Ook is niet duidelijk hoeveel van deze rode pillen het NFI heeft onderzocht en evenmin is duidelijk of in de door het NFI ontvangen tabletdelen amfetamine is aangetroffen. Daarnaast is in de 29 pillen met batmanlogo geen stof aangetroffen die voorkomt op lijst I behorende bij de Opiumwet.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is namens verdachte onder meer het volgende aangevoerd.

Niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte 1.265 gram hennep aanwezig heeft gehad. De zak van 630 gram betrof hennep vermengd met tabak. Tevens is de andere zak hennep, met daarin 162 kleine zakjes in zijn geheel gewogen. Het gewicht betreft dus mede het gewicht van de plastic zakjes. Tevens was verdachte vergeten dat hij deze zak met hennep nog aanwezig had, derhalve is er geen sprake van het opzet op het aanwezig hebben. Ook kan niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 88 gram hennep aanwezig had, immers is dit gewicht inclusief de vloei en tabak.

Beoordeling door de rechtbank

Tijdens de doorzoeking van het huis van verdachte zijn meerdere zakjes met wit poeder aangetroffen en in beslaggenomen. Tevens werd in de aan verdachte verhuurde schuur een zwarte koffer met daarin meerdere zakjes gevuld met een wit poeder aangetroffen.3 Blijkens het proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname zijn de volgende zakjes met daarin een hoeveelheid wit poeder in de woning en/of schuur van verdachte aangetroffen en in beslaggenomen:

- 79 zakjes met een totaalgewicht van 139,63 gram, met testnummer AABF4156NL;

- 32 zakjes met een totaalgewicht van 65,95 gram, met testnummer AABF4155NL;

- 32 zakjes met een totaalgewicht van 58,11 gram, met testnummer AABF4151NL;

- 30 zakjes met een totaalgewicht van 54,71 gram, met testnummer AABF4146NL;

- 1 zakje met een gewicht van 1,43 gram, met testnummer AABF4168NL.4

Tevens is bij de doorzoeking van de woning en de schuur van verdachte een roze brok amfetamine aangetroffen met een totaalgewicht van 290,79 gram, met testnummer AABF4167NL.5

De hiervoor genoemde goederen zijn door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de inhoud van de voornoemde zakjes en de roze brok stoffen betreffen die amfetamine bevatten.6

Daarnaast is er bij de doorzoeking van de woning en schuur van verdachte een zak met 122 rode pillen aangetroffen en in beslaggenomen (testnummer AABF4152NL). Tevens werden er 54 blauwe pillen (testnummer AABF4153NL), 2 blauwe pillen (testnummer AABF4162NL) en 5 rode pillen (testnummer AABF4161NL) aangetroffen en in beslaggenomen.7 Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat de pillen met testnummer AABF4152NL mCPP en een zeer lage concentratie amfetamine bevatten. De overige pillen bevatten MDMA en/of 2C-B.8

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte werd in de slaapkamer tevens een grote zak vol met een groene substantie aangetroffen.9 Uit het proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname leidt de rechtbank af dat het gaat om de zak die testnummer AABF4154NL heeft gekregen.10 Uit de test op de inhoud van de zak bleek deze THC bevatte. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat de zakjes hennep bevatten. De inhoud van de zak had een gewicht van 630 gram.11

In de aan verdachte verhuurde schuur werd in een gele chemobox een grote plastic zak met daarin kleine zakjes gevuld met een groenachtige substantie aangetroffen.12 Uit het proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname leidt de rechtbank af dat het gaat om de zak die testnummer AABF4157NL heeft gekregen.13 Uit de test op de inhoud van de zakjes bleek dat deze THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat de zakjes hennep bevatten. De inhoud van de gehele zak had een gewicht van 635 gram.14

In de in de schuur aangetroffen zwarte koffer bevonden zich, naast de voornoemde zakjes met wit poeder, tevens ook een hoeveelheid joints en zakjes gevuld met een harde, bruine substantie aangetroffen.15 Met betrekking tot de joints overweegt de rechtbank dat het hierbij gaat om de zestigtal joints, die testnummer AABF4159NL hebben gekregen.16 Uit de test op de inhoud van de joints bleek dat deze THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat de joints hennep bevatten. De inhoud van de zak met joints had een gewicht van 88,09 gram.17

Met betrekking tot de zakjes met bruine substantie overweegt de rechtbank dat het hierbij gaat om de 28 zakjes met brokjes cannabis, die testnummer AABF4160NL hebben gekregen.18 Uit de test op de inhoud van de zakjes bleek dat deze THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat de zakjes hashish bevatten. De inhoud van de zakjes had een gewicht van 53,15 gram.19 Daarnaast zijn er bij de doorzoeking van het huis van verdachte een tweetal bruine brokken cannabis aangetroffen en in beslaggenomen. Beide hebben het testnummer AABF4158NL gekregen.20 Uit de testen op de brokken bleek dat deze THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat beide brokken hashish bevatten. Het gewicht van de brokken was 23,15 gram en 23,47 gram.21

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de hennep, hashish en een deel van de pillen van hem waren. Door verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat alle bij de doorzoeking van zijn woning en schuur aangetroffen middelen daar aanwezig waren.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 22 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe, opzettelijk aanwezig heeft gehad

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en

een hoeveelheid stof / materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB),

zijnde amfetamine en/of MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of

N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine)

en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB),

telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 22 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 100 gram hasjiesj, waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en

ongeveer 1.265 gram en ongeveer 88 gram hennep,

zijnde hasjiesj en hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte te veroordelen voor een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van de tijd door verdachte doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft onder meer het volgende aangevoerd. Verdachte heeft een grote hoeveelheid hard- en softdrugs in zijn woning aanwezig gehad. Er is, gelet op die hoeveelheid, dan ook sprake van een dealerindicatie. Verdachte heeft daarnaast ook zijn woning opengesteld voor jongeren en heeft aan deze jongeren ook drugs verstrekt. Verdachte heeft geen enkel inzicht in zijn handelen. Met zijn handelen veroorzaakt hij ook veel overlast in de buurt.

Daarnaast heeft de officier van justitie rekening gehouden met verdachtes strafblad.

Namens verdachte is aangevoerd dat volstaan dient worden met een voorwaardelijke straf. Hiertoe is onder meer het volgende aangevoerd. Verdachte is op dit moment bezig met een hulpverlenings- en re-integratietraject. Dit ingezette traject dient zo spoedig mogelijk te worden hervat. Ook dreigt verdachte, bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zijn huidige woning te verliezen. Daarnaast is verdachtes moeder voor haar dagelijkse verzorging en medicatie afhankelijk van de hulp van verdachte.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een zeer aanzienlijke hoeveelheid drugs in zijn bezit gehad. Verdachte kende het strafbare karakter daarvan, gelet op een eerdere veroordeling voor een Opiumwetdelict. Ondanks zijn eerdere veroordeling heeft hij zich opnieuw met feiten als de onderhavige ingelaten.

Het is algemeen bekend dat drugs, in het bijzonder harddrugs, schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook is bekend dat er jaarlijks heel wat strafbare feiten worden gepleegd om aan geld te komen om drugs te kunnen kopen. Daardoor kan worden gesteld dat harddrugs een grote druk leggen op de samenleving. Verdachte is er door zijn handelwijze mede de oorzaak van dat die drugs beschikbaar blijven en de daarmee gepaard gaande overlast in stand blijft.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij heeft toegestaan dat minderjarigen bij hem in de woning drugs konden gebruiken en dat hij aan deze jongeren, zoals door verdachte ter terechtzitting aangegeven, ook drugs heeft verstrekt. Deze handelwijze is, gelet op de algemeen bekende nadelige effecten van drugs, laakbaar. Hierbij komt ook nog eens dat verdachte kennelijk niet beseft hoe laakbaar zijn gedrag is. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden.

De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf, de ernst van de feiten onvoldoende tot uitdrukking brengt. Tevens ziet de rechtbank, vanwege de houding van verdachte, geen heil in behandeling en/of begeleiding door de reclassering. Gelet op de ernst van de feiten en meer in het bijzonder het gedrag van verdachte acht de rechtbank dan ook enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslaggenomen goederen, zoals weergegeven onder 20 tot en met 42 op de als bijlage bij dit vonnis gevoegde lijst van in beslaggenomen voorwerpen, aan het verkeer moeten worden onttrokken.

De verdediging heeft ten aanzien van de in beslaggenomen goederen geen standpunt ingenomen.

De in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen vermeld onder de nummers 21, 22, 25, 31, 35, 36, 37, 38, 40, 41 en 42 van de als bijlage aan dit vonnis gevoegde lijst van in beslaggenomen voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de voorwerpen vermeld onder de nummers 20, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 34 en 39 van de als bijlage aan dit vonnis gevoegde lijst van in beslaggenomen voorwerpen aan de veroordeelde.

Ambtshalve overweegt de rechtbank nog dat de voorwerpen vermeld onder de nummers 1 tot en met 19 van de lijst van in beslaggenomen voorwerpen reeds zijn vernietigd en derhalve behoeft daaromtrent geen beslissing te volgen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 11 en 13 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of ander is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de voorwerpen vermeld onder de nummers 21, 22, 25, 31, 35, 36, 37, 38, 40, 41 en 42 van de als bijlage aan dit vonnis gevoegde lijst van in beslaggenomen voorwerpen;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

voorwerpen vermeld onder de nummers 20, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 34 en 39 van de als bijlage aan dit vonnis gevoegde lijst van in beslaggenomen voorwerpen.

Aldus gewezen door mr. Van der Hooft, voorzitter, mrs. Kleinrensink en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2010.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2009025129-74, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 29 september 2009.

2 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 76-78

3 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 76-78

4 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 2-6

5 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 2

6 Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 7 oktober 2009, dossierpagina 106A-106C

7 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 3-4

8 Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 7 oktober 2009, dossierpagina 106A-106C

9 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 76-78

10 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 5 en 6

11 Proces-verbaal narcotic identification test (hennep), dossierpagina 101-102

12 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 76-78

13 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 5

14 Proces-verbaal narcotic identification test (hennep), dossierpagina 105-106

15 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 76-78

16 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 5 en 6

17 Proces-verbaal narcotic identification test (hennep), dossierpagina 103-104

18 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 4

19 Proces-verbaal narcotic identification test (hashish), dossierpagina 95-96

20 Proces-verbaal van kennisgeving inbeslagname, dossierpagina 4

21 Proces-verbaal narcotic identification test (hashish), dossierpagina 97-98 en 99-100