Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7506

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
09/1855 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening getroffen : schorsing van de verleende bouwvergunning, voor zover die betrekking heeft op gebouw B. van zorg-wooncentrum Den Bouw te Warnsveld.

Hoofdzaak (LJN BK7504): De rechtbank is van oordeel dat de gemeente Zutphen onvoldoende heeft gemotiveerd dat gebouw B van het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Beroep gegrond en bestreden besluit vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nr.: 09/1855 WRO

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:

[eiser A]

te Warnsveld,

verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen

verweerder.

Stichting Zorg-wooncentrum Den Bouw

derde-partij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2007 heeft verweerder aan de derde-partij vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de inmiddels vervallen Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend van de bestemmingsplannen “Den Bouw 1988” en “Warnsveld 1978” ten behoeve van de vernieuwing en uitbreiding van zorg-wooncentrum Den Bouw aan het Abersonplein 9 te Warnsveld. Bij besluit van 12 november 2007 heeft verweerder een reguliere bouwvergunning verleend voor de vernieuwing en uitbreiding van dat centrum.

Bij besluit van 6 juni 2008 heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft beroep ingesteld (reg.nr. 08/1053), welk beroep is behandeld ter zitting van 30 juni 2009 en van 30 november 2009. Vervolgens heeft mr. D. Pool, werkzaam bij Achmea rechtsbijstand te Tilburg, namens verzoeker bij brief van 8 december 2009 verzocht om een voorlopige voorziening.

Het onderzoek is met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gesloten.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.

Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep in de zaak met reg.nr. 08/1053 WRO gegrond verklaard, het bestreden besluit van 6 juni 2008 vernietigd en verweerder opgedragen om een nieuw besluit op onder meer verzoekers bezwaarschrift te nemen. De rechtbank heeft daaraan ten grondslag gelegd dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het bouwplan, voor zover dat betrekking heeft op gebouw B, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De overige beroepsgronden van eiser zijn eveneens beoordeeld in die uitspraak, maar hebben niet geleid tot een vernietiging.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank het besluit van 12 november 2007 niet heeft herroepen, zodat de derde-partij nog steeds beschikt over een bouwtitel. Het thans ingediende verzoek om een voorlopige voorziening strekt ertoe dat besluit te schorsen.

Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak en de daarin opgenomen overwegingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat er thans aanleiding is tot het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van de voor gebouw B verleende bouwvergunning.

Het verzoek is derhalve kennelijk gegrond.

Er is aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van verzoeker. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt ter zake van door een derde verleende rechtsbijstand 1 punt toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek toe;

- schorst de bij besluit van 12 november 2007 verleende bouwvergunning, voor zover die betrekking heeft op gebouw B;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 145,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 december 2009.