Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7092

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-12-2009
Datum publicatie
18-12-2009
Zaaknummer
06/580053-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt man onder andere voor poging zware mishandeling op de kermis in Apeldoorn en het verduisteren van een auto van zijn werkgever tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 240 uur en het betalen van een schadevergoeding van €1320,- aan het slachtoffer van de mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580053-08

Uitspraak d.d.: 18 december 2009

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1988],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. M. Bakhuis, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

4 december 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van

het leven te beroven, met dat opzet

- een of meermalen (met kracht) heeft geslagen en/of gestompt in/tegen het

gezicht en/of op/tegen het lichaam (waarna/waardoor die [slachtoffer] tegen een (een

beugel van een) regenpijp viel/terechtkwam) en/of

- (vervolgens) een of meermalen (met kracht) (met geschoeide voet) heeft

getrapt en/of geschopt in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat) en/of

- (met kracht) met één voet heeft gesprongen op/tegen het lichaam (terwijl die

[slachtoffer] op de grond lag/zat),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Parketnummer 800528-08)

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 23 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- een of meermalen (met kracht) een knietje heeft gegeven in/tegen de buik,

althans op/tegen het lichaam en/of

- (vervolgens) een of meermalen (met kracht) heeft geslagen en/of gestompt

in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam (waarna/waardoor die [slachtoffer]

tegen een (een beugel van een) regenpijp viel/terechtkwam) en/of

- (vervolgens) een of meermalen (met kracht) (met geschoeide voet) heeft

getrapt en/of geschopt in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat) en/of in/tegen de buik en/of

op/tegen de rug, althans op/tegen het lichaam en/of

- (met kracht) met één voet heeft gesprongen op/tegen het lichaam (terwijl die

[slachtoffer] op de grond lag/zat),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Parketnummer 800528-08)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 23 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk

mishandelend [slachtoffer]

- een of meermalen (met kracht) een knietje heeft gegeven in/tegen de buik,

althans op/tegen het lichaam en/of

- (vervolgens) een of meermalen (met kracht) heeft geslagen en/of gestompt

in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam (waarna/waardoor die [slachtoffer]

tegen een (een beugel van een) regenpijp viel/terechtkwam) en/of

- (vervolgens) een of meermalen (met kracht) (met geschoeide voet) heeft

getrapt en/of geschopt in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat) en/of in/tegen de buik en/of

op/tegen de rug, althans op/tegen het lichaam, en/of

- (met kracht) met één voet is gesprongen op/tegen het lichaam (terwijl die

[slachtoffer] op de grond lag/zat),

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(Parketnummer 800528-08)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 januari

2008 tot en met 10 januari 2008 in de gemeente(s) Apeldoorn en/of Rheden en/of

Amsterdam, althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of

meerdere auto's (merk Volkswagen, type Jetta, kenteken [kenteken] en/of merk

Opel, type Astra, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, dat/die geheel

of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van

zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan

door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(Parketnummer 580053-08)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 januari

2008 tot en met 09 januari 2008 in de gemeente Apeldoorn (telkens) met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid

(giraal) geld (in totaal 184 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een (Shell) tankpas op

naam van hem, verdachte, (tankpasnummer RENT 5);

(Parketnummer 580053-08)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd, dat het handelen van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm de dood van aangever tot gevolg kan hebben en dat verdachte aldus opzettelijk, in voorwaardelijke zin, heeft getracht aangever te doden.

B. Standpunt verdachte

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde bepleit, dat verdachte van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijsproken, omdat verdachte niet het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, om te trachten aangever dodelijk te verwonden. Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu verdachte geen oogmerk (de rechtbank begrijpt: opzet) had om zich de auto's wederrechtelijk toe te eigenen. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

C. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

[slachtoffer] heeft verklaard, dat hij op 23 februari 2008 op de kermis in Apeldoorn door verdachte is geslagen en geschopt.2 Aangever heeft verklaard dat hij door een man of tien werd achternagerend, maar dat alleen verdachte hem geslagen/geschopt heeft en niet anderen.3 Ter gelegenheid van zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris strafzaken d.d. 15 juni 2009 heeft [slachtoffer] een min of meer gelijkluidende verklaring afgelegd. [slachtoffer] en verdachte kregen woorden op het kermisterrein. Aangever rende vervolgens naar het terrein van Groot Schuylenburg. Verdachte en de getuigen [getuige A], [getuige B] en [getuige C] zijn ook die richting opgerend.

Deze drie getuigen alsmede een werknemer van Groot Schuylenburg hebben over het door verdachte toegepaste geweld als volgt verklaard:

- Getuige [getuige A] heeft verklaard, dat verdachte aangever twee keer met een vuist in zijn maag sloeg en ook een keer met zijn vuist in het gezicht van aangever. Verdachte schopte aangever toen hij op de grond lag.4

- Getuige [getuige C] heeft verklaard dat verdachte aangever heeft vastgepakt en drie of vier keer op zijn hoofd en in zijn buik sloeg. Ook gaf hij aangever een trap in zijn rug.5

- Getuige [getuige B] heeft verklaard dat verdachte aangever een schop in zijn maag gaf.6

- De getuige [getuige D], die werkzaam was op het terrein, zag dat er een jongen uit de groep op een andere jongen intrapte. Vanuit de groep hoorde hij roepen: "[verdachte] niet doen". [getuige D] heeft ook gezien dat aangever twee tot drie keer klappen heeft gekregen.7

- De groep die om aangever en verdachte heen stond deed niets. Ze sloegen of schopten aangever niet, maar ze hielpen hem ook niet.8

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting bekend het onder 1 ten laste gelegde feit te hebben gepleegd. Hij heeft verklaard dat hij aangever een vuistslag in zijn gezicht heeft gegeven als gevolg waarvan aangever tegen een beugel van een regenpijp is gevallen. Tevens heeft verdachte erkend aangever in zijn zij te hebben getrapt en een trap op zijn hoofd te hebben gegeven, alsmede een knietje in zijn buik. Toen aangever op de grond lag heeft hij aangever nogmaals (met geschoeide voet) getrapt op zijn hoofd.9 Verdachte heeft verklaard aangever opzettelijk te hebben geslagen en geschopt.10 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard te zijn afgegaan op het gerucht dat het slachtoffer een kennis van verdachte had aangerand. Hij wilde dat het slachtoffer zou vertellen wat hij daarvan wist.

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [slachtoffer] een hoofdwond rechts op zijn haarlijn heeft, er was sprake van gering bloedverlies en een hersenschudding.11 Naar eigen zeggen heeft [slachtoffer] ook een gescheurde pees in zijn hand, een breuk in een rib, een gekneusde rib en spierpijn aan zijn rug en schouders.12

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangever meermalen heeft geslagen en geschopt.

Met betrekking tot de kwalificatie van verdachtes handelen overweegt de rechtbank als volgt. Mede in aanmerking genomen de verklaring van verdachte omtrent de aanleiding van de mishandeling, komt de rechtbank tot het oordeel dat het handelen van verdachte in casu niet gericht was op de dood van aangever. Het opzet van verdachte was, ook al zou het trappen met een geschoeide voet tegen het hoofd naar zijn uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden beoordeeld als poging doodslag, gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank zal verdachte derhalve van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijspreken. De rechtbank acht het onder 1 subsidiair wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

[aangever bedrijf] heeft namens [bedrijf] BV aangifte gedaan van verduistering. Verdachte was toentertijd werkzaam als chauffeur bij voormeld bedrijf.13 Op 7 januari 2008 moest verdachte een huurauto van het merk Volkswagen, type Jetta, voorzien van kenteken [kenteken] ophalen in Velp en naar het autobedrijf in Apeldoorn brengen.14 Op 10 januari 2008 was de auto nog niet terug in Apeldoorn.15 Later die dag kwam verdachte de auto terugbrengen en zei dat hij de auto had gebruikt om naar zijn vriendin te gaan. Hij had de auto zonder toestemming meegenomen.16 Dit was de tweede keer dat verdachte een auto zonder toestemming mee naar huis had genomen. De eerste keer was op 2 januari 2008.17

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een Volkswagen Jetta en Opel Astra, die beide aan [bedrijf] toebehoorden, mee naar huis heeft genomen. Hij is met beide auto's naar Amsterdam gereden. Dat heeft medeverdachte [medeverdachte] ook bevestigd.18 Verdachte wist dat het niet was toegestaan om de auto's privé te gebruiken. De Opel wilde hij niet bij het bedrijf buiten het hek neerzetten en om die reden heeft hij, conform de geldende afspraken, de auto mee naar huis genomen. Enige tijd later heeft hij Volkswagen Jetta meegenomen en die heeft hij langere tijd onder zich gehouden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte beide auto's uit hoofde van zijn dienstbetrekking als chauffeur rechtmatig onder zich heeft gehad. De rechtbank is echter van oordeel dat niet gebleken is dat verdachte ten aanzien van de Opel Astra het opzet had om de auto zich wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft de Opel -conform de afspraken met de werkgever- mee naar huis genomen, omdat hij de auto anders buiten het hek van het bedrijf moest parkeren. Verdachte heeft de auto de dag erna teruggebracht. Het feit dat hij de auto in de tussentijd zonder toestemming heeft gebruikt voor een rit naar Amsterdam doet daar niet aan af. De rechtbank zal verdachte van de verduistering van de auto van het merk Opel vrijspreken.

Na dit incident heeft verdachte nogmaals een auto, te weten de Volkswagen Jetta, onder zich gehad en dit keer voor een aantal dagen. De werkgever van verdachte heeft hem meermalen gebeld en daar heeft verdachte niet naar behoren op gereageerd door de auto terug te brengen. Hij is wederom met deze auto onder meer naar Amsterdam gereden, terwijl hij ook wist dat de auto niet privé gebruikt mocht worden. Mede gelet op de periode dat verdachte de auto onder zich gehouden heeft, de wijze waarop hij daarvan gebruik heeft gemaakt en het aantal gereden kilometers, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte als heer en meester over de auto heeft beschikt. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte -mede gelet op het eerdere incident met de Opel- wel degelijk het opzet had om zich deze auto wederrechtelijk toe te eigen. Het is een feit van algemene bekendheid dat Velp in de gemeente Rheden ligt.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de auto van het merk Volkwagen heeft verduisterd. Voorts zal zij verdachte partieel vrijspreken, te weten van de verduistering van de auto van het merk Opel.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever bedrijf], namens [bedrijf] BV.;19

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte];20

- het overzicht van de transacties met de tankpas op 8 en 9 januari 2008;21

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank merkt op dat verdachte twee keer, te weten op 8 respectievelijk 9 januari 2008 zelf met de tankpas heeft gepind, en medeverdachte [medeverdachte] één keer, te weten op 8 januari 2008.. Nu niet ten laste is gelegd dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft gehandeld, zal de rechtbank verdachte van de door [medeverdachte] gedane transactie vrijspreken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. (subsidiair)

hij op 23 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- met kracht een knietje heeft gegeven in/tegen de buik en

- meermalen met kracht heeft geslagen en/of gestompt in/tegen het gezicht en op/tegen het lichaam, waardoor die [slachtoffer] tegen een beugel van een regenpijp viel en

- met kracht met geschoeide voet heeft getrapt in/tegen het gezicht terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat en op/tegen het lichaam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 2 januari 2008 tot en met 10 januari 2008 in de gemeenten Apeldoorn en/of Rheden opzettelijk een auto (merk Volkswagen, type Jetta, kenteken [kenteken]) die toebehoorde aan [bedrijf] B.V., en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 08 januari 2008 tot en met 09 januari 2008 in de gemeente Apeldoorn telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid giraal geld toebehorende aan [bedrijf] B.V., waarbij verdachte zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een (Shell) tankpas (tankpasnummer RENT 5).

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 subsidiair: poging tot zware mishandeling;

Feit 2: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

Feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, gevorderd.

2. De raadsman heeft bepleit dat een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd passend is. Hij heeft een werkstraf voor de duur van 240 uur bepleit met daarnaast een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Door zijn handelen heeft verdachte niet alleen pijn en letsel bij het slachtoffer veroorzaakt, maar het is voor het slachtoffer ook een bijzonder traumatische ervaring geweest. De omstandigheid dat het slachtoffer geen ernstiger of blijvend letsel heeft opgelopen is een gelukkige, die geenszins aan verdachte te danken is. Met name het met geschoeide voet tegen het hoofd trappen van een op de grond zittend/liggend slachtoffer is een kwalijk feit. Verdachte heeft de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving. Tevens heeft hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast.

Naast deze omstandigheid heeft verdachte zich eveneens schuldig gemaakt aan verduistering en diefstal. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij, door dusdanig te handelen het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden. Daarnaast heeft hij zijn werkgever financiële schade en hinder toegebracht.

5. De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder ter zake vermogens- en geweldsdelicten is veroordeeld.

6. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsrapport (d.d. 24 juli 2009), waaruit blijkt dat als verdachte zijn leven thans op orde heeft en de criminogene factoren stabiel zijn, en er een lage kans op recidive is. Mocht verdachte vervallen in middelengebruik en contacten met mensen uit het criminele circuit, dan is de kans op recidive een stuk groter. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de reclassering geen gepaste strafmodaliteit, omdat verdachte een beïnvloedbare jongeman is die in de gevangenis mogelijk op negatieve wijze beïnvloed zal worden door medegedetineerden. Een werkstraf en leerstraf acht de reclassering passend. Er wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met reclasseringstoezicht. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij hulp van de reclassering zal aannemen. Die mededeling komt de rechtbank oprecht voor.

7. De rechtbank heeft de indruk dat verdachte na een roerige periode -mede dankzij zijn ouders- zijn leven weer enigszins op orde heeft. Dit blijkt ook uit de brief (die door de raadsman is overhandigd) van [verbalisant], brigadier/wijkagent van politie Apeldoorn. Zoals in de brief is verwoord "is de rust wedergekeerd in het gezin". Mede gelet op hetgeen de reclassering in haar rapport stelt, te weten dat verdachte naar alle waarschijnlijkheid door detentie negatief beïnvloed zal worden, de duur die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en het tijdsverloop, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf -zoals door de officier van justitie is geëist- niet passend.

8. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf als na te melden op zijn plaats. Deze werkstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de reclassering gehanteerde lijst van projectplaatsen. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij zal als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht worden opgelegd, te meer nu verdachte heeft aangegeven daarvoor open te staan.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.320,--, te weten € 70,-- materiële en € 1.250,-- immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is de schade aan [slachtoffer] te vergoeden.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de door het slachtoffer als gevolg van het bewezen verklaarde handelen naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. De rechtbank zal deze vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.320,--, inhoudende € 70,-- materiële en € 1.250,-- immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 302, 310, 311, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als

Feit 1 subsidiair: poging tot zware mishandeling;

Feit 2: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

Feit 3 diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] (gironummer [nummer]), van een bedrag van € 1.320,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.320,--, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 26 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan deze benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Hödl en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2009.

Eindnoten

1 Indien hierna ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0622/08-801895, gedateerd 12 maart 2008, gesloten en ondertekend door [verbalisant] en [verbalisant], brigadier van politie Team Recherche, district Apeldoorn respectievelijk brigadier van politie Team Apeldoorn Zuidoost. Indien hierna ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0621/08-201824, gedateerd 1 maart 2009, gesloten en ondertekend door [verbalisant], agent van politie Team Apeldoorn Zuidoost.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (pagina 28).

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (pagina 28) en proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris d.d. 15 juni 2009 (pagina 2).

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 57).

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (pagina 64).

6 Proces-verbaal van verhoor van [getuige B] (pagina 60).

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (pagina 65).

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 57) en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pagina 60).

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 24).

11 Een schriftelijk bescheid, inhoudende de medische gegevens van aangever (pagina 33).

12 Proces-verbaal van verhoor van aangever (pagina 54).

13 Proces-verbaal van aangifte van [aangever bedrijf] (pagina 12).

14 Proces-verbaal van aangifte van [aangever bedrijf] (pagina 12).

15 Proces-verbaal van aangifte van [aangever bedrijf] (pagina 12).

16 Proces-verbaal van aangifte van [aangever bedrijf] (pagina 12).

17 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever bedrijf] (pagina 16).

18 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] (pagina 22).

19 Proces-verbaal van aangifte van [aangever bedrijf] (pagina 12-15).

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] (pagina 22-23).

21 Een schriftelijk bescheid, inhoudende drie transacties van de tankpas, gedateerd 8 en 9 januari 2008 (ongenummerd).